deathstarsculpture battery Michel de Broin
unguentarium
Rouwen over een verlies heeft een bijzondere schoonheid. De emoties die bij veel mensen onder de oppervlakte blijven liggen vinden in het rouwproces een weg naar buiten en geven karakter en diepte aan de rouwende. Dat er menig traan rolt, hoort daar onlosmakelijk bij.
In vroegere tijden was er een traditie om de tranen van rouwenden op te vangen in een zogenaamd glazen unguentarium oftewel traanflesje. De hoeveelheid opgevangen traanvocht stond symbool voor de geliefdheid van diegene die heen gegaan was. Er wordt gezegd dat rijke Romeinen vrouwen inhuurden om de dode te bewenen zodat er maar veel traanvocht geplengd werd. Of daarmee de geliefdheid of statuur van de dode in kwestie ook groter werd valt te betwijfelen.
In de victoriaanse tijd was het een tijd lang gebruikelijk dat wanneer het traanvocht van de rouwende was opgedroogd de rouwperiode ook voorbij was en na de tranen ook het leven weer de vrije loop kreeg.
De messen van Antoine Van Loocke
![]()

Antoine van Loocke (voorheen tuinman en beeldhouwer) is een autodidactisch messenmaker van groots formaat. Jaren geleden begon hij met het maken van zijn unieke messen. Eerst in de houtstoof van zijn keuken en later in een krap bemeten werkplaats waar hij met de materialen stoeide en prutste tot hij een mes kon maken. Voor de lemmetten van zijn messen gebruikt hij geen nieuw staal, maar de roestige restanten van afgedankte patattenschellers die hij een nieuw leven geeft. Voor de handvatten van zijn messen gebruikt hij een veelheid aan materialen die ieder exemplaar uniek maakt. Antoine smeed zijn messen op een meesterlijke en ambachtelijke wijze waarbij de schoonheid ‘m zit in de soberheid en ongecompliceerde verfijning van zijn werk. Je zal je aardappels er niet beter mee kunnen schillen, maar met een mes van deze kunstenaar wordt het in ieder geval een prettige bezigheid.
Gemarmerd papier
Wil je zelf aan de slag? Zoek dan eens op de technieken Ebru of Suminagashi. Er zijn heel wat creatieve manieren om papier te marmeren.
Onterfd

Ach wat zielig. Ook musea kunnen om wat voor reden dan ook de deuren moeten sluiten, met als gevolg een hele collectie ontheemde erfgoed stukken. Gelukkig is daar de stichting onterfdgoed die zich ontfermd over museale collecties met als doel deze een goed nieuw thuis te bieden. Samen met externe deskundigen bepaalt de stichting welke objecten van belang zijn voor het Nederlands erfgoed. Deze brengt zij vervolgens onder bij andere musea en instellingen. De stukken die overblijven worden ter adoptie aangeboden aan verzamelaars en andere belangstellenden of hergebruikt door kunstenaars, studenten en onderzoekers. Hiermee doet de stichting een uniek ding, namelijk ontzamelen van spullen.
presse-papier
Het zijn Hemels glazen bollen om de post onder te leggen; Presse-papiers. Echt een bijzonder verhaal is er niet aan te ontdekken, maar wat zijn ze mooi. Ik verwonder me vooral over de heldere kleuren die gevangen in het glas rond lijken te tollen, de luchtbellen met zich meeslepend. Fantastisch zulke gestolde actie waar het licht glans aan geeft.
insect schrikeffect
Er zijn opvallend veel vlinders met een oogachtige structuur op de bovenzijde van hun vleugels. In rust, wanneer de vleugels dicht zijn, is de vlinder veelal goed gecamoufleerd, maar zodra ze de vleugels opslaat zijn de ogen duidelijk te zien. In Nederland komen meerdere vlindersoorten voor met ogen op de vleugels. De dagpauwoog is natuurlijk het bekendst, maar ook de argusvlinder, bontzandoogje, hooibeestje, koevinkje, heivlinder, weerschijnvlinder, luzernevlinder en de apollovlinder hebben op ogen gelijkende vlekken. De vlekken en vaak ook de kleuren dienen om aanvallers op het verkeerde been te zetten doordat ze iets anders suggereren dan de aanvaller verwacht. Het zien van ogen geeft bij allerlei dieren schrikreacties, zeker als de ogen ook nog eens groter zijn dan die van de aanvaller zelf.
