Posts tonen met het label eten. Alle posts tonen
Posts tonen met het label eten. Alle posts tonen

zuurzak








Guanabana heeft niets met de Muppetshow te maken. Het bekt wel lekker op dit liedje. Nee, het is een exotische vrucht met een bijzonder lekkere fris zoet-zure smaak. Omdat het heel moeilijk is om uit te leggen hoe lekker, is proberen het devies. De groene vrucht met helder witte binnenzijde en grote zwarte pitten wordt echter niet zo vaak in Nederland verkocht. Zuurzak is niet goed te exporteren (grote kans dat er ook gewoon te weinig vraag naar is) en kun je in herkenbare vorm eigenlijk enkel in blik kopen. Ik weet niet of dit qua smaak bij de real thing in de buurt komt, maar ja wat doe d'r an. Niet veel waarschijnlijk. Appelsientje heeft wel iets gemixt met Guanábana, maar dat smaakt in de verste verte niet naar Guanábana, Jammer. De toko is de aangewezen plek voor de zuurzakliefhebber. Hier zijn, als we de berichten mogen geloven, de eerder genoemde blikken en ook zuurzakpoeder te verkrijgen. In Costa Rica hebben ze in de supermarkt ook Guanábana oplosdrink. Gewoon koel water bij het poeder en genieten maar. Heerlijk! Wij zullen het moeten doen met een recept. Zuurzakijs voor met z'n vieren, maar maak voor de zekerheid alvast de dubbele hoeveelheid..... Succes!




1 blik zuurzak*
125 ml slagroom


Pureer de zuurzak met vocht en al zo recht uit het blik. Meng de puree met de slagroom. Schep het mengsel in een bak en zet luchtdicht afgesloten in de vriezer. Het ijs heeft ongeveer drie uur nodig om tot iets ijzigs te bevriezen, maar om te voorkomen dat je opgescheept zit met een solide blok ijs moet je om het uur de ijskristallen in het mengsel kapot breken. Hierdoor krijgt je ijs een mooie structuur. Een half uurtje voor gebruik uit de vriezer zetten en genieten maar!




* zuurzak is verkrijgbaar bij de Japanse supermarkt. Tenminste, dat is zo in Eindhoven aan de Kruisstraat. Daar zit deze bijzonder smakelijke vrucht echter niet in blik maar met vruchtvlees en al ingevroren in een bekertje in de vriezer.


Er zijn ook recepten waar in de plaats van slagroom, melk (5 kopjes) en suiker (1,5 kopje) wordt gebruikt. Daar moeten dan wel twee blikken met zuurzak bij. Als dat te zoet wordt kan je wat citroensap toevoegen. Het ijsmengsel kan natuurlijk ook in een ijsmachine, maar die moet je dan wel toevallig een hebben staan...

