Posts tonen met het label Mineralen. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Mineralen. Alle posts tonen

Marmer






Marmer is maar een vreemde steensoort. Beter nog het is eigenlijk geen steensoort, maar een hele familie van steensoorten die wel iets gemeen hebben als je hun eigenschappen bekijkt. Bijna allemaal hebben ze een kalksteen oorsprong, die door druk, warmte en chemische processen vervormd is naar een harde en goed te polijsten steensoort waar de marine oorsprong van het kalksteen niet meer in te herkennen is. Dat laatste is ook meteen een verschil met de steensoort graniet, waar de zeedieren vaak nog herkenbaar zijn. Marmer krijgt z'n kleur door de verschillende ingesloten metalen en de net-achtige dooradering ontstaan door vervuilingen in het marmer zoals minerale verontreinigingen zoals klei, slib, zand en metaaloxiden. Omdat de samenstelling van het kalksteen niet overal hetzelfde is geweest en ook het vormingsproces verschillend is verlopen zijn er zeer veel verschillende soorten marmer ontstaan. Dit loopt van puur effen wit tot veelkleurig en van egaal gesteente tot een ogenschijnlijke brokkelige structuur. Door de eigenschappen van het marmer is het al erg lang gebruikt als bouwmateriaal en om de meest prachtige kunstwerken van te maken. 
Wat gewild is is uiteraard niet goedkoop en marmer is niet zomaar overal voorradig. Omdat de prijs vaak niet overeen kwam met het budget van diegene die graag marmer wilde hebben (bijvoorbeeld voor de stoffering van z'n kasteel) werden er ook alternatieven bedacht. Dit resulteerde in een bijzondere schildertechniek waarbij alle gewilde steensoorten op hout werden gekopieerd. Er werd dus heel wat afgemarmerd. Natuurlijk was dit geschilderde marmer niet geschikt voor de buitenboel of op de vloer, maar voor de rest was het zeer goed toe te passen. Bovendien is een hout-marmeren binnenmuur warmer dan zijn steen-marmeren equivalent. Ook kun je bij een nieuwe modegril waarvoor al je marmer zomaar een andere kleur moet krijgen beter de verfkwast dan het breekijzer hanteren. Toch gaat er niets boven het origineel dat door z'n kristalstructuur een soms bijna transparante lichtval heeft waar gemarmerde oppervlakken enkel duf glanzen. In een treffen tussen marmer en gemarmerd (hoe mooi het laatste ook kan ogen) is wat mij betreft marmer keihard de winnaar.

koper erts





Wat hebben chalcopyriet, chalcoliet, chalkosien, antleriet, covelliet, azuriet, malachiet en borniet met elkaar gemeen? Nou, het is allemaal belangrijke kopererts die nodig is voor de productie van zuiver koper (Cu). Koper wordt maar heel weinig in pure vorm gevonden. Er wordt verondersteld dat onze voorouders ons daarbij voor geweest zijn. Koper wordt tegenwoordig over de gehele wereld verspreid gewonnen. Van Chili tot Zambia en van Kazachstan tot Indonesië en Polen. In gewichtsverhouding bevatten de stukken erts meestal niet meer dan één procent koper.

Het eerste dat met het erts gedaan wordt is breken en pletten. Daarna wordt het tot poeder gemalen. Aan dat poeder wordt lucht, water en minerale olie gevoegd. Op wonderlijke wijze wordt op deze manier bijna 50% van het “nutteloze” materiaal gescheiden van het koper. Hierna gaat het overgebleven goedje naar een oven waar het aanwezige zwavel bovenop het vloeibare koper komt te liggen waarna het afgevoerd kan worden. Het gesmolten koper wordt vervolgens in een door de Britse ingenieur en uitvinder Henry Bessemer ontwikkelde bessemerpeer gegoten. De bessemerpeer is een soort ronddraaiende tank waar een luchtstroom door het koper gejaagd wordt. De meeste onzuiverheden worden verwijderd en niet geheel onbelangrijk; het productieproces wordt verkort van ongeveer een dag tot een klein half uur. Na dat halve uur bestaat het mengsel voor 98 % uit puur koper. Om het 100% zuiver te maken is er elektrolyse nodig. In een bad met een oplossing van verdunde zwavelzuur en kopersulfaat word het ruwe koper onder stroom gezet met behulp van electroden. Het wonderlijke is dus dat er koper nodig is om koper te maken.



