Posts tonen met het label wetenschap. Alle posts tonen
Posts tonen met het label wetenschap. Alle posts tonen

sterrenkaarten





Je kent ze wel, van die tekenbladen waarbij je de puntjes op een bepaalde wijze moet verbinden waarna er een kloppende tekening ontstaat. Vroege astronomen waren er dol op schijnbaar, want je kunt geen oude kaarten met hemellichamen open slaan of het stikt van de beesten en andere vreemde figuren in de lucht.

Fulguriet





Bliksem, dat geladen spul wat zich met razende en luidruchtige vaart naar beneden stort bij het botsen van warme en koude lucht is bijzonder rijk aan energie. Wanneer je die energie los laat op een boom of huis dan blijft er maar weinig van over. Dat destructieve karakter van bliksem kent op maar één wijze een  bijzonder constructieve uitkomst. Dat is namelijk een inslag in zand waarbij de energie de zandkorrels direct smelt tot wat Fulguriet wordt genoemd. Het glazige resultaat is met recht "apart" te noemen, maar wat wil je met zo'n schichtige kunstenaar als bliksem.

Jules Verne





Jules Verne was een geniale fictieschrijver die zijn verhalen doorspekte met vooruitstrevende techniek, reizen naar plaatsen waar nog geen man was geweest en dat dan in een vorm dat het ook nog eens bijzonder geloofwaardig overkomt. Hij is natuurlijk een grote inspiratiebron geweest voor uitvinders, verzamelaars en andere dromers, waaronder ondergetekende. Alle wetenschappelijke thema's werden in zijn boeken op een boeiende manier tot leven gebracht. Jules Verne liet ons alle hoeken van de aarde zien, van 20.000 mijlen onder zee tot aan de maan en van een wereldreis in 80 dagen naar het middelpunt van diezelfde bol. En overal was er wel iets bijzonders te beleven.




Daniel Agdag






Kunst onder een stolp ziet er natuurlijk al snel uit als iets speciaals, maar bij de kunst van Daniel Agdag is er toch net iets meer aan de hand. De droommachines die helemaal uit karton zijn gemaakt zijn zo verfijnd uitgewerkt dat ze zonder de stolp er zo vandoor zouden zijn gegaan. Dank aan Daniel Agdag dat hij deze bijzondere droommachines voor ons heeft weten te vangen.




Bekijk meer van Daniel Agdag.

Blaadjes per m2





Het is weer lente. Het heeft even geduurd, maar ook dit jaar krijgen de bomen weer groene blaadjes. Nu is het interessant om te weten wat zo'n boom nu aan blaadjes maakt. Aangezien bepaalde natuurbeheerders alles willen weten van wat ze aan natuur beheren weten we hoeveel blaadjes er aan een boom groeien.


Een grote monumentale zomereik heeft zomaar 200.000 bladeren, per blaadje 0,4 gram. Dit betekent dat er in de herfst zo'n 80 kg eikenbladeren per boom naar beneden stort. Een fikse beuk doet daar nog een schepje bovenop. Het is in de natte zomer de ideale boom om onder te schuilen met maar liefst 670.000 bladeren á 0,3 gram per blaadje vormt het bladerdek van de beuk een waterdichte paraplu. Het is maar goed dat de bladeren niet als een klomp naar beneden storten. Tweehonderd kilo ineens en dan ook nog van een flinke hoogte zou een beetje teveel van het goede kunnen zijn.


rimpelvingers





Rimpelvingers en rimpelige tenen na het badderen of lekker lang zwemmen heeft iedereen wel eens. “De huid heeft zeker teveel water opgenomen” is lang de redenatie geweest, maar dit blijkt dus niet te kloppen. Dode mensen krijgen (vraag me niet hoe ze hier achter zijn gekomen) geen rimpelhanden. Iets minder luguber, ook lepra patiënten of mensen met een getransplanteerde vinger zijn vrij van rimpelverschijnselen. Nee, het is ons centrale zenuwstelsel dat er voor zorgt dat onze handen aan het rimpelen slaan. De zenuwen laten de bloedvaten in onze vingertoppen vernauwen zodat er rimpels ontstaan. Gemiddeld ontstaan die rimpellingen al na drieënhalve minuut. Met ouwe vrouwtjeshanden tot gevolg. Maar waarom? Meer grip op de natte ondergrond zou zomaar het goede antwoord kunnen zijn. Het blijkt namelijk zo te zijn dat je met rimpelige vingertoppen sneller bent in het grip krijgen op voorwerpen om ze te verplaatsen. Omdat het vlakke oppervlak van de vinger water niet snel afvoert ontstaan de rimpels vooral daar aan de zijkant van de vingers is het bijna nooit rimpelig (tenzij je natuurlijk echt oud vel hebt). De rimpels vormen een soort afvoerkanaaltjes waardoor water sneller afgevoerd kan worden. Het is dus duidelijk dat rimpels in natte omstandigheden voordeel opleveren. In droge omstandigheden geldt dat niet. Dat beantwoord voor mij meteen de vraag waarom we niet altijd met rimpels rondlopen. Samentrekken van huid (want dat is wat er feitelijk gebeurt als de bloedvaten zich vernauwen) kost energie en als het toch niet nuttig is kun je die energie beter aan iets nuttigs besteden. Zoals lekker slapen.

