Posts tonen met het label Kunst. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Kunst. Alle posts tonen

sterrenkaarten





Je kent ze wel, van die tekenbladen waarbij je de puntjes op een bepaalde wijze moet verbinden waarna er een kloppende tekening ontstaat. Vroege astronomen waren er dol op schijnbaar, want je kunt geen oude kaarten met hemellichamen open slaan of het stikt van de beesten en andere vreemde figuren in de lucht.

Alastair Mackie





Ik kan er niets aan doen, schedels groot en klein roepen bij mij een bepaalde fascinatie op. De veelvormigheid van schedels vind ik bijzonder boeiend. Al die kleine gaatjes waar ooit spieren begonnen die voor beweging zorgden, de grote oogkassen, de rare lamellen in de neus (of de mooie snavel in het geval van een vogel), ik kan me er heerlijk over verwonderen. Maar waarom die kop? Nou, ik heb het geduld niet voor het totaal prepareren van een skelet (veel te priegelig, daar begin ik niet aan), maar die kop die stop je voor drie maandjes onder de zoden, even schoon boenen en dan heb je zo weer een mooi exemplaar voor in de kast er bij. Je zou kunnen zeggen dat ik een koppensneller ben.

Alastair Mackie deelt schijnbaar deze koppensnellers-mentaliteit samen met mij. Het aantal schedeltjes in een van zijn kunstwerken moet toch zeker wat tijd gekost hebben om te verzamelen. Zou deze kunstenaar uilenballen uitgepluist hebben, vallen gezet met kaas of is er wellicht een verklaring die veel meer voor de hand ligt? De ongediertebestrijder zal zijn wenkbrauwen wel gefronst hebben bij het verzoek om zo'n 200 dooie muizen... Bekijk meer van deze bijzondere kunstenaar op zijn website.(ik hoop dat ie snel weer werkt, de website was bij het posten van dit verhaal 'under construction')

land art Andy Goldsworthy





Kijk zelf  hoe deze bijzondere kunstenaar zijn omgeving gebruikt als kunstwerkplaats.




Albertus Seba





Albertus Seba was een succesvol apotheker die van 1700 tot 1736 niet enkel een apotheek had, maar vooral beroemd werd vanwege zijn Hobby. Zijn succes als apotheker gaf hem de kans om zijn echte passie na te streven: het verzamelen. Seba rende, wanneer de schepen aangekomen waren, naar de haven om te onderhandelen met zeilers en scheepschirurgen over de exotische planten en dierlijke producten die hij zou kunnen gebruiken voor het bereiden van medicijnen. Naast de geneeskrachtige elementen en kruiden had hij een grote verzamelwoede die van alles besloeg; zoogdieren, vogels, schelpen, insecten en slangen. Hoe exotischer hoe beter.
Dit bleef uiteraard niet onopgemerkt. Na tien jaar van geneeskrachtige recepten schrijven en verzamelen werd hij opgemerkt door tsaar Peter de Grote en werd zijn hofleverancier (het gerucht gaat dat Seba soms betaald werd in verse gember). In eerste instantie leverde hij vooral geneeskrachtige poeders, maar al spoedig kwam Peter de Grote te weten dat Albertus Seba een hele mooie verzameling had. Nu was Peter de Grote ook zelf verzamelaar al verzamelde hij ook andermans verzamelingen. In dit geval werd er na een lange correspondentie overeenstemming bereikt over de aankoop (15.000 gulden) en werd de gehele verzameling van Albertus verscheept in 17 kisten naar de tsaar. Daarmee werd Seba op slag een schatrijk man. Hij begon vrolijk aan een tweede verzameling en liet meteen ook een aantal boekwerken met gravures gebaseerd op zijn verzameling maken.