fabergé eieren
![]()
Je hebt eieren en je hebt Fabergé eieren. Het fijne onderscheid is dat je bij Fabergé eieren je jezelf niet hoeft af te vragen wat er eerst was, want er is namelijk geen kip aan te pas gekomen. Fabergé eieren zijn kunstwerkjes zoals je niet veel zal zien (als je er al ooit een te zien krijgt). Met veel juwelen, edelmetalen en gesteenten. Ieder ei heeft zijn eigen naam en geschiedenis. Zo heet dit mooie groene exemplaar het Kelch Apple Blossom Egg of ook wel Jade Egg (ondanks dat het ei niet van jade maar van nefriet gemaakt is). Dit ei werd in 1901 door Fabergé gemaakt voor meneer Kelch die er mevrouw Kelch mee wilde verrassen. Het ei is ongeveer 14 cm lang, 10 cm hoog en staat op pootjes. Maar dan niet zomaar pootjes, nee het zijn rood en groen gouden bloesemtakken in de knop die het ei in de lucht tillen. De bloesems zijn van wit en rozig emaille met als hart een rose diamant. Het is al met al een heel mooi voorbeeld wat er gebeurt als art nouveau en japanse invoeden elkaar vinden in een ontwerp. Nu schijnt het zo te zijn dat het ei niet een op zich zelf staand cadeau bedoelt was, maar ook als verpakking diende voor een ander sieraad dat zijn opwachting maakte op een bedje van fluweel aan de binnenzijde. Wat het was is helaas niet bekend. Het was hoogstwaarschijnlijk ook iets met goud of diamanten.
Het hele circus rondom de juweel-eieren begon in 1885. De Russische Tsaar (de een na laatste) gaf zijn favoriete juwelier Peter Karl Fabergé de opdracht om een paasei-juweel te maken als gift voor zijn vrouw. Dit viel zo goed in de smaak dat het een ware traditie werd. De laatste Tsaar, Alexander III liet zelfs twee eieren per jaar maken door Fabergé, iets wat deze graag deed. In totaal maakte hij met zijn atelier vele eieren die overigens ook door andere zeer rijke personen gekocht werden. Het verhaal gaat dat zelfs de Tsaar niet wist wat voor ei hij zou gaan geven, noch wat voor verrassing het zou bevatten. In totaal zijn er (zover bekend) nog rond de 50 eieren bewaard gebleven. Het atelier van Fabergé werd gesloten na de Russische revolutie (1918) en (op een latere telg na) werden er vervolgens geen Fabergé-eieren meer gemaakt. Dat maakt de bestaande eieren zo kostbaar en uniek dat er nu nog steeds mensen speuren naar de verdwenen exemplaren. Zo werd er in 2001 nog een ei teruggevonden. Het was het laatste, nooit voltooide ei voor de tsarina.
strandvondsten
veldgegevens
![]()
Bij het bestuderen van flora en fauna in een natuurgebied of je achtertuin is een notitieblok natuurlijk een onmisbaar artikel. Het wordt met ieder veldbezoek (of lekker op expeditie in de tuin) weer verder gevuld met waarnemingen en kennis over het bestudeerde fenomeen. Dat maakt ze waardevolle documenten. Nu kun je natuurlijk heel droog lijstjes met namen maken, netjes met datum, coördinaten en de weersomstandigheden, maar dat is niet iets waar mensen over een eeuw nog naar omkijken. Wat dat betreft had Leonardo Da Vinci het beter bekeken. Hij maakte bij zijn aantekeningen schema's en tekeningetjes die soms grof en soms juist verfijnd waren. Dat (samen met de vooruitziende blik van deze genie) maakt dat ze nu nog steeds bestudeerd worden. Een ander mooi voorbeeld is William D. Berry (1926-1979) Hij maakte in Alaska een hele serie kleine schetsen van wilde zoogdieren zoals beren (zie hierboven) en wolven met daarbij zijn bevindingen over het gedrag van deze wilde dieren. Door de tekeningen gaat het verhaal erbij leven. Het mooie van tekeningetjes is dat de tekenaar de nadruk kan leggen op juist datgene dat hem opviel bij zijn observatie. De ene keer is dat een dikke wintervacht, de andere keer een bijzondere pose of karakteristieke gezichtsuitdrukking. Het maakt dat je meegenomen wordt in een wereld die enkel een goed observator voor je kan ontsluiten, een wonderlijke wereld.