Jachtig





Wat je ook van jagen vindt, het is een bezigheid met diepgewortelde tradities. Veel van de gebruiken rondom de jacht zijn ontstaan in de middeleeuwen. Ik las ergens dat in de middeleeuwen de jacht wordt gekenmerkt door symboliek, ridderlijkheid en sportiviteit, met het accent op drie begrippen: opsporen, opjagen en doden. Dat klinkt mooi, maar het is maar een kleine groep aristocraten die er van profiteert en daarnaast ook nog de zeggenschap heeft over een grote massa lijfeigenen en boeren. Die laatste bewerken de akkers en moeten niet alleen het grootste deel van de opbrengst aan de eigenaar afdragen, maar ook zijn rechten respecteren, zoals bijvoorbeeld het jachtrecht, visrecht, maalrecht en tolrecht. Het recht op de jacht wordt streng gehandhaafd, zo streng dat de belangen van het wild en van de jacht soms boven die van de voedselproductie worden gesteld. Dat gaat zelfs zo ver dat boeren niet het recht hebben om het wild, dat schade aanricht, van de akkers te verjagen en ze moeten aanzien dat adellijke jachtgezelschappen tijdens de jacht op hun paarden dwars door de ingezaaide velden denderen. De tegenstellingen zijn heel groot: terwijl lijfeigenen en boeren honger lijden, leven adel en geestelijkheid in decadente luxe. De geestelijkheid mag officieel niet deelnemen aan de jacht, maar is toch steeds present bij jachtpartijen en heeft niet zelden zelf uitgebreide jachtrechten in haar bezit. Waar het plebs op een houtje bijt verandert voor de aristocratie de noodzaak om te jagen in een stijlvol tijdverdrijf, dat zich tot een ware kunst ontwikkelt. Een kunst met regels en etiquette, met pracht en praal, met paarden en meutes (honden en of mensen), met netten, (kruis)boog, speren of zwaarden en uiteraard met valken. 
Bij vrijwel alle vormen van de middeleeuwse jacht spelen honden een belangrijke rol. Jachthonden moeten aan een aantal eisen voldoen: een goed reukvermogen hebben, moedig genoeg zijn om dieren te stellen (op de plaats houden) en blaffend aangeven waar ze zich bevinden), aan te vallen of te doden en een groot uithoudingsvermogen hebben om het wild langdurig te kunnen achtervolgen. De middeleeuwse jagers werkten het liefste met een gevlekte hond, zodat deze niet voor wild aangezien kon worden. Echte rassen zijn er in de middeleeuwen nog niet, maar zeker is dat door het fokken en selecteren van de meest geschikte honden een groot aantal rassen van onze huidige trouwe viervoeter zijn ontstaan. Als het gaat om het jachtrecht is aan de adel het recht op de jacht op groot wild voorbehouden (de zogenaamde hoge jacht). Lagere standen mogen onder voorwaarden op konijnen, hazen en veerwild jagen (de lage jacht). Er bestaat een opsomming uit 1502 van het te bejagen wild: Conijnen, Hasen, Perdrijzen, Fesanen, Putoren, Moerhoenderen, Cranen, Swanen, Reyghers, Quacken, Schollevaars en Lepelaars. Daarbij komen dan nog het wilde varken, edelhert en ree. De uitvinding van het buskruit en de komst van de eerste vuurwapens maken een einde aan de middeleeuwse jacht, maar niet aan de in deze tijd opgebouwde tradities. Deze leven nog altijd voort in de jachtige tijd van nu.





Appelrassen






Schilder maar eens een appel. Nee, laten we anders beginnen. Schilder maar eens alle bekende appels van Amerika. Een schie onmogelijke klus, die toch echt ooit uitgevoerd werd. Deborah Griscom Passmore (1840-1911) was negentien jaar kunstenaar voor het Amerikaanse ministerie van Landbouw (USDA). In een tijd dat foto’s nog duurder waren dan handwerk schilderde ze daar allerhande fruit. In totaal zijn er  meer dan 1500 werken van haar hand bekend. Van appels, peren tot kersen en aardbeien, ze schilderde ze allemaal. De aquarellen hebben een fotografische verfijning. De werken werden in bulletins  van het Amerikaanse ministerie van Landbouw gepubliceerd onder andere onder de noemer “Promising New Fruits”. Ze zijn zo mooi dat het water je bijna in de mond loopt van enkel het kijken.

Even terug naar de appeltjes. Er zijn op dit moment bij benadering 7.000 verschillende appelrassen. Het rare is dat we met z’n allen Jonagold, Granny Smith en Golden Delicious en nog een paar soorten appels eten en de rest van de soorten nooit in de winkel te zien krijgen. Da’s raar, maar waar. Maar waar een wil, is, is een weg. Dus zijn er gelukkig ook mensen die aandacht besteden aan lekkere oude appelrassen die zo vol van smaak kunnen zijn dat de supermarkt-appeltjes er maar bleekjes bij afsteken. Niks zoetsappige eenheidsappeltjes. Appeltjes met pit!
Zin gekregen in een appeltje? Koop dan een eigen fruitboom en kies daarbij voor een soort die vroeger ook bij jou in de buurt geteeld werd. Dan heb je straks een heleboel eigen appeltjes te schillen.