Het complete naslagwerk heette heel ‘bescheiden’ Locupletissimi rerum naturalium thesauri accurata descriptio - Naaukeurige beschryving Van het schatryke kabinet der voornaamste seldzaamheden der natuur. Linnaeus bezocht het kabinet van Albertus Seba in 1735 het jaar voor Seba’s dood. Linnaeus zou in zijn werk maar liefst 284 keer citeren uit het werk van Seba. De eerste twee delen van Seba's collectie werden nog uitgegeven toen hij leefde, het derde en vierde deel pas ver na zijn dood toen zijn tweede verzameling uiteen gevallen was door een openbare veiling. Het waren stuk voor stuk bijzondere boeken waarin wetenschap, verbeelding en kunstzinnige interpretatie verweven waren. De platen werden gemaakt door een keur van kunstenaars en graveurs die alles met een groot oog voor detail en een uiterste precisie in een mooie rangschikking weergaven. Een van de boeken gaat over zeeleven en werd voorbereid door Peter Artedi. Hij maakte zijn werk echter niet af. Na een etentje bij Albertus Seba had hij zoveel gedronken dat hij in de gracht viel en verdronk. In totaal werden er door verschillende kunstenaars 446 platen gemaakt in zwart-wit. Omdat kleurige platen beter verkochten werden de afbeeldingen later met de hand nog ingekleurd. Dat alles maakt de Naaukeurige beschryving Van het schatryke kabinet der voornaamste seldzaamheden der natuur van Seba tot een meesterwerk van onschatbare waarde.

fabergé eieren






Je hebt eieren en je hebt Fabergé eieren. Het fijne onderscheid is dat je bij Fabergé eieren je jezelf niet hoeft af te vragen wat er eerst was, want er is namelijk geen kip aan te pas gekomen. Fabergé eieren zijn kunstwerkjes zoals je niet veel zal zien (als je er al ooit een te zien krijgt). Met veel juwelen, edelmetalen en gesteenten. Ieder ei heeft zijn eigen naam en geschiedenis. Zo heet dit mooie groene exemplaar het Kelch Apple Blossom Egg of ook wel Jade Egg (ondanks dat het ei niet van jade maar van nefriet gemaakt is). Dit ei werd in 1901 door Fabergé gemaakt voor meneer Kelch die er mevrouw Kelch mee wilde verrassen. Het ei is ongeveer 14 cm lang, 10 cm hoog en staat op pootjes. Maar dan niet zomaar pootjes, nee het zijn rood en groen gouden bloesemtakken in de knop die het ei in de lucht tillen. De bloesems zijn van wit en rozig emaille met als hart een rose diamant. Het is al met al een heel mooi voorbeeld wat er gebeurt als art nouveau en japanse invoeden elkaar vinden in een ontwerp. Nu schijnt het zo te zijn dat het ei niet een op zich zelf staand cadeau bedoelt was, maar ook als verpakking diende voor een ander sieraad dat zijn opwachting maakte op een bedje van fluweel aan de binnenzijde. Wat het was is helaas niet bekend. Het was hoogstwaarschijnlijk ook iets met goud of diamanten.



Het hele circus rondom de juweel-eieren begon in 1885. De Russische Tsaar (de een na laatste) gaf zijn favoriete juwelier Peter Karl Fabergé de opdracht om een paasei-juweel te maken als gift voor zijn vrouw. Dit viel zo goed in de smaak dat het een ware traditie werd. De laatste Tsaar, Alexander III liet zelfs twee eieren per jaar maken door Fabergé, iets wat deze graag deed. In totaal maakte hij met zijn atelier vele eieren die overigens ook door andere zeer rijke personen gekocht werden. Het verhaal gaat dat zelfs de Tsaar niet wist wat voor ei hij zou gaan geven, noch wat voor verrassing het zou bevatten. In totaal zijn er (zover bekend) nog rond de 50 eieren bewaard gebleven. Het atelier van Fabergé werd gesloten na de Russische revolutie (1918) en (op een latere telg na) werden er vervolgens geen Fabergé-eieren meer gemaakt. Dat maakt de bestaande eieren zo kostbaar en uniek dat er nu nog steeds mensen speuren naar de verdwenen exemplaren. Zo werd er in 2001 nog een ei teruggevonden. Het was het laatste, nooit voltooide ei voor de tsarina.


