Posts tonen met het label Naturalia. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Naturalia. Alle posts tonen

Carabus auratus





Jan Augustin van der Goes schilderde dit kevertje (de Carabus auratus, oftewel de Gouden loopkever) ergens rond 1650 op papier. Dat deed ie zo precies dat lijkt alsof het beestje ieder moment weg kan lopen. Zulke miniaturen werden in de 17e eeuw verzameld in albums, net zoals geprepareerde insecten in rariteitenkabinetten.


Zomaar een zeepaardje





Gloeiende paddenstoelen





Dat er paddenstoelen zijn die gloeien leek me lange tijd een fabeltje van verstokte paddofielen met een te sterke voorkeur voor hallucinerende paddenstoelen. Maar ik moet toegeven, ik heb me vergist. 
Het schijnt dat Aristoteles al oog had voor paddenstoelen met gloeifunctie. En ja, dat laatste was meteen ook de vraag; wat is de functie van dat gloeien?? Aris kwam er niet uit en ook vele wetenschappers na hem konden geen antwoord geven op de vraag waarom 75 van de meer dan 100.000 soorten schimmelvruchtlichamen een groenige gloed verspreiden (met een duur woord bioluminescentie genoemd). En nu zijn de wetenschappers er toch achter gekomen. Eerder viel het de onderzoekers al op dat het gloeien niet zomaar lukraak gelijk was over de gehele dag, maar het sterkst was als het nacht was. Dat bracht ze op het idee om plakkerige nep-paddenstoelen te maken met groen ledlicht er binnen in. Uit het onderzoek bleek dat veel meer mieren, vliegen en kevers aan de plakkerige paddenstoelen vast kwamen te zitten wanneer ze gloeiden. De onderzoekers gaan er nu dus van uit dat de paddenstoel deze insecten lokt om haar sporen effectiever te verspreiden. Dat maakt dat deze gloeiende wondervruchten ook elders uit de grond kunnen schieten.



verdwenen musea



Een oom van mijn vaders kant had een passie voor het verzamelen van vlinders. Alle dagvlinders van Europa had hij in zijn verzameling. Voor de enkele ondersoort die nog in zijn collectie ontbrak ondernam hij samen met mijn tante zelfs speciale reizen. 
Ik vond het zeer bijzonder om, als we naar België gingen op bezoek bij mijn 'vlindergekke' oom, in zijn speciale kamer al die lades met bijzondere vlinders te mogen bekijken. Het was alsof hij zijn eigen museum in huis had. Ja helaas, had. Mijn oom is al jaren terug gestorven en zijn mooie verzameling schijnt geschonken te zijn aan het Naturalis. Ik had graag nog eens met 'm op pad gegaan.
Anne ten Donkelaar verwoorde voor mij heel goed mijn gevoel voor deze eerlijke v(l)inder.

