Posts tonen met het label zintuigen. Alle posts tonen
Posts tonen met het label zintuigen. Alle posts tonen

unguentarium







Rouwen over een verlies heeft een bijzondere schoonheid. De emoties die bij veel mensen onder de oppervlakte blijven liggen vinden in het rouwproces een weg naar buiten en geven  karakter en diepte aan de rouwende. Dat er menig traan rolt, hoort daar onlosmakelijk bij.

In vroegere tijden was er een traditie om de tranen van rouwenden op te vangen in een zogenaamd glazen unguentarium oftewel traanflesje. De hoeveelheid opgevangen traanvocht stond symbool voor de geliefdheid van diegene die heen gegaan was. Er wordt gezegd dat rijke Romeinen vrouwen inhuurden om de dode te bewenen zodat er maar veel traanvocht geplengd werd. Of daarmee de geliefdheid of statuur van de dode in kwestie ook groter werd valt te betwijfelen.
In de victoriaanse tijd was het een tijd lang gebruikelijk dat wanneer het traanvocht van de rouwende was opgedroogd de rouwperiode ook voorbij was en na de tranen ook het leven weer de vrije loop kreeg.




Het klinkt groen






Ooit van een letter-kleursynestheet gehoord? Nou ik niet (tot een tijdje terug). Een letter-kleursynestheet ziet of voelt kleuren bij letters. Heel maf. Maar het kan nog gekker. Er zijn ook synestheten die bij geuren kleuren zien of muziek kunnen proeven. Eigenlijk is het een onwillekeurige neurologische aandoening, waarbij de zintuigen met elkaar ‘mengen’, maar zolang het niet storend is kun je het ook een gave noemen. 

Onderzoekers kwamen er achter dat bij ongeveer twee tot vier procent van de bevolking het hersengebied dat het zicht verwerkt, de zogenaamde visuele cortex, overactief is. Er is gesuggereerd dat kleine kinderen bijna allemaal synestheet zijn. De gebieden in de hersenschors waar informatie van de zintuigen verwerkt wordt zijn bij pasgeborenen onderling verbonden, en dan ook nog eens met veel meer verbindingen dan een volwassen persoon normaliter heeft. Een paar maanden na de geboorte verdwijnen er verbindingen en komen de zintuigen meer op zich zelf te staan. Hierdoor verdwijnt de synesthesie verdwijnt. Slechts bij een enkeling behoudt de bijzondere gemixte waarneming en waarbij alle zintuiglijke indrukken op een grote hoop gegooid worden.Jammer voor de rest van de mensheid. zij moeten eerst zwaar aan de drugs voordat een witte pingpongbal in je hand ook naar een beetje naar mandarijntjes ruikt.

lukrake ontdekkingen





Nou was ik op zoek naar...tja... ik was dus aan het zoeken naar.... dat ene... je weet wel...ach, het schiet me zo niet te binnen, maar ik was er dus wel naar aan het zoeken. Toen ontdekte ik zomaar, lukraak en onbedoeld bijgevoegde foto. Ik had het totaal niet verwacht en toch was het het beste wat me die dag overkwam. De gebeurtenis (en dus niet de foto, ondanks dat ie heel grappig is) inspireerde me tot dit verhaal. Gelukkig ben ik niet alleen. Het fenomeen vinden waar je niet naar zocht heet serendipiteit. Serendipiteit is het vinden van iets onverwachts en bruikbaars terwijl je op zoek bent naar iets totaal anders. 

Belangrijk is echter wel dat je iets doet met je ontdekking. Als bijvoorbeeld de ontdekker van penicilline z'n werk gewoon in de prullenbak gegooid had (zoals meerdere collega's voor hem waarschijnlijk wel deden), nou ja dan waren er nu gewoon heel wat minder mensen op deze aardbol. Als de man die superlijm wilde maken z'n halfslachtig plakkende plak niet op een papiertje gesmeerd had was het geeltje er nooit geweest. Kortom, serendipiteit is belangrijk. Ben je ooit in een bibliotheek geweest met zo'n heel ouderwets kaartenbaksysteem? Het zoeken in zo'n bak kaartjes op alfabetische volgorde zet de deuren wagenwijd open voor het ontdekken van dingen die je niet persé zocht maar die je leven wel kunnen verrijken. Helaas is het kaartenbaksysteem in de doorsnee bibliotheek niet meer. Gelukkig werkt het ook met een woordenboek zoals de Dikke van Dale. Laatst zomaar in een paar uur wel zes nieuwe onderwerpen voor in het rariteitenkabinet verzameld. Dat rondsnuffelen zie ik me op internet nog niet zomaar doen, tenminste... niet zolang ik nog goed weet dat ik op zoek ben naar dat ene...je weet wel.

