dollarvouwkunstenaar





Creatief met dollarbiljetten. Dat had goed de titel van dit stuk kunnen zijn. Won park neemt het in ieder geval erg serieus. Hij vervormt de dollars tot vanalles. Uit zijn handen kwamen al een tank en een fototoestel (heel toepasselijk voor een Japanner), maar ook van allerlei dieren zoals koikarpers, pinguins, beren en krabben. Het is echt heel knap wat hij zo zonder knippen voor elkaar krijgt. Je kan dan ook met recht zeggen dat hij perfect in vorm is.




Dieters dutch design





Dieter Volkers is de creator van deze wonderlijke voorwerpen. Zijn inspiratiebron was de schuur. Niet zozeer het gebouw, als wel de verzameling allerhande bijzondere voorwerpen die je er tegen kunt komen. Voorwerpen zo alledaags dat mensen er de schoonheid niet meer van zien.



Ik begrijp hem maar al te goed. Ook mijn schroeven-sorteer-bak puilt uit van de voorwerpen die er eigenlijk niet echt een functie hebben, maar gewoon nog eens van pas zullen komen. Van sommigen weet ik geeneens waar ze voor bedoelt zijn en dat zijn dus net de verzamelobjecten pur sang. Ik hoop dat we nog veel van Dieter gaan horen. Dat lijkt me door zijn andere project, de deurtoeter, wel goed te komen.

Ga hier naar de schuur van Dieter

plastic archipel; de gevolgen





Dat plastic archipel toch. Het vult de magen van hongerige vogels net zo lang tot al het onafbreekbare, maar o zo interessante kunststof zich dusdanig opgehoopt heeft dat de vogel door z'n volle maag geen hongergevoel meer krijgt. De vogel sterft, spoelt aan en vergaat tot op het bot. De maaginhoud van het dier blijft echter geheel intact. Ten minste als het uit plastic voorwerpen bestaat.... 


Chris Jordan fotografeerde deze stille getuigen en legde daarmee de gevolgen van onze argeloze wegwerpmaatschapij bloot. De eendjes worden binnenkort verwacht in Engeland, maar ja dat was in 2003 en 2007 ook al zo. De wegen van de plastic eendjes op drift zijn wat dat betreft ondoorgrondelijk.

Lees meer over het plastic archipel  / meer over Chris Jordan en zijn foto's

En dan nog een hele mooie site over water

heatwave

Ik zeg het er maar even bij; dit is een verwarming.

Nu zijn er weinig dingen zo saai als de verwarming in een doorsnee woning. Witte warme blokdozen zijn het. Nee, neem dan de Heatwaven van Joris Laarman. Er zal best een boel over te vertellen zijn. Mooie toegepaste technieken, "state of the art"- vormgeving en nog meer bla-bla. Het is gewoon een schoonheid. Als je er een koopt zie je blauw van het betalen, maar zit je er wel héél mooi warmpjes bij.

mechanische eend





Je hebt er vast ooit mee gespeeld. Een opwindbaar mechanisch eendje van blik. Een ding van niets ten opzichte van de "Canard Digérateur" oftewel de eend met spijsvertering. Dit wonder der techniek werd in 1739 door de Fransman Jacques de Vaucanson in elkaar geknutseld. De mechanische eend at graankorrels, slikte deze door en verteerde het hele zaakje tot uitwerpselen. Tenminste dat was wat er aan de buitenzijde van deze automaat te zien was. In werkelijkheid werden de graankorrels opgevangen en kwam de eendenpoep prefab uit het achterse van de eend. Ook knap. De maker was er echter van overtuigd dat er ooit een eend ontworpen zou worden die daadwerkelijk graankorrels tot uitwerpselen zou kunnen verteren. Waarom je dat zou willen is mij een raadsel en het is (zover ik weet) tot nu toe ook niet meer geprobeert dit doel te bereiken. Al moet ik wel zeggen dat ze in Frankrijk volop met levende ganzen experimenteren hoeveel graan deze via de strot naar binnen geduwd kunnen krijgen. Wat dat betreft is de productie van ganzenlever net zo doelloos. Het zijn soms rare jongens die Fransen.