pascal bernier





Pascal Bernier

walvisjacht





Ooit was het vangen van een walvis van levensbelang voor lokale gemeenschappen in de koudere regionen van onze planeet. Het vangen van een walvis was toentertijd ook een ongemeend gevaarlijke onderneming. Men liet het dan ook wel uit het hoofd om meer walvis te vangen dan men echt nodig had voor eigen consumptie en wat bijproducten waar ruilhandel mee gedreven kon worden.
Schepen en vangmethoden verbeterden echter na de industriële revolutie, waardoor het vangen van een walvis vele malen makkelijker was, veel meer avontuurlijk dan echt gevaarlijk. Dit maakte de weg vrij voor een grotere walvisvangst dan nodig voor lokale behoefte. Walvistraan, baleinen (voor korsetten) en bijvoorbeeld walvisbraaksel als basis voor parfum werden echte walvis-producten waar ook nog eens veel vraag naar was ook.  De walvissen werden hierdoor zo bejaagd dat ze uitgestorven zouden zijn, maar dat gebeurde niet. Al rond 1670 waren rond de Noordpool zo weinig walvissen dat de schepen moesten uitwijken naar andere gebieden. De walvisjacht rond de Noordpool werd commercieel gezien te duur en verlegde zich uiteindelijk naar de zuidpool.
De walvisjacht nam geleidelijk af, maar kende zowel na de eerste als na de tweede wereldoorlog een flinke opleving omdat er aan veel grondstoffen (vooral oliën en vetten) een tekort was. In 1946 was men er echter van doordrongen dat de hoeveelheid walvissen niet oneindig was en werden er quota tussen de landen afgesproken. In 1983 was men er van doordrongen dat ook quota de walvis niet voor uitsterven zouden behoeden. Enkel jacht vanuit wetenschap en traditionele jacht wordt vanaf dan nog toegestaan. De Noren en IJslanders trekken zich niets van de regels aan en jagen nog steeds, de Japanners jaagden jarenlang in naam van de wetenschap, maar ook dit is als het goed is tot een einde gekomen.
Gelukkig hebben we vandaag de dag geen walvis nodig voor een luxe paraplu of een dirigeerstok met een lekkere zwiep. Walvistraan wordt al lang niet meer als olie van de straatlantaarn gebruikt, laat staan als basis voor margarine. We moeten de walvis dus gewoon met rust laten. Kunnen we ook nog tot het einde van onze beschaving onze kinderen lekker het bed in blijven Jonassen.

Natuurfotografie






Tegenwoordig pak je je kleine wonderdoosje en schiet je met gemak de mooiste natuurfoto's. Ooit was dat wel anders.  De belichtingstijd voor een fatsoenlijke foto was lang, in de tussentijd mocht er niets bewegen en vervolgens was er nog het ontwikkelprocedé dat roet in het eten kon gooien. De heren die een simpel vogelnest wilden fotograferen zullen wel flink kramp hebben gehad na het nemen van hun foto. En dan was dit nog maar een vogelnest. Scherpe foto's maken van vliegende vogels was er nog lang niet bij, dus waren (en zijn) vogelboeken vaak voorzien van illustraties in plaats van foto's. Als je de foto's uit die tijd met deze kennis bekijkt zijn ze veel meer dan die grijsbruine foto's. Ze zijn bijzondere hoogstandjes uit het verleden.






Vliegende Vis






Vliegende vissen (Exocoetidae) zijn zeevissen die tot wel vijfhonderd meter kunnen vliegen. Er bestaan er wel zeventig verschillende en allemaal verruimen ze zo nu en dan het ruime sop voor de blauwe lucht.
Waar andere vissoorten kleine borstvinnen hebben om een beetje te sturen en rond te kanbbelen, zijn de borstvinnen (en soms ook de bekkenvinnen) van vliegende vissen ongewoon groot. Deze vinnen kunnen de vissen plat vouwen en uitspreiden al naargelang ze onder of boven water zijn.

Om te vliegen moeten de vliegende vissen op grote snelheid direct onder het wateroppervlak gaan zwemmen. Hierbij worden de vinnen dicht bij het lichaam gehouden. Als vliegende vissen uit het water springen, spreiden ze hun vinnen om zo lang mogelijk te kunnen zweven. Net boven de golven is de luchtweerstand het kleinst, dus de vis blijft relatief dicht bij het wateroppervlak. Eenmaal boven het water kan een vliegende vis ook een serie glijvluchten achter elkaar maken. De vis zet zich hierbij van het water door met zijn staart op het water te slaan, om zich zodoende met kracht af te zetten voor een nieuwe glijvlucht.