Ortholaan




Het lezen van dit verhaal kan je nekharen doen rijzen, maar wellicht (onbedoeld) ook je smaakpapillen prikkelen. Het hele gebeuren rond ortolanen is sowieso een excentriek gebeuren.

De ortolaan is beroemd vanwege zijn status als delicatesse. In vroegere tijden was het eten van deze vogel enkel voorbehouden aan Romeinse keizers en andere wereldleiders. De vogel wordt voornamelijk gewaardeerd om zijn delicate, sappig vette vlees, een lekkernij voor smulpapen.Veel vlees zit er overigens niet aan. De ortolaan weegt ongeveer 25 gram en is niet groter dan circa 15 centimeter.
De vangst van de ortolanen gebeurt tijdens de trek van augustus tot eind september, op kleine braaklandjes in de akkers en maïsvelden. Voor de vangst worden gevlochten vangnetjes van ijzerdraad gebruikt. De slagnetten met eronder graan staan op de grond. Lokvogels moeten de overvliegende ortolanen tot landen bewegen. Als een ortolaan onder het slagnet komt klapt deze naar beneden en wordt de vogel levend gevangen.
Om zoveel mogelijk ortolaan te kunnen eten worden ze eerst vet gemest in een verduisterde doos of kooi. De ortolaan is gewend in het schemer te foerageren en door het duister (soms nog met wat kaarslicht) blijven ze actief eten. Na enkele weken op witte gierst, druiven en vijgen hebben de ortolanen tot wel vier keer hun normale grootte bereikt. De techniek van het vetmesten is al erg oud en stamt hoogstwaarschijnlijk nog af van de decadente koks van het keizerlijke Rome.


De volgende stap is het doden van de ortolaan. Dat gaat op een andere manier als het doden van een kip. Met een steek van een stopnaald in het achterhoofd en een grote dosis van de sterke drank Armagnac wordt de vogel gedood. Daarna worden de veertjes van het lijf geplukt. Al het andere van de vogel blijft erin en aan zitten. Pootjes, snavel, botjes, organen, hartje, kraaloogjes; echt alles.
De bereiding van de vogel is eigenlijk heel simpel en kost niet meer dan een minuut of acht. Een oven wordt goed heet gestookt en de ortolaan wordt hierin geroosterd. Daarna wordt de vogel opgegeten volgens een uitgebreid en vaststaand ritueel. De ortolaan wordt opgediend op een ruim bord. Eerst moet de eter het hoofd bedekken met een gesteven traditioneel geborduurde linnen servet die zó gedrapeerd wordt dat bord en eter aan het zicht onttrokken worden. Het servet heeft meerdere doeleinden; het behoud en concentratie van de vrijkomende aroma’s, het onttrekken van het onsmakelijke gekauw en de bijbehorende rommel zoals gespat, betere concentratie op de exquise dis, het onttrekken van de illegale activiteit voor omstanders en als laatste het verbergen van de zondige vraatzucht van de gastronoom voor god. Het servet is dus een essentieel onderdeel.
Maar wat gebeurt er eigenlijk onder het servet? De ortolaan die uit de oven komt dient onmiddellijk te worden geserveerd. Het is de bedoeling dat de fijnproever de hete ortolaan in één keer helemaal in de mond te neemt. Enkel de kop moet uit de mond hangen. Deze wordt vervolgens afgebeten en terzijde geschoven. De onthoofde ortolaan blijft nu op de tong rusten totdat deze is afgekoeld. Dit dient te geschieden door snel door de mond in te ademen. Ondertussen lopen het vet en andere sappen vrijelijk bij de smulpaap in de keel naar binnen. Een smaaksensatie.
Wanneer de ortolaan voldoende is afgekoeld kan het langzame kauwen beginnen. Gedurende een kwartier wordt er met volle aandacht op de vogel gekauwd zonder grotere vaste onderdelen door te slikken. Hierbij schijnen de meest bijzondere smaken vrij te komen. Het vlees is blijkbaar sappig en vet, terwijl de ingewanden smeuïg zijn. De smaken worden omschreven als ware het eten van een ortolaan een uitgebreide wijnproeverij. Dat zal voor een deel ook wel komen door de vrijkomende Armagnac. Nadat de vogel geheel is uitgekauwd blijft er natuurlijk nog voldoende over dat zelfs na zolang kauwen niet klein te krijgen is. Dit wordt in het bord terug gespuugd. Daarmee is het eetritueel beëindigd.