life trough a lense







De oude Grieken dachten dat het oog een soort van lantaarntje was. Hetgeen je ziet zou dan er door beschenen worden. Mooie theorie, maar onjuist. In 1543 merkte ene Andreas Vesalis op dat de oogbol toch wel heel erg op een lens leek, maar daar bleef het voor hem bij. Ook Leonardo da Vinci speculeerde over de werking van het oog in zijn Codex Atlanticus, maar kreeg het verhaal niet scherp.
In 1545 beschreef Gemma Frisius de werking van de camera obscura en ene Francesco Maurolico maakte in 1554 een optische analyse van het oog. Hij legde echter niet het verband en z'n werk werd pas gepubliceerd nadat Keppler met zijn theorie de link wel zag. Keppler beschouwde het oog als plaatjesmachine en het netvlies als scherm waar deze plaatjes op geprojecteerd werden. Net omgekeerd aan wat de Grieken bedacht hadden weerkaatst ieder voorwerp een deel van het licht. Dat licht valt door de lens achter de pupil (eigenlijk gewoon een gat in het regenboogvlies, ook wel iris genoemd) en wordt hierdoor afgebogen. Dat dit ondersteboven gebeurde was voor Keppler geen reden om te twijfelen aan zijn gelijk. Later ontdekte men dat het beeld in de hersenen wordt omgekeerd of beter gezegd geïnterpreteerd. Je hersens bepalen of iets groot, klein veraf of dichtbij is, recht of schuin. Ook slaan je hersenen de beelden op van het wazige gebied van onze ogen. Heel de dag worden dingen waargenomen die we niet bewust verwerken. Komt er echter gevaar om de hoek kijken, dan gebruikt ons brein scherpe referenties uit het verleden om het wazige beeld toch te herkennen. Heel handig. Veel van de overdag onverwerkte info wordt overigens 's nachts verwerkt in dromen.
De ogen zijn een beetje teer en worden daarom ook goed beschermd. Traanvocht zorgt er voor dat de ogen niet uitdrogen en doodt ook nog schadelijke bacteriën. Daarnaast zorgen onze diepe oogkassen, oogleden, wimpers en wenkbrauwen er voor dat onze ogen worden beschermd. Dat is nog eens goed bekeken.

vliegen

Ze zijn bizar, kleurrijk en exotisch.  Het zijn nepvliegen om mee te vliegvissen! Als deze vliegen vliegen, vliegen vissen vliegen achterna.  De vis, in dit geval een forel, ziet het kleurrijke ding aan voor een insect. Vraag me niet waarom, maar ze happen er iedere keer weer in. De detailering in het draadje rond het buisje, de lengte, de kleuren en de lengte van de "vleugels" lijken wel hogere wiskunde. Maar wat is nu het ultieme vliegje? Dat lijkt niemand te weten. De mens is inventief en zoekt gewoon steeds weer verder naar nieuwe vormen om de vis te verleiden. En de vis? Ach, het visseoog wil schijnbaar ook wat.






groene graffity





Mosgraffiti. Hoe kom je erop! Nu, de bedenker is Anna Garforth, kunstenares uit Londen. De achtergrond van het werk is de manier waarop we met onze omgeving omgaan. Het verbindende woord is dan ook "nourish". Met andere woorden; Hoe knuffelen we onze omgeving zo dat hij tot bloei komt. Het concept is exceptioneel en van grote schoonheid. Zo mag van mij iedere graffiti-kunstenaar (al dan niet in de dop) wel een wandje vol komen spuiten. Een andere optie is de "doe-het-zelf-methode". Anna Garforth geeft uiteraard haar geheime mosrecept niet prijs, maar wat geeft dat als alles al op internet te vinden is?



Men neme:
- een handvol mos
- een bier van het goedkoopste merk dat je kunt vinden of karnemelk
- een oude blender
- een tot twee lepels suiker


Bereiding:
Haal alle rommeltjes van het mos en stop in de blender. Voeg daarna het bier en twee lepels suiker toe. De verhouding mos versus vloeistof moet ongeveer 1 deel mos op 4 delen vloeistof zijn. Mix tot er een mengsel ontstaat dat nog het meest lijkt op een dikke soep. Als groeiversneller kun je nog yoghurt, een beetje pokon of een 1:3 mengsel van azijn-honing toevoegen.


Aanbrengen:
Nu je mengsel klaar is kun je het aanbrengen op het te "bemossen" oppervlak. Lekker met de hand is uiteraard het meest sensopatisch, maar voor grotere oppervlaktes kun je ook een kwast of een vachtroller gebruiken. Daarna is het belangrijkste ingredient: geduld. Mos groeit onder goede omstandigheden redelijk snel, maar het kan ook best lang duren. Sproeien heeft geen zin, dan spoel je het mengsel er direct af. Benevelen met een plantenspuit kan natuurlijk wel.



