Posts tonen met het label schrijven. Alle posts tonen
Posts tonen met het label schrijven. Alle posts tonen
Jules Verne
Jules Verne was een geniale fictieschrijver die zijn verhalen doorspekte met vooruitstrevende techniek, reizen naar plaatsen waar nog geen man was geweest en dat dan in een vorm dat het ook nog eens bijzonder geloofwaardig overkomt. Hij is natuurlijk een grote inspiratiebron geweest voor uitvinders, verzamelaars en andere dromers, waaronder ondergetekende. Alle wetenschappelijke thema's werden in zijn boeken op een boeiende manier tot leven gebracht. Jules Verne liet ons alle hoeken van de aarde zien, van 20.000 mijlen onder zee tot aan de maan en van een wereldreis in 80 dagen naar het middelpunt van diezelfde bol. En overal was er wel iets bijzonders te beleven.
Vulpotlood
Het vulpotlood van vroeger was een wonderlijk vernuftige uitvinding en tevens ook de voorloper van het nu gangbare houten potlood. Natuurlijk gaat de aandacht van velen uit naar de mooie voorbeelden die er te vinden zijn van de vulpotlood pennen (die hieronder komen uit het begin van de 19e eeuw), maar ik was zelf meer geïnteresseerd in de vullingen. Die hadden we namelijk thuis in de oude drukkerij. Ze zaten in van die ouderwets Duitse 'gründliche' doosjes in de flitsende kleur muisgrijs, met een label in perkament geel, met rood randje en uiteraard zwarte drukletters. Het bijzondere van zo'n doosje met potloodstiften was -dat als je de deksel oplichtte- er tientalle nieuwe, kleinere, langwerpige en ook vooral platte verpakkingen zichtbaar werden. Ook deze waren grijs met een gelig label, maar als toegift hadden deze een gouden zegel waarmee de verpakking als een kostbaarheid afgesloten was. Na het verbreken van het zegel kon de verpakking opengeschoven worden, een klein magisch moment. Een schat van maar liefst zes stevige, zwartglimmende potloodstiften werd onthuld; keurig in het gelid in hun houten omhulsel. Ik heb altijd genoten van de geur van de oude verpakkingen en het vernuft waarmee de potloodstiften zo netjes breekvrij ingepakt waren. Ondanks het kleine doosje kreeg je 'veul' potlood voor je geld. De verwondering zat 'm gewoonweg in de breekbare schoonheid.

het temmen van het Ros Beijaard
Ic weet u een paert ende hiet Beiaert, dat heeft die cracht van ix orssen ende staet in een starcke toren, dair en darf niemant biden orsse comen overmits sijn quaetheit: dese Volbeiert is van een dromedrarius gecomen, het is so snel van lopen, al wairt dat een sparwer eerst wt zijnre muten quame ende so neder vloge dat die geen de op Beyaert sate hem reiken mochte, hi soude die sparwer sijn vederen corten al vliegende.’ Doe Reinout sijn vader dus hoirde prisen seide hi al lachende: ‘Vader, dat waer wel mijn paert.’ Doe sprac de edele grave Aymyn tot sijn soen: ‘Reinout, doet u wapen an u lichaem, dat rade ic u voirwair, want het is soe vreselic, ten laet hem niemant genaken. ende hevet een vreselic gebijt want het bijt stenen ghelic ander orssen hoy biten.’ Doe sprac Reinout de onvervairde: ‘Sal ic mi wapenen tegen een paert, het waer scande, wiet hoerde of sage, heren of ioncfrouwen.’ Doe sprac Aymijn: ‘Sone ic rade u dat gi u wapent want tors is groot fel ende starc.’ Als Reinout die woerden hoirde van sijn vader wapende hi hem in zijn volle hernas of hi ten stride gaen soude. Ende nam in sijn hant een stoc van een vame lanc ende ginc daer tors was; hem volgede veel ridders. ende ioncfrouwen om taensien hoet mit Reinout vergaen soude, sijn vader ende moeder volgeden mede, somwijlen lagen de ridders ende ioncfrouwen op ten muer. want si grote begeerte hadden te sien wat aventuere datter geschien sal. Doe hiet Aymijn datmen de stal ontslote ende seide tot Reinout: ‘Soen, dwinct dat orsse, ic salt di noch geven.’ Mit dien dat Aymijn de woerden tot Reynout sprac trat hi in die stal; als hi in was, sloet men de doere toe. Doe sach Reinout dat ors voer hem staen; dat ors sloech Reynout met een voet, daer hi stont, voer sijn hoeft dat hi al verdoeft viel ter aerden ende lach lange eer hi bequam. Vrou Aye dit siende, riep met groter haesten ende wranc haer handen seggende: ‘Eylacen, mijn kint is doot.’ Doe sprac de edele grave Amyn: ‘Soene, dwinct het ors, ic gevet di want icx niemant bet en gan dan u.’ Die edele vrou Aye riep seer iammerlic: ‘Aylacen, hi is doot: siet wair hi leit.’ Aymijn sprac: ‘Swijcht vrou, is hi van minen bloede ende heb ic hem gewonnen, gi en dort niet twifelen hi en sals wel genesen.’ Onderdes bequam Reynout ende scaemde hem dat hi daer lach; hi hevet sinen stoc verheven ende meende Beyaert dair mede ter neder te slaen, des hem Beyaert benam ende nam Reinout in sinen mont bi den halsberch de hi scoirde ende werp Reynout voer hem inder crebben. Reinout sloech weder op Beyaert ende Beiaert werp Reinout op de aerde: had Reynout van scanden mogen doen, hi hadde wten stalle gelopen. Doe nam Reinout Beyaert bi den hals ende hieltet manlic ende sloeget ros mit vuysten. Aldus wrastelende vocht hi lange tegen Beyaert, als nu boven als nu onder vechtende, creech hi hem den breidel inden mont ende sprancker op mit twe scarpe sporen, doe deed men de staldore wide open. Ende elc de vloech op hoechten om te sien den loep ende sprongen van Volbeyert. Als Reinout met Beiaert quam optrume, gaf hi hem die sporen ende den toem ende satter op of hijer wt gewassen hadde geweest. Beiert was groet, starc ende snel ende droech Reinout over twe wide graften mit een spronc: elc graft was wel xl voet wijt. Aldus reet Reinout een lange stont wech ende weder dat hi mode was ende dat ros Beiert was seer besweet ende bloede vanden spoerslagen die hem Reynout gegeven had: doe bete Reynout die degen vanden orsse ende dwoecht vanden bloede. Die vrouwen ende ioncfrouwen quamen vander muer om Beiert te sien, doe sprac de coene wigant: ‘Dit ors en gave ic om geen goet.’ Beiaert stont voir hem ende beefde ende leide zyn voeten te samen ende neech Reinout toe ende hi wennede dat ors datter een kint mocht om gaen spelen sonder misdoen. Het was pickswart, manen ende al datter aen was, voren wast wide ende seer breet over de hoepen. Reynout deder toe maken een costelic gereide, als toem, voerbuych ende couvertuerde ende een costelick sadel met vier siden daregaerden die seer ghenoechlijc waren om sien.Orthochromatische rad
Max Ernst (1891-1976) maakte deel uit van de Zwitserse Dadabeweging die zich afzette tegen oude methodes zoals het schilderij, artistieke orginaliteit, en de uniekheid van een kunstwerk. Waarom zou je je beperken tot grofweg kwast en beitel als er nog zoveel te ontdekken viel buiten deze gebaande paden? Nou, beperken gebeurde bij de Dadabeweging in ieder geval niet. Kunst bestaande uit gebruiksvoorwerpen, poëzie-kunst, experimenteel toneel. Alles mocht als het maar vernieuwend en totaal “anders” was dan wat al eerder gemaakt was.