Het vangen, vetmesten en eten van ortolanen is niet echt diervriendelijk te noemen*. Bovendien is dit exquise hapje illegaal. De ortolaan is namelijk een zeldzame vogel en daarom zwaar beschermd. Ondanks dat wordt de ortolaan nog steeds in sommige delen van Frankrijk gegeten. Daar wordt het eten van ortolanen nog bedekt met het servet der schaamte.


*Al moet ik daarbij opmerken dat het opfokken van vleeskippen inclusief de bijbehorende industriële slacht ook niet echt een pretje te noemen is.


boodschappenlijstjesverzameling



Boodschappenlijstjes zijn cool, hip en happening. Nou ja, als je er iets leuks mee doet dan. En dat gebeurde dan ook. In meerdere landen zijn er booschappenlijstjesverzamelaars. Naast een heel mooi woord voor Scrable is het bijzonder leuk om de verschillende sites met booschappenlijstjes door te bladeren en de verhalen erbij te lezen. De verzamelaars maken er namelijk een sport van om aan de hand van het lijstje een profiel van de voormalige eigenaar te geven. Je krijgt te maken met belangrijke levensvragen als "Waarom kocht deze oude man snert in de zomer"?
Ik heb ooit een boodschappelijstje gehad waarop ik samen met mijn vrouw (toen nog enkel vriendin) een liedje had gemaakt. Vraag me niet waarom, maar het ging als volgt (op het wijsje van "Sur le pont d'Avignon"):

melk
vla,
witlof
sla,
--*
--*
suiker
Brinta.
koffiemelk,
vleeswaren:
1 ons rookvlees
gekookte ham

Mooi hè? Wij zingen het boodschappenlied nog regelmatig (al is mijn vrouw inmiddels vegetariër). Dus...dat wordt diepnadenken voordat je je volgende boodschappenlijstje opstelt.

* ik heb geen idee meer wat hier stond

Doe hier of hier alvast je inspiratie op:

mooncake

 

Tijdens de nacht van de volste en helderste maan van het maanjaar, de Oogstmaan, wordt het Chinese Maanfeest gevierd. Dit Midherfstfeest valt op de vijftiende dag van de achtste maanmaand van de maankalender begin oktober. Dit feest behoort tot de oudste ter wereld en is duizenden jaren oud. Het is ook het vrolijkste Chinese jaarfeest en een echt familiefeest. Mensen nemen de dag vrij en brengen familiebezoeken en schenken elkaar maancake gevuld met lotuszaadpastei. s' Avonds mogen de kinderen laat opblijven en wandelen met hun ouders buiten met kleurige lantaarns, kijkend naar die mooie volle maan. Het zware werk op het land is voorbij en de oogst is bijna binnengehaald. Op deze dag wordt dankbaarheid getoond aan de maangodin en aarde voor alle zegeningen van het afgelopen jaar. De god van de aarde heeft die dag ook zijn geboortedag.