Enkele wenken:
Gebruik altijd mos uit je eigen tuin of die van je buurman, want dat is de plaatselijke omstandigheden gewend. Kruipend mos gaat sneller dan kussentjesvormend mos, maar dat laatste is wel mooier. Mos dat op een bosbodem groeit doet het niet op stenen. De beste plaats om mos te verzamelen is op stoeptegels en de bovenkant van muurtjes. Een open deur, maar toch: Mos groeit graag op vochtige schaduwrijke plaatsen waar het niet al te heet wordt. Toch zijn er ook mossoorten die de droogte best een tijdje aan kunnen. Ik ga die mossoorten eens uitproberen op het dak van m'n schuur.

Slakkengang






Een gewone huis- tuin- en keukenslak is een rechtsopgewonden verschijning in de tuin. Hoewel niet ieders grootste vriend, is het wezen bijzonder genoeg om eens van dichterbij te bekijken.
Zo is er uiteraard het slakkenhuis van kalk met een soort laklaagje van chitine in vele verschillende kleuren en bandpatronen. De slak zit voor een groot deel gedraaid in z’n huis, een evolutionair grapje dat naast een goede overlevingstactiek ook vervelende dingen als het schrappen van dubbele organen tot gevolg heeft gehad. Je moet de ruimte ergens vandaan halen. Naast het kwetsbare orgaangedeelte bestaat de slak uit nog twee delen. Een gespierde voet en de kop. De eerste zorgt door een golvende spierbeweging in combinatie met een slijmerige afscheiding voor de voortbeweging. De kop is een apart geheel van gesteelde zintuigen. Twee om te “kijken” en twee om te tasten en te “ruiken”. Bij verstoring trekt de slak zijn meetapparatuur naar binnen om daarna het zaakje weer voorzichtig uit te schuiven. Die achterdochtigheid is vaak niet zonder reden.


Zanglijsters houden van slakken. Ze vinden ze om op te eten en dat doen ze dan ook. Een slak bevat ongeveer 79 gram water, 16 gram eiwit, 2 gram koolhydraten, 2 gram suikers en 1 gram vet per 100 gram. Voedzaam dus. Maar ja, zodra een slak zich terugtrekt is dat harde slakkenhuis een flinke barrière. De Zanglijster gaat echter fluitend aan het werk. Hij zoekt een flinke steen, neemt het slakkenhuis met inwoner er in z’n snavel mee naar toe, en beukt het huis er net zolang op los totdat het bezwijkt. Zo komt hij bij zijn malse lievelingsvoedsel. Nu kan er op zo’n plek een waar slakkenhuiskerkhof ontstaan. Naast de lijster zijn er bijna geen vogels die deze truc kunnen nadoen. Een lijstersmidse is dan ook met recht het geheim van deze slakkenhuissmid.

Coelacanthus






Coelacanthus. Roofvis. Levendbarend. Merkwaardige staart uit drie delen. Kwastvormige vinnen. Afmeting: enkele centimeters tot twee meter. Favoriete bezigheden: kopstand en rondhangen. Leefde 400 tot 70 miljoen jaar geleden. Oudste beschrijving fossiel: 1833 door de Zwitserse zoöloog Louis Rudolph Agassiz. Stiekem toch niet uitgestorven.
Marjorie Courtenay-Latimer, had het eigenlijk te druk om de visvangsten van de Zuid-Afrikaanse kapitein Hendrik Goosen te gaan bekijken. Er zat dan ook niet iets bij wat ze niet al in haar verzameling had. Op die ene na. Een stukje blauwe vin bleek te horen bij een bleek blauwe vis van anderhalve meter lang met oplichtende zilveren stippen. Maar wat was het? De driedelige staart en het kwastje leidde haar al spoedig tot de conclusie dat het een prehistorische vis was. Maar ja, je weet het nooit zeker en daarom stuurde ze professor James Leonard Brierley Smith van de Rhodes Universiteit in Grahamstown een schets van het dier. Ook hij kon maar tot een conclusie komen; het was daadwerkelijk een coelacanth.

Smith gaf zijn baan op en ging op zoek naar deze prehistorische vis. Dat ging niet al te makkelijk. Behalve dat de tweede wereldoorlog was uitgebroken had hij eigenlijk niet echt een idee waar te zoeken. Teneinde raad loofde hij een prijs uit voor diegene die hem een coelacanth kon bezorgen. Met duizenden opsporingsaffiches in ieder zeedorpje van oostelijk Afrika lukte het uiteindelijk. Kapitein Eric Hunt (heel toepasselijke naam) was degene, die na 14 jaar speuren, op de Comoren een nieuw exemplaar vond.