Amy Ross






Bijzonder mooie schilderingen van iets dat niet is wat het lijkt. Amy Ross bedoelt het ook zo. Ze onderzoekt met haar qua detail realistische werken een surrealistisch idee waarbij bomen, andere flora en paddestoelen samensmelten met dieren zoals vogels, slangen, herten en wolven. Je wordt daardoor gemanipuleerd en op het verkeerde been gezet terwijl je toch echt enkel vogelpootjes ziet.


http://www.heyheyhey.nl/





Soms kom je dingen tegen... Tja, gewoonweg geniaal! Zo ook het filmpje van 'Mevin and the machine' van Hey hey hey. Geniet met volle teugen.



kate mccgwire veren kunstwerk






Kate Mccgwire bekijkt de wereld op een bijzondere manier. Ze laat mensen nadenken over de omgeving waar ze zich in bewegen door er een surrealistisch element aan toe te voegen. Dit doet ze op zo'n manier dat de ruimtes en objecten waar haar kunst uitvloeit of in opgesloten zit versterkt worden. Haar kunstwerken zijn veelal gemaakt van een enorme hoeveelheid veren in vele kleuren, maar nooit bont in scharkering. Het is alsof het echte levende dingen zijn die krullen, wervelen, stromen en kronkelen. Wat dat betreft lijkt de zwarte winding onder de glazen stolp wel een beetje op een trolleklopper (je weet wel zo'n nachtmerrie van de Grote Vriendelijke Reus). De veren laten je blik oover het object dwalen waardoor het gevoel van beweging nog sterker wordt. Ja, al met al steekt de kunst van Kate Mccgwire zeer vernuftig in elkaar. Genieten!


Lissa Nilsson; menselijke doorsnedes in papierkunst


Ik keek eens een fantasierijke film, waarin een levend paard nogal abrupt in dunne plakjes wordt gesplitst om vervolgens tussen glasplaten gewoon functionerend en al door de geschrokken hoofdrolspeler bezichtigd te worden (kijk hier maar eens). Ik moest weer denken aan dat bizarre stukje film toen ik de kunst van Lissa Nilsson tegen het lijf liep. Het verschil met de film is is dat dit plakje mensenhoofd niet leeft en ook geen vleselijk materiaal bevat. Het is namelijk een kunstwerk geheel opgetrokken uit opgerold papier. De verschillende dichtheden en kleuren geven de structuur van de weefsels en hardere delen goed weer en dat met enkel papier. Een heel knap staaltje vakvrouwschap.


Pieckfijn

Anton Pieck is echt het summum van een romantische schilder, al mogen z'n etsen en tekeningen er ook zeker zijn. Zelfs zijn meest donkere werken zijn nog doorspekt met een vleugje humor. De details zijn om van te smullen en in overdaad aanwezig. Je krijgt meteen weer zin in vroeger, met schuine huizen en iedereen met paard en wagen weer door de straat terwijl ik zelf het geschilderde vroeger helemaal nooit meegemaakt heb. Het ademt gewoon uit zijn werken! Zijn werk speelt nooit in het heden. Altijd waan je je in het verleden. De ene keer in het verre verre oosten, de andere keer in het vergeten Portugal of in pitoresk Engeland. Nederland wordt uiteraard ook niet overgeslagen. Wat dat betreft verloochend hij zijn wortels niet. Pieck is op zijn best in de drukte; in een speelgoedwinkel, op een tentoonstelling of bij een verhuizing. Hij vangt als ware net dat moment waarop het leven de moeite van het vastleggen waard was. Natuurlijk tekende Pieck ook voor de Efteling, iets wat ze daar hebben weten te koesteren. Daarom ademt ook dit pretpark sfeer uit, iets dat je niet veel tegen zal komen op een ander "pret-voor-een-dag-park". Met andere woorden; het is er Pieckfijn.

heatwave

Ik zeg het er maar even bij; dit is een verwarming.