Hoor... een Book





Een goed verhaal tovert beelden in je hoofd en neemt bezit van de lezer. Het is prachtig als je je daar aan over kunt geven. Een boeiend verhaal op papier heeft (voor mij in ieder geval) een eigen verteller en voelt als een warm bad waarin je je even helemaal kunt afsluiten voor de hectiek van alledag.

Lezen is natuurlijk maar één van de manieren om een verhaal te beleven. Audioboeken zijn niet meer weg te denken (ondanks dat ik geloof dat zelf lezen een meer 'eigen' ervaring geeft). Ik vind de reclame voor het audioboek van de Jungle Book in al zijn simpelheid prachtig en geniaal. De bekende personages zullen letterlijk en figuurlijk in je hoofd gaan zitten via je oor. Nu maar hopen dat ze ook een mooi plekje veroveren in je hart.

uilen ogen






Een uil ziet van dichtbij niet erg scherp. Dat is niet zo erg omdat hij des temeer ziet op een afstandje. Anders dan bij zijn medevogels staan de ogen van de uil aan de voorkant van zijn kop. Daardoor kan de uil goed diepte zien en inschatten wat de afstand naar de prooi is. Met ogen werkt het zo dat er pas diepte te zien is als er met twee ogen tegelijk naar iets gekeken wordt. Omdat de ogen van een uil erg groot zijn heeft de uil geen ruimte over in zijn schedel voor oogspieren. Daarom kunnen de ogen van de uil niet bewegen. Hij kijkt altijd star recht vooruit. Om toch de wereld kunnen bekijken heeft de uil een super soepele nek. De wervels in de nek laten de kop ronddraaien, ondersteboven en achterstevoren keren. De uil kan zijn kop ongeveer 180° draaien.
Uilen hebben veel minder licht nodig om goed te kunnen zien, dat komt omdat ze een reflecterende laag achter hun netvlies hebben. Als er dan licht op het gevoelige netvlies van de uil komt stuurt de reflecterende laag het licht terug en daardoor kan hij dan in de nacht vele malen beter zien. Door het reflecteren geven de ogen van een uil een beetje licht. Niet alle uilen hebben dezelfde ogen. Er zijn er met zwartbruine, oranje en gele iris. Er is in het verleden gesuggereerd dat Hoe donkerder het oog hoe later de uil zou jagen. Dit blijkt in de praktijk toch niet helemaal te kloppen. De ogen van een uil worden beschermd door een derde ooglid , het knipvlies. Als hij dit knipvlies dicht doet schuift het vlies horizontaal over het oog en worden stofdeeltjes en vuil van het oog verwijderd. Ook bevochtigd het derde ooglid het oog tijdens de vlucht. Om het oog overdag tegen het felle zonlicht te kunnen beschermen is het knipvlies ook een beetje troebel zodat het licht gefilterd wordt. Zo kan de uil rustig een uiltje knappen.


lichtig beton





Het is net zo grijs, hard en zwaar als gewoon beton. Toch is het magisch materiaal: lichtdoorlatend beton. Lichtdoorlatend beton laat, zoals de naam al doet vermoeden, licht door. Het is een bijzonder uitvinding. Het beton laat licht door via duizenden glasfiberdraden die van de ene naar de andere kant van het beton zijn gelegd. Maar hoe doen ze dat? Als je het beton heel secuur zou bekijken blijkt dat het bestaat uit heel veel laagjes. Een soort van spekkoek met in plaats van kleurige koeklaagjes, laagjes beton en glasvezel. Omdat het lichtdoorlatend beton net zo sterk moet blijven als regulier beton bestaat het uiteindelijk maar voor 4% uit glasvezel, maar dat is voldoende voor het doorlaten van voldoende licht. Loopt er iets of iemand aan de andere zijde voorbij dan wordt aan de andere zijde met de snelheid van het licht de schaduw geprojecteerd. Buitengewoon! Wat overigens ook buitengewoon is is het prijskaartje. Het kan nog wel eens een tijdje duren voordat betaalbaar lichtdoorlatend beton in de bouwmarkt om de hoek voorradig is.