Hoe blij hij ook was, de vangst van het tweede dier was het slechtste dat Smith kon overkomen. Smith meende dat het dier van een andere soort was, onder meer omdat de vis zijn tweede rugvin miste. Andere zoölogen ontdekten echter dat de vin ontbrak door een verwonding. Nog erger voor Smith was dat de Franse overheid zich realiseerde een waardevolle wetenschappelijke ontdekking zo maar aan Zuid-Afrika te hebben gegeven. Parijs besloot dat er voortaan geen coelacanth mocht worden uitgevoerd. Smith kon daardoor geen onderzoek verrichten aan de tientallen exemplaren die later nog werden gevangen. De conclusies die Smith trok over de missing link van de vis coelacanth en de eerste landdieren werden ook ontkracht door later onderzoek. Het toch al wat neerslachtige gemoed van James Leonard Brierley Smith heeft die tik nooit goed verwerkt. Op 8 januari 1968, zeventig jaar oud, pleegde hij zelfmoord. ‘Voorzichtig. Cyanide,’ waarschuwde het afscheidsbriefje aan zijn vrouw.


Lyndie Dourthe II

Van sommige dingen krijg je niet gauw genoeg. Dat geldt  ook voor de kunststukjes van Lyndie Dourthe. Eerder maakte ze al bijzonder mooie verzamelingen met vogeltjes, paddenstoelen en lichaamsdelen in geprinte “kussentjes-vorm”. Nu heeft ze weer iets nieuws met broches in de vorm van planten. Bizar mooi.

Bekijk hier ook de vorige post en haar site.

klit, klitten en klittenband

Dit is een Wollige klit, soms ook wel Wollige klis genoemd om verwarring te voorkomen. Door de vele haakjes aan de zaaddoos klit deze vast aan bijna alle oppervlaktes, maar lange haren zijn bijzonder favoriet. Daardoor ontstaan klitten die als onontwarbare knopen vast blijven plakken. Dat kan tijden duren. Beter gezegd; een klittenbol die loslaat en dus heeft geklit is zeldzaam. De zaden verlaten de klittebol wel en daarmee is het een succesvolle methode om zaden over grote afstand te kunnen verspreiden. Maar ja, voor mens en dier (denk maar eens aan een paard vol klittenbollen) is het minder prettig.


Ieder nadeel heeft zo ook z’n voordeel. Tenminste dat moet de uitvinder van het klittenband, de Zwitser Georges de Mestral, gedacht hebben. Hij kwam in 1941 na een wandeling met z’n hond tot de conclusie dat die vervelende klit die was meegereisd aan z’n broek en op z'n hond wat meer onderzoek vergde. Hij bekeek de klit onder de microscoop, legde het verband tussen de haakjes en het “aanhaakmateriaal” en ging vervolgens aan de slag met het namaken van deze bijzondere truc van de natuur. Dat kostte hem uiteindelijk maar liefst 10 jaar. Een nieuw verbindingsconcept was geboren. Klittenband veroverde de wereld en het bijzondere materiaal heeft ons sindsdien nooit meer losgelaten.

Hangslotliefde

De toepassing van het hangslot stamt uit de tijd van de eerste Kelten en de Chinezen hadden in die tijd ook al hangsloten. Da’s dus al weer een tijdje geleden. Volgens een “oude legende” wordt je liefde bezegelt door een hangslot ergens vast te ketenen waarna de sleutel over de schouder in de rivier wordt geworpen. Eeuwige verbondenheid van de geliefden is daarna een feit. Mooi hè? Dat Federico Moccia de legende pas in 2006 opschreef in z’n boek veranderd niets aan de verbeeldingskracht en de symboliek van het ritueel.



De derde lantaarnpaal van de Ponte Milvio over de Tiber in Rome had er na het verschijnen van het boek maar druk mee. Het duurde niet lang of er verschenen de eerste hangsloten aan deze paal. Op 13 april 2007 brak de lamp af door het gewicht van de vele hangsloten en sindsdien mogen er geen hangsloten meer op de gerestaureerde lamp gehangen worden.