levensechte anatomische gezichtsreconstructie

Alle dertig spieren uit een gezicht hebben twee aanhechtingsplaatsen en een vaste opbouw waarin ze in het gezicht voorkomen. Al deze spieren kunnen zich onafhankelijk van elkaar samentrekken. Aan de aanhechtingspunten (ruwere plekken) op de schedel kun je zien waar de gezichtsspieren waren aangehecht, hoe groot ze waren en hoe ze liepen. Degene die de reconstructie maakt moet daarom heel goed weten hoe een gezichtspier loopt en wat de dikte is om er daadwerkelijk iemand met een gezichtsuitdrukking van te maken. Hiertoe worden de spieren van binnen naar buiten weer terug aangebracht met boetseerklei. Doordat de aanhechtingsplaatsen van geen enkel schedel gelijk zijn ontstaat er iedere keer weer iets unieks. Naast de aanhechtingsplaatsen van de spieren wordt er ook gekeken naar de vorm van de oogkassen, de jukbeenderen en de kin. Het gebit kan informatie opleveren over de vorm van de lippen. De vorm van de neusholte levert vervolgens informatie over de lengte en breedte van de neus. Daar waar het verlengde van de neusbrug en het verlengde van het onderste uitsteeksel in de neusholte elkaar raken is het puntje van de neus. De breedte van de neus kan bepaald worden door ongeveer 3/5 van de lengte van de totale neuslengte te nemen. De neusgaten bepalen een belangrijk deel van de uitstraling van de neus, maar juist dat deel is niet goed te herleiden. Gokken dus. Het blijft sowieso een gok omdat de neus net zoals de oren uit zacht materiaal bestaan. Toch zijn bepaalde dingen meestal wel in verhouding, zoals het feit dat de oren meestal net zo groot zijn als de neus hoog.
Nu de spieren hun plek hebben kan er een huid overheen. Met houten pinnen op het schedel van een paar millimeter wordt de huiddikte aangeven. Deze is dun op het voorhoofd en wat dikker op de wangen, afgewerkt met wat echte huidstructuur. In dit stadium komt ook de verbeelding naar boven. Had de persoon in kwestie (lach)rimpels, littekens, een pukkel, een baard of alles in een? En welke kleur was het (gezichts)haar als daar niet iets over bekend is? Wat was de kleur van de ogen? Geen idee natuurlijk, maar toch ook wel. Uit gegevens hoe de persoon leefde kun je wel iets afleiden en de meeste mensen uit Afrika bijvoorbeeld hebben bruinzwart haar. Het (met de hand) aanbrengen van dat haar kan overigens wel ruim drie dagen duren. Maar ja, als je iets reconstrueert wat tienduizenden jaar oude botten weer een gezicht geeft, kunnen die drie dagen er ook nog wel vanaf. Zeg nou zelf, een onbehaarde Neanderthaler is toch geen gezicht?
Er zijn niet veel mensen die dit speciale, meesterlijke beroep uitoefenen. We kunnen in Nederland trots zijn dat we enkele mensen hebben die dit werk zó goed in de vingers hebben dat ze van over de hele wereld gevraagd worden voor hun levensechte (pre)historische reconstructies. Het werk van de gebroeders Kennis (en ja, ze hebben er zeer duidelijk verstand van) is te vinden over de hele wereld, maar ook op hun website: http://www.kenniskennis.com/site/Home/
Het gebruikte beeld bij dit verhaal is de ruwe versie van de reconstructie die de gebroeders Kennis maakten van Ötzi. Je kent 'm wel; Ötzi de ijsman.