Gonggg



Het geluid van een gong heeft het vermogen om met z'n uitdovende vibrerend geluid stilte en rust af te dwingen. Toch is de ene gong de andere niet. Zo is er om te beginnen geen sprake van één gong waar de andere van afgeleid zijn. De meerdere soorten hebben zo lang ze er zijn altijd langs elkaar bestaan. De gong is trouwens niet iets typisch Chinees of Japans. Het enige dat je eigenlijk er van kunt zeggen is dat het niet echt een noordelijke uitvinding is. Maar nu over naar de verschillende gongen. Zo is er de cimbaal, die we tegenwoordig vooral kennen van het drumstel, maar in europa als eerste gebruikt werd in middelgrote symfonieorkesten en bij de fanfare. Deze (hand)gong blijkt al bekend van 800 jaar voor die bekende man geboren werd. Oud dus. Een mooie gong vind ik die met een bolle knop in het midden. Deze soort gongen heeft vaak een mooie versiering en de gong is niet enkel hol geklopt, maar ook nog eens voorzien van een rand. Het geluid van dergelijke gongen is minder flitsend dan die van cimbalen en heeft afhankelijk van de dikte van de gong en de breedte van de rand een wat doffere, maar zeker niet minder mooie toon. Dan zijn ber ook nog gongen met meer rand en bolle knop dan gong oppervlak. Deze gongen worden vaak als set bij elkaar gehangen en zo ook bespeeld. Het geluid is minder ver dragend en ook wat dof, al ligt dat er ook maar net aan wat de kwaliteit is. Als laatste wil ik toch ook nog even mijn favoriete gong noemen. Dit is, zoals lezers van het eerste uur wellicht nog weten de Boeddhabel (Voor een uitgebreidde beschrijving klik je hier). Heerlijk hoe deze plaatgong zijn geluid de ether in slingert met een hele fijne Gonggg.....

Ortholaan




Het lezen van dit verhaal kan je nekharen doen rijzen, maar wellicht (onbedoeld) ook je smaakpapillen prikkelen. Het hele gebeuren rond ortolanen is sowieso een excentriek gebeuren.

De ortolaan is beroemd vanwege zijn status als delicatesse. In vroegere tijden was het eten van deze vogel enkel voorbehouden aan Romeinse keizers en andere wereldleiders. De vogel wordt voornamelijk gewaardeerd om zijn delicate, sappig vette vlees, een lekkernij voor smulpapen.Veel vlees zit er overigens niet aan. De ortolaan weegt ongeveer 25 gram en is niet groter dan circa 15 centimeter.
De vangst van de ortolanen gebeurt tijdens de trek van augustus tot eind september, op kleine braaklandjes in de akkers en maïsvelden. Voor de vangst worden gevlochten vangnetjes van ijzerdraad gebruikt. De slagnetten met eronder graan staan op de grond. Lokvogels moeten de overvliegende ortolanen tot landen bewegen. Als een ortolaan onder het slagnet komt klapt deze naar beneden en wordt de vogel levend gevangen.
Om zoveel mogelijk ortolaan te kunnen eten worden ze eerst vet gemest in een verduisterde doos of kooi. De ortolaan is gewend in het schemer te foerageren en door het duister (soms nog met wat kaarslicht) blijven ze actief eten. Na enkele weken op witte gierst, druiven en vijgen hebben de ortolanen tot wel vier keer hun normale grootte bereikt. De techniek van het vetmesten is al erg oud en stamt hoogstwaarschijnlijk nog af van de decadente koks van het keizerlijke Rome.