Nu zijn er weinig dingen zo saai als de verwarming in een doorsnee woning. Witte warme blokdozen zijn het. Nee, neem dan de Heatwaven van Joris Laarman. Er zal best een boel over te vertellen zijn. Mooie toegepaste technieken, "state of the art"- vormgeving en nog meer bla-bla. Het is gewoon een schoonheid. Als je er een koopt zie je blauw van het betalen, maar zit je er wel héél mooi warmpjes bij.

mechanische eend





Je hebt er vast ooit mee gespeeld. Een opwindbaar mechanisch eendje van blik. Een ding van niets ten opzichte van de "Canard Digérateur" oftewel de eend met spijsvertering. Dit wonder der techniek werd in 1739 door de Fransman Jacques de Vaucanson in elkaar geknutseld. De mechanische eend at graankorrels, slikte deze door en verteerde het hele zaakje tot uitwerpselen. Tenminste dat was wat er aan de buitenzijde van deze automaat te zien was. In werkelijkheid werden de graankorrels opgevangen en kwam de eendenpoep prefab uit het achterse van de eend. Ook knap. De maker was er echter van overtuigd dat er ooit een eend ontworpen zou worden die daadwerkelijk graankorrels tot uitwerpselen zou kunnen verteren. Waarom je dat zou willen is mij een raadsel en het is (zover ik weet) tot nu toe ook niet meer geprobeert dit doel te bereiken. Al moet ik wel zeggen dat ze in Frankrijk volop met levende ganzen experimenteren hoeveel graan deze via de strot naar binnen geduwd kunnen krijgen. Wat dat betreft is de productie van ganzenlever net zo doelloos. Het zijn soms rare jongens die Fransen.

groene graffity





Mosgraffiti. Hoe kom je erop! Nu, de bedenker is Anna Garforth, kunstenares uit Londen. De achtergrond van het werk is de manier waarop we met onze omgeving omgaan. Het verbindende woord is dan ook "nourish". Met andere woorden; Hoe knuffelen we onze omgeving zo dat hij tot bloei komt. Het concept is exceptioneel en van grote schoonheid. Zo mag van mij iedere graffiti-kunstenaar (al dan niet in de dop) wel een wandje vol komen spuiten. Een andere optie is de "doe-het-zelf-methode". Anna Garforth geeft uiteraard haar geheime mosrecept niet prijs, maar wat geeft dat als alles al op internet te vinden is?



Men neme:
- een handvol mos
- een bier van het goedkoopste merk dat je kunt vinden of karnemelk
- een oude blender
- een tot twee lepels suiker


Bereiding:
Haal alle rommeltjes van het mos en stop in de blender. Voeg daarna het bier en twee lepels suiker toe. De verhouding mos versus vloeistof moet ongeveer 1 deel mos op 4 delen vloeistof zijn. Mix tot er een mengsel ontstaat dat nog het meest lijkt op een dikke soep. Als groeiversneller kun je nog yoghurt, een beetje pokon of een 1:3 mengsel van azijn-honing toevoegen.


Aanbrengen:
Nu je mengsel klaar is kun je het aanbrengen op het te "bemossen" oppervlak. Lekker met de hand is uiteraard het meest sensopatisch, maar voor grotere oppervlaktes kun je ook een kwast of een vachtroller gebruiken. Daarna is het belangrijkste ingredient: geduld. Mos groeit onder goede omstandigheden redelijk snel, maar het kan ook best lang duren. Sproeien heeft geen zin, dan spoel je het mengsel er direct af. Benevelen met een plantenspuit kan natuurlijk wel.