Er zijn verschillende legenden die verteld worden met dit feest. Eén ervan gaat over de maanfee die in een paleis van kristal woont en naar buiten komt om te dansen op de schaduwkant van de maan. Dit verhaal over de maandame is zeer oud en gaat terug naar een tijd toen er in één keer tien zonnen tegelijk opkwamen. De dag dat dit gebeurde werd het erg heet op de wereld. Omdat de aarde anders in vuur zou opgaan gaf de toen heersende keizer het bevel aan de beste boogschutter, generaal Hou yi, om de negen extra zonnen neer te halen.  De generaal schoot de negen zonnen neer. Als dank beloonde de Godin van de Westelijke Hemel de boogschutter met een medicijn dat hem onsterfelijk zou maken. Maar het ging mis. De vrouw van de generaal vond het medicijn en nam het in waarna ze begon te zweven. Haar man ging achter haar aan en probeerde haar weer tevergeefs naar beneden te halen maar kon haar niet meer redden. Toen ze in haar vlucht omhoog de maan had bereikt werd ze gedwongen daar te blijven. Helaas was de maan onbereikbaar. Hou yi maakte toen voor zijn grote liefde bij zijn huis een altaar met een offer voor de maan waar hij om haar kon rouwen. Zijn vrouw werd de dame op de maan, de maanfee. Volgens de legende was haar schoonheid op zijn mooist op de dag van het Maanfestival.

De vijf smaken van de tong


De tong kan meerdere smaaksensaties waarnemen namelijk; zuur, bitter, zoet en zout. Nu werd vroeger aangenomen dat er mooi afgebakende gebieden waren waar dan ook de receptoren voor de verschillende smaken zaten. Dat blijkt maar ten dele waar. Zoet en zout proef je weliswaar beter voor op je tong, maar je kunt ze ook waarnemen met het achterste gedeelte. De smaken zitten dus veel meer verspreid dan aangenomen. Zo kun je bitter dus niet enkel achteraan op je tong waarnemen en is zuur niet specifiek voor de zijkanten van je tong. Deze gebieden zijn wel meer gespecialiseerd omdat er meer smaakspecifieke smaakreceptoren bij elkaar zitten. Smaak is voor een deel ook niet beperkt tot de tong. Ook bijvoorbeeld in de keelholte zitten smaakreceptoren. De "smaaksensatie" van hete, brandende pepers is overigens helemaal geen smaak, maar een irriterende reactie op de huid. Het schijnt heel vervelend te zijn om tabasco op gevoelige huid te krijgen.....

Om het nog moeilijker te maken: er is nog een vijfde relatief onbekende smaaksensatie. Dat is Umami. Deze smaak werd in 1908 door Kikunae Ikeda, Professor aan de Tokyo Imperial University Ontdekt. Het schijnt dat deze smaak zich het beste laat omschrijven als “hartig” en dat dit ook de smaak is waardoor je het water in de mond loopt. Dit alles door het stofje glutamaat, een aminozuur dat veel voorkomt in bijvoorbeeld rijpe tomaten, ketjap, groene thee, kaas en vis. De smaak Umami is ook verbonden aan moedermelk. Dus zonder het te weten is deze bijzondere smaak ons met de paplepel ingegoten.



vogelnestjes soep

  
Wim Sonneveld had ze moeten waarschuwen. Waar is toch die tijd gebleven waarin klipzwaluwen gewoon grotten uitkozen voor het maken van hun spuugnesten. Het hele plaatje valt uiteen als je weet dat ze wonen in betonnen dozen, vogelapartementen met het uiterlijk van een spookstad.



Eerst maar het traditionele beeld. De zwaluwen nestelen o.a. in de grotten van Niah en in de grotten van Koh Phi Phi Ley en gebruiken hun speeksel als cement voor hun van plantenmateriaal gemaakte nest. Het speeksel komt uit speekselklieren onder de tong. De nesten worden met de nodige waaghalzerij geoogst door ze van het plafond van de grotten af te steken. Maar dat is het waard. De plantaardige delen van het nest worden daarna voorzichtig verwijderd. Het spul dat overschiet wordt gekookt in bouillon en deze zachte, smakeloze spuugslierten worden vervolgens voor veel geld in dure restaurants geserveerd als lustopwekkend middel. De vogelnestjes hebben de naam de mannelijke seksuele appetijt op te drijven, je vermagert ervan, het versterkt de immuniteit en het is een verjongingsmiddel. Vogelnestjessoep om van te smullen dus! O ja, er gaan ruim 100 nesten in één kilo vogelnestspuug. Onthoud dat even.


