Posts tonen met het label Zoogdieren. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Zoogdieren. Alle posts tonen

pascal bernier





Pascal Bernier

walvisjacht





Ooit was het vangen van een walvis van levensbelang voor lokale gemeenschappen in de koudere regionen van onze planeet. Het vangen van een walvis was toentertijd ook een ongemeend gevaarlijke onderneming. Men liet het dan ook wel uit het hoofd om meer walvis te vangen dan men echt nodig had voor eigen consumptie en wat bijproducten waar ruilhandel mee gedreven kon worden.
Schepen en vangmethoden verbeterden echter na de industriële revolutie, waardoor het vangen van een walvis vele malen makkelijker was, veel meer avontuurlijk dan echt gevaarlijk. Dit maakte de weg vrij voor een grotere walvisvangst dan nodig voor lokale behoefte. Walvistraan, baleinen (voor korsetten) en bijvoorbeeld walvisbraaksel als basis voor parfum werden echte walvis-producten waar ook nog eens veel vraag naar was ook.  De walvissen werden hierdoor zo bejaagd dat ze uitgestorven zouden zijn, maar dat gebeurde niet. Al rond 1670 waren rond de Noordpool zo weinig walvissen dat de schepen moesten uitwijken naar andere gebieden. De walvisjacht rond de Noordpool werd commercieel gezien te duur en verlegde zich uiteindelijk naar de zuidpool.
De walvisjacht nam geleidelijk af, maar kende zowel na de eerste als na de tweede wereldoorlog een flinke opleving omdat er aan veel grondstoffen (vooral oliën en vetten) een tekort was. In 1946 was men er echter van doordrongen dat de hoeveelheid walvissen niet oneindig was en werden er quota tussen de landen afgesproken. In 1983 was men er van doordrongen dat ook quota de walvis niet voor uitsterven zouden behoeden. Enkel jacht vanuit wetenschap en traditionele jacht wordt vanaf dan nog toegestaan. De Noren en IJslanders trekken zich niets van de regels aan en jagen nog steeds, de Japanners jaagden jarenlang in naam van de wetenschap, maar ook dit is als het goed is tot een einde gekomen.
Gelukkig hebben we vandaag de dag geen walvis nodig voor een luxe paraplu of een dirigeerstok met een lekkere zwiep. Walvistraan wordt al lang niet meer als olie van de straatlantaarn gebruikt, laat staan als basis voor margarine. We moeten de walvis dus gewoon met rust laten. Kunnen we ook nog tot het einde van onze beschaving onze kinderen lekker het bed in blijven Jonassen.

Een keur aan eieren


Eieren zijn bijzondere producten van de natuur. Ze bevatten in potentie nieuw vogelleven en in het geval van een kwartel- of kippenei de belofte van een lekkernij in de dop. Wat mij altijd gefacineerd heeft zijn de vele verschijningsvormen van de eieren. Nu kun je natuurlijk niet van een winterkoninkje verwachten dat deze een ganzenei produceert, maar dan nog. Er zijn zoveel verschillende eieren. De een met een ingenieus stippen patroon, de ander weer fel van kleur. Van Bijna rond ovaal tot sterk conisch toelopend, ze bestaan allemaal. Het grootste ei is van een struisvogel, het kleinste van een kolibri, het meest ronde ei wordt geproduceerd door schildpadden (het zijn net pinpongballen), Het vreemdste dier dat eieren legt is uiteraard het vogelbekdier (plakkerige leerachtige eieren). Als het over vreemde eieren gaat winnen de vissen, maar laat ik het voor nu even bij de dieren met poten en stevige eieren houden die voor hun eieren iets van een nest bouwen. Al kun je dat laatste voor de niet-vogels met een korrel zout nemen. Of  in het geval van de schildpad en de krokodil met een korrel zand. Deze dieren begraven hun kroost voor de geboorte onder de grond. Gelukkig zijn wij een beschaafde soort en doen we dergelijke dingen enkel met onze doden. Maar ja, al die veelvormigheid van ei tot nestplaats heeft uiteindelijk tot doel om zoveel mogelijk kans te geven aan nieuw leven. Al met al is dat zeker geen eitje.

