kanarie in de kolenmijn
Kanaries en kolenmijnen zijn een bijzondere combinatie. In vroeger tijden namen de mijnwerkers kanaries mee om te waarschuwen voor brandbaar mijngas (methaangas) en giftig koolstofmonoxide gas. De kanaries gingen namelijk al bij kleine concentraties van het gas van hun stokje. Omdat mijngas lichter is dan lucht hingen ze het kooitje van de kanarie aan het plafond van de galerij waar ze aan het werk waren. Kwam het dodelijke gas vrij tijdens de winning van de kolen dan stierf de kanarie, maar hadden de mijnwerkers nog een korte tijd om zich uit de voeten te maken voordat de zaak ontplofte (In eerste instantie gebruikten ze lampen met een onbedekte vlam), dan wel dat de koolstofmonoxide hen verstikte. Zonder de kanaries zouden er in de mijnen veel meer slachtoffers zijn gevallen. Dit laatste en het feit dat een zingende kanarie ook een prettig gezelschap zal zijn geweest in de verder pikdonkere mijn, maakte dat zelfs de geharde steenhouwers zich konden hechten aan 'hun' kanarie. Een aandoenlijk bewijs is deze kanarie, genaamd Little Joe, die maar liefst drie jaar lang zijn bijzondere werk voor de de kolen kappende arbeiders uitvoerde. Op 3 november 1875 liet hij het leven, tot groot verdriet van die keiharde werkers. Hoe grof en onbehouwen ze ook ooit afgeschilderd worden, ze hadden een groot hart voor een klein vogeltje.
Cista mystica
"Er was eens een boer in Palestrina...." Zo zou een sprookje over de Cista mystica kunnen beginnen, maar dat doet het niet. De Cista mystica die we als zodanig kennen (zie bijgevoegd exemplaar) is waarschijnlijk dan ook niet de gedoodverfde 'Kist der Mysteriën' waar men al eeuwen naar op zoek was, maar meer een kunstig samengestelde falsificatie. Tenminste, zover je een voorwerp, waarvan men niet zeker is hoe het er uit zou moeten zien, kunt namaken. Wellicht een beetje warrig begin van een stuk over de Cista mystica, maar echt heel helder is het verhaal dan ook niet.
De Cista mystica is een bronzen container waarop meerdere scènes gegraveerd staan. Afhankelijk hoe je het bekijkt zijn het de dood van Astyanax, de dood van Neoptolemos, of het offer van Iphigenia. Op basis van een van deze scènes, een slang in een mand, werd door Charles Townley (1753-1805), de eigenaar, aangenomen dat deze doos iets te maken zou moeten hebben met de Eleusinische mysteriën. In hun hoogtijdagen vormden de Eleusinische mysteriën in Griekenland en het Romeinse Rijk een belangrijk religieus instituut, maar de inwijdingsriten werden voor het grootste deel geheim gehouden. Een onderdeel van de Eleusinische mysteriën was een mand of kist die eenvoudige voorwerpen met symbolische betekenissen bevatte (uiteraard verboden voor niet-ingewijden). Na vasten en het drinken van een geestverruimende drank genaamd kykeon ontving degene die de inwijdingsriten onderging een voorwerp. Dit voorwerp werd uiteindelijk in een kist geplaatst; de Kist der Mysteriën.
Even terug naar de boer. Deze boer zou de Kist der Mysteriën gevonden hebben, tezamen met nog enkele voorwerpen, op de site van de tempel van Fortuna Primigenia bij Palestrina. Echter, ze zijn in feite van verschillende data en waarschijnlijk uit een of meer graven. De eerste eigenaar waar de Cista mystica eind 18e eeuw opdook was een zilversmid uit Rome. Deze claimde de kist gekocht te hebben van de boer, maar inmiddels is wel duidelijk dat hij hier en daar het mystieke voorwerp onderhanden had genomen voordat hij het verkocht aan Charles Townley. Het kunstige voorwerp belandde uiteindelijk bij het British Museum. Daar werd het grondig onderzocht. Vandaag de dag zijn de geleerden er over eens dat de door Townley gekochte kist in feite een container voor cosmetische artikelen moet zijn geweest. Hoe een echte Kist der Mysteriën er uit ziet en of deze nog ooit opduikt, blijft daarmee een mysterie.