Maar was Rome de eerste stad met een hangslot-traditie? Het antwoord is: Nee. Vele steden over gehele wereld waaronder Parijs, Moskou, Stockholm, Rotterdam en Tokyo gingen voor. Waar en waneer de legende haar wortels heeft is onduidelijk. Zover bekend is de plaats Pécs in Hongarije de plek waar de (opleving van de) legende begon. Hier worden al sinds 1980 hangsloten opgehangen door geliefden.


versneden verhalen





Iedereen heeft wel eens een opstel moeten schrijven waarbij je een (al dan niet) gelezen boek van de literatuurlijst moest ontleden met de hoop op een goed cijfer.
Georgia Russell heeft dat gegeven wel erg letterlijk genomen. Ze verknipt en versnijdt boeken tot kunstwerken met alle waardering van dien. Heiligschennis! zullen sommige bibliofielen zeggen, maar dat ben ik nu eens niet met ze eens. Het is één van de mooiste manieren om een boek te vernielen die ik ooit heb gezien. De boeken komen door haar speciale werkwijze tot leven. Het worden bijna levende organismen die een kijkje onder hun linnen oppervlakte geven. De transformatie van boek tot kunstwerk kost enorm veel tijd en geduld. Met een scapel bewerkt ze ieder boek alsof het een patiënt is. Daarbij lijkt het de ene keer alsof een licht briesje het boek uit z'n verband heeft geblazen en de andere keer alsof het boek z'n band ontgroeit met uitzinnige schoonheid van uiteindelijk toch doodgewoon papier. Het is maar goed dat het gevangen zit onder een glazen stolp.

edelstenen abc






Dit is niet zomaar een verzameling stenen. Nee, hier staat  Frumingelo geschreven.  Het  systeem van boodschappen in edelstenen uitgedrukt is bedacht in het victoriaanse Frankrijk. Niet in alle talen is het edelstenen abc samen te stellen. Zo ontbreken in het Nederlands meerdere letters. Het Engels is wel heel compleet.
Het mineralen alfabet heeft wel iets geheims en romantisch en is heel wat verfijnder dan de gouden blingblinghangers van tegenwoordig. Daarom werden verlovingsringen met Regards (Ruby, Emerald, Garnet, Amethyst, Ruby, Diamond, Sapphire) of Love (Lapis lazuli, Opal, Vermarine, Emerald) destijds veelvuldig gemaakt. Het idee is gewoonweg briljant.

Gevederde vrienden





Daar gaat ie dan. Hop de lucht in. Geen moment denkt een vogel na over hoe hij in de lucht moet blijven. Hij doet het gewoon. Nadenken over zulke onderwerpen is meer iets voor mensen. We hebben altijd al willen vliegen en nu we het kunnen blijkt uit onderzoek van hoogleraar evolutionaire mechanica John Videler uit Groningen dat de vliegtechniek van vogels veel complexer in elkaar steekt dan we ooit vermoed hebben. Tijd voor een uitleg van de nieuw verworven kennis in vogelvlucht.


Vogels kunnen bijzonder goed wenden en keren in de lucht. Ook de start of landing van een vogel is niet afhankelijk van een lange landingsbaan. Ze vliegen gewoon aan en gaan daarna net zo rustig weer op een tak zitten alsof het niks is (tenzij het een Houtduif betreft). Videler ontdekte samen met collega’s dat aan de randen van de vleugels kleine draaingen in de lucht ontstaan. Deze draaikolkjes zorgen voor extra opwaartse stuwing waardoor de vogel makkelijker in de lucht kan blijven. Zonder al deze luchtdraaingen zouden de meeste vogels uit de lucht moeten vallen na de eerste scherpe bocht. Tenminste als je de oude theorie van de aërodynamica er op na slaat.


Het uiteinde van een vogelvleugel heeft een scherpe kant waarmee ze de lucht alsware aansnijden en wervelingen creëren. De vogel word daardoor opgetild. Op het moment dat de vogel z’n vleugels echt spreidt ontstaan er weer andere wervelingen die rem- en bochtenwerk mogelijk maken evenals een beheerste landing. Ieder deel van de vogelvleugel heeft hierbij z’n eigen specifieke doel. Dynamische bewegingen zijn in vliegtuigvleugels nog niet mogelijk, maar er bestaan vliegtuigen met verstelbare vleugels. We beginnen er dus al wat meer van te snappen al tasten we voor een groot deel nog in het luchtledige.

Vrouw Holle





Wie is toch dat oude vrouwtje dat in haar wereld onder de waterput de kussens schud en het laat sneeuwen op de wereld boven haar? De gebroeders Grimm verzamelden volksverhalen waaronder die over Vrouw Holle. Deze verhalen zijn veel ouder van oorsprong, en dragen daardoor overblijfselen in zich van oudere kennis en mythologie. Is Vrouw Holle wellicht meer dan dat gezellige grootmoedertje met blozende appelwangen? In de volksverhalen gaat het niet enkel over Vrouw Holle, maar ook over Hell, Holla en Holda. Dat zijn de oudere versies van deze sprookjesfiguur. Laten we deze gezichten van Vrouw Holle eens een voor een afpellen.

