Posts tonen met het label icoon. Alle posts tonen
Posts tonen met het label icoon. Alle posts tonen

Crystal Palace



Cristal Palace was een uit de kluiten gegroeid kas-achtig bouwsel dat in 1851 het neusje van de industriële bouwkunst was. Het werd gebouwd voor de wereldtentoonstelling in Londen. Naast een enorme hoeveelheid van 84.000 m2 vlakglas was er ook flink wat gietijzer (en klinknagels) nodig om het "kristallen" gevaarte zijn stevigheid te geven. Het gegoten vlakke glas was een nieuwigheid en zorgde er voor dat er relatief goedkoop gebouwd kon worden. Wat mij zo facineert aan het gebouw is dat het "paleis" ondanks zijn glazen behuizing en metalen verbindingswerk niet kil of modern oogt. Het gebouw zat met oog voor detail in elkaar en heeft een warm karakter dat uitnodigd om er te zijn. Ik vraag me zelfs af of we niet weer terug zouden moeten naar meer van zulke mooie gebouwen in plaats van de onpersoonlijke en vaak schreeuwerige glazen torens die vandaag de dag de 'state of the art' moeten verkondigen.


Wat in 1851 begon als een licht kristallen sprookjespaleis eindigde in 1936 met een desastreuze brand in het opgelapte glazen complex. Daarmee viel de droom om ook toekomstige generaties te laten genieten van dit majestueuze bouwwerk in scherven uiteen.



Gothic works

Je ziet het goed dit is een betonmolen. Maar dan wel een van gelazerd staal. Nou vind ik gotische gebouwen en voorwerpen vaak net iets teveel van het goede qua pracht en praal, maar dit is zo over de top dat het weer heel erg mooi wordt. Bovendien is de gekozen vorm zo afwijkend en niet-kerkelijk dat je er juist weer heel anders tegenaan kan kijken. In dezelfde iconische serie verschenen ook een shovel, een graafmachine, een cementtruck en een dieplader. Allemaal levensgroot uitgesneden uit dik metaal met een precicie en een snelheid waarvan de beeldhouwers van de gotische kathedralen enkel konden dromen. Ik weet trouwens niet hoelang de gebeeldhouwde truck uit hout kostte om te maken. Dat staat nergens vermeld. Kijk hier verder... in de wereld van Wim Delvoye, de maker van dit verheven schoons.

Relieken

Relikwieën, ook wel relieken genoemd, zijn overblijfselen in de meest brede zin van het woord. Om het een beetje in te perken richt ik me op de overblijfselen met een religieuze verering binnen het christendom. Relieken binnen het  christendom zijn namelijk beperkt tot alles wat in aanraking is geweest met heiligen. Nou ja beperkt…. De indeling van de relieken lijkt een beetje op die van brandwonden: 1e graads voor alle lichaamsdelen van de betreffende heilige, 2e graads voor z’n kleding en 3e graads voor voorwerpen die ooit met de heilige in contact zijn geweest. Omdat de verering van al dat heiligs al in 993 uit de hand begon te lopen besloot de toenmalige paus dat hij voortaan het aleenrecht had op heiligverklaringen.

Als je je bedenkt dat er ongeveer 10.000 heiligen zijn (om over de zaligverklaarden nog maar niet te spreken), al deze heiligen meerdere kledingstukken hadden en het aantal botten in een gemiddeld mensenlichaam ongeveer 206 bedraagt, dan kun je je indenken dat het aantal relieken nogal kan oplopen. Daarnaast zijn er natuurlijk ook bloed, nagels, haren en huid. Dan hebben we het geeneens gehad over het aantal relieken dat je kunt maken van een gezegend middenhandsbeentje, een heilig geitenwollen gewaad of een houten kruis. Daarmee heb je dan een samenvatting van de 1e en 2e graads relieken. De derde graads relieken zijn wat schimmiger, want hoe bewijs je bijvoorbeeld dat er uit een beker ooit wijn gedronken werd door heilige x? En was dat dan die keer dat hij of zij heel erg dronken werd, of juist die keer dat er een wonder verricht werd? Tja, dat is een kwestie van geloof en daar is op zich niks mis mee. In de late Middeleeuwen was er echter een levendige handel in relikwieën. Veel van de toen verhandelde relikwieën zijn nogal omstreden. Zo zijn er meer botsplinters van Jesus Christus in omloop dan de beste man ooit in zijn goddelijke lichaam kan hebben gehad. De handel in relieken is vanaf 1600 wat beter geregeld. Alle relikwieën kregen vanaf toen een zegel en een certificaat en de heiligen kregen een eigen heiligendag. In 1962 is deze heiligenkalender nog “opgeschoond”.