hoedenmaker
De eerste hoge hoeden uit de 16e eeuw waren van een heel ander slag. Het materiaal dat voor deze eerste generatie hoge hoeden werd gebruikt was vilt gemaakt uit beverbont. Aangezien de Latijnse naam voor de bever Castor Fiber is werden de hoeden Kastooren genoemd. Veel meer dan tegenwoordig besteedden mannen hun tijd in de buitenlucht, waardoor hun hoed goed bestand moest zijn tegen alle natte elementen van het weer. Het belangrijkste aan een goede hoed was dat hij zacht aanvoelt, door overmatige lijm niet te hard is, geen water opzuigt en daarnaast schoon en duurzaam zwart is. De waterdichte eigenschappen van beverpels waren ideaal voor het maken van dergelijke stijlvolle hoeden. Er is niet heel veel bekend over de samenstelling van een Kastoor-hoed. Het weinige dat ik heb kunnen vinden komt uit het boek “volledige verhandeling der manufaktuuren en fabrieken” door Johan Hendrik Gottlob van Usti uit 1782 (en later door een kritische hoogleraar voorzien van menig scherpe voetnoot), vertaald uit het hoogduits en gedrukt in Utrecht. Het blijkt dat er hoeden bestonden die geheel uit bevervilt waren gemaakt, maar dat het maken van dergelijke hoeden een hele toer was omdat je niet zo maar van beverhaar vilt kon maken. Het leuke van het boek is dat in de voetnoten deze bewering wordt tegengesproken. Onze kritische hoogleeraar tekent aan dat je makkelijk vilt van beverhaar maakt, maar dat dit niet gedaan wordt omdat het te duur is. Aangezien het boek uit de nadagen van de Kastooren stamt kan dit heel goed kloppen. Bevers waren gewoonweg een schaars goed geworden. Verder meldt het boek dat er Heele Kastooren bestaan met veel beverhaar met daarnaast fijne wol van konijnenhaar en hazenhaar, aangevuld met 'Struiswolle' (geen wol van de struisvogel, maar een soort vilt van oostenrijks geitenhaar) en kameelhaar Er bestonden ook Halve Kastooren met minder beverhaar en Kwart Kastooren zonder zelfs helemaal een enkele beverhaar.
Hoogtepunten van het huwelijk
![]()

Logisch of niet; tot aan je 15 jarig huwelijk is er ieder jaar minimaal een feestje te vieren met degene waaraan je je hart hebt verpand. Daarna zul je het met om de 5 jaar moeten doen (tja, alles wordt minder met de jaren). Ieder "huwelijkshoogtepunt" heeft een grondstof, mineraal of metaal als benaming. Hoe deze namen of hun volgorde tot stand zijn gekomen is geheel in nevelen gehuld. Het is zo onduidelijk zelfs dat er meerdere varianten bestaan waaronder zelfs een waarbij het uiterst radioactieve radium voor de 70e huwelijksviering wordt opgevoerd. Deze speciale versie is zeker voor een zeer stralend echtpaar dat niet uitgaat van een eiken uiteinde.
Ortholaan

Het lezen van dit verhaal kan je nekharen doen rijzen, maar wellicht (onbedoeld) ook je smaakpapillen prikkelen. Het hele gebeuren rond ortolanen is sowieso een excentriek gebeuren.
De ortolaan is beroemd vanwege zijn status als delicatesse. In vroegere tijden was het eten van deze vogel enkel voorbehouden aan Romeinse keizers en andere wereldleiders. De vogel wordt voornamelijk gewaardeerd om zijn delicate, sappig vette vlees, een lekkernij voor smulpapen.Veel vlees zit er overigens niet aan. De ortolaan weegt ongeveer 25 gram en is niet groter dan circa 15 centimeter.
De vangst van de ortolanen gebeurt tijdens de trek van augustus tot eind september, op kleine braaklandjes in de akkers en maïsvelden. Voor de vangst worden gevlochten vangnetjes van ijzerdraad gebruikt. De slagnetten met eronder graan staan op de grond. Lokvogels moeten de overvliegende ortolanen tot landen bewegen. Als een ortolaan onder het slagnet komt klapt deze naar beneden en wordt de vogel levend gevangen.
Om zoveel mogelijk ortolaan te kunnen eten worden ze eerst vet gemest in een verduisterde doos of kooi. De ortolaan is gewend in het schemer te foerageren en door het duister (soms nog met wat kaarslicht) blijven ze actief eten. Na enkele weken op witte gierst, druiven en vijgen hebben de ortolanen tot wel vier keer hun normale grootte bereikt. De techniek van het vetmesten is al erg oud en stamt hoogstwaarschijnlijk nog af van de decadente koks van het keizerlijke Rome.

De volgende stap is het doden van de ortolaan. Dat gaat op een andere manier als het doden van een kip. Met een steek van een stopnaald in het achterhoofd en een grote dosis van de sterke drank Armagnac wordt de vogel gedood. Daarna worden de veertjes van het lijf geplukt. Al het andere van de vogel blijft erin en aan zitten. Pootjes, snavel, botjes, organen, hartje, kraaloogjes; echt alles.