Hell was de Noorse Godin van de onderwereld. Het land van de doden was haar koninkrijk. Iedereen die niet op het slagveld was gestorven kwam in haar rijk terecht en zij had de taak ze onderdak geven en voeding. Ze waakte daarnaast over de zielen van ongeboren kinderen. Voor men geboren wordt, verblijft men in het rijk van Hell en na het sterven keert men daar naar terug. De overeenkomst met vrouw Holle is het onderaardse rijk het zorgen voor eten (broden bakken en appels schudden) en het vermogen om mensen vanuit haar onderaardse rijk terug te laten keren naar de aarde. Dat de hel een afschikwekkende plek was is later verzonnen door de katholieke kerk. Het bestaan van de hel staat geeneens in de bijbel.


Holda is de Germaanse godin van vruchtbaarheid, de doden en van het nieuwe leven. Haar naam betekent 'goed', van het Duitse 'hold'. Vooral in Duitse gebieden staat ze onder deze naam bekend. Andere namen in Duitsland zijn Vrouw Holle ('Goede vrouw'), Holla en Hel. Holda is de vrouw van Wodan. De wilde jacht met Vrouw Holda aan het hoofd vindt meestal plaats rond de periode van Joele-Nieuwjaar, dan rijdt ze door de lucht met een troep Holden (wilde geesten). Daar waar haar groep de velden raakt dragen deze het jaar daarna de grootste oogst. De twaalf donkere dagen (of de dertien nachten tussen kerstdag en driekoningen ) zijn aan Holda gewijd, dan mag er niet gespind of getrouwd worden. Holda straft de luiaards en beloont de mensen snelst en mooist kunnen spinnen met rijkdom en geluk. Volgens legenden bewoonde Holda een berg die door een haan werd bewaakt. Deze haan kondigde de komst van de nieuwe dag aan. De haan en het onderaardse verblijf zijn wederom duidelijke overeenkomsten met Vrouw Holle. Ook het straffen en schenken komt overeen.

Het is dus duidelijk niet de een, of de ander, maar een soort collage van maskers waarachter de ware aard van vrouw Holle schuil gaat. Een verzameling mytische godinnen verzeild geraakt in een sprookje over het belonen van vlijtig werken en het straffen van mensen die lui, gierig, egoïstisch of onvriendelijk zijn.


Tyukanov Sergey




    
Sergey Tyukanov werd in 1953 geboren in het oosten van Rusland. Hij studeerde in Sint Petersburg en werkt vandaag de dag vanuit Kaliningrad, een Russische enclave aan de Oostzeekust. Hij is schilder, graficus en tekenaar. En een bijzonder begaafde kunstenaar. Het bijzondere dat mij opviel was dat deze Rus een voorliefde voor Nederlandse meesters heeft. Zijn werk geeft een fantasierijk vervolg aan de wondere werelden van Jeroen Bosch, Pieter Breughel en Escher. Ook de schaatsschilderijen van Hendrik Avercamp heeft deze Rus een verrassende eigen draai gegeven. Met oog voor detail en een groote portie vakmanschap komen de intrigerende creaties tot leven. De verfijning van de etsen, tekeningen en aquarellen zorgt ervoor dat je iedere keer weer iets nieuws kan ontdekken. Het zijn daardoor echte cadeautjes voor het oog.



Het motto van Sergey Tyukanov luidt als volgt: “Iedereen heeft zijn of haar eigen idee van de wereld. Een kunstwerk is het venster van de kunstenaar, die de gelegenheid heeft zaken te creëren, die in de werkelijkheid onmogelijk zijn. Mijn wereld is de wereld van de metamorfose en de paradox, die voor mij de werkelijkheid zijn en die werkelijkheid toon ik in mijn werk. Ik houd ervan verrast te worden. Ik houd ervan mijzelf te verbazen. Creativiteit moet inspireren en creativiteit opwekken. Ik nodig u uit te reizen in de wereld van mijn fantasieën.”



En dat is dan ook precies wat je hier kan doen.

Xylotheek





Al eerder schreef ik iets over het aanleggen van een herbarium en dat het pletten van een gehele boom niet tot de opties behoorde. Er is echter wel iets anders. De Xylotheek. Het woord xylotheek betekent letterlijk hout (xylon) –bewaarplaats (theke).