veldgegevens






Bij het bestuderen van flora en fauna in een natuurgebied of je achtertuin is een notitieblok natuurlijk een onmisbaar artikel. Het wordt met ieder veldbezoek (of lekker op expeditie in de tuin) weer verder gevuld met waarnemingen en kennis over het bestudeerde fenomeen. Dat maakt ze waardevolle documenten. Nu kun je natuurlijk heel droog lijstjes met namen maken, netjes met datum, coördinaten en de weersomstandigheden, maar dat is niet iets waar mensen over een eeuw nog naar omkijken. Wat dat betreft had Leonardo Da Vinci het beter bekeken. Hij maakte bij zijn aantekeningen schema's en tekeningetjes die soms grof en soms juist verfijnd waren. Dat (samen met de vooruitziende blik van deze genie) maakt dat ze nu nog steeds bestudeerd worden. Een ander mooi voorbeeld is William D. Berry (1926-1979) Hij maakte in Alaska een hele serie kleine schetsen van wilde zoogdieren zoals beren (zie hierboven) en wolven met daarbij zijn bevindingen over het gedrag van deze wilde dieren. Door de tekeningen gaat het verhaal erbij leven. Het mooie van tekeningetjes is dat de tekenaar de nadruk kan leggen op juist datgene dat hem opviel bij zijn observatie. De ene keer is dat een dikke wintervacht, de andere keer een bijzondere pose of karakteristieke gezichtsuitdrukking. Het maakt dat je meegenomen wordt in een wereld die enkel een goed observator voor je kan ontsluiten, een wonderlijke wereld.

Neptepels bij Rhinolophus








De wijfjes van Hoefijzerneuzen (dat zijn vleermuizen) hebben twee echte en twee "valse" tepels (met een smerig woord ook wel aarstepels genoemd). De valse tepels ontwikkelen zich bij de eerste zwangerschap en bevinden zich vlakbij de genitale opening (vandaar de bijnaam). De neptepels worden door de jongen gebruikt om zich aan vast te houden als de moeder op de kop hangt. De jonge dieren hangen zo met de kop naar boven en met hun neus.. tja; soms hangt het mee en soms hangt het tegen.




gesneden hoorn





Toen ik begon met het schrijven van dit verhaal was ik in de veronderstelling dat hoorn, gewei en ivoor een en het zelfde materiaal betrof. Mooi niet dus. Hoorn en gewei is nooit ivoor, want ivoor komt enkel uit (slag)tanden voort. Behalve de narwal dan dacht ik, want die heeft een hoorn van ivoor. Weer mis. De "hoorn" van een Narwal is wél van ivoor want het is een ver uitgegroeide slagtand (meestal de linkse), geen hoorn dus. Hoorns van ivoor komen enkel in de mythologie voor. Bij eenhoorns.
Ivoor bestaat uit dentine, ofwel tandbeen. Hoorn bestaat uit keratine. Uit dat materiaal is de hoorn van de neushoorn opgebouwd, maar ook je nagels. Dus hou op met neushoorns afslachten en ga nagels bijten. Gewei ligt in dezelfde lijn als ivoor en hoorn, maar bestaat voornamelijk uit collageen, iets wat in de plastische chirurgie weer veel gebruikt wordt om slap vel mee op te vullen.

Genoeg over de verschillen. De overeenkomsten zijn evident. Van mamoetjager tot walvisvaarder en van eskimo tot afrikaan, allen wisten ze de bijzondere eigenschappen van de materialen te benutten om de meest fantastische kunststukjes van te snijden. Van ivoor tot gewei werden drinkbekers, beeldjes, hoorns om op te blazen, fluitjes, biljartballen en nog vele andere voorwerpen gemaakt. Het is vakmanschap ten top. Het mooist vind ik de gebruiksvoorwerpen met een ingekerfde tekening. Van een ongelooflijke schoonheid. Bijkomend voordeel is dat het materiaal zeer duurzaam is. Tenzij een knaagdier haar mineralenvooraad met je kunstwerk aanvult door het op te peuzelen natuurlijk....