De volgende stap is het doden van de ortolaan. Dat gaat op een andere manier als het doden van een kip. Met een steek van een stopnaald in het achterhoofd en een grote dosis van de sterke drank Armagnac wordt de vogel gedood. Daarna worden de veertjes van het lijf geplukt. Al het andere van de vogel blijft erin en aan zitten. Pootjes, snavel, botjes, organen, hartje, kraaloogjes; echt alles.
De bereiding van de vogel is eigenlijk heel simpel en kost niet meer dan een minuut of acht. Een oven wordt goed heet gestookt en de ortolaan wordt hierin geroosterd. Daarna wordt de vogel opgegeten volgens een uitgebreid en vaststaand ritueel. De ortolaan wordt opgediend op een ruim bord. Eerst moet de eter het hoofd bedekken met een gesteven traditioneel geborduurde linnen servet die zó gedrapeerd wordt dat bord en eter aan het zicht onttrokken worden. Het servet heeft meerdere doeleinden; het behoud en concentratie van de vrijkomende aroma’s, het onttrekken van het onsmakelijke gekauw en de bijbehorende rommel zoals gespat, betere concentratie op de exquise dis, het onttrekken van de illegale activiteit voor omstanders en als laatste het verbergen van de zondige vraatzucht van de gastronoom voor god. Het servet is dus een essentieel onderdeel.
Maar wat gebeurt er eigenlijk onder het servet? De ortolaan die uit de oven komt dient onmiddellijk te worden geserveerd. Het is de bedoeling dat de fijnproever de hete ortolaan in één keer helemaal in de mond te neemt. Enkel de kop moet uit de mond hangen. Deze wordt vervolgens afgebeten en terzijde geschoven. De onthoofde ortolaan blijft nu op de tong rusten totdat deze is afgekoeld. Dit dient te geschieden door snel door de mond in te ademen. Ondertussen lopen het vet en andere sappen vrijelijk bij de smulpaap in de keel naar binnen. Een smaaksensatie.
Wanneer de ortolaan voldoende is afgekoeld kan het langzame kauwen beginnen. Gedurende een kwartier wordt er met volle aandacht op de vogel gekauwd zonder grotere vaste onderdelen door te slikken. Hierbij schijnen de meest bijzondere smaken vrij te komen. Het vlees is blijkbaar sappig en vet, terwijl de ingewanden smeuïg zijn. De smaken worden omschreven als ware het eten van een ortolaan een uitgebreide wijnproeverij. Dat zal voor een deel ook wel komen door de vrijkomende Armagnac. Nadat de vogel geheel is uitgekauwd blijft er natuurlijk nog voldoende over dat zelfs na zolang kauwen niet klein te krijgen is. Dit wordt in het bord terug gespuugd. Daarmee is het eetritueel beëindigd.

Het vangen, vetmesten en eten van ortolanen is niet echt diervriendelijk te noemen*. Bovendien is dit exquise hapje illegaal. De ortolaan is namelijk een zeldzame vogel en daarom zwaar beschermd. Ondanks dat wordt de ortolaan nog steeds in sommige delen van Frankrijk gegeten. Daar wordt het eten van ortolanen nog bedekt met het servet der schaamte.


*Al moet ik daarbij opmerken dat het opfokken van vleeskippen inclusief de bijbehorende industriële slacht ook niet echt een pretje te noemen is.


kauwgomkunstwerk





Het is kleurrijk en plakt aan de stoep. Rara? Kauwgomkunst. Ja, je leest het goed: kauwgomkunst. De Londense kunstenaar Ben wilson beschilderd kauwgom op de stoep. Waarom? Omdat de stoep er mooi van wordt en een ergelijke plakkauwgom een stukje vrolijke kunst. Ook is het een tegenreactie op de vele reclameuitingen die ons leven meer bepalen dan een mooi stukje kunst.

Mr. Wilson, zoals deze bijzondere kunstenaar ook wel heet, ligt dus veelal op de stoep om te werken aan zijn bijzondere project. Een outsider ziet de kunstenaar nog wel eens aan voor een man die onwel is geworden of een stadse zwerver, maar niets is minder waar. De kunstenaar tovert kleurrijke plekken op het grijze asfalt en de grauwe stoeptegels. Iedere beschildere kauwgom is een uniek kunststukje. Het is daadwerkelijk kunst van de straat. Zo letterlijk zelfs dat de kunstwerken zelf het verhaal vertellen van wat er in de buurt gebeurt. Dat kan een miniatuur van een gebeurtenis zijn of een verwijzing naar een bewoner. Mr. Wilson's kunst is dus van én voor de Londenaren.