trollengoud

Het mineraal pyriet of ijzerkies is een mineraal dat vaak mooi gevormde kristallen vormt zoals kubussen. Het mineraal heeft een goudachtige metaalglans. Die glans verandert echter als het glansvlak kantelt, terwijl het bij goud dezelfde goudglans behoud. Ook is pyriet hoekig, met scherpe randjes en hard, terwijl echt goud rond en zacht is.Wanneer pyriet in contact komt met zuurstof en water verandert het van kleur, omdat er dan sulfaat en roest vrij komt.
Pyriet is een mineraal dat op vele verschillende manieren kan ontstaan.Op plaatsen in de grond waar veel ijzer en zwavel maar geen zuurstof aanwezig is wordt vanzelf pyriet gevormd. Het zwavel is afkomstig van organisch materiaal. Doordat pyriet in de dode cellen wordt gevormd, blijft de vorm behouden en ontstaan er fossiellen van pyriet. Meestal ontstaat pyriet in diepe spleten onder de grond, waar heet water doorheen stroomt en waarin ijzer en zwavel opgelost zijn. Wanneer het water dichterbij het aardoppervlak komt en afkoelt, verbinden het ijzer en zwavel zich tot pyriet. In magmakamers kunnen nog grotere kristallen ontstaan. Als dit magma langzaam afkoelt doordat het dichter bij het aardoppervlak komt te liggen begint de kristalgroei.

De naam pyriet is al zeer oud, afgeleid van het oude Indo-Europese woord pyr wat vuur betekent.  Pyriet werd dan ook gebruikt om vuur te maken door pyriet tegen vuursteen of ijzer aan te slaan. Doden kregen pyriet mee in hun graf om ook in het leven na de dood vuur te kunnen maken. Maar de glans van Pyriet maakte ook de gek in de mens los. Het wordt ook wel trollen- of gekkengoud genoemd omdat het soms voor goud aangezien werd. Pyriet is echter nepoud met een grote rijkdom maar zonder waarde.

opaal

Laat ik eens beginnen met te zeggen dat er 20 soorten opaal zijn. Van heel saai bruin tot heel exotisch komen ze voor. De meest gewaardeerde stenen zijn de glinsterende varianten met mooie kleurenwisselingen. Die schitterende kleuren ontstaan als het licht erop valt, maar het licht is maar een klein deel van de verklaring.

Opaal is een zogeheten amorfe variëteit van kwarts, een gehydrateerd siliciumdioxide. Dat gehydrateerd mag je heel letterlijk nemen want soms bestaat het wonderlijke mineraal wel voor 20% uit water.  Als het licht op het opaal valt dringt een gedeelte door tot minieme, regelmatig gerangschikte openingen binnen de microstructuur van het opaal. Daar wordt het teruggekaatst vanaf een soort fijne laagjes van kiezelzuur. Dit gebeurt op zo’n manier dat de lichtgolven elkaar beïnvloeden. Ze worden afgebogen, versterken elkaar of zorgen juist voor demping van een lichtgolf. Daardoor ontstaan verschillende kleuren en is het formidabele kleurenspel (ook wel opalescentie genoemd) een feit.

 

zoutpilaren





Zoutpilaren zijn bizar vreemde geologische verschijningen waarover de wetenschap nog niet helemaal eens is hoe ze nu helemaal zijn ontstaan. De geleerden zijn er in ieder geval over eens dat Zoutpilaren bestaan uit de zouten Natriumchloride (ook wel keukenzout genoemd), calciumcarbonaat (ook wel kalk genoemd) en calciumsulfaat (ook wel gips genoemd). Voeg daar nog een snuifje dolomiet, anhydriet, kaliumchloride, carnalliet en kaliumsulfaat aan toe en je hebt werkelijk een heel bijzonder brouwsel, tenminste als je er ietwat water bij doet. De eerste theorie gaat voor de vorming van een zoutpilaar uit van verdamping. Hoe meer water verdampt hoe meer zout er zal neerslaan in de vorm van kristallen die zich het liefste ergens aan hechten en vanuit dat begin verder groeien. Bij verdere verdamping komt de zoutmassa boven water te staan en kun je spreken van en heuse zoutpilaar. Zo simpel is het. Maar daar denken anderen weer heel anders over (meestal zo met anderen).