Bezoar



Je hebt in de wilde natuur heel wat vreemde ballen. Zo heb ik in mijn eigen rariteitenkabinet (zie frumingelo in uitvoering) een mooie braakbal van een koe. De bal bestaat uit onverteerde resten gras. Daarnaast bestaat er natuurlijk de alombekende haarbal, die bestaat uit ingeslikte delen haar. Een bal die daar dan weer op lijkt is een soort wier (Posidonia oceanica) , maar niets is zo bijzonder als een echte bezoar. Ik zeg met opzet "echte"omdat je zal lezen dat niets is wat het lijkt. Een bezoar, ook wel een maagsteen of darmsteen genoemd, ontstaat doordat er in maag of darm onverteerde resten samenklonteren. Het lichaam pakt het materiaal in met kalkverbindingen tot er een vaste, harde en vaak ronde bal ontstaat. 

In de late middeleeuwen werden er magische, heilzame en geneeskrachtige eigenschappen aan bezoarstenen toegekend. De steen werd beschouwd als een geneesmiddel tegen alle mogelijke kwalen. Helemaal onzin was de werking van de bezoar niet. Arcenicum, een klassiek gif, reageert namelijk met de kalkverbindingen uit de bezoarsteen. Het was dan ook niet raar dat er al snel een levendige handel in ontstond. Iedere vorst en regent wilde natuurlijk voorkomen dat hij door een of andere onverlaat werd vergiftigd.  Het kon niet gek of sjiek genoeg. De stenen werden als eerste klas statussymbolen in gouden hangers of doosjes gevat. Heel bijzondere stenen kwamen uit de magen van Chinese herkauwers, Javaanse stekelvarkens of  Peruviaanse berggeiten. Daar werden ze bewust gekweekt en bestonden veelal helemaal niet meer uit het onverteerbaar materiaal, maar uit vanallerlei dure ingredienten zoals zeldzame kruiden, hoorn en edelstenen. Door de populariteit en exclusiviteit werden er exorbitante prijzen gevraagd.

Aan alles komt ooit een eind. Dat begon in dit geval met een simpel experiment. In 1575 was de lijfarts van de Franse koning Karel IX het zat. Zijn paranoïde heer kocht zich arm aan bezoars. De arts stelde voor om de kok (die zilver bestek van de koning had gestolen) voor de keus te stellen; ophanging of een giftig brouwsel drinken met daarin een heilzame bezoar. De kok koos voor het laatste en stierf op gruwelijke wijze. Ondanks dat het bewijs nu wel geleverd was kreeg de bezoar de schuld. Het zou een valse steen zijn. Dat bracht een jacht op "valse" stenen teweeg. Bezoars bleven echter interessante objecten. Het duurde nog tot na de hoogtijdagen van de rariteitenkabinetten dat de populariteit van de maag-darmstenen afnam.



Engeland is geen eiland






Doggerland. Het heeft echt bestaan, of beter gezegd; het bestaat nog steeds. Het is een van de verdronken delen van Europa.  Doggerland ligt tussen Engeland en het  Europese vaste land.  In  iedere periode met een lage zeespiegel , de laatste keer was  zo’n 11.000 jaar geleden,  stond het land van de zuidelijke Noordzee droog.  Dat kon ook, want een groot deel van het water was teruggetrokken op de polen , waar het als een enorme ijsmassa op het land aanwezig was en het continent in de laatste ijstijd tot nu toe gevangen hield.


Doggersland lag dus droog en koud, maar zeker niet leeg tussen het hogere Engeland en Europese continent. Saai was het er niet. Er leefden onder andere wolharige mammoeten, steppewisenten, muskusossen, rendieren, grottenberen en grottenhyena’s. Nog niet zo lang geleden visten vissers de onderkaak van een grottenleeuw op; de grootste kat die ooit in Europa heeft geleefd. Het gebied van de landbrug bestond uit heuvelachtig laagland met hier en daar een rivier stromend door een parkachtig landschap.