Enkele wenken:
Gebruik altijd mos uit je eigen tuin of die van je buurman, want dat is de plaatselijke omstandigheden gewend. Kruipend mos gaat sneller dan kussentjesvormend mos, maar dat laatste is wel mooier. Mos dat op een bosbodem groeit doet het niet op stenen. De beste plaats om mos te verzamelen is op stoeptegels en de bovenkant van muurtjes. Een open deur, maar toch: Mos groeit graag op vochtige schaduwrijke plaatsen waar het niet al te heet wordt. Toch zijn er ook mossoorten die de droogte best een tijdje aan kunnen. Ik ga die mossoorten eens uitproberen op het dak van m'n schuur.

Tyukanov Sergey




    
Sergey Tyukanov werd in 1953 geboren in het oosten van Rusland. Hij studeerde in Sint Petersburg en werkt vandaag de dag vanuit Kaliningrad, een Russische enclave aan de Oostzeekust. Hij is schilder, graficus en tekenaar. En een bijzonder begaafde kunstenaar. Het bijzondere dat mij opviel was dat deze Rus een voorliefde voor Nederlandse meesters heeft. Zijn werk geeft een fantasierijk vervolg aan de wondere werelden van Jeroen Bosch, Pieter Breughel en Escher. Ook de schaatsschilderijen van Hendrik Avercamp heeft deze Rus een verrassende eigen draai gegeven. Met oog voor detail en een groote portie vakmanschap komen de intrigerende creaties tot leven. De verfijning van de etsen, tekeningen en aquarellen zorgt ervoor dat je iedere keer weer iets nieuws kan ontdekken. Het zijn daardoor echte cadeautjes voor het oog.



Het motto van Sergey Tyukanov luidt als volgt: “Iedereen heeft zijn of haar eigen idee van de wereld. Een kunstwerk is het venster van de kunstenaar, die de gelegenheid heeft zaken te creëren, die in de werkelijkheid onmogelijk zijn. Mijn wereld is de wereld van de metamorfose en de paradox, die voor mij de werkelijkheid zijn en die werkelijkheid toon ik in mijn werk. Ik houd ervan verrast te worden. Ik houd ervan mijzelf te verbazen. Creativiteit moet inspireren en creativiteit opwekken. Ik nodig u uit te reizen in de wereld van mijn fantasieën.”



En dat is dan ook precies wat je hier kan doen.

hundertwasser

Schilder, graficus, architect en ecoloog. Het komt eigenlijk nooit voor dat iemand dit in zich verenigd. Toch was deze combinatie juist hetgeen Friedrich Stowasser, beter bekend als Hundertwasser ("sto" betekent in slavische talen 100) zo uniek maakte. Deze gedreven man verzon vele concepten die tegenwoordig omarmd worden bij duurzaam en Cradle to Cradle bouwen. Door als een moderne Gaudí keramiek en weelderige plantengroei te combineren maakte hij wonderlijke, fantasierijke gebouwen, vaak bekroond met een uivormig torentje, dat zijn handelsmerk was. Hij was verder bekend om zijn organische vormen die zich afzetten tegen de hokjes mentaliteit van de gevestigde architectuur. Niets dat krom kon zijn werd recht aangelegd en alles moest en zou ook kleurig zijn. Wat dat betreft maakte hij geen onderscheid tussen schildersdoek of bouwmateriaal. Dit alles moest zorgen voor een gebouw dat als een jas om de bewoners heen zou passen. Om dit nog te versterken gooide hij er ook nog wat filosofie tegenaan. Zo bedacht hij een concept dat huurders het recht hadden om dat deel van de gevel naar eigen smaak te veranderen dat ze uit het raam leunend bereiken kunnen. Toen ecologie een steeds grotere rol ging spelen in zijn ontwerpen kwam hij op de proppen met de boomhuurder ( iedereen zijn eigen zuurstof en schaduw op het balkon), de hangende waterzuivering met waterplanten en de oogsnede (til het landschap op en schuif er een gebouw onder in de vorm van een oog). Allemaal concepten op basis van buitengewoon krachtige ideeën. Het bleef gelukkig niet bij ideeën. Veel van zijn ontwerpen zijn daadwerkelijk uitgevoerd. Hiermee droeg Hunderdwasser op zijn geheel eigen wijze bij aan een kleurige leefomgeving waar het goed toeven is.

