Zo gedacht, zo gedaan. Exemplaren van de families Limnephilidae, Leptoceridae, Sericostomatidae en Odontoceridae werden gevangen en op zachthandige manier uit hun natuurlijke huisjes gezet. In hun nieuwe onderkomen vonden de Kokerjuffers nieuwe materialen, om te beginnen goudvlokken. Hiermee konden de sieraden in spe een nieuw bouwsel maken. Om dat te doen verbindt de larve de materialen met een zijden draad. Door een spiraalvormige beweging te maken creëert de larve zijn koker. Het materiaal wordt vastgezet en de binnenkant bekleed met zijde. Wel zo fijn voor het weke lijf wat de koker beschermt. Door ook kralen van turkoois, opaal, lapis lazuli en koraal, alsmede robijnen, saffieren, diamanten, parels en kleine staafjes goud aan te bieden, verfraaid de Kokerjuffer zijn koker op natuurlijke en magnifieke wijze. Dat een menselijke kunstenaar ze daarbij helpt en ietwat stuurt doet niets af aan het wondermooie zo niet schitterende resultaat.
De Kokerjuffer is zoals gezegd een larve. Ze leeft ongeveer een jaar onder water waarna ze zich verpopt. Na het verpoppen zwemt de vlinder naar de oppervlakte. De schietmot die verschijnt is een effen bruin of grijs gekleurde vlinder die zich voortplant en binnen enkele weken sterft. Het is een zomaar grijs einde voor een in kunde groot bouwmeester en mozaiekkunstenaar. Het bevestigd maar weer eens dat het niet alles goud is wat er blinkt.

















Engeland en follies is net zoiets als Nederland en molens. Waar Nederland vol staat met vele soorten molens voor wind en water, daar wemelt het op de statige engelse landgoederen van de follies. Follies (van het Engelse folly: gekheid, idioterie, jolijt) zijn echter, in tegenstelling tot de Nederlandse molens, helemaal niet nuttig. Een follie is dan ook een bouwwerk dat vooral decoratief van aard moet zijn. Omdat de smaken daarover nogal verschillen lopen de gebouwde follies uiteen; van met voorbedachte rade gemaakte ruïnes tot chinese pagodes. Bloeitijd van de follie begon aan het begin van de 17e eeuw en zou daarna nog ruim 200 jaar aanhouden. Een maf gebouw in de achtertuin is schijnbaar van alle tijden, de populariteit van de engelse landschapsstijl hielp natuurlijk ook een handje. Met name in de negentiende eeuw was het een 'mode' om op een landgoed enige romantische elementen te laten bouwen. Het enigste wat de klant moest doen, was uitzoeken welk bouwwerk of andere decoratief element opgenomen moest worden bij de aanleg van het landgoed. Hiervoor waren speciale tuinboeken op de markt. Hierin stonden naast de genoemde folly's ook tuin- en laanontwerpen en andere decoratieve elementen zoals poorten en beelden. Een 18e eeuws staaltje "u vraagt, wij draaien". Heel handig voor de dik in het geld, maar niet in de vrije tijd zittende landgoedeigenaar.