De zoutafzettingen hebben een bijzondere eigenschap als ze in de aardkorst voorkomen. Het gedraagt zich een beetje als stroop die maar niet dikker wordt en dus ook niet zwaarder zoals andere gesteentes. Hierdoor is het zoutmengsel als snel lichter en gaat als het ware omhoogdrijven. Bij scheuren in de aardkorst welt het zout omhoog en vormt daar ondergrondse structuren (zoutpilaren) die later aan de oppervlakte komen. Dat hier vulkanische activiteit nog een handje in geholpen zou kunnen hebben zou best nog wel eens waar kunnen zijn. Dat er nog van allerlei onopgeloste vragen zijn en de theorieën beide met een korrelzout genomen kunnen worden versterkt het magische van deze bijzonder mooie natuurverschijnselen.


Geïriseerd glas



Door het verblijf in de bodem kan glas aangetast raken. Dat klinkt alsof het vervelend of erg is, maar het tegengestelde is waar.  Het glasoppervlak verweerd en verkleurt door chemische reacties met de kiezelzuren in de grond. Soms vertoont het schilferende verweringslaagje op het glas alle kleuren van de regenboog, een verschijnsel dat daarom ook wel irisering wordt genoemd. Geïriseerd glas uit de bodem is pure natuur en pure magie. Door de vele jaren in de bodem wordt het patina veelal mooier. Bijna al het oude glaswerk wat opgegraven wordt heeft een iriserende weerschijn. Dat maakt deze bodemvondsten een kostbaar goed Gevoelig Handelswaar klasse C.

edelstenen abc






Dit is niet zomaar een verzameling stenen. Nee, hier staat  Frumingelo geschreven.  Het  systeem van boodschappen in edelstenen uitgedrukt is bedacht in het victoriaanse Frankrijk. Niet in alle talen is het edelstenen abc samen te stellen. Zo ontbreken in het Nederlands meerdere letters. Het Engels is wel heel compleet.
Het mineralen alfabet heeft wel iets geheims en romantisch en is heel wat verfijnder dan de gouden blingblinghangers van tegenwoordig. Daarom werden verlovingsringen met Regards (Ruby, Emerald, Garnet, Amethyst, Ruby, Diamond, Sapphire) of Love (Lapis lazuli, Opal, Vermarine, Emerald) destijds veelvuldig gemaakt. Het idee is gewoonweg briljant.