De bereiding van de vogel is eigenlijk heel simpel en kost niet meer dan een minuut of acht. Een oven wordt goed heet gestookt en de ortolaan wordt hierin geroosterd. Daarna wordt de vogel opgegeten volgens een uitgebreid en vaststaand ritueel. De ortolaan wordt opgediend op een ruim bord. Eerst moet de eter het hoofd bedekken met een gesteven traditioneel geborduurde linnen servet die zó gedrapeerd wordt dat bord en eter aan het zicht onttrokken worden. Het servet heeft meerdere doeleinden; het behoud en concentratie van de vrijkomende aroma’s, het onttrekken van het onsmakelijke gekauw en de bijbehorende rommel zoals gespat, betere concentratie op de exquise dis, het onttrekken van de illegale activiteit voor omstanders en als laatste het verbergen van de zondige vraatzucht van de gastronoom voor god. Het servet is dus een essentieel onderdeel.
Wanneer de ortolaan voldoende is afgekoeld kan het langzame kauwen beginnen. Gedurende een kwartier wordt er met volle aandacht op de vogel gekauwd zonder grotere vaste onderdelen door te slikken. Hierbij schijnen de meest bijzondere smaken vrij te komen. Het vlees is blijkbaar sappig en vet, terwijl de ingewanden smeuïg zijn. De smaken worden omschreven als ware het eten van een ortolaan een uitgebreide wijnproeverij. Dat zal voor een deel ook wel komen door de vrijkomende Armagnac. Nadat de vogel geheel is uitgekauwd blijft er natuurlijk nog voldoende over dat zelfs na zolang kauwen niet klein te krijgen is. Dit wordt in het bord terug gespuugd. Daarmee is het eetritueel beëindigd.
Het vangen, vetmesten en eten van ortolanen is niet echt diervriendelijk te noemen*. Bovendien is dit exquise hapje illegaal. De ortolaan is namelijk een zeldzame vogel en daarom zwaar beschermd. Ondanks dat wordt de ortolaan nog steeds in sommige delen van Frankrijk gegeten. Daar wordt het eten van ortolanen nog bedekt met het servet der schaamte.
*Al moet ik daarbij opmerken dat het opfokken van vleeskippen inclusief de bijbehorende industriële slacht ook niet echt een pretje te noemen is.
vissenhelm
Er was eens een krijgslustig vissersvolk......Zo zou het sprookje kunnen beginnen dat hoort bij het verhaal van het onstaan van de vishelm. De vishelm heeft namelijk niets te maken met het belang van de helm bij het vissen (zie hiervoor de uitleg door Bert Visscher) maar alles met krijgskunst op Christmas Island, de thuisbasis van de Kiribati (uitspraak: 'kiri-bass'). Even voor de goede orde; Christmas Island ligt ten zuiden van Hawaii in het deel van de wereld dat Micronesia heet en heeft drie grotere woonplaatsen: Parijs, London en Poland. Ondanks deze noordelijke plaatsnamen is het een sprookjesachtig bounty-eiland met bijna meer blauwe lagoons dan land. Kiribati is het enige land ter wereld dat zowel op het noordelijke, zuidelijke, oostelijke als westelijke halfrond ligt. Omdat het eiland meer zee dan land heeft was het hoofdvoedsel van de oorspronkelijke bewoners vis. De Engelsen die de eilanden in dit deel van Oceanië veroverden troffen trotse met vis bepanserde krijgers. Want wie wil er nou niet in een sprookjesachtig stukje paradijs wonen?
De helm van de Kiribati-krijger is gemaakt van een grote soort egelvis die vaak ook nog giftige stekels hebben. De vis blaast zich op bij gevaar en heeft een hard uitwendig skelet. Als je dit alles uitholt is het dus een uitstekend stevige helm. Het "zwaard" is gemaakt van koraal, wat het een geducht wapen maakt; koraal is nogal scherp. Het wambuis is gemaakt van kokosnootvezel wat het net zo stevig maakt als een ouderwetse deurmat. De Engelsen waren na hun verovering zo nieuwsgierig dat ze een deel van de mooiste voorwerpen mee namen naar Engeland. In het Pitt Rivers Museum is daarom nog steeds de meest uitgebreidde collectie met originele Kiribati voorwerpen te bewonderen. zo is ver weg toch stiekem heel dichtbij.
holi: maartfeest
Holi is ondanks alle intense feestdrukte ook een tijd om tot bezinning te komen en aan de medemens te denken. Daarbij worden ook op persoonlijk vlak de jaloezie en haat uitgebannen om met een nieuwe lei en samen met de omgeving aan een harmonieus nieuw jaar te beginnen.



