Posts tonen met het label planten. Alle posts tonen
Posts tonen met het label planten. Alle posts tonen

Appelrassen






Schilder maar eens een appel. Nee, laten we anders beginnen. Schilder maar eens alle bekende appels van Amerika. Een schie onmogelijke klus, die toch echt ooit uitgevoerd werd. Deborah Griscom Passmore (1840-1911) was negentien jaar kunstenaar voor het Amerikaanse ministerie van Landbouw (USDA). In een tijd dat foto’s nog duurder waren dan handwerk schilderde ze daar allerhande fruit. In totaal zijn er  meer dan 1500 werken van haar hand bekend. Van appels, peren tot kersen en aardbeien, ze schilderde ze allemaal. De aquarellen hebben een fotografische verfijning. De werken werden in bulletins  van het Amerikaanse ministerie van Landbouw gepubliceerd onder andere onder de noemer “Promising New Fruits”. Ze zijn zo mooi dat het water je bijna in de mond loopt van enkel het kijken.

Even terug naar de appeltjes. Er zijn op dit moment bij benadering 7.000 verschillende appelrassen. Het rare is dat we met z’n allen Jonagold, Granny Smith en Golden Delicious en nog een paar soorten appels eten en de rest van de soorten nooit in de winkel te zien krijgen. Da’s raar, maar waar. Maar waar een wil, is, is een weg. Dus zijn er gelukkig ook mensen die aandacht besteden aan lekkere oude appelrassen die zo vol van smaak kunnen zijn dat de supermarkt-appeltjes er maar bleekjes bij afsteken. Niks zoetsappige eenheidsappeltjes. Appeltjes met pit!
Zin gekregen in een appeltje? Koop dan een eigen fruitboom en kies daarbij voor een soort die vroeger ook bij jou in de buurt geteeld werd. Dan heb je straks een heleboel eigen appeltjes te schillen.

houdt de adem in




Voor mijn werk ben ik op dit moment bezig met een bevloeiingsproject. Ik vroeg me af hoe sommige planten een tijdlang onder water kunnen staan zonder dood te gaan. Het antwoord heeft alles te maken met de energievoorziening van de plant. Bij zuurstoftekort (ja, een plant heeft ook zuurstof nodig) kan de plant overschakelen naar een alternatieve energievoorziening en houdt de plant als ware tijdelijk zijn adem in. Als de plant onder water komt produceert de plant een speciaal eiwit dat alcoholproductie binnen de plant op gang brengt. De alcohol vormt daarbij de energie die de plant nodig heeft om te overleven. Als het water weer zakt en er dus weer zuurstof voorhanden is komt de normale “ademende” energievoorziening weer op gang. Schijnbaar is teveel alcohol ook voor planten niet best. Afhankelijk van de hoeveelheid van het speciale eiwit zijn planten beter of juist slechter in staat te overleven bij een overstroming. De planten zonder het speciale eiwit sterven al snel. Geheel onthouders is in dit geval dus niet een langer leven beschoren. Een scheutje alcohol op zijn tijd heeft menigeen verblijd. Zo, en dan nu weer rustig doorademen…

pollenbestuiving





Omdat ik niet het zoveelste stukje wilde schrijven over stuifmeelallergie beperk ik me maar eens tot het stuifmeel zelf en dan in het bijzonder de vorm en structuur van de stuifmeelkorrel, ook wel pollen genoemd als ze met meerdere zijn. Het is een bijzondere wereld. Pollenkorrel zijn niets anders dan het plantaardige eenmansvehikel van een mannelijk zaadcelletje dat door de lucht reist om in het beste geval uiteindelijk bij het juiste vrouwelijke vruchtbeginsel terecht te komen. E en mannelijke pollenkorrel van een appel kan nooit een peer bevruchten. Daar heeft de natuur wel voor gezorgd. Hier komen grootte, vorm, structuur, maar ook het aantal kiemspleten en kiemporen om de hoek kijken.

De grootste pollenkorrels zijn bijna 0,1mm groot, de kleinste zijn ongeveer 0,01mm. De vorm van de pollenkorrels is meestal rond tot ovaal of eivormig, maar er komen ook platte pollenkorrels voor en stuifmeelkorrels met luchtzakken (voor een betere verspreiding). Je hebt pollenkorrels die zich in droge staat inklappen om zo beter beschermd te zijn. Het maakt voor de vorm dus uit of je ze droog of vochtig bekijkt onder de microscoop.


Het oppervlak van een stuifmeelkorrel van een wind bestuivende plant is veelal glad of korrelachtig. Toch zijn er ook onder de windbestuivers meer exotische vormen met puntvormige tot streep- of ribbelachtige structuurtjes of netvormige verdikkingen. De structuur van de pollenwand van een plant die gebruik maakt van insecten bij de bestuiving zijn vele malen complexer van opbouw. Het zijn ware kunststukjes met ribbels, wallen, grote en kleine uitsteeksels en holtes die als een net uitgestrooid zijn over het oppervlak.

Dan de twee meest bizarre en niet uit te leggen onderdelen die van belang zijn bij de koppeling van het juiste mannelijke zaadbeginsel met het juiste vrouwelijke zaadbeginsel: De kiemspleten en de kiemporen. Beide hebben ook iets te maken met de structuur van de stuifmeelkorrels. Ik ga er voor het gemak maar van uit dat ze essentieel zijn voor een juiste koppeling om een vruchtbare versmelting mogelijk te maken. Ze kunnen verdiept liggen of juist net iets uitsteken. Ook is er de mogelijkheid dat ze afgedekt zijn met een dekseltje. Ook is belangrijk of ze een uitstekende rand, de zogenaamde annulus, hebben. Heel cryptisch dus wat het precies is… Maar wat maakt dat eigenlijk uit? Wat blijft is de verwondering over de veelvormige mysterieuze inventiviteit die planten zich getroosten om zich voort te kunnen planten.


De kennis die in dit stukje is samengevat was niet op papier gekomen zonder de bijdrage van de zeer goede beschrijving op de website van de Radboud Universiteit van Nijmegen. Bedankt daarvoor!

Related Posts with Thumbnails