Omdat een reliek nu eenmaal niet in een sigarenkistje bewaard kan worden werden er reliekhouders gemaakt voor de vaak onooglijke voorwerpen. Voor de heilige bewaarplaats werden de meest kostbare materialen gebruikt. Als relikwieën zichtbaar in een altaar geplaatst werden wordt er gesproken van een schrijn.  Dit toon je niet zo makkelijk aan het volk en daarom werden er handzame reliekhouders gemaakt die makkelijker getoond konden worden. Vaak hadden deze relikwieënkastjes de vorm van het deel waar het reliek vanaf kwam (zoals een voet of een hand) en een glazen kijkglas. Wat er ook van relieken gezegd kan worden, het doel heiligt de middelen zonder zelf een heilige koe te worden.

Parke Harrison







Parke Harrison maakt wat je noemt fine art fotografie die je op poëtische wijze laat nadenken over hoe wij als mensen omgaan met onze omgeving. Zelf zegt hij dat zijn foto's verhalen vertellen over verlies, menselijke strijd en persoonlijke reflectie in landschappen die de littekens dragen van technologie en overmatig gebruik. Hij streeft er naar om met zijn beelden de verhalen van onze vaak verwarrende, destructieve tijd vast te leggen en slaagt daar in zonder met een vermanend vingertje in de lucht te wijzen. Bij mij roept het het verlangen op om nieuwe wegen te verkennen door anders om te gaan met hetgeen we hebben. Het leven is een experiment, soms gaat het goed en soms fout. Dat is Levolutie.



St Bernard







Een sint bernardshond met een vaatje drank om z'n nek is zoals Sinterklaas met een staf en mijter. Zonder zijn ze geen iconen, maar zomaar gewoon gewoon (kijk voor het gebruik van deze dubbele woordkeus ook even naar hetgeen Paulien Cornelisse er over zegt).


De kanunniken van het hospies van Sint- Bernard in Zwitserland kregen in de achttiende eeuw een hond cadeau van een rijke Britse gast. De honden werden tot halfweg de twintigste eeuw door de kanunniken gebruikt als reddershond. In de sneeuw lieten ze een lekker duidelijk spoor achter en ook bleken ze een erg goede neus te hebben voor het opsporen van vermiste klimmers in de verradelijke bergen.  


Dat vaatje kwam pas later en is een verhaal op zich.  Een van de sint bernard honden heette Barry. Barry I was een echte beroemdheid. Hij redde maar liefst veertig mensenlevens! Dat was voldoende om na zijn overlijden de lobbes op te zetten en een plekje te geven in het museum van Martigny. Dat was al in 1815. Maar ach, Roem is vergankelijk en zo belandde Barry op een gegeven moment in het depot in de kelder van het museum. Nu was op die plek ook een soort van personeelskantine. Schijnbaar heeft op een onbewaakt ogenblik een van de tijdelijke Italiaanse medewerkers zijn mobiele wijnvaatje op de nek van de mensenredder gehangen. Reden?; Hij vond dat de hond wel iets van een halsband moest hebben. Hij had duidelijk te diep in het vaatje gekeken. Bij de rehabilitatie van Barry I in 1923 vonden ze het vaatje wel een grappig detail en lieten het voor wat het was. 
Nu is er ook een andere ontstaansverklaring mogelijk. Ene Edwin Landseer schilderde in 1820 een schilderij met de zacht zoete titel "Alpine Mastiffs Reanimating a Distressed Traveller". Een van de honden heeft duidelijk een vaatje drank om zijn nek. Één plus één is wat dat betreft twee en het tot de verbeelding sprekende idee van de drank serverende hond was geboren. 

Related Posts with Thumbnails