Het blijft voor onderzoekers een raadsel waarom vliegende vissen soms de lucht boven de zee verkiezen. Een van de theorieën is dat de vissen vluchten voor roofvissen. Een andere theorie is dat de dieren energie besparen door af en toe een stukje te 'vliegen' . Het houd de wetenschap bezig, maar het zal de vliegende vis worst wezen (of liever plankton, want dat eet hij graag).

zuurzak








Guanabana heeft niets met de Muppetshow te maken. Het bekt wel lekker op dit liedje. Nee, het is een exotische vrucht met een bijzonder lekkere fris zoet-zure smaak. Omdat het heel moeilijk is om uit te leggen hoe lekker, is proberen het devies. De groene vrucht met helder witte binnenzijde en grote zwarte pitten wordt echter niet zo vaak in Nederland verkocht. Zuurzak is niet goed te exporteren (grote kans dat er ook gewoon te weinig vraag naar is) en kun je in herkenbare vorm eigenlijk enkel in blik kopen. Ik weet niet of dit qua smaak bij de real thing in de buurt komt, maar ja wat doe d'r an. Niet veel waarschijnlijk. Appelsientje heeft wel iets gemixt met Guanábana, maar dat smaakt in de verste verte niet naar Guanábana, Jammer. De toko is de aangewezen plek voor de zuurzakliefhebber. Hier zijn, als we de berichten mogen geloven, de eerder genoemde blikken en ook zuurzakpoeder te verkrijgen. In Costa Rica hebben ze in de supermarkt ook Guanábana oplosdrink. Gewoon koel water bij het poeder en genieten maar. Heerlijk! Wij zullen het moeten doen met een recept. Zuurzakijs voor met z'n vieren, maar maak voor de zekerheid alvast de dubbele hoeveelheid..... Succes!




1 blik zuurzak*
125 ml slagroom


Pureer de zuurzak met vocht en al zo recht uit het blik. Meng de puree met de slagroom. Schep het mengsel in een bak en zet luchtdicht afgesloten in de vriezer. Het ijs heeft ongeveer drie uur nodig om tot iets ijzigs te bevriezen, maar om te voorkomen dat je opgescheept zit met een solide blok ijs moet je om het uur de ijskristallen in het mengsel kapot breken. Hierdoor krijgt je ijs een mooie structuur. Een half uurtje voor gebruik uit de vriezer zetten en genieten maar!




* zuurzak is verkrijgbaar bij de Japanse supermarkt. Tenminste, dat is zo in Eindhoven aan de Kruisstraat. Daar zit deze bijzonder smakelijke vrucht echter niet in blik maar met vruchtvlees en al ingevroren in een bekertje in de vriezer.


Er zijn ook recepten waar in de plaats van slagroom, melk (5 kopjes) en suiker (1,5 kopje) wordt gebruikt. Daar moeten dan wel twee blikken met zuurzak bij. Als dat te zoet wordt kan je wat citroensap toevoegen. Het ijsmengsel kan natuurlijk ook in een ijsmachine, maar die moet je dan wel toevallig een hebben staan...

Een keur aan eieren


Eieren zijn bijzondere producten van de natuur. Ze bevatten in potentie nieuw vogelleven en in het geval van een kwartel- of kippenei de belofte van een lekkernij in de dop. Wat mij altijd gefacineerd heeft zijn de vele verschijningsvormen van de eieren. Nu kun je natuurlijk niet van een winterkoninkje verwachten dat deze een ganzenei produceert, maar dan nog. Er zijn zoveel verschillende eieren. De een met een ingenieus stippen patroon, de ander weer fel van kleur. Van Bijna rond ovaal tot sterk conisch toelopend, ze bestaan allemaal. Het grootste ei is van een struisvogel, het kleinste van een kolibri, het meest ronde ei wordt geproduceerd door schildpadden (het zijn net pinpongballen), Het vreemdste dier dat eieren legt is uiteraard het vogelbekdier (plakkerige leerachtige eieren). Als het over vreemde eieren gaat winnen de vissen, maar laat ik het voor nu even bij de dieren met poten en stevige eieren houden die voor hun eieren iets van een nest bouwen. Al kun je dat laatste voor de niet-vogels met een korrel zout nemen. Of  in het geval van de schildpad en de krokodil met een korrel zand. Deze dieren begraven hun kroost voor de geboorte onder de grond. Gelukkig zijn wij een beschaafde soort en doen we dergelijke dingen enkel met onze doden. Maar ja, al die veelvormigheid van ei tot nestplaats heeft uiteindelijk tot doel om zoveel mogelijk kans te geven aan nieuw leven. Al met al is dat zeker geen eitje.

Axolotl




De axolotl is uitgeroepen tot het bijna lelijkste dier op aarde. Nou daar ben ik het dus niet mee eens! Dit bijzondere amfibie is wellicht wat bleekjes uitgevallen, maar verder toch echt een wonderlijk mooi wezen. Eigenlijk is het bijzondere dier meer vis dan amfibie. Hij brengt zijn hele leven namelijk in het water door. De waaiervormige kieuwen en het feit dat een axolotl nu eenmaal pootjes heeft maakt het toch een amfibie. Het schijnt dat de axolotl ook goed te eten is. Ze worden gekookt of geroosterd en de staart wordt net zoals Fish & Chips traditioneel gegeten met peper en azijn.

vleermuisparkiet





Buiten een erg leuke naam heeft de vleermuisparkiet wel erg veel van een doodgewone parkiet. Het vogeltje heeft nou niet iets vleermuisachtigs waaraan je meteen kunt zien dat het een vleermuisparkiet is. Waarom heet het groendonzige beestje dan in godesnaam vleermuisparkiet? Nou deze parkiet heeft de bijzondere gewoonte om ondersteboven te slapen!


Net zoals een vleermuis dus.....

Blaadjes per m2





Het is weer lente. Het heeft even geduurd, maar ook dit jaar krijgen de bomen weer groene blaadjes. Nu is het interessant om te weten wat zo'n boom nu aan blaadjes maakt. Aangezien bepaalde natuurbeheerders alles willen weten van wat ze aan natuur beheren weten we hoeveel blaadjes er aan een boom groeien.


Een grote monumentale zomereik heeft zomaar 200.000 bladeren, per blaadje 0,4 gram. Dit betekent dat er in de herfst zo'n 80 kg eikenbladeren per boom naar beneden stort. Een fikse beuk doet daar nog een schepje bovenop. Het is in de natte zomer de ideale boom om onder te schuilen met maar liefst 670.000 bladeren á 0,3 gram per blaadje vormt het bladerdek van de beuk een waterdichte paraplu. Het is maar goed dat de bladeren niet als een klomp naar beneden storten. Tweehonderd kilo ineens en dan ook nog van een flinke hoogte zou een beetje teveel van het goede kunnen zijn.


Albertus Seba





Albertus Seba was een succesvol apotheker die van 1700 tot 1736 niet enkel een apotheek had, maar vooral beroemd werd vanwege zijn Hobby. Zijn succes als apotheker gaf hem de kans om zijn echte passie na te streven: het verzamelen. Seba rende, wanneer de schepen aangekomen waren, naar de haven om te onderhandelen met zeilers en scheepschirurgen over de exotische planten en dierlijke producten die hij zou kunnen gebruiken voor het bereiden van medicijnen. Naast de geneeskrachtige elementen en kruiden had hij een grote verzamelwoede die van alles besloeg; zoogdieren, vogels, schelpen, insecten en slangen. Hoe exotischer hoe beter.
Dit bleef uiteraard niet onopgemerkt. Na tien jaar van geneeskrachtige recepten schrijven en verzamelen werd hij opgemerkt door tsaar Peter de Grote en werd zijn hofleverancier (het gerucht gaat dat Seba soms betaald werd in verse gember). In eerste instantie leverde hij vooral geneeskrachtige poeders, maar al spoedig kwam Peter de Grote te weten dat Albertus Seba een hele mooie verzameling had. Nu was Peter de Grote ook zelf verzamelaar al verzamelde hij ook andermans verzamelingen. In dit geval werd er na een lange correspondentie overeenstemming bereikt over de aankoop (15.000 gulden) en werd de gehele verzameling van Albertus verscheept in 17 kisten naar de tsaar. Daarmee werd Seba op slag een schatrijk man. Hij begon vrolijk aan een tweede verzameling en liet meteen ook een aantal boekwerken met gravures gebaseerd op zijn verzameling maken.

Het complete naslagwerk heette heel ‘bescheiden’ Locupletissimi rerum naturalium thesauri accurata descriptio - Naaukeurige beschryving Van het schatryke kabinet der voornaamste seldzaamheden der natuur. Linnaeus bezocht het kabinet van Albertus Seba in 1735 het jaar voor Seba’s dood. Linnaeus zou in zijn werk maar liefst 284 keer citeren uit het werk van Seba. De eerste twee delen van Seba's collectie werden nog uitgegeven toen hij leefde, het derde en vierde deel pas ver na zijn dood toen zijn tweede verzameling uiteen gevallen was door een openbare veiling. Het waren stuk voor stuk bijzondere boeken waarin wetenschap, verbeelding en kunstzinnige interpretatie verweven waren. De platen werden gemaakt door een keur van kunstenaars en graveurs die alles met een groot oog voor detail en een uiterste precisie in een mooie rangschikking weergaven. Een van de boeken gaat over zeeleven en werd voorbereid door Peter Artedi. Hij maakte zijn werk echter niet af. Na een etentje bij Albertus Seba had hij zoveel gedronken dat hij in de gracht viel en verdronk. In totaal werden er door verschillende kunstenaars 446 platen gemaakt in zwart-wit. Omdat kleurige platen beter verkochten werden de afbeeldingen later met de hand nog ingekleurd. Dat alles maakt de Naaukeurige beschryving Van het schatryke kabinet der voornaamste seldzaamheden der natuur van Seba tot een meesterwerk van onschatbare waarde.

iedere spin z'n kruis






De Kruisspin (Araneus diadematus) is een vaak voorkomende spin in de tuin. Volgens een legende verkreeg de Kruisspin de witte kruisvormige tekening op haar rug toen Jezus bij zijn kruisiging werd lastig gevallen door vliegen. Een spin had medelijden met Jezus en spon haar web in zijn doornenkroon zodat de vliegen in haar spinnenweb gevangen werden. Als beloning mocht de spin voortaan een kruis op haar rug dragen. Omwille van deze opvallende tekening werd de Kruisspin tijdens de Middeleeuwen nog gedurende lange tijd vereerd in Europa. Het vereren van toen is tegenwoordig veranderd in onderzoek. Zo zijn wetenschappers er nu achter gekomen hoe de kruisspin aan haar kruis komt.

Bij kruisspinnen is de grondkleur van hun achterlichaam niet bruin, maar min of meer doorzichtig. Tijdens de vertering en bij de afbraak van eiwitten komen gevaarlijke en giftige afvalstoffen vrij. Spinnen breken de afvalstoffen af tot het stofje guanine. Guanine lost niet op in water en vormt daarom kristallen. Een deel hiervan wordt uitgescheiden. Het deel wat achterblijft wordt opgeslagen in speciale cellen in het doorzichtige achtereind van de spin. Als de huid weinig pigment bevat, zijn de topjes van de kristallen zichtbaar in de vorm van witte vlekken, wat bij een Kruisspin vaak resulteert in een kruisvormige witte tekening. In het najaar scheiden nogal wat exemplaren meer guanine af en verliezen daardoor hun witte kruistekening. De Kruisspin kan dan erg verschillen in kleur en tekening. Ze kan bleekgeel, oranjerood tot bruin gekleurd zijn. Hierdoor zijn ze beter gecamoufleerd in een omgeving waarin de bladeren en andere plantendelen vaak bruin verkleuren.


Dit was alweer de 250e blog van Frumingelo!

Jachtig





Wat je ook van jagen vindt, het is een bezigheid met diepgewortelde tradities. Veel van de gebruiken rondom de jacht zijn ontstaan in de middeleeuwen. Ik las ergens dat in de middeleeuwen de jacht wordt gekenmerkt door symboliek, ridderlijkheid en sportiviteit, met het accent op drie begrippen: opsporen, opjagen en doden. Dat klinkt mooi, maar het is maar een kleine groep aristocraten die er van profiteert en daarnaast ook nog de zeggenschap heeft over een grote massa lijfeigenen en boeren. Die laatste bewerken de akkers en moeten niet alleen het grootste deel van de opbrengst aan de eigenaar afdragen, maar ook zijn rechten respecteren, zoals bijvoorbeeld het jachtrecht, visrecht, maalrecht en tolrecht. Het recht op de jacht wordt streng gehandhaafd, zo streng dat de belangen van het wild en van de jacht soms boven die van de voedselproductie worden gesteld. Dat gaat zelfs zo ver dat boeren niet het recht hebben om het wild, dat schade aanricht, van de akkers te verjagen en ze moeten aanzien dat adellijke jachtgezelschappen tijdens de jacht op hun paarden dwars door de ingezaaide velden denderen. De tegenstellingen zijn heel groot: terwijl lijfeigenen en boeren honger lijden, leven adel en geestelijkheid in decadente luxe. De geestelijkheid mag officieel niet deelnemen aan de jacht, maar is toch steeds present bij jachtpartijen en heeft niet zelden zelf uitgebreide jachtrechten in haar bezit. Waar het plebs op een houtje bijt verandert voor de aristocratie de noodzaak om te jagen in een stijlvol tijdverdrijf, dat zich tot een ware kunst ontwikkelt. Een kunst met regels en etiquette, met pracht en praal, met paarden en meutes (honden en of mensen), met netten, (kruis)boog, speren of zwaarden en uiteraard met valken. 
Bij vrijwel alle vormen van de middeleeuwse jacht spelen honden een belangrijke rol. Jachthonden moeten aan een aantal eisen voldoen: een goed reukvermogen hebben, moedig genoeg zijn om dieren te stellen (op de plaats houden) en blaffend aangeven waar ze zich bevinden), aan te vallen of te doden en een groot uithoudingsvermogen hebben om het wild langdurig te kunnen achtervolgen. De middeleeuwse jagers werkten het liefste met een gevlekte hond, zodat deze niet voor wild aangezien kon worden. Echte rassen zijn er in de middeleeuwen nog niet, maar zeker is dat door het fokken en selecteren van de meest geschikte honden een groot aantal rassen van onze huidige trouwe viervoeter zijn ontstaan. Als het gaat om het jachtrecht is aan de adel het recht op de jacht op groot wild voorbehouden (de zogenaamde hoge jacht). Lagere standen mogen onder voorwaarden op konijnen, hazen en veerwild jagen (de lage jacht). Er bestaat een opsomming uit 1502 van het te bejagen wild: Conijnen, Hasen, Perdrijzen, Fesanen, Putoren, Moerhoenderen, Cranen, Swanen, Reyghers, Quacken, Schollevaars en Lepelaars. Daarbij komen dan nog het wilde varken, edelhert en ree. De uitvinding van het buskruit en de komst van de eerste vuurwapens maken een einde aan de middeleeuwse jacht, maar niet aan de in deze tijd opgebouwde tradities. Deze leven nog altijd voort in de jachtige tijd van nu.





Neptepels bij Rhinolophus








De wijfjes van Hoefijzerneuzen (dat zijn vleermuizen) hebben twee echte en twee "valse" tepels (met een smerig woord ook wel aarstepels genoemd). De valse tepels ontwikkelen zich bij de eerste zwangerschap en bevinden zich vlakbij de genitale opening (vandaar de bijnaam). De neptepels worden door de jongen gebruikt om zich aan vast te houden als de moeder op de kop hangt. De jonge dieren hangen zo met de kop naar boven en met hun neus.. tja; soms hangt het mee en soms hangt het tegen.




Albino






Albino's kunnen in een rariteitencabinet natuurlijk niet ontbreken. Vandaar dit verhaal. Nu wilde ik meer over albinisme weten, maar nadat ik de wikipedia-pagina had gelezen was ik daarvan al snel genezen. Ik hou me dus maar op de vlakte omdat niemand wil lezen over oculocutaan albinisme, actinische keratosen of plaveiselcelcarcinomen. Wel mooie woorden voor het spelletje galgje overigens. Albinisme staat gelijk aan het verminderd aanwezig zijn of zelfs afwezig zijn van het pigment melanine. Dit is het meest duidelijk in huid, ogen en haar (of als het over vogels gaat veren). Die zijn namelijk wit. De celwanden zijn ongekleurd en ogen als matglas. Die vergelijking gaat bij de ogen nog wat verder. Hierbij is door de ongekleurde cellen het netvlies met bloedvaten te zien, waardoor het oog rood oogt.







Appelrassen






Schilder maar eens een appel. Nee, laten we anders beginnen. Schilder maar eens alle bekende appels van Amerika. Een schie onmogelijke klus, die toch echt ooit uitgevoerd werd. Deborah Griscom Passmore (1840-1911) was negentien jaar kunstenaar voor het Amerikaanse ministerie van Landbouw (USDA). In een tijd dat foto’s nog duurder waren dan handwerk schilderde ze daar allerhande fruit. In totaal zijn er  meer dan 1500 werken van haar hand bekend. Van appels, peren tot kersen en aardbeien, ze schilderde ze allemaal. De aquarellen hebben een fotografische verfijning. De werken werden in bulletins  van het Amerikaanse ministerie van Landbouw gepubliceerd onder andere onder de noemer “Promising New Fruits”. Ze zijn zo mooi dat het water je bijna in de mond loopt van enkel het kijken.

Even terug naar de appeltjes. Er zijn op dit moment bij benadering 7.000 verschillende appelrassen. Het rare is dat we met z’n allen Jonagold, Granny Smith en Golden Delicious en nog een paar soorten appels eten en de rest van de soorten nooit in de winkel te zien krijgen. Da’s raar, maar waar. Maar waar een wil, is, is een weg. Dus zijn er gelukkig ook mensen die aandacht besteden aan lekkere oude appelrassen die zo vol van smaak kunnen zijn dat de supermarkt-appeltjes er maar bleekjes bij afsteken. Niks zoetsappige eenheidsappeltjes. Appeltjes met pit!
Zin gekregen in een appeltje? Koop dan een eigen fruitboom en kies daarbij voor een soort die vroeger ook bij jou in de buurt geteeld werd. Dan heb je straks een heleboel eigen appeltjes te schillen.

kiwi





De Snipstruis of zoals we deze loopvogel beter kennen de kiwi komt enkel voor in Nieuw-Zeeland. Net zoals de ortolaan schijnt de kiwi ook erg goed te smaken, maar aangezien ze sinds de 19e eeuw met uitsterven bedreigd zijn (er zijn er nog maar minder dan 60.000) worden ze niet meer gegeten.
Kiwi’s zijn volgens de Maori’s gecreëerd uit kalebassen door de god Tane en zijn ongeveer even groot als een kip. Daarmee zijn ze de kleinste loopvogels ter wereld. Kiwi, dat is niet enkel de naam van deze bijzondere vogel, maar ook z’n paarkreet. Daarmee hoort deze vogel in het rijtje van de koekoek, tjiftjaf, wielewaal en de oehoe.De kiwi is een schuwe nachtvogel met stevige, drie-tenige poten, scherpe nagels en een zeer goed reukvermogen en dat laatste is hoogst ongebruikelijk voor een vogel. De neusgaten van de kiwi zitten aan het uiteinde van zijn lange, scherpe snavel. Het verenpak van de kiwi lijkt op haar, maar het zijn toch echt veren. De kiwi is daarnaast vrijwel blind. Hij voedt zich door zijn snavel in de grond te steken om wormen, insecten en andere beestjes te vinden. Toch is de kiwi niet vies van andere dingen zoals fruit, kreeft of kikkers.



Related Posts with Thumbnails