Gesnuif

Snuifflesjes werden gebruikt door de chinezen gedurende de Qing Dynastie (16e eeuw). De snuif, gemalen tabak met aroma, werd gezien als een medicijn voor verkoudheid, hoofdpijn, buikpijn en andere vormen van algeheel misnoegen. Het gebruik van de flesjes met snuif kwam in zwang bij het hof en de gegoede bovenlaag van de bevolking, maar verspreidde zich later in de 17e en 18e eeuw over de gehele bevolking. Het werd een van de sociale tradities om snuif te gebruiken. Gewoonlijk werd een snuifje aangeboden als verwelkoming, net zoals nu in hert westen een kopje koffie hiervoor dienst doet. De traditie verdween met de installatie van de republiek China.
Waar in Europa snuifdozen gewoon waren werden in Japan en China kleine, luchtdichte snuifflesjes gebruikt zodat de tabak door de luchtvochtigheid niet aangetast zou worden en het flesje in de mouw van de verder zakloze kleding weggestopt kon worden.
Door de lange traditie van gelijkende flesjes voor medicijnen en geurtjes, was het een kleine stap om de flesjes te voorzien van een piepklein lepeltje aan de stop van het flesje om de snuif ermee uit te lepelen. Heel praktisch, maar daar bleef het niet bij. De flesjes werden hét middel om een understatement te maken. Het werd een statussymbool dat de smaak en het karakter van de drager weerspiegelde.
De Chinese handwerklieden wedijverden met elkaar door hun kunde en artisticiteit ten toon te spreiden in miniatuurkunstwerkjes die hun weerga niet kenden en eigenlijk nu nog steeds niet geëvenaard zijn. Het was zoals de Chinezen zelf zeggen: "xiao zhong jian da" oftewel "Grootsheid bereiken door het kleine te doen". Waar westerse snuifdozen uit verschillende onderdelen bestonden, gingen de Chinese werklieden de uitdaging aan om complete halfedelstenen zoals Jade (maar ook bijvoorbeeld Calcedoon of Kwarts) uit te hollen tot er een flinterdun omhulsel voor de snuif overbleef. Hiertoe werd beetje bij beetje de binnenkant weggeschraapt, waarbij het afval via de kleine opening aan de bovenkant verwijderd werd. Het ziet er een beetje makkelijk uit zo'n mooie kei als flesje, maar de schoonheid zit 'm onder die stenen laag.
Er waren naast de stenen snuifflesjes meerdere varianten in omloop.
Zo waren er natuurlijk porseleinen flesjes. De Chinezen waren de uitvinders van het porselein en de handgevormde snuifflesjes van dit materiaal werden beschilderd met bijzonder verfijnde taferelen, geglazuurd of juist niet. Door de grootte van de flesjes waren ze erg moeilijk te maken.
Glas is ook een voor de hand liggend materiaal. Dit goedkope materiaal heeft echter ook meteen de meest exclusieve flesjes voortgebracht. Dat zat zo. De meest exclusieve flesjes waren flesjes welke van binnenuit geschilderd waren. Dit vereist een bizarre omgekeerde werkwijze. Alles moet andersom. En dan ook echt alles. Eerst de pupillen van de ogen, dan de ogen, dan het gezicht en de achtergrondkleur als allerlaatste. Het schilderwerk werd nog eens extra bemoeilijkt door dat er maar een priegelig gebogen bamboepenseeltje door de smalle hals van het snuifflesje paste. Het is dan ook hoogst kunstzinnig dat de geschilderde illustraties enorm verfijnd en klein zijn. Over één exemplaar werd soms meer dan een maand gedaan.
Ook organisch materiaal werd gebruikt voor het maken van de snuifflesjes. Zo zijn er voorbeel-den van ivoor, bamboe, koraal, kokosnoot. hout, schildpad en Barnsteen. Een bijzondere vorm was de kalebas-snuiffles. Een kleine kalebas werd in een harde houten mal opgekweekt. De vrucht perste zich in de vorm en verkreeg zo de ingesneden motieven. Nadat de kalebas gedroogd was werd er een snuifflesje van gemaakt.
Oude snuifflesjes zijn zeer waardevol. De duurste flesjes brengen gemakkelijk 50.000 dollar op. Er is zelfs een International Chinese Snuff Bottle Society. De prijzen maken namaak erg aantrekkelijk. Dat snuifflesje op de Chinese bazaar mag dan wel oud lijken, laat je niet voor de gek houden. Dat is uiteraard geen reden om deze bijzonder objecten niet te gaan verzamelen. Een mooie gedachte is dat je verzameling na een levenslange verzamelwoede nog steeds in een schoenendoos zal passen. Dat doen alleen de filatelisten je na. En zeg nu zelf wat is nu mooier…?
Bekijk hier de enorme collectie van het Victoria and Albert Museum. Die collectie past niet meer in een schoenendoos en zal je meenemen van de ene verwondering naar de andere.

pek en teer


In de moderne tijd maken we onze wegen van asfalt, een teerproduct uit aardolie. Maar teer en pek zijn al vanuit de oudheid bekend. Vloeibare pek werd bij belegeringen van steden vanaf de verdedigingsmuren gegoten over de ongelukkige aanvallers. Ook de gewoonte om geboefte te besmeuren met pek en veren is een bekend gebruik. Maar hoe kwamen onze vooouders aan pek? Nou, er zijn gebieden waar pek aan de oppervlakte komt en je het zo kan opscheppen. Een andere manier was het winnen van pek bij de houtskoolproductie. Bij die houtskoolproductie werden voorzieningen getroffen om de vloeibare stoffen, de teer dus, die vrijkomt tijdens het verkolingsproces op te vangen. Hierna werd het goedje verder ingekookt tot pek.



Nu is pek in hete toestand vloeibaar en plakkerig, bij kamertemperatuur lijkt het een vaste stof. Lijkt, want een professor uit Australië beweerde anders en kreeg uiteindelijk ook nog gelijk ook. In feite zijn teer en pek bij kamertemperatuur zeer dik vloeibaar ( of zeer visceus met een mooi woord) en vormen uiteindelijk druppels.






