Posts tonen met het label muziek. Alle posts tonen
Posts tonen met het label muziek. Alle posts tonen

Jónófón






Een Jonofón is een hele basic grammofoonspeler ontworpen door de designer Jón HelgiHólmgeirsson. Het bijzondere ding dat erg doet denken aan zo’n heel ouderwetse  grammofoonspeler met toeter en stokdove  terriër schijnt ook nog te werken ook. Maar hoe dan? Nou, laat ik daar nou net wat informatie over bij elkaar gezocht hebben.

Een grammofoonspeler produceert enkel een fatsoenlijk geluid als draaisnelheid en de druk van de naald op de grammofoonplaat kloppen op ieder moment van afspelen. Anders wordt het maar een wazige warboel. Zo schijnt de aandrijving van de grammofoonspeler niet direct met een motortje te kunnen, maar moet dit via een set van wieltjes of asjes lopen om een gelijkmatige draaisnelheid te krijgen. De naald ( liefst diamant, maar vaker was het een saffieren naald) moet redelijk recht in de groeven lopen. 
Zo wordt beschadiging van de plaat voorkomen en krijg je het beste geluid. Die zelfde naald moet ook niet te zwaar op de plaat rusten. Was bij oude opnamen wat meer druk nodig (>10 gram), een leuke vintage plaat van Alfred Jodocus Kwak speel je met het grootste gemak af met een naalddruk van 4-8 gram. Versterken en klaar is Kees, Jan of wie dan ook. Dat versterken was eerst ook een probleem ( totdat ze het oplosten met magnetisch acacadrabra), vandaar de grote toeter op de grammofoon. De Jonofón is verkrijgbaar in de betere designwinkel. Dit product wordt geleverd exclusief hond.

gehoornde viool


Een Stroh viool (ook wel Stro viola da gamba, violinophone of hoornviool  genoemd) is een bijzondere verschijning. Het ding heeft geen klankkast, maar wel een aan de zijkant uitstekende hoorn.  Maar waarom is dat? De Duitser Johannes Matthias Augustus Stroh bedacht de strohviool in de beginjaren van de geluidsopnames met de fonograaf, zo rond 1899. De fonograaf (bedacht door Thomas Edison) heeft een klein toetertje dat het geluid registreert. Dat betekent dat een gespeeld muziekstuk heel gericht geluid moet bevatten anders word het niet door de fonograaf waargenomen.  Met een blaasinstrument kun je gericht spelen, maar bij een viool gaat het geluid meerdere kanten op. Om dit op te lossen bedacht Stroh een instrument, met een membraan en een metalen hoorn in plaats van een klankkast. Door zijn volume en de mogelijkheid om de klank te richten was dit instrument zeer geschikt voor fonograaf-opnames. Toen de opnamestudio's elektrische microfoons gingen gebruiken verloor de strohviool aan populariteit. De strohviool zou niet zo mooi als een houten viool klinken en moeilijker te bespelen zijn. Tegenwoordig zijn er nog steeds een aantal muzikanten die de strohviool gebruiken in hun muziek. Je hebt kans om dit bijzondere instrument aan te treffen in  landen als Roemenië en Argentinië waar ze in de volksmuziek en bij straatmuziekanten een vaste plaats heeft.



Boeddha bel




Burma bell, Kung Zee, King Zee, Ken zi, Kiyisi, Kiy tsi of Kyizi, ik weet het niet meer. Maar maakt het uit? Het is de vorm en de klank die aanspreken, niet de naam. Deze soort van plaatgongen in de vorm van een gestileerde boeddha zijn in het verre oosten in gebruik als tempelbel. Nu is het exemplaar dat hier afgebeeld is een middelmaatje. Een Burma bell varieert in grootte van 5 cm tot wel 2 meter in hoogte. Dat maakt natuurlijk wel wat uit voor de uiteindelijke klank en reikwijdte van het geluid.




De Kyizi wordt rondgedraaid tot het ophangtouw geheel is opgedraaid. Dan wordt de bel aangeslagen en los gelaten. Het geluid wordt door de ronddraaiende beweging alsware naar buiten geworpen zodat er een resonerende, lang naklinkende galm onstaat. Fantastisch.

ut-re-mi-fa-sol-la

ut-re-mi-fa-sol-la was de voorloper van ons do-re-mi-fa-so-la-ti-do en werd al rond het jaar 1000 door Guido d'Arezzo ontwikkelt. Deze benedictijnse monnik wordt beschouwd als een van de belangrijkste grondleggers van de muzieknotatie. Voor Guido’s uitvinding kon er uit de notatie niet afgeleid worden hoe de muziek precies in elkaar stak. De grote uitvinding van d'Arezzo is dat hij met behulp van de in zijn tijd overbekende hymne Ut queant laxis (een kerkelijke lofzang voor Johannes de Doper) een methode bedacht om de grootte van de toon eenduidig te kunnen noteren. De hymne begint iedere regel een toon hoger. Guido gebruikte de beginlettergrepen ut-re-mi-fa-sol-la als basis van zijn vastlegging. De complete hymmne-tekst en tevens ezelsbruggetje voor de vergeetachtigen onder ons luidt:
ut queant laxis
resonare fibris
mira storum
famuli tuorum
solve polluti
labii reatum
Sancte Ioannes!
Voor Guido d'Arezzo was dit einde oefening, Zijn systeem was volmaakt. Maar ja, de tijd staat niet stil. In de Renaissance kreeg de muziek meer cadans, melodie, harmonie, akkoorden begonnen een grotere rol te spelen, kortom er veranderde meer dan in Guido’s systeem paste. Omdat Guido's systeem slechts zes lettergrepen kende bedacht men daarom een zevende toon op de toonladder: S.I. , afgeleid van de enige nog niet gebruikte zin "Sancte Ioannes". Voor de “logica” werd er niet gekozen voor de eerste twee letters. Waarom is niet duidelijk. Het zal wel beter geklonken hebben volgens de heren. Om alle lettergrepen met een medeklinker te laten beginnen veranderde men een paar eeuwen later in Frankrijk de naam van 'ut' in 'do' (afgeleid van "Dominus", heer). Deze komt niet eenmaal maar tweemaal voor. Daarmee was het zesdelige stelsel van d'Arezzo verworden tot een achtdelig stelsel van toonladders (octaven). De engelsman John Curwen (1816-1880) was degene die bedacht dat van 'sol' ook 'so' gemaakt kon worden, zodat alle lettergrepen uit twee letters zouden bestaan. Deze praktisch ingestelde man verving tevens in 'si' de 's' door een 't' zodat het 'ti' werd en vanaf dat moment begonnen alle lettergrepen met een andere medeklinker. Wel zo handig. En zie daar was ie dan: do-re-mi-fa-so-la-ti-do. De geredigeerde Guidonische lettergrepen. Dat daar nooit een lied opgemaakt is is eigenlijk grote schande. Of brengen we die ode dagelijks door een deuntje mee te fluiten?
Een mooi voorbeeld van een middeleeuws muziekboek: Laborde Chansonnier 1470. (met dank aan de Rare Bookroom).

Related Posts with Thumbnails