Noorderlicht






Het Noorderlicht hangt samen met uitbarstingen op de zon, waarbij grote hoeveelheden elektrisch geladen deeltjes naar alle kanten het heelal in geslingerd worden. Het aardmagnetisch veld zorgt ervoor dat de deeltjesstroom in de omgeving van de aarde worden afgebogen en in de buurt van de Noord- en Zuidpool met een snelheid van 1600 km/sec de atmosfeer binnen kan dringen. De deeltjes bevatten veel energie, die in de bovenste kilometers van de atmosfeer door botsingen wordt overgedragen op zuurstof- en stikstofmoleculen op 80 tot 1000 kilometer hoogte. Door de grote extra hoeveelheid energie raken de moleculen als ware uit balans. Om weer in balans te geraken wordt er energie afgestaan in de vorm van een kleurige lichtflits. De soort kleur hangt af van het soort deeltje waarop het elektron botst en van de luchtdruk waarbij de botsing plaatsvindt. Een lage druk met zuurstof geeft geelgroen en bij een nog lagere druk rood. Een botsing met deeltje stikstof geeft een blauwe kleur. Omdat de lucht natuurlijk niet overal de zelfde druk heeft en altijd een mengsel is van zuurstof en stikstof (met hier en daar op deze hoogte nog wat anders) ontstaan vele variaties, van fletsgroen tot en met purperpaars. Omdat de deeltjes in golven de atmosfeer doordringen en zich richten naar het magnetisch veld ontstaan bewegende bogen, stralenbundels of schuivende gordijnen van licht, maar vaker is het een lichte kleurige gloed. Het maakt van Noordelicht (wat overigens op de zuidpool anders heet) een magisch schouwspel.

levensechte anatomische gezichtsreconstructie





Het is bizar hoe raar we soms tegen de wereld aankijken. Zo heb ik ooit gedacht dat alle mensenschedels hetzelfde waren, net zoals alle poezenschedels, kraaienschedels en vossenschedels. Maar dat klopt dus niet. Ieder schedel is uniek, want ieder individu is verschillend. Je moet echter goed weten waar je op moet letten om het aan een losse schedel te kunnen zien. Daarmee komen we op het vakgebied van de fysische antropologie. Bij dit vakgebied staat de mens in al zijn verschijningsvormen centraal. Een gedeelte van deze wetenschappelijke tak van sport maakt reconstructies op basis van schedels en ander botmateriaal. Heel interessante kost. Voor er daadwerkelijk een reconstructie plaats kan vinden is het belangrijk de leeftijd en het geslacht te bepalen. De leeftijd is voor een groot deel af te lezen aan het botweefsel van de fontanellen en de staat van (de botafbraak rond) het gebit. Met het geslacht is het net wat moeilijker. Uit vergelijkingen is gebleken dat schedels van mannen en vrouwen op meerdere punten verschillen. Zo hebben mannen gemiddeld gezien vaker een wat schuin verlopend voorhoofd en zijn wat robuuster gebouwd boven de neus en qua wenkbrauwen. Verder is de schedel bij de man vaak groter en zwaarder, bezit robuustere spieraanhechtingsplaatsen en maakt vaak een kantigere indruk dan de schedel van een vrouw. Uit heel veel vergelijkend onderzoek hebben wetenschappers in kaart gebracht wat voor huiddikte een bepaalde leeftijd en etnische groep gemiddeld heeft. Dit zegt natuurlijk nog niets over een individu, maar ook hier hebben de meester-vergelijkers iets op gevonden. De afwijkingen in botten en schedels geven minieme aanwijzingen over hoe iemand leefde. Een veelvraat krijgt daardoor bij een reconstructie meer gezichtsvet op de spieren dan iemand die duidelijk groeiproblemen had. En daarmee zijn we eigenlijk aangekomen bij het eerste wat aangebracht wordt bij een reconstructie; de spieren.