Maar ja daar bleef het dus niet bij. De klipzwaluw heeft na eeuwen de mens ontdekt. Toen in 1997 een aantal zwaluwen zich vestigden in een duistere bovenverdieping van een huisje in Pak Phanang begon het begin van een vreemd verschijnsel. De zwaluwen bleven omdat het van insecten vergeven mangrovebos zo veel dichter in de buurt was. Toen mensen lucht van kregen van de vestiging van de zwaluwen was een lucratieve handel geboren en werden er in het dorp overal voorzieningen getroffen. Vijfhonderd mensen verhuisden en er werden zelfs speciale vogelappartementen uit de grond gestampt voor een fiks bedrag. Donker, vochtig, hoog, koel en somber moet het er zijn. Net zoals in een grot. Met vogelgeluiden worden de “gasten” gelokt. Deze gasten moeten echter wel om de zoveel tijd hun eigen, bijeen gekweelde, nest afstaan om te mogen blijven. De oogst kan oplopen tot 20 kilo per maand. Dat zijn dus 24.000 nesten per jaar uit één gebouw met vogelappartementen en er staan er meer dan driehonderd. Als die berekening echt klopt dan lijkt me dat meer dan voldoende om de lusteloosheid van een hele natie te bestrijden.

Bijproducten

Dat bijtjes in zwermen en rijtjes helemaal geen honing uit een kelk zuigen was een bij vele al bekend. Herman van Veen bedoelde natuurlijk nectar, maar dat is zo'n moeilijk woord en onbekend bij kinderen. De nectar en stuifmeel dat de bijen verzamelen zetten die vlijtige insecten om naar enkele producten die we allemaal (van groot tot klein) kennen. Bijenwas en natuurlijk honing. Echte Bij-producten.
Als was was was, was was was. Maar daar heb je niets aan als je wilt weten hoe die was nu eigenlik ontstaat. Nu, een bij eet nectar en stuifmeel. Dit beland in de maag van de bij en twintig uur later breekt bij de bij het zweet uit. Et voilà; ruwe bijenwas. De was die uit acht zeer kleine wasklieren aan de onderzijde van het achterlijf uit de bij gekomen is is eerst nog kleur- en geurloos. De bij neemt het uitgezwete spul in haar bek en kauwt het dan met toevoeging van wat speeksel tot een korreltje. Een korreltje was. Duizenden van zulke korreltjes op elkaar geplakt vormen een raatwerk van zeshoekige raten die pas na enige tijd door inwerking van honing en stuifmeel de gele kleur en de heerlijke geur van de bijenwas verkrijgen.
Weer even terug naar de bijen en de nectar die ze in zwermen en rijen uit de bloemkelken halen. De bijen zuigen de nectar uit de kelk van de bloem en bij aankomst in de bijenkorf wordt de nectar afgegeven aan andere bijen die de nectar omzetten met enzymen naar honing. Hiervoor wordt de nectar meerdere keren “opgekotst”. Hierbij komen er steeds wat meer enzymen bij de nectar waardoor deze fementeert en vocht verliest. Eigenlijk is hetgeen wij zo enorm smakelijk vinden bijenbraaksel. Het is maar dat je het weet. De honing die uiteindelijk door de werksters opgeslagen wordt heeft door de "herkauw"-behandeling" een vele male zoetere smaak gekregen dan de oorspronkelijke nectar. Na het opslaan rijpt de honing en wordt het bijzondere goedje beter bestand tegen bederf. Daarmee is de honing slingerklaar voor de imker.
Bekijk hier een instructiefilmpje van Bert Vischer over honingslingeren (en gratis en voor niets ook uitleg over de wondere wereld van de filatelie)