De Nederlandse apotheker Albertus Seba (een bekende van Tsaar Peter de Grote) is waarschijnlijk de eerste houtverzamelaar van Nederland geweest. In de tweede helft van de I8e eeuw bereikte de belangstelling voor de natuurwetenschappen, een hoogtepunt en schoten de rariteiten- en naturaliënkabinetten als paddestoelen uit de grond. Voornamelijk onder de gegoede burgerij was het 'bon ton', om een collectie te hebben. Nu waren er onder hen natuurlijk ook idealisten en natuurliefhebbers. Deze groep trachtte onder andere om de natuur in al haar veelvoudige schoonheid vast te leggen en te ordenen. Dit resulteerde in herbaria, maar ook in een andere boekvorm waarin de kennis over bomen en hout centraal stond. De xylotheek was geboren. Nog voor Linneaus zich er mee ging bemoeien waren namen van bomen en hout niet goed bekend en werden zij vaak door elkaar gehaald. Daarom vervulden de houtverzamelingen in die tijd zuiver een educatief doel. Een serie bestond gemiddeld uit 100 tot 200 boeken maar dergelijke collecties kunnen soms ook een geweldige omvang hebben. Zo bestaat de Xylotheek van Peter de Grote (daar heb je ‘m weer) uit meer dan duizend delen. Ook in Nederland zijn drie xylotheken bekend, al waren het er ooit minstens zes.


Elk boek was vervaardigd uit de specifieke houtsoort van de betreffende boom en bestond uit twee open dozen die scharnierend met de open zijden op elkaar bijeen werden gehouden door leren strippen. De rug van het boek was belegd met de schors van de desbetreffende boom met daarop soms korstmossen of een stukje klimop. Op de rug van ieder boek werd ook een plaatje bevestigd met daarop de gangbare naam van de boom, de wetenschappelijke botanische naam in latijn en een bandnummer. Boomsoorten die zelf onvoldoende hout leverden om de dozen ervan te maken werden vervaardigd van naaldhout.

Een openliggend boek bevatte een blad papier met daarop een korte beschrijving van de houtsoort en uiteraard een lijstje met wat er allemaal in het boek te zien was. Het boek bevatte verder allerlei monsters van de betreffende boomsoort. Alle onderdelen hadden een eigen nummer en lagen op een bedje van gedroogd mos. Plantenmateriaal, zoals een kiemplant, zaden, bladeren, twijgen, bladknop, bloem, een stukje twijg, een vrucht, hars een stukje wortelgestel, kleine doosjes met pollen of as en natuurlijk een blokje om het hout te tonen ontbraken niet. Soms werden ook nog insecten toegevoegd die op of in de betreffende boom leven.


Xylotheken zijn wonderschone houten tijdcapsules met veel oog voor detail. De makers hadden wat dat betreft zeker geen plank voor hun kop. In een Xylotheek klopt er juist wèl een hout van.

hundertwasser

Schilder, graficus, architect en ecoloog. Het komt eigenlijk nooit voor dat iemand dit in zich verenigd. Toch was deze combinatie juist hetgeen Friedrich Stowasser, beter bekend als Hundertwasser ("sto" betekent in slavische talen 100) zo uniek maakte. Deze gedreven man verzon vele concepten die tegenwoordig omarmd worden bij duurzaam en Cradle to Cradle bouwen. Door als een moderne Gaudí keramiek en weelderige plantengroei te combineren maakte hij wonderlijke, fantasierijke gebouwen, vaak bekroond met een uivormig torentje, dat zijn handelsmerk was. Hij was verder bekend om zijn organische vormen die zich afzetten tegen de hokjes mentaliteit van de gevestigde architectuur. Niets dat krom kon zijn werd recht aangelegd en alles moest en zou ook kleurig zijn. Wat dat betreft maakte hij geen onderscheid tussen schildersdoek of bouwmateriaal. Dit alles moest zorgen voor een gebouw dat als een jas om de bewoners heen zou passen. Om dit nog te versterken gooide hij er ook nog wat filosofie tegenaan. Zo bedacht hij een concept dat huurders het recht hadden om dat deel van de gevel naar eigen smaak te veranderen dat ze uit het raam leunend bereiken kunnen. Toen ecologie een steeds grotere rol ging spelen in zijn ontwerpen kwam hij op de proppen met de boomhuurder ( iedereen zijn eigen zuurstof en schaduw op het balkon), de hangende waterzuivering met waterplanten en de oogsnede (til het landschap op en schuif er een gebouw onder in de vorm van een oog). Allemaal concepten op basis van buitengewoon krachtige ideeën. Het bleef gelukkig niet bij ideeën. Veel van zijn ontwerpen zijn daadwerkelijk uitgevoerd. Hiermee droeg Hunderdwasser op zijn geheel eigen wijze bij aan een kleurige leefomgeving waar het goed toeven is.