Alle dertig spieren uit een gezicht hebben twee aanhechtingsplaatsen en een vaste opbouw waarin ze in het gezicht voorkomen. Al deze spieren kunnen zich onafhankelijk van elkaar samentrekken. Aan de aanhechtingspunten (ruwere plekken) op de schedel kun je zien waar de gezichtsspieren waren aangehecht, hoe groot ze waren en hoe ze liepen. Degene die de reconstructie maakt moet daarom heel goed weten hoe een gezichtspier loopt en wat de dikte is om er daadwerkelijk iemand met een gezichtsuitdrukking van te maken. Hiertoe worden de spieren van binnen naar buiten weer terug aangebracht met boetseerklei. Doordat de aanhechtingsplaatsen van geen enkel schedel gelijk zijn ontstaat er iedere keer weer iets unieks. Naast de aanhechtingsplaatsen van de spieren wordt er ook gekeken naar de vorm van de oogkassen, de jukbeenderen en de kin. Het gebit kan informatie opleveren over de vorm van de lippen. De vorm van de neusholte levert vervolgens informatie over de lengte en breedte van de neus. Daar waar het verlengde van de neusbrug en het verlengde van het onderste uitsteeksel in de neusholte elkaar raken is het puntje van de neus. De breedte van de neus kan bepaald worden door ongeveer 3/5 van de lengte van de totale neuslengte te nemen. De neusgaten bepalen een belangrijk deel van de uitstraling van de neus, maar juist dat deel is niet goed te herleiden. Gokken dus. Het blijft sowieso een gok omdat de neus net zoals de oren uit zacht materiaal bestaan. Toch zijn bepaalde dingen meestal wel in verhouding, zoals het feit dat de oren meestal net zo groot zijn als de neus hoog.

Nu de spieren hun plek hebben kan er een huid overheen. Met houten pinnen op het schedel van een paar millimeter wordt de huiddikte aangeven. Deze is dun op het voorhoofd en wat dikker op de wangen, afgewerkt met wat echte huidstructuur. In dit stadium komt ook de verbeelding naar boven. Had de persoon in kwestie (lach)rimpels, littekens, een pukkel, een baard of alles in een? En welke kleur was het (gezichts)haar als daar niet iets over bekend is? Wat was de kleur van de ogen? Geen idee natuurlijk, maar toch ook wel. Uit gegevens hoe de persoon leefde kun je wel iets afleiden en de meeste mensen uit Afrika bijvoorbeeld hebben bruinzwart haar. Het (met de hand) aanbrengen van dat haar kan overigens wel ruim drie dagen duren. Maar ja, als je iets reconstrueert wat tienduizenden jaar oude botten weer een gezicht geeft, kunnen die drie dagen er ook nog wel vanaf. Zeg nou zelf, een onbehaarde Neanderthaler is toch geen gezicht?

Er zijn niet veel mensen die dit speciale, meesterlijke beroep uitoefenen. We kunnen in Nederland trots zijn dat we enkele mensen hebben die dit werk zó goed in de vingers hebben dat ze van over de hele wereld gevraagd worden voor hun levensechte (pre)historische reconstructies. Het werk van de gebroeders Kennis (en ja, ze hebben er zeer duidelijk verstand van) is te vinden over de hele wereld, maar ook op hun website: http://www.kenniskennis.com/site/Home/

Het gebruikte beeld bij dit verhaal is de ruwe versie van de reconstructie die de gebroeders Kennis maakten van Ötzi. Je kent 'm wel; Ötzi de ijsman.