Al in 1913 schreef de Britse paleobotanicus Clement Reid  (1853-1916) dat de Noordzeebodem archeologische voorwerpen moest bevatten waaronder oude menselijke resten en oerbossen.  Ondanks de sceptische reacties kreeg hij gelijk. Alles werd gevonden, de botten van de oerdieren, de boomstammen en zelfs de oude rivierbeddingen van tot dan toe onbekende rivieren. En toen was daar in 2008 de vondst waar je natuurlijk op kon gaan zitten te wachten. Jan Meulmeester, een fervent fossielenzoeker, haalde uit een partij opgezogen grind en modder tientallen vuurstenen vuistbijlen. Menselijke woonsporen, dus. Maar het werd nog mooier.  In 2009 kwam het nieuws naar buiten dat een Belgische fossielenverzamelaar al in 2001 een schedelfragment van een Neanderthaler had gevonden. Er kan dus geen vergissing meer over bestaan; ook “wij” waren vroeger bewoners van Doggerland.

Borametz

De fabel van de Borametz of ook wel het lam van Tartarije is een merkwaardig verhaal van wetenschappelijke dwaling dat gebaseerd was op een poëtische beschrijving van iets heel anders. Op het plaatje hiernaast staat zo'n Borametz

De Borametz groeit uit zaad, zoals van een meloen, maar dan ronder. Eens geplant groeit het uit tot een hoogte van ruim een halve meter. De Borametz heeft een hoofd, ogen, oren, en alle delen van het lichaam van een pas geboren lam. Het is geworteld door een navel in het midden van de buik en verslind de omliggende planten en het gras. Wanneer dit op is sterft het dier. Het vlees van de Borametz smaakt naar vis en zijn bloed naar honing. Wanneer de Borametz vruchten ontwikkelt barsten deze open en onthullen kleine lammetjes. De spierwitte lammetjes eten van het gras tot dit op is. Daarna komen ze los en sterft de moederplant. De botten van de Borametz schenken de gave van helderziendheid.
Dit bijzondere verhaal van het mythische lam prikkelde de verbeelding van mensen. In de 16de en 17de eeuw, was de Borametz opnieuw onderwerp van onderzoek en gesprek onder de meest gevierde schrijvers, filosofen, en wetenschappelijke mannen van die tijd. Gedreven door de vele uitgebreide beschrijvingen werd er niet getwijfeld aan het bestaan van het plantaardige lam. Toch bleven tastbare exemplaren schaars. Daarom werden er meerdere expedities ondernomen, waar onder die van Engelbrecht Kaempfer. Hij ging naar Perzië in 1683 om te zoeken naar het lam ,maar kwam met lege handen terug. Zijn handschriften en collecties werden overgenomen door Sir Hans Sloane, een rijke Britse beschermheer, verzamelaar, en uiteindelijk stichter van het British Museum. Hij ontving in 1698 een exemplaar van dat wat geacht werd de mysterieuze Borametz of lam van Tartarije te zijn. Dat was tevens de doodsklap voor de legende. Sloane identificeerde de Borametz als een model dat geconstrueerd was van een gedeelte van een vertakte varen (Dicksonia borametz) dat op een slimme manier gemanipuleerd was zodat het er uitzag als een lam.

Maar als het verhaal van de Borametz niet klopte, wat werd er dan bedoelt met de beschrijving? Henry Lee gaf in 1887 uiteindelijk een logische verklaring. Hij concludeert dat deze prikkelende mythe ontstaan is uit poëtische beschrijvingen van de katoenplant. Lee verklaarde zich als volgt: Het ontstaan van dit verhaal van de lams-plant uit een gerucht van een merkwaardig feit in een gedetailleerde geschiedenis van een absurde fictie, laat er geen twijfel over bestaan dat het zijn oorsprong vind in de eerste beschrijvingen van de katoenplant en een relatie heeft met de invoering van katoen uit India in West-Azië en de aangrenzende delen van Oost-Europa.
Toch verdween de legende niet helemaal. Besproken door filosofen, gezocht door reizigers en ontdekkingsreizigers van deze tijd, beschreven in literatuur en poëzie blijft deze Borametz een sluimerend leven leiden.

Related Posts with Thumbnails