creatief met meccano en draad





De ontwerper Chico Bicalho was als kind gefacineerd door dieren en kurkobjecten. Terwijl andere nog lekker aan het tekenen en kleien waren spoot de ondernemende Chico twee dode ratten zilver, voor de lol en omdat hij het zo mooi vond. Hij ging studeren aan de Rhode Island School of Design en vond zo z’n kunstenaars en designroeping. In 1992 begon hij met het ontwikkelen van opwindwezens met een hoog design gehalte; de critters.


De eerste Critter maakte hij met wat hulp van een Japanse bouwtechniekkit van een dumpwinkel voor overtollige producten en wat stevig ijzerdraad. Het creatieve proces is daarna steeds op een andere manier gelopen. Eerst werkte hij nog met bestaande bouwmaterialen uit de categorie “meccano” en stevig draad voor de poten en antennes. Later kwam de computer er aan te pas.

De ontwerpen hebben veel weg van insecten. In totaal maakte Chico Bicalho ruim 4500 Critters met de hand. Er zijn dan ook meer dan 17 verschillende soorten, allen met een uniek, onvoorspelbaar eigen gedrag. Ze kruipen, dansen, trillen, klimmen en draaien. Hij heeft daarmee iets gemaakt waar je enthousiast en blij van wordt. Hoe absurd ook, hij heeft met veel liefde zijn wilde ideeën vertaald in voor iedereen toegankelijke wonderbaarlijke pronksjuweeltjes.

Orthochromatische rad


Max Ernst (1891-1976) maakte deel uit van de Zwitserse Dadabeweging die zich afzette tegen oude methodes zoals het schilderij, artistieke orginaliteit, en de uniekheid van een kunstwerk. Waarom zou je je beperken tot grofweg kwast en beitel als er nog zoveel te ontdekken viel buiten deze gebaande paden? Nou, beperken gebeurde bij de Dadabeweging in ieder geval niet. Kunst bestaande uit gebruiksvoorwerpen, poëzie-kunst, experimenteel toneel. Alles mocht als het maar vernieuwend en totaal “anders” was dan wat al eerder gemaakt was.



Ernst was een kunstenaar die graag collages maakte. De inhoud was daarbij belangrijker dan de vorm. Max Ernst gebruikte een bijzondere techniek die ook wel ‘Frottage” (afgeleid van het Franse werkwoord voor wrijven) wordt genoemd. Hierbij wordt een vel papier (of doek) op een ondergrond met een bepaalde structuur gelegd. Door met potlood of krijt over het vel te wrijven ontstaat een soort schaduwafdruk van de structuur. Max gebruikte de techniek door onder andere drukkersmateriaal en radertjes als basis voor zijn Frottages te gebruiken. De vormen werden later door hem ingevuld met waterverf. Ook beschilderde hij doeken en krabde daarna met een soort omgekeerde frotagetechniek de onderliggende structuur weer van het doek. Het resultaat was bijzonder surealistisch te noemen. Daarmee was hij dan ook meteen een van de eerste kunstenaars van het surealisme. Het kunstwerk hiernaast, Het grote Orthochromatische wiel uit 1919, lijkt nog het meest op letters, maar eigenlijk wordt je gewoon door je hersenen op het verkeerde been gezet. Er staan namelijk geen letters, of toch wel?