In 1927 begon Professor Thomas Parnell van de University of Queensland in Brisbane een expiriment. Hij goot een hoeveelheid verwarmde pek in een trechter en liet het eerst drie jaar tot rust komen en trok toen de stop onder uit de trechter. Er vormden zich over een periode van ongeveer 10 jaar maar enkele druppels die vervolgens naar beneden vielen. De 8e druppel viel op 28 november 2000 en daarmee konden de natuurkundigen uit Queensland berekenen dat de viscositeit van dit pek ongeveer 100 miljard maal hoger was dan die van water. Het pekdruppel-experiment is opgenomen in het Guinness Book of Records als het langstlopende experiment ter wereld. Er is genoeg pek in de trechter aanwezig om het experiment nog zeker 100 jaar te laten duren!



Kleinnodenboek

Het Kleinodienbuch van de Hertogin Anna van Beieren is niet bepaald een boek met zomaar een stel kleinnoden. Het is een sieradenboek. Een complete inventaris van een uitgebreide, overdadige sieradenverzameling. Het goud, parels, ivoor en edelstenen schiteren je tegemoet in zeer uiteenlopende ontwerpen. Het boek is rond 1552-1555 gemaakt door de kunstenaar Hans Mielich als cadeautje van de hertog Albrechts V van Bayern voor zijn vrouw. Een begrijpend lezer rekent natuurlijk uit dat Mielich wel drie jaar nodig had om alle stukken te schilderen en te voorzien van een ingenieuze frivole omkadering. Dat hij er zo lang over deed kwam niet omdat hij traag schilderde, maar omdat de verzameling zo enorm groot was. Het resultaat is er wel naar. Het is werkelijk een magnifiek boek van uitzonderlijk hoge kwaliteit. Iedere bladzijde is weer anders van kleur, de kaders zijn zo fijn als kantwerk en de sieraden levensecht. Maar wat zou de Hertogin van Beieren nu met zo'n boek doen?

Ik zie het al helemaal voor me. Hertogin Anna wordt wakker, pakt haar 300 pagina's tellende boek van haar nachtkastje en na een half uur bladeren, wikken en wegen heeft ze uit haar grote verzameling kruizen, hangers en andere halssieraden een keus gemaakt. Haleluja! Nee, doe mij maar de kleinoden die mijn kinderen vinden. Grotere schatten kan ik me niet voorstellen.
Ga hier naar het Kleinodienbuch

Suiseki





Een steen in je zak of een die lekker in de hand ligt is een groot goed. Daar denken ze over de hele wereld het zelfde over. In China hebben ze Suiseki, filosofenstenen.
Suiseiki zijn door de natuur gevormde, niet bewerkte objecten. Het verzamelen van filosofenstenen begon tijdens de Song dynastie (960-1279) toen Chinese geleerden de esthetische en spirituele kwaliteiten van deze stenen ontdekten. Andere bronnen hebben het over de Tangdynastie (618-907), maar dat doet voor het verhaal niet ter zake. Het blijft ; "Lang geleden in China..."
De steen (of het stuk hout) symboliseert een miniatuur universum en het uitkiezen van een Suiseki was een hoogst persoonlijke zaak. Natuurlijke aspecten als vorm, kleur, textuur en materiaal speelden daarbij een cruciale rol, maar ook de expressie van de Suiseki was belangrijk om het individuele karakter voor de bezitter te versterken. Ze hebben vaak iets herkenbaars in zich, maar door de veelvormigheid van de stenen kun je er telkens iets anders in ontdekken. Geleerden en dichters gebruikten de filosofenstenen in beslotenheid als bron voor meditatie, inspiratie, als richtsnoer en als bron voor verlichting. Opmerkelijk is de sokkel waarop een Suiseki wordt geplaatst. Meestal zijn het elegant bewerkte houten plateautjes (zoals hierboven) maar een plateau waarbij de steen wordt vastgehouden door een ingewikkelde, gepolijste wortelstructuur behoort ook tot de opties. In ieder geval vormen de sokkels een scherp contrast met de ruwe steen die erop staat. Het benadrukt de pure natuur van de steen. Het is natuurlijk maar wat je er in ziet, maar het laat mij in ieder geval met andere ogen naar mijn stenenverzameling kijken. Eigenlijk is iedereen met een fijne kei steenrijk. Het Kröller-Müller Museum in Otterlo bezit elf Filosofenstenen.




Related Posts with Thumbnails