Huid looien
Al zolang mensen dieren vangen om op te eten heeft die zelfde mens manieren verzonnen om het zachte, warme vel van zijn prooi zo te bewerken dat het bleef zoals het om het dier zat. Als je de huid van een beest wilt looien kun je meerdere manieren gebruiken. Zo is er een bewerkingswijze met mest, maar ja dat is niet echt een prettige. Daarom bij deze een beproefde methode om met niet te vervelend bijtende stoffen een huid te looien. Maar ja, de huid zit natuurlijk nog om het dier heen. Als eerste halen we dus de huid van het dier. Dit doe je door met een scherp mes een ondiepe snede op de buik te maken met twee dwarssneden bij voor- en achterpoten. Als je te diep snijd prik je de darmen lek en dat is uiteraard niet de bedoeling. Vervolgens snij je voorzichtig de huid los van het onderliggend vlies en vlees.
De huid wordt nu eerst schoongewassen en vuil en bloed wordt uit de vacht verwijderd. Om dit echt grondig te doen wordt de huid 24 uur geweekt in een 1:25 oplossing water (liters) met keukenzout (gram).*
Na het zoutbadje spoel je de huid goed uit met water. Je kunt nu met een bot mes vet, vlees en vooral bindweefselresten er goed afkrabben. Als je dit niet voldoende doet kunnen de looistoffen straks niet goed doordringen in de huid, dus neem er de tijd voor.
De schone huid kan nu in het looibad. Je neemt daarbij zo veel heet water dat je aluin, mierenzuur en zout goed oplost. De verhouding van water: aluin:zout: zuur is 1:50:50:25. Het zuur is qua grammen dus altijd de helft van wat je aan aluin en zout toevoegt.
Een beest ter grootte van een konijn kan gelooid worden met 250 gram zout en evenveel aluin, een haas met een hoeveelheid van 500+500 gram, een vos 750+750 gram en een hert met ongeveer 1 kg zout en 1 kg aluin. De huid gaat 4 dagen in de oplossing** en moet je iedere dag een keer doorroeren zodat de looistof overal goed bij kan komen. Na de vierdaagse looimarathon kan de huid eruit en spoel je ‘m goed af. Laat de huid nu drogen in de wind tot deze nog net vochtig is.
Nu komt het opspannen. Hiervoor gebruik je een raamwerk of een stuk hout met spijkers. De huid wordt zo opspannen dat de wind tussen de huid en de plank door kan, dus niet te korte spijkers nemen. In ‘t midden langs de rand beginnen en steeds ‘de overkant’ ook vastzetten. Mag best goed uitgerekt worden. Het drogen dient zo langzaam mogelijk geschieden. Bij voorkeur droog je ‘m in een redelijk koele ruimte. De looistoffen moeten namelijk in de huid kunnen opdrogen. Dit bevordert de houdbaarheid. De periode van droging duurt 1 á 2 weken. Is de huid door en door droog, dan wordt de gladde binnenzijde voorzichtig opgeruwd met schuurpapier (of puimsteen), eerst een grove korrel en daarna een fijne korrel. Zo worden achtergebleven vliezen verwijderd. Is de leerkant grondig geschuurd, dan snijdt men met een scherp mes de ruwe randen er af. Om het vel zacht te maken rolt men het op, stopt het 24 uur in de diepvries en trekt het dan heen en weer over de rand van een stoel of een tafel. Netjes uitborstelen en dan zit het werk er op! Je kunt nu lekker op je vel gaan zitten.
* er zijn recepten waarbij in dit stadium het zuur al wordt toegevoegd ipv bij het eigenlijke looiproces.
** er zijn recepten waarbij de aluin pas na twee dagen wordt toegevoegd, waarbij het ook op de huid word gewreven. Als je er voor kiest het zuur in een eerder stadium al toe te voegen lijkt het me niet nuttig om 48 uur te wachten.
Dr Auzoux papier-maché kunstenaar
Dat een tekort aan organen van alle tijden is blijkt wel uit het verhaal van de Franse arts Louis Thomas Jerôme Auzoux. Tijdens zijn studie merkte hij op dat er eigenlijk onvoldoende echt studiemateriaal aanwezig was om uitgebreid te onderzoeken voordat het begint te rotten. Wasmodellen, gemaakt door anatomen en kunstenaars, waren wat dat betreft beter, maar daarnaast ook heel teer en duur. Dat maakte ze niet echt geschikt voor veelvuldig gebruik door leergierige studenten. Gedreven door dit feit zocht Auzoux naar een minder kwetsbaar materiaal dat de mogelijkheid bood de modellen in serie en bovendien in onderdelen uitneembaar te produceren. Een poppenfabrikant bracht hem uiteindelijk op het idee om papier-maché te gebruiken. Dat bleek een schot in de roos. Omstreeks 1825 richtte Dr Auzoux een fabriek op in Parijs die zich geheel toelegde op de productie van anatomische modellen in papier-maché. De modellen waren stevig en goedkoop, vooral wanneer het geheime papier-maché mengsel dat Auzoux had ontwikkeld. Het mengsel bevatte kurk, klei, papier en lijm. De invoering van papier-maché als een modelleringsmateriaal was een radicale verandering in de anatomische modellenwereld. 'Dr Auzoux's modellen waren bedoeld om uit elkaar worden genomen en weer in elkaar gezet. Het “uiteenpluizen” van de modellen gaf een soortgelijke ervaring als het onderzoek op echte menselijke lichamen of dieren. Dat er goed over de kennisoverdracht en het systeem nagedacht was blijkt wel uit de vele gekriebelde labels met benamingen van de onderdelen en de handwijzingen om het geheel weer als een ingewikkeld Ikea meubel in elkaar te zetten. 
Blaschka
(De gebruikte foto bij dit bericht is eigendom van het Universiteitsmuseum. Waarvoor dank.)
Op de verkeerde poot gezet
Bizar, vervreemdend en misplaatst. Het zijn maar enkele assciociaties die je kunt hebben bij opgezette dieren. De dode beesten, opgezet in hun originele vel, met glazen ogen en volgestopt met lichaamsvreemd vulsel. De een kan er de schoonheid niet van inzien, de ander roemt juist de veelzijdigheid van het dierenrijk wat opgezet zo goed te bewonderen is. Vlindervleugels

Glazig
Ik houd van glas met bijzondere vormen, gecombineerd met een functie. Zoals deze glazen karaf welke gebaseerd is op een tak. Bloedvaten zouden trouwens ook goed kunnen. Laat de fantasie maar de vrije loop. De karaf is gemaakt door Etienne Meneau.
Daarnaast heb ik een zwak voor laboratoriumglas. Dat is vaak zo mooi gemaakt; het gebruiksglas heeft autentieke vormen en verbindingsmethoden zijn simpel en doeltreffend. Het maakt iets van de alchemist in mij wakker. Als het dan ook nog gecombineerd wordt met een dagelijkse gebruikfunctie en een organische vorm, zoals in onderstaande voorbeelden, dan kan het wat mij betreft zo op mijn verlanglijstje. Wat ik opmerkelijk vind is dat zowel Rosalie Bak als Katja Prins op hetzelfde idee zijn gekomen, maar beide de organen van glas een geheel eigen stijl weten te geven. Ik hoop dat ze bij anderen ook iets teweeg brengen en dat het niet enkel bij een glazige blik blijft.
Meer over de Aderkaraf: http://the-strange-decanter.blogspot.com/



