Posts tonen met het label Vissen. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Vissen. Alle posts tonen

Vliegende Vis






Vliegende vissen (Exocoetidae) zijn zeevissen die tot wel vijfhonderd meter kunnen vliegen. Er bestaan er wel zeventig verschillende en allemaal verruimen ze zo nu en dan het ruime sop voor de blauwe lucht.
Waar andere vissoorten kleine borstvinnen hebben om een beetje te sturen en rond te kanbbelen, zijn de borstvinnen (en soms ook de bekkenvinnen) van vliegende vissen ongewoon groot. Deze vinnen kunnen de vissen plat vouwen en uitspreiden al naargelang ze onder of boven water zijn.

Om te vliegen moeten de vliegende vissen op grote snelheid direct onder het wateroppervlak gaan zwemmen. Hierbij worden de vinnen dicht bij het lichaam gehouden. Als vliegende vissen uit het water springen, spreiden ze hun vinnen om zo lang mogelijk te kunnen zweven. Net boven de golven is de luchtweerstand het kleinst, dus de vis blijft relatief dicht bij het wateroppervlak. Eenmaal boven het water kan een vliegende vis ook een serie glijvluchten achter elkaar maken. De vis zet zich hierbij van het water door met zijn staart op het water te slaan, om zich zodoende met kracht af te zetten voor een nieuwe glijvlucht.

Het blijft voor onderzoekers een raadsel waarom vliegende vissen soms de lucht boven de zee verkiezen. Een van de theorieën is dat de vissen vluchten voor roofvissen. Een andere theorie is dat de dieren energie besparen door af en toe een stukje te 'vliegen' . Het houd de wetenschap bezig, maar het zal de vliegende vis worst wezen (of liever plankton, want dat eet hij graag).

harige vis






Het lezen van dit verhaal kan u op het verkeerde been zetten, al kan dat van de vis in kwestie niet gezegd worden.
De bont dragende forel is een soort van vis die een dikke laag van bont bezit om zichzelf in de koude wateren waar het leeft warm te houden. Deze bontvissen worden hoofdzakelijk gevonden in de noordelijke gebieden van Noord-Amerika, maar in het bijzonder in Canada, Colorado, Wyoming, en Montana. De soort wordt ook Beverforel genoemd.

Volgens legende, werd de bont-dragende forel voor het eerst gesignaleerd door toen Schotse kolonisten tijdens de zeventiende eeuw emigreerden naar Canada. Één van hen schreef naar huis over de overvloed aan harige dieren en vissen in het wilde land. Hij stuurde zelfs een exemplaar mee, al is dat later verloren gegaan. Bont-dragende forellen, opgezet als muurtrofeeën, kunnen nog steeds worden gevonden in het merengebied van Noord-Amerika en Canada.
Er zijn een aantal theorieën die de vachtgroei bij beverforellen verklaren, al vindt ik de haargroei-middeltheorie zelfs voor een hoax-verhaal te extravagant. De meest aannemelijke theorie richt zich op het zeer koude water waar de forel zich in ophoud. Door jaren van evolutie zou het dier zich aangepast hebben door een vacht te ontwikkelen tegen de extreme koude van de noordelijke wateren. Er zijn onderzoekers die stellen dat in de lente de bont dragende forel zich ontdoet van zijn dikke bontlaag en door het leven gaat als een normale beekforel. Dat gedrag kan verklaren waarom een met bont bedekte forel niet algemeen gevangen wordt tijdens het visseizoen.
Als dit sterke visverhaal werkelijk waar is eet ik de eerste beverforel die ik te pakken krijg met liefde en plezier met huid en haar op.

vissenhelm



Er was eens een krijgslustig vissersvolk......
Zo zou het sprookje kunnen beginnen dat hoort bij het verhaal van het onstaan van de vishelm. De vishelm heeft namelijk niets te maken met het belang van de helm bij het vissen (zie hiervoor de uitleg door Bert Visscher) maar alles met krijgskunst op Christmas Island, de thuisbasis van de Kiribati (uitspraak: 'kiri-bass'). Even voor de goede orde; Christmas Island ligt ten zuiden van Hawaii in het deel van de wereld dat Micronesia heet en heeft drie grotere woonplaatsen: Parijs, London en Poland. Ondanks deze noordelijke plaatsnamen is het een sprookjesachtig bounty-eiland met bijna meer blauwe lagoons dan land. Kiribati is het enige land ter wereld dat zowel op het noordelijke, zuidelijke, oostelijke als westelijke halfrond ligt. Omdat het eiland meer zee dan land heeft was het hoofdvoedsel van de oorspronkelijke bewoners vis. De Engelsen die de eilanden in dit deel van Oceanië veroverden troffen trotse met vis bepanserde krijgers. Want wie wil er nou niet in een sprookjesachtig stukje paradijs wonen?

De helm van de Kiribati-krijger is gemaakt van een grote soort egelvis die vaak ook nog giftige stekels hebben. De vis blaast zich op bij gevaar en heeft een hard uitwendig skelet. Als je dit alles uitholt is het dus een uitstekend stevige helm. Het "zwaard" is gemaakt van koraal, wat het een geducht wapen maakt; koraal is nogal scherp. Het wambuis is gemaakt van kokosnootvezel wat het net zo stevig maakt als een ouderwetse deurmat. De Engelsen waren na hun verovering zo nieuwsgierig dat ze een deel van de mooiste voorwerpen mee namen naar Engeland. In het Pitt Rivers Museum is daarom nog steeds de meest uitgebreidde collectie met originele Kiribati voorwerpen te bewonderen. zo is ver weg toch stiekem heel dichtbij.

dollarvouwkunstenaar





Creatief met dollarbiljetten. Dat had goed de titel van dit stuk kunnen zijn. Won park neemt het in ieder geval erg serieus. Hij vervormt de dollars tot vanalles. Uit zijn handen kwamen al een tank en een fototoestel (heel toepasselijk voor een Japanner), maar ook van allerlei dieren zoals koikarpers, pinguins, beren en krabben. Het is echt heel knap wat hij zo zonder knippen voor elkaar krijgt. Je kan dan ook met recht zeggen dat hij perfect in vorm is.




vliegen

Ze zijn bizar, kleurrijk en exotisch.  Het zijn nepvliegen om mee te vliegvissen! Als deze vliegen vliegen, vliegen vissen vliegen achterna.  De vis, in dit geval een forel, ziet het kleurrijke ding aan voor een insect. Vraag me niet waarom, maar ze happen er iedere keer weer in. De detailering in het draadje rond het buisje, de lengte, de kleuren en de lengte van de "vleugels" lijken wel hogere wiskunde. Maar wat is nu het ultieme vliegje? Dat lijkt niemand te weten. De mens is inventief en zoekt gewoon steeds weer verder naar nieuwe vormen om de vis te verleiden. En de vis? Ach, het visseoog wil schijnbaar ook wat.






Coelacanthus






Coelacanthus. Roofvis. Levendbarend. Merkwaardige staart uit drie delen. Kwastvormige vinnen. Afmeting: enkele centimeters tot twee meter. Favoriete bezigheden: kopstand en rondhangen. Leefde 400 tot 70 miljoen jaar geleden. Oudste beschrijving fossiel: 1833 door de Zwitserse zoöloog Louis Rudolph Agassiz. Stiekem toch niet uitgestorven.
Marjorie Courtenay-Latimer, had het eigenlijk te druk om de visvangsten van de Zuid-Afrikaanse kapitein Hendrik Goosen te gaan bekijken. Er zat dan ook niet iets bij wat ze niet al in haar verzameling had. Op die ene na. Een stukje blauwe vin bleek te horen bij een bleek blauwe vis van anderhalve meter lang met oplichtende zilveren stippen. Maar wat was het? De driedelige staart en het kwastje leidde haar al spoedig tot de conclusie dat het een prehistorische vis was. Maar ja, je weet het nooit zeker en daarom stuurde ze professor James Leonard Brierley Smith van de Rhodes Universiteit in Grahamstown een schets van het dier. Ook hij kon maar tot een conclusie komen; het was daadwerkelijk een coelacanth.

Smith gaf zijn baan op en ging op zoek naar deze prehistorische vis. Dat ging niet al te makkelijk. Behalve dat de tweede wereldoorlog was uitgebroken had hij eigenlijk niet echt een idee waar te zoeken. Teneinde raad loofde hij een prijs uit voor diegene die hem een coelacanth kon bezorgen. Met duizenden opsporingsaffiches in ieder zeedorpje van oostelijk Afrika lukte het uiteindelijk. Kapitein Eric Hunt (heel toepasselijke naam) was degene, die na 14 jaar speuren, op de Comoren een nieuw exemplaar vond.

Hoe blij hij ook was, de vangst van het tweede dier was het slechtste dat Smith kon overkomen. Smith meende dat het dier van een andere soort was, onder meer omdat de vis zijn tweede rugvin miste. Andere zoölogen ontdekten echter dat de vin ontbrak door een verwonding. Nog erger voor Smith was dat de Franse overheid zich realiseerde een waardevolle wetenschappelijke ontdekking zo maar aan Zuid-Afrika te hebben gegeven. Parijs besloot dat er voortaan geen coelacanth mocht worden uitgevoerd. Smith kon daardoor geen onderzoek verrichten aan de tientallen exemplaren die later nog werden gevangen. De conclusies die Smith trok over de missing link van de vis coelacanth en de eerste landdieren werden ook ontkracht door later onderzoek. Het toch al wat neerslachtige gemoed van James Leonard Brierley Smith heeft die tik nooit goed verwerkt. Op 8 januari 1968, zeventig jaar oud, pleegde hij zelfmoord. ‘Voorzichtig. Cyanide,’ waarschuwde het afscheidsbriefje aan zijn vrouw.