Luigi Serafini

James Cameron schreef samen met een hele berg experts van de film Avatar een encyclopedie over de planeet Pandora (die van de doos). Hij was echter niet de eerste die dat deed. Eerder ging Luigi Serafini hem voor. Een kunstenaar sluit zich 30 maanden op en stelt een codex samen over een wereld die niet bestaat. Dat is in vogelvlucht het verhaal van de Codex Seraphinianus. Een encyclopedie van ruim 350 pagina’s geschreven en geïllustreerd door kunstenaar, industrieel ontwerper en duizendpoot Luigi Serafini. Geschreven zinspeelt op leesbaar, maar niets is minder waar. Wat door moet gaan voor tekst is in een compleet onbekende linguïstische spelling opgeschreven. Bizar dat je dat volhoudt voor zo’n dikke pil van een boek. De codex is verdeeld in elf hoofdstukken (het gekkengetal) en verdeelt over twee delen. Het eerste deel behandelt de natuurlijke flora en fauna, de elementen en de mechanica. Het tweede deel gaat (zover te achterhalen valt) over de verschillende volkeren, de historie, de spelling, etiketten, regels, sport/spel en uiteraard over architectuur. Leuk zou je zeggen, maar wat maakt dit boek nu zo bijzonder? Het zit ‘m in de enorme detaillering, de subtiele verwijzingen naar onze eigen wereld (veelal parodieën op bestaande dingen) en de heldere kleuren die dit boekwerk een vervreemdende en magische uitstraling geven. Zeker voor dingen die niet in onze wereld voorkomen is het echt heel knap in elkaar gestoken. De onleesbare teksten, bijschriften en aantekeningen maken het plaatje compleet en bijna geloofwaardig. Meerdere taalwetenschappers probeerde de code van de codex al te breken, zonder resultaat. De codex blijft tot op vandaag onleesbaar. Dat was precies ook de bedoeling van de maker. De lezer zou het boek moeten lezen zoals een kind dat doet. De verwondering over de groepjes letters zonder ze te begrijpen was het gevoel dat Luigi Serafini wilde oproepen. En de code? Enkel belangrijk als voetnoot.