puzzelen met organen


Dissectie was lange tijd een vast onderdeel van de biologieles. Nog veel mensen zullen zich het ontleden van een koeienoog of kikker nog levendig voor de geest kunnen halen. Onder de noemer "destructie komt voor constructie" is er al een heleboel dierlijk weefsel aan kleine stukjes gesneden. Dissectie heeft tot doel door eigen waarneming de ordening en onderdelen van een organisme te achterhalen. Door die ontrafelende werkwijze zijn velen geboeid geraakt door de wonderlijke veelvormigheid van de natuur. Helaas zijn er even zoveel mensen die een acute afkeer opliepen. Daarbij komt nog dat het opensnijden van een dier veel meer etische bezwaren oproept dan het halveren van bijvoorbeeld een meloen. Nu is er natuurlijk wel een verschil. Met die meloen voelen we veel minder verwantschap. Op een of andere manier leeft iets wat een vaste standplaats heeft en plant genoemd wordt minder. Nee, een organisme zonder wortels en met ogen, een bek en poten, die leeft pas echt. Nee dus. Het etische bezwaar zit dieper in onze beleefwereld.

Iets dood maken voor educatieve doeleinden is tegenwoordig not done. En dat terwijl een van de founding fathers van de natuurbescherming , Jac P. Thijsse, juist het in alle facetten beleven van de natuur en haar vele kanten centraal zette in zijn boeken. De rauwe realiteit is dat we tegenwoordig niet meer al onze zintuigen inzetten bij het waarnemen van onze omgeving. Kijken is leuk, voelen onhygienisch en ruiken vaak vies. We doen het dus ook maar niet meer. Dissectie komt nog uit de tijd dat het een aanvulling was op hetgeen de kinderen zelf al ontdekten. het rijtje kennen, kennis en kunde houdt nu al op vóór het kennen. Met die kennis op zak is er nog een flinke sprong te maken voordat je een kikker opensnijd. Tijd om naar buiten te gaan dus.

AC - Engelenmeer

vogelnestjes soep

  
Wim Sonneveld had ze moeten waarschuwen. Waar is toch die tijd gebleven waarin klipzwaluwen gewoon grotten uitkozen voor het maken van hun spuugnesten. Het hele plaatje valt uiteen als je weet dat ze wonen in betonnen dozen, vogelapartementen met het uiterlijk van een spookstad.



Eerst maar het traditionele beeld. De zwaluwen nestelen o.a. in de grotten van Niah en in de grotten van Koh Phi Phi Ley en gebruiken hun speeksel als cement voor hun van plantenmateriaal gemaakte nest. Het speeksel komt uit speekselklieren onder de tong. De nesten worden met de nodige waaghalzerij geoogst door ze van het plafond van de grotten af te steken. Maar dat is het waard. De plantaardige delen van het nest worden daarna voorzichtig verwijderd. Het spul dat overschiet wordt gekookt in bouillon en deze zachte, smakeloze spuugslierten worden vervolgens voor veel geld in dure restaurants geserveerd als lustopwekkend middel. De vogelnestjes hebben de naam de mannelijke seksuele appetijt op te drijven, je vermagert ervan, het versterkt de immuniteit en het is een verjongingsmiddel. Vogelnestjessoep om van te smullen dus! O ja, er gaan ruim 100 nesten in één kilo vogelnestspuug. Onthoud dat even.


Maar ja daar bleef het dus niet bij. De klipzwaluw heeft na eeuwen de mens ontdekt. Toen in 1997 een aantal zwaluwen zich vestigden in een duistere bovenverdieping van een huisje in Pak Phanang begon het begin van een vreemd verschijnsel. De zwaluwen bleven omdat het van insecten vergeven mangrovebos zo veel dichter in de buurt was. Toen mensen lucht van kregen van de vestiging van de zwaluwen was een lucratieve handel geboren en werden er in het dorp overal voorzieningen getroffen. Vijfhonderd mensen verhuisden en er werden zelfs speciale vogelappartementen uit de grond gestampt voor een fiks bedrag. Donker, vochtig, hoog, koel en somber moet het er zijn. Net zoals in een grot. Met vogelgeluiden worden de “gasten” gelokt. Deze gasten moeten echter wel om de zoveel tijd hun eigen, bijeen gekweelde, nest afstaan om te mogen blijven. De oogst kan oplopen tot 20 kilo per maand. Dat zijn dus 24.000 nesten per jaar uit één gebouw met vogelappartementen en er staan er meer dan driehonderd. Als die berekening echt klopt dan lijkt me dat meer dan voldoende om de lusteloosheid van een hele natie te bestrijden.

Related Posts with Thumbnails