Marmer
Albino
Albino's kunnen in een rariteitencabinet natuurlijk niet ontbreken. Vandaar dit verhaal. Nu wilde ik meer over albinisme weten, maar nadat ik de wikipedia-pagina had gelezen was ik daarvan al snel genezen. Ik hou me dus maar op de vlakte omdat niemand wil lezen over oculocutaan albinisme, actinische keratosen of plaveiselcelcarcinomen. Wel mooie woorden voor het spelletje galgje overigens. Albinisme staat gelijk aan het verminderd aanwezig zijn of zelfs afwezig zijn van het pigment melanine. Dit is het meest duidelijk in huid, ogen en haar (of als het over vogels gaat veren). Die zijn namelijk wit. De celwanden zijn ongekleurd en ogen als matglas. Die vergelijking gaat bij de ogen nog wat verder. Hierbij is door de ongekleurde cellen het netvlies met bloedvaten te zien, waardoor het oog rood oogt.
Decoratief
geologie van vulkaan hellingen
Het is bizar, maar nergens is enige informatie te vinden over het in kaartbrengen van vulkaanhellingen. Toch zijn er facinerende geologische kaarten van vele vulkanen gemaakt. Ik schat in dat de bonte kleuren iets vertellen over de vele uitbarstingen en de mineralen die met de lava afgezet zijn in het gebied. Zeker weten doe ik het niet, maar het lijkt me nogal een gevaarlijke klus om bij veelal actieve vulkanen grondboringen te verrichten om de samenstelling te achterhalen. Net zoiets als met een scherpe naald in een ballon prikken en dan hopen dat de lucht er in blijft zitten. Ondanks dat mijn missie om meer te weten te komen over de geologische expedities naar vulkaanhellingen jammerlijk gefaald heeft ben ik wel zeer voldaan met de mooi gekleurde platen die heel goed de grilligheid van vulkanen weerspiegelen. Dat is toch zeker iets om warm van te worden.
kaalfactor
Helaas treft Alopecia androgenetica, oftewel kaalheid, vele mensen. Vooral mannen hebben last van het fenomeen (vrouwen krijgen vaak eerst nog een snor). Boosdoener bij kaalheid is het hormoon dihydrotestosteron dat zich aan de haarzakjes hecht. Het stofje dat gevormd wordt uit het mannelijke hormoon testosteron zorgt er vervolgens voor dat het haarzakje waar de haar uit groeit z’n werk niet meer goed kan doen. Daardoor sterft de haar uiteindelijk af. Een normale haar gaat ongeveer 6 jaar mee en ieder haarzakje kan ongeveer twintig maal een haar aanmaken. Door dihydrotestosteron wordt dit twintig keer vier maanden. Dat scheelt dus niet bepaald één haar.
Omdat mensen graag dingen in hokjes stoppen en dingen met elkaar vergelijken is voor de verschillende fases van kaal worden een schaalverdeling bedacht: de Norwood-Hamiltonschaal. Met het scoresysteem van deze “kaal-schaal” kun je bepalen hoe erg het boven op het hoofd gesteld is. Als je in stadium I of II valt ben je nog niet kalende maar wellicht wel onderweg. Val je echter in stadium III (inhammen in richting achterhoofd die verder reiken dan de denkbeeldige verbindingslijn) dan is het verval naar stadium VII ingezet. Stadium VIII bestaat niet, maar daarbij ben je gewoon helemaal kaal. Kaalheid is vaak genetisch bepaald, dus ik ben zeer gezegend met een vader van boven de 80 met een mooie volle bos(wit) haar. Ik ben trouwens wel benieuwd of er ook een schaal bestaat voor de beharing op de vrouwelijke bovenlip. Zo niet dan claim ik bij deze alvast de frumingelo-schaal voor lipbeharing.Ruven Afanador bijzondere foto's
Een beetje vreemd, maar wel erg mooi. Zo laten de (mode-)foto's van Ruven Afanador zich het beste typeren. Het bijzondere is vind ik dat de beelden op een smaakvolle manier overdadig zijn. Het zit 'm in de omgeving, maar ook in de kleur van het geheel. Het klopt gewoon. Daardoor nodigen ze uit om eens goed te bekijken. Niet enkel deze serie met schedels en wasmodellen is erg mooi. Ook andere settings zoals een Barok kasteel of een sixties-keuken zijn van een grote schoonheid.