Paddestoelen

Met paddestoelen kun je alle kanten uit, ook de verkeerde. Muurschilderingen uit Pompei laten zien dat de Romeinen eekhoorntjesbrood, cantharellen, champignons en truffels aten. De schimmelige vruchtlichamen werden nog niet gekweekt, maar geplukt in de vrije natuur. Dat mag tegenwoordig niet meer. Het kookboek van Apicius is geschreven door de Romein Apicius. Hij jaagde zijn gehele fortuin er doorheen om van allerlei recepten te verzamelen en uit te proberen. Zijn gastronomische boeken bevatten heel veel fantastische recepten, waaronder natuurlijk ook enkele recepten voor paddestoelen:
Elfenbankjes Fungi farnei
Dressing bij Elfenbankjes In fungis farneis
Eekhoorntjesbrood Boletos aliter Truffels Tubera
Dat de romeinen ook goed wisten welke paddestoelen dodelijk giftig waren ondervond Keizer Claudius aan den lijve; hij werd met paddestoelen in zijn eten vergiftigd.
Met paddestoelen kun je alle kanten uit. Paddestoelen doen dat zelf ook. Op deze manier ontstaan
de heksenkringen. Paddestoelen werden door de Germanen al als geheimzinnig beschouwd, omdat ze ogenschijnlijk 's nachts verschenen en geen voedsel nodig hadden. De mysterieuze cirkels waarin de paddestoelen soms groeiden werden gezien als plaatsen waar heksen hun rituelen uitvoerden. Ach, mischien waren we hier gewoon een beetje zwaar op de hand. Heksenkring krijgt vertaald naar het Engels een veel prettigere betekenis: fairy circle. Men geloofde dat de paddestoelen in de voetstappen van in een kring dansende feeën ontsproten. Ik zie het zo voor me.
Meer paddestoelprenten hier

Mousse au Chocolate

Hulde aan de onbekende kok die ons leven verrijkte met chocolademousse. Wie het was is in nevelen gehuld. Dat is raar, want de Fransen waar het recept waarschijnlijk ontwikkelt is zijn altijd erg trots op hun voortreffelijke kookkunsten. Vanaf de introductie in 1615 koken ze in Frankrijk met chocolade. Ook kende de Franse keuken toendertijd de mousse al, maar werd meer gebruikt in combinatie met hartige ingrediënten zoals ham en asperges. Wanneer de klik nu precies plaatsvond zullen we nooit weten. Zo rond 1880 duiken er pas recepten op van chocolademousse, let wel, met pure chocolade. Dat blijft zo tot in 1977 een kok met de naam Michael Fitoussi voor de viering van het tweejarig bestaan van "The Palace Restaurant" in New York een nieuwe chocolademousse maakt: Witte chocolademousse. Hier volgt een recept:
Ingrediënten
1 blaadje gelatine ~ 60 gram witte chocolade ~ 1 eetlepel heet water ~ 2 eierdooiers ~ 25 gram suiker ~ 2 eiwitten ~ liefde
Bereiden
Klop de eiwitten heel stijf. Klop de eierdooiers met de suiker tot een dikke witte crème. Hak de chocolade in stukjes. Leg de gelatine (ca 5 minuten) in koud water. Smelt de chocoladeblokjes, au bain marie, totdat er geen stukjes meer in zitten. Nu kan de gelatine uitgeknepen worden. Los de gelatine op in het hete water en roer dit door de gesmolten chocolade. Roer de chocoladesaus door de witte crème en laat deze afkoelen tot ze lauw is. Spatel dan de crème door de eiwitten. Finish het geheel met een snuifje liefde. Laat c.a. 2 uur opstijven in de koelkast.
Bestel maar alvast engeltjes met een zwakke blaas voor de nodige lofzang op deze luchtige tongstreler. Geniet, Bon appetit!

Related Posts with Thumbnails