lichtig beton





Het is net zo grijs, hard en zwaar als gewoon beton. Toch is het magisch materiaal: lichtdoorlatend beton. Lichtdoorlatend beton laat, zoals de naam al doet vermoeden, licht door. Het is een bijzonder uitvinding. Het beton laat licht door via duizenden glasfiberdraden die van de ene naar de andere kant van het beton zijn gelegd. Maar hoe doen ze dat? Als je het beton heel secuur zou bekijken blijkt dat het bestaat uit heel veel laagjes. Een soort van spekkoek met in plaats van kleurige koeklaagjes, laagjes beton en glasvezel. Omdat het lichtdoorlatend beton net zo sterk moet blijven als regulier beton bestaat het uiteindelijk maar voor 4% uit glasvezel, maar dat is voldoende voor het doorlaten van voldoende licht. Loopt er iets of iemand aan de andere zijde voorbij dan wordt aan de andere zijde met de snelheid van het licht de schaduw geprojecteerd. Buitengewoon! Wat overigens ook buitengewoon is is het prijskaartje. Het kan nog wel eens een tijdje duren voordat betaalbaar lichtdoorlatend beton in de bouwmarkt om de hoek voorradig is.

de wereld van Plinus de oudere



 



De Romein Plinius de Oudere is vooral bekend vanwege zijn meesterwerk, de Naturalis Historia. Halverwege de 1e eeuw na Chr. schreef Plinius 37 lijvige boekwerken vol met alle hem bekende feiten en feitjes. Het werd alsware een van de eerste encyclopediën en was een geslaagde poging om een compleet beeld van de (toen bekende) wereld te geven. Net zoals in het visboek van Adriaen Coenenz waren de boekwerken niet wars van (opbouwende) kritiek op hetgeen aangetroffen werd.  Zo schreef Plinius in boek XVI over het volk in het boomloze land aan de Noordzee:
 
Wat is de natuur en karakteristieken van het leven van mensen die leven zonder bomen of struiken. We hebben besproken dat in het oosten, aan de kusten van de oceaan, een aantal rassen in zulke behoeftige condities verkeren; Maar ook in het noorden hebben wij zulke volkeren gezien, te weten de de Chauken, die men onderverdeelt in de Grote en Kleine Chauken.
Twee keer per etmaal komt de oceaan daar met geweldige watermassa's over een onmetelijke  vlakte, daarbij de eeuwenoude strijd door de natuur omstreden gebied waarvan het onduidelijk is of het bij het vasteland hoort of deel uitmaakt van de zee. Daar bewoont dit miserabele ras opgehoogde stukken grond of terpen, die ze met de hand hebben opgeworpen tot boven het niveau van het hoogst bekende getij. Levend in hutten gebouwd op de gekozen plekken, lijken zij op zeelieden in schepen als het water het omringende land bedekt, maar op schipbreukelingen als het getij zich heeft teruggetrokken. Rond hun hutten vangen ze vis die probeert te ontsnappen met het aflopende getij. Ze kunnen geen vee houden en zich zoals naburige volkeren met melk voeden en ze kunnen zelfs niet met wilde dieren vechten, omdat al het bosland ver weg ligt. Ze vlechten touwen van zegge en moerasbiezen uit de moerassen om daarmee netten te kunnen uitzetten om vis te vangen. Zij graven slijk op met hun handen en drogen het meer in de wind dan in de zon, en met aarde (turf) als brandstof verwarmen zij hun voedsel en hun eigen lichamen, verkleumd in de noordenwind. Hun enige drank komt van regenwater, dat ze in kuilen in het voorhof van hun huizen bewaren.
En dit zijn de rassen die, als ze nu overwonnen worden door de Romeinse natie, zeggen dat ze vervallen tot slavernij! Het is maar al te waar: Het lot spaart de mens bij wijze van straf.
 
Die laatste uitspraak was niet van toepassing op Plinius zelf. Hij stierf bij de uitbarsting van de Vesuvius op 24 augustus 79 na Chr. waar hij door verstikking om het leven kwam bij een poging om bewoners van Pompeji te redden.

Pitt Rivers Museum





Het Pitt Rivers museum is een buitengewoon mooi museum in de victoriaanse traditie van verzamelingen. Het is genoemd naar een van de eerste "echte" archeologen, Pitt Rivers. Deze man, waarover ik las dat hij er op stond dat zijn vrouw zich zou laten cremeren ("verdomme nog an toe vrouw, branden zul je") legde de basis voor gedegen archelogisch onderzoek. Zo was hij niet enkel op zoek naar schatten uit het verleden (zoals veel van zijn oudheidkundige tijdgenoten), maar had hij ook oog voor dagelijkse voorwerpen en zelfs scherven. Wat hij opgroef etiketeerde hij ook, waarbij hij uiterst precies te werk ging. Kortom, hij deed wat we nu nog steeds netjes doen als er iets ouds naar boven wordt gebracht en dat in een tijd waar een plan om een spoorlijn over Stonehenge te laