Posts tonen met het label smaak. Alle posts tonen
Posts tonen met het label smaak. Alle posts tonen

Zwarte Noga





Wat de geschiedenis van zwarte noga precies is, geen idee (en de Fransen zelf zijn er ook niet echt uit) , maar wat ik wel weet is dat als je deze Zuid-Franse noga eens geproefd hebt alle anderen een beetje tegen vallen. Zwarte noga is niet wit (zoals het spul elders) en wordt gemaakt van ongepelde Provence amandelen, lokale lavendelhoning en een beetje sinaasappelschil uit eigen boomgaard. Zelf proefde ik deze noga in het plaatsje Saint Didier in Zuid-Frankrijk. Ik ben overtuigd; het is echt de lekkerste noga van de wereld!

Voor de zelf-makers volgt hier (bij benadering) het recept:


500 g lavendelhoning
500 g amandelen met vlies
50 g  druivensuiker
50 g water
klein beetje rasp van een sinaasappelschil

Amandelen licht roosteren. Sinaasappelschil raspen en bij de nog warme amandelen doen (dit is maar een vleugje van de smaak, dus niet te veel toevoegen).  Amandelen in de warme pan laten zodat ze niet te hard afkoelen (da's namelijk niet handig bij het door elkaar roeren).
Water en druivensuiker in een pan oplossen en laten inkoken tot er een dikke stroop ontstaat (glucose-stroop). 50 gram van deze stroop samen met de lavendelhoning verhitten totdat het mengsel (donker)bruin kleurt. Alle warme ingrediënten door elkaar roeren en op bakpapier uitstorten tot een laag van ongeveer 1,5 cm dik.

Na afkoelen niet direct helemaal opeten, want dat schijnt toch een beetje ongezond te zijn.

Ortholaan




Het lezen van dit verhaal kan je nekharen doen rijzen, maar wellicht (onbedoeld) ook je smaakpapillen prikkelen. Het hele gebeuren rond ortolanen is sowieso een excentriek gebeuren.

De ortolaan is beroemd vanwege zijn status als delicatesse. In vroegere tijden was het eten van deze vogel enkel voorbehouden aan Romeinse keizers en andere wereldleiders. De vogel wordt voornamelijk gewaardeerd om zijn delicate, sappig vette vlees, een lekkernij voor smulpapen.Veel vlees zit er overigens niet aan. De ortolaan weegt ongeveer 25 gram en is niet groter dan circa 15 centimeter.
De vangst van de ortolanen gebeurt tijdens de trek van augustus tot eind september, op kleine braaklandjes in de akkers en maïsvelden. Voor de vangst worden gevlochten vangnetjes van ijzerdraad gebruikt. De slagnetten met eronder graan staan op de grond. Lokvogels moeten de overvliegende ortolanen tot landen bewegen. Als een ortolaan onder het slagnet komt klapt deze naar beneden en wordt de vogel levend gevangen.
Om zoveel mogelijk ortolaan te kunnen eten worden ze eerst vet gemest in een verduisterde doos of kooi. De ortolaan is gewend in het schemer te foerageren en door het duister (soms nog met wat kaarslicht) blijven ze actief eten. Na enkele weken op witte gierst, druiven en vijgen hebben de ortolanen tot wel vier keer hun normale grootte bereikt. De techniek van het vetmesten is al erg oud en stamt hoogstwaarschijnlijk nog af van de decadente koks van het keizerlijke Rome.


De volgende stap is het doden van de ortolaan. Dat gaat op een andere manier als het doden van een kip. Met een steek van een stopnaald in het achterhoofd en een grote dosis van de sterke drank Armagnac wordt de vogel gedood. Daarna worden de veertjes van het lijf geplukt. Al het andere van de vogel blijft erin en aan zitten. Pootjes, snavel, botjes, organen, hartje, kraaloogjes; echt alles.
De bereiding van de vogel is eigenlijk heel simpel en kost niet meer dan een minuut of acht. Een oven wordt goed heet gestookt en de ortolaan wordt hierin geroosterd. Daarna wordt de vogel opgegeten volgens een uitgebreid en vaststaand ritueel. De ortolaan wordt opgediend op een ruim bord. Eerst moet de eter het hoofd bedekken met een gesteven traditioneel geborduurde linnen servet die zó gedrapeerd wordt dat bord en eter aan het zicht onttrokken worden. Het servet heeft meerdere doeleinden; het behoud en concentratie van de vrijkomende aroma’s, het onttrekken van het onsmakelijke gekauw en de bijbehorende rommel zoals gespat, betere concentratie op de exquise dis, het onttrekken van de illegale activiteit voor omstanders en als laatste het verbergen van de zondige vraatzucht van de gastronoom voor god. Het servet is dus een essentieel onderdeel.
Maar wat gebeurt er eigenlijk onder het servet? De ortolaan die uit de oven komt dient onmiddellijk te worden geserveerd. Het is de bedoeling dat de fijnproever de hete ortolaan in één keer helemaal in de mond te neemt. Enkel de kop moet uit de mond hangen. Deze wordt vervolgens afgebeten en terzijde geschoven. De onthoofde ortolaan blijft nu op de tong rusten totdat deze is afgekoeld. Dit dient te geschieden door snel door de mond in te ademen. Ondertussen lopen het vet en andere sappen vrijelijk bij de smulpaap in de keel naar binnen. Een smaaksensatie.
Wanneer de ortolaan voldoende is afgekoeld kan het langzame kauwen beginnen. Gedurende een kwartier wordt er met volle aandacht op de vogel gekauwd zonder grotere vaste onderdelen door te slikken. Hierbij schijnen de meest bijzondere smaken vrij te komen. Het vlees is blijkbaar sappig en vet, terwijl de ingewanden smeuïg zijn. De smaken worden omschreven als ware het eten van een ortolaan een uitgebreide wijnproeverij. Dat zal voor een deel ook wel komen door de vrijkomende Armagnac. Nadat de vogel geheel is uitgekauwd blijft er natuurlijk nog voldoende over dat zelfs na zolang kauwen niet klein te krijgen is. Dit wordt in het bord terug gespuugd. Daarmee is het eetritueel beëindigd.

Het vangen, vetmesten en eten van ortolanen is niet echt diervriendelijk te noemen*. Bovendien is dit exquise hapje illegaal. De ortolaan is namelijk een zeldzame vogel en daarom zwaar beschermd. Ondanks dat wordt de ortolaan nog steeds in sommige delen van Frankrijk gegeten. Daar wordt het eten van ortolanen nog bedekt met het servet der schaamte.


*Al moet ik daarbij opmerken dat het opfokken van vleeskippen inclusief de bijbehorende industriële slacht ook niet echt een pretje te noemen is.


De vijf smaken van de tong


De tong kan meerdere smaaksensaties waarnemen namelijk; zuur, bitter, zoet en zout. Nu werd vroeger aangenomen dat er mooi afgebakende gebieden waren waar dan ook de receptoren voor de verschillende smaken zaten. Dat blijkt maar ten dele waar. Zoet en zout proef je weliswaar beter voor op je tong, maar je kunt ze ook waarnemen met het achterste gedeelte. De smaken zitten dus veel meer verspreid dan aangenomen. Zo kun je bitter dus niet enkel achteraan op je tong waarnemen en is zuur niet specifiek voor de zijkanten van je tong. Deze gebieden zijn wel meer gespecialiseerd omdat er meer smaakspecifieke smaakreceptoren bij elkaar zitten. Smaak is voor een deel ook niet beperkt tot de tong. Ook bijvoorbeeld in de keelholte zitten smaakreceptoren. De "smaaksensatie" van hete, brandende pepers is overigens helemaal geen smaak, maar een irriterende reactie op de huid. Het schijnt heel vervelend te zijn om tabasco op gevoelige huid te krijgen.....

Om het nog moeilijker te maken: er is nog een vijfde relatief onbekende smaaksensatie. Dat is Umami. Deze smaak werd in 1908 door Kikunae Ikeda, Professor aan de Tokyo Imperial University Ontdekt. Het schijnt dat deze smaak zich het beste laat omschrijven als “hartig” en dat dit ook de smaak is waardoor je het water in de mond loopt. Dit alles door het stofje glutamaat, een aminozuur dat veel voorkomt in bijvoorbeeld rijpe tomaten, ketjap, groene thee, kaas en vis. De smaak Umami is ook verbonden aan moedermelk. Dus zonder het te weten is deze bijzondere smaak ons met de paplepel ingegoten.



Related Posts with Thumbnails