Ernst was een kunstenaar die graag collages maakte. De inhoud was daarbij belangrijker dan de vorm. Max Ernst gebruikte een bijzondere techniek die ook wel ‘Frottage” (afgeleid van het Franse werkwoord voor wrijven) wordt genoemd. Hierbij wordt een vel papier (of doek) op een ondergrond met een bepaalde structuur gelegd. Door met potlood of krijt over het vel te wrijven ontstaat een soort schaduwafdruk van de structuur. Max gebruikte de techniek door onder andere drukkersmateriaal en radertjes als basis voor zijn Frottages te gebruiken. De vormen werden later door hem ingevuld met waterverf. Ook beschilderde hij doeken en krabde daarna met een soort omgekeerde frotagetechniek de onderliggende structuur weer van het doek. Het resultaat was bijzonder surealistisch te noemen. Daarmee was hij dan ook meteen een van de eerste kunstenaars van het surealisme. Het kunstwerk hiernaast, Het grote Orthochromatische wiel uit 1919, lijkt nog het meest op letters, maar eigenlijk wordt je gewoon door je hersenen op het verkeerde been gezet. Er staan namelijk geen letters, of toch wel?Curiosity is good
Soms kom je van die uitspraken tegen die dusdanig goed verwoorden wat je wilt zeggen dat zwijgen op z'n plaats is.
Michel Foucault in an interview with Christian Delacampagne, Le Monde, 6./7. April 1980. Met dank aan http://mappingthemarvellous.wordpress.com/Curiosity is seen as futility. However, I like the word; it suggests something quite different to me. It evokes “care”; it evokes the care one takes of what exists and what might exist; a sharpened sense of reality, but one that is never immobilized before it; a readiness to find what surrounds us strange and odd; a certain determination to throw off familiar ways of thought and to look at the same things in a different way; a passion for seizing what is happening now and what is disappearing; a lack of respect for the traditional hierarchies of what is important and fundamental. I dream of a new age of curiosity.
Alice in verwonderland
Alice in wonderland. Wie het verhaal niet kent moet zich toch echt afvragen waarom niet. Het boek is zo ongeveer vertaald naar alle talen en is door Walt Disney verfilmd. Ach, wellicht heeft er nooit iemand de moeite genomen om je dit boek voor te lezen..... Schande! Maar er is nog hoop voor diegene en iets heel bijzonders voor de mensen die het verhaal wel kennen.
op
dinsdag, november 11, 2008
Labels:
Boek,
Engeland,
fantasie,
kind zijn,
Literaturia,
schrijven,
vakmanschap
kroontjespen
De kroontjespen blijft toch wel een van de mooiste schrijfmaterialen. Niet de handigste met het dopen in de inkt, het vlekken en de beperkte schrijftijd, maar de mooiste vanwege het schrijfresultaat. Door de druk op het papier wordt de emotie van de schrijver in de geschreven tekst gelegd. De lijnen zijn daardoor niet allen gelijk, maar dan weer dik, dan weer dun. Oorzaak van deze mooie afwijking is de gespleten, scherpe punt die iets verder open gaat staan als er meer of minder druk op uitgeoefend wordt. Het nodigt uit om de letters te laten krullen en dat was dan ook lang het ingeburgerde schoonschrift. Voor mensen van nu redelijk onleesbaar, maar wel machtig mooi.
De kroontjespennen-industrie (ja die bestond ooit werkelijk) was in zijn hoogtijdagen gecentreerd rond Birmingham in Engeland. Ene John Mitchell was de slimmerik die het machinaal vervaardigen van kroontjespenpunten uitvond en daarmee de beschikbaarheid van dit in 1803 uitgevonden schrijfmateriaal voor iedereen toegankelijk maakte. De veren die tot dan toe schrijfmateriaal nummer 1 waren, verloren door de opkomst van de kroontjespen snel terrein. Hele volksstammen leerde ( of deden een popging om) te schrijven zonder er een knoeiboel van te maken. Dat laatste en het constante dopen in de inkt moest toch anders en uitvinders verzonnen dan ook de meest inventieve dingen om dit probleem te tackelen. Door de uitvinding van de vulpen en later de balpen, werd de oplossing gevonden voor de zwakheden van de kroontjespen. Hierdoor was de kroontjespen en daarmee ook het krullerige schoonschrift hetzelfde lot beschoren als de schrijfveer. Dat had in 1850 niemand kunnen bedenken. Ontkroond als schrijfmateriaal leeft de kroontjespen nu voort als favoriet tekenmateriaal voor illustrators en kunstenaars. Wie schrijft die blijft. Daar tekent de kroontjespen voor.
Abonneren op:
Posts (Atom)