Maïssa Toulet cabinetten



Iedereen heeft wel een eigen bijgeloof of tics die geluk moeten afdwingen bij het al dan niet aanwezige hogere. Een bosje bloemen aan de voordeur gespijkerd, een kruisje onder de dorpel, niet onder de ladder doorlopen, afkloppen op het hout, geknoeid zout over de linkerschouder gooien en krakende schoenen die niet betaald zouden zijn. Het heeft allemaal te maken met bijgeloof. De dingen die zouden kunnen gebeuren lijken wel bezworen te moeten worden met een soort van volkse tovenarij. Die ongrijpbare krachten zijn wellicht niet helemaal aards genoeg voor in het rariteitenkabinet wat deze blog is, maar hetgeen Maïssa Toulet er mee gedaan heeft maakt het weer zeer de moeite waard.
Deze Franse kunstenares maakte namelijk wat zij noemde een "Cabinet de Sorcellery". In dit zeer sfeervol vormgegeven kabinet vinden de meest uiteenlopende en ondoorgrondelijke vormen van bijgeloof, volksgeneeskunde, hekserij, voodoo en waarzeggerij een plaats. Het is echt heel bijzonder om zonder verdere uitleg toch een proeverij van deze vage wereld te krijgen. Omdat er verder bijna niets aan te omschrijven valt stel ik voor dat je gewoon gaat kijken in het Cabinet de Sorcellery. Zoals de Fransen zouden zeggen: Très Magnifique!


fopkan




Een fopkan is een onmogelijk stukje aardewerk in de beste traditie van het bier drinken. Het is namelijk zo dat de bierkan (ook wel puzzle-jug of Kulkan genoemd) zo is gemaakt dat hij niet op de normale manier uitgedronken kan worden. Bij deze fopkan kwam het dan ook niet aan op drinkcapaciteit en maaginhoud, maar op behendigheid. De drinkwedstrijd werd nu pas echt interessant omdat de dronken broeders hun kan zo snel mogelijk moesten ledigen zonder er bij te brassen. Er waren verschillende modellen met enerzijds opengewerkte halzen en anderzijds alternatieve openingen of een soort ingebouwd rietje. Heel lastig drinken dus. Vooral de minder ingewijden wisten niet hoe ze de ongewone drinkkan moesten leegdrinken. Dit uiteraard tot groot vermaak van de omstanders waarbij de feestvreugde bij iedere er langs lopende guts bier verhoogd werd. Het was echt slempen (drinken met erg veel geknoei) op een hoger niveau. De fopkan was vanwege z’n vakkundige makers en de kunst om er uit te kunnen drinken een ware kunstdrinkenskan.


gehoornde viool


Een Stroh viool (ook wel Stro viola da gamba, violinophone of hoornviool  genoemd) is een bijzondere verschijning. Het ding heeft geen klankkast, maar wel een aan de zijkant uitstekende hoorn.  Maar waarom is dat? De Duitser Johannes Matthias Augustus Stroh bedacht de strohviool in de beginjaren van de geluidsopnames met de fonograaf, zo rond 1899. De fonograaf (bedacht door Thomas Edison) heeft een klein toetertje dat het geluid registreert. Dat betekent dat een gespeeld muziekstuk heel gericht geluid moet bevatten anders word het niet door de fonograaf waargenomen.  Met een blaasinstrument kun je gericht spelen, maar bij een viool gaat het geluid meerdere kanten op. Om dit op te lossen bedacht Stroh een instrument, met een membraan en een metalen hoorn in plaats van een klankkast. Door zijn volume en de mogelijkheid om de klank te richten was dit instrument zeer geschikt voor fonograaf-opnames. Toen de opnamestudio's elektrische microfoons gingen gebruiken verloor de strohviool aan populariteit. De strohviool zou niet zo mooi als een houten viool klinken en moeilijker te bespelen zijn. Tegenwoordig zijn er nog steeds een aantal muzikanten die de strohviool gebruiken in hun muziek. Je hebt kans om dit bijzondere instrument aan te treffen in  landen als Roemenië en Argentinië waar ze in de volksmuziek en bij straatmuziekanten een vaste plaats heeft.



Paul Ekman: gezichtsexpressies





Emoties tonen we met ons lichaam en vooral met ons gezicht. Paul Ekman, een psycholoog, werd wereldberoemd doordat hij emoties koppelde aan gezichtsuitdrukkingen. In het boek "de verzamelde werken van T.S. Spivet" beschrijft de hoofdpersoon op een gegeven moment de gezichtsuitdrukkingen van zijn familieleden aan de hand van de door Ekman verzonnen gezichtscoderingssysteem. Met dat systeem zijn alle gezichtsuitdrukkingen en de bijbehorende emoties samen te stellen. Ekman onderscheid zes basis emoties, namelijk: boosheid, walging, angst, geluk, verdriet en verrassing. Later kwam hij nog met afgeleidde emoties zoals bijvoorbeeld tevredenheid, schuld, verlegenheid en opwinding. Ekman werkt nog steeds aan het ontrafelen van de wondelijke wereld van onze emoties.


Related Posts with Thumbnails