Narwhal

De Monodon monoceros oftewel Narwal is zomaar een zonderling zeeschepsel. De Kelleluak kakortok zoals ie in Groenland wordt genoemd, behoort tot de orde van de walvissen en komt voor in de koude wateren met pakijs (subpolaire gebied) rond de noordpool. Canada, Groenland, IJsland, Noorwegen en Rusland zijn plaatsen waar vaker groepen worden gesignaleerd. De naam ‘Narwal’ stamt uit het Oud-Noors en betekent ‘lijk-walvis’, waarschijnlijk omdat een wat oudere (bijna witte) Narwal, lijkt op een drijvend verdronken menselijk lichaam.
Wat ik mooi vind aan de Narwal is zijn bolle kop, met stompe snuit, maar ook vooral zijn mooie stippels die de donkergekleurde rug en witte buik bedekken. Waar je uiteraard niet omheen kan is de lange slagtand. Het zal niemand verbazen dat de Narwal ooit model heeft gestaan voor voor de eenhoorn zoals wij die uit de mythologie kennen. De slagtand, die in een spiraal loopt, is een typische eigenschap van de mannetjes. Vrouwtjes ontwikkelen zelden een soortgelijke slagtand, terwijl sommige mannetjes er wel twee hebben. De Narwal heeft slechts twee tanden, beide in de bovenkaak, waarvan de slagtand meestal de linkertand is. De slagtanden worden waarschijnlijk door mannetjes gebruikt om rivalen te bevechten. Uit onderzoek is gebleken dat een narwaltand wel 10 miljoen zenuwen telt. Hiermee kunnen verschillen in watertemperatuur, druk en zoutgehalte waargenomen worden. Schijnbaar komt het de Naral erg nauw, anders zou het zeezoogdier niet zo’n verfijnd meetinstrument ontwikkelen. Het lijkt er erg op dat deze verfijnde leefgewoonten de Narwal de “nek” gaan kosten (figuurlijk dan). Door de opwarming van de aarde zal naar alle waarschijnlijkheid niet de ijsbeer maar de Narwal als eerste uitsterven.
Het aantal narwals wordt geschat op maximaal 45.000 dieren. Dat lijkt veel, maar het is niet meer dan het aantal inwoners van Leamington Spa in Engeland of het aantal vierdaagse-herinneringsspeldjes dat voor de vroegtijdig afgelaste vierdaagse van Nijmegen van 2006 werd gemaakt. De narwals worden bedreigd door de jacht. Andere bedreigingen zijn verstoring door mensen en chemische verontreiniging van de natuurlijke leefomgeving van de narwals. Naast mensen wordt er ook op narwals gejaagd door Groenlandse haaien, zwaardwalvissen (orka’s), ijsberen en walrussen. Bovendien worden zij geplaagd door verscheidene soorten parasieten. Kortom; het wordt voor de Narwal echt weer tijd om eens aan land te komen.
Wat niemand weet is een kinderboek van Tonke Dragt. Het gaat over de vrije Eenhoorn die niet verdrinkt door de grote vloed, maar zinkt en verandert in een Zee-eenhoorn.

Visboek van Adriaen Coenensz

Is het een visboek? Is het een kunstwerk? Ja dat is het!

Adriaen Coenensz begon in 1577 met dit visboek. Zijn werk en contacten met geleerden uit Den Haag kwamen daarbij goed van pas. Adidriaen was naast visser en afslager ook strandvonder (een strandvonder is verplicht de goederen die uit zee zijn aangespoeld te bergen en aan de eigenaar terug te geven tegen betaling van de onkosten voor het bergen en opslaan), zodat hem elk vreemd zeewezen dat aan land gebracht werd, onder ogen kwam.
Coenensz maakte van bijna elke bladzijde een apart kunstwerkje door met waterverf randen, kaders en lijsten te schilderen waarbinnen hij illustraties bij zijn teksten heeft getekend. In het boek dat 800 blazijden telt, staan allerlei wetenswaardigheden over de zee, de kusten en kustwateren, de visgronden en de zeedieren.
Via de website van de koninklijke bibliotheek is een digitaal bladerboek van Coenensz Visboek in zijn geheel te bewonderen: http://www.kb.nl/galerie/visboek/

Related Posts with Thumbnails