Gesnuif

Snuifflesjes werden gebruikt door de chinezen gedurende de Qing Dynastie (16e eeuw). De snuif, gemalen tabak met aroma, werd gezien als een medicijn voor verkoudheid, hoofdpijn, buikpijn en andere vormen van algeheel misnoegen. Het gebruik van de flesjes met snuif kwam in zwang bij het hof en de gegoede bovenlaag van de bevolking, maar verspreidde zich later in de 17e en 18e eeuw over de gehele bevolking. Het werd een van de sociale tradities om snuif te gebruiken. Gewoonlijk werd een snuifje aangeboden als verwelkoming, net zoals nu in hert westen een kopje koffie hiervoor dienst doet. De traditie verdween met de installatie van de republiek China.
Waar in Europa snuifdozen gewoon waren werden in Japan en China kleine, luchtdichte snuifflesjes gebruikt zodat de tabak door de luchtvochtigheid niet aangetast zou worden en het flesje in de mouw van de verder zakloze kleding weggestopt kon worden.
Door de lange traditie van gelijkende flesjes voor medicijnen en geurtjes, was het een kleine stap om de flesjes te voorzien van een piepklein lepeltje aan de stop van het flesje om de snuif ermee uit te lepelen. Heel praktisch, maar daar bleef het niet bij. De flesjes werden hét middel om een understatement te maken. Het werd een statussymbool dat de smaak en het karakter van de drager weerspiegelde.
De Chinese handwerklieden wedijverden met elkaar door hun kunde en artisticiteit ten toon te spreiden in miniatuurkunstwerkjes die hun weerga niet kenden en eigenlijk nu nog steeds niet geëvenaard zijn. Het was zoals de Chinezen zelf zeggen: "xiao zhong jian da" oftewel "Grootsheid bereiken door het kleine te doen". Waar westerse snuifdozen uit verschillende onderdelen bestonden, gingen de Chinese werklieden de uitdaging aan om complete halfedelstenen zoals Jade (maar ook bijvoorbeeld Calcedoon of Kwarts) uit te hollen tot er een flinterdun omhulsel voor de snuif overbleef. Hiertoe werd beetje bij beetje de binnenkant weggeschraapt, waarbij het afval via de kleine opening aan de bovenkant verwijderd werd. Het ziet er een beetje makkelijk uit zo'n mooie kei als flesje, maar de schoonheid zit 'm onder die stenen laag.
Er waren naast de stenen snuifflesjes meerdere varianten in omloop.
Zo waren er natuurlijk porseleinen flesjes. De Chinezen waren de uitvinders van het porselein en de handgevormde snuifflesjes van dit materiaal werden beschilderd met bijzonder verfijnde taferelen, geglazuurd of juist niet. Door de grootte van de flesjes waren ze erg moeilijk te maken.
Glas is ook een voor de hand liggend materiaal. Dit goedkope materiaal heeft echter ook meteen de meest exclusieve flesjes voortgebracht. Dat zat zo. De meest exclusieve flesjes waren flesjes welke van binnenuit geschilderd waren. Dit vereist een bizarre omgekeerde werkwijze. Alles moet andersom. En dan ook echt alles. Eerst de pupillen van de ogen, dan de ogen, dan het gezicht en de achtergrondkleur als allerlaatste. Het schilderwerk werd nog eens extra bemoeilijkt door dat er maar een priegelig gebogen bamboepenseeltje door de smalle hals van het snuifflesje paste. Het is dan ook hoogst kunstzinnig dat de geschilderde illustraties enorm verfijnd en klein zijn. Over één exemplaar werd soms meer dan een maand gedaan.
Ook organisch materiaal werd gebruikt voor het maken van de snuifflesjes. Zo zijn er voorbeel-den van ivoor, bamboe, koraal, kokosnoot. hout, schildpad en Barnsteen. Een bijzondere vorm was de kalebas-snuiffles. Een kleine kalebas werd in een harde houten mal opgekweekt. De vrucht perste zich in de vorm en verkreeg zo de ingesneden motieven. Nadat de kalebas gedroogd was werd er een snuifflesje van gemaakt.
Oude snuifflesjes zijn zeer waardevol. De duurste flesjes brengen gemakkelijk 50.000 dollar op. Er is zelfs een International Chinese Snuff Bottle Society. De prijzen maken namaak erg aantrekkelijk. Dat snuifflesje op de Chinese bazaar mag dan wel oud lijken, laat je niet voor de gek houden. Dat is uiteraard geen reden om deze bijzonder objecten niet te gaan verzamelen. Een mooie gedachte is dat je verzameling na een levenslange verzamelwoede nog steeds in een schoenendoos zal passen. Dat doen alleen de filatelisten je na. En zeg nu zelf wat is nu mooier…?
Bekijk hier de enorme collectie van het Victoria and Albert Museum. Die collectie past niet meer in een schoenendoos en zal je meenemen van de ene verwondering naar de andere.

Olbinski

o

.
Daar waar droombeelden de werkelijkheid lijken te raken, waar het poëtische vorm krijgt, daar ontstaat de kunst van Rafal Olbinski. Er is eigenlijk maar bedroevend weinig over deze (in mijn ogen) grote schilder bekend. Deze naar Amerika geëmigreerde Pool weet een wereld te creëren waar humor en fantasierijke schoonheid spot drijven met gevestigde denkbeelden. Deze droomwereld weet hij voor het voetlicht te brengen in zijn vele schilderijen en even zovele posters voor toneelvoorstellingen. Zijn schilderstijl heeft de scherpte en diepgang van Salvador Dali en de gelaagdheid van werken van René Magritte.
Het is net of zijn werken een spelletje met de toeschouwer spelen; Ik zie ik zie wat jij niet ziet.... en het is mooier dan de werkelijkheid.
Geniet hier van meer werken van Rafal Olbinski

Related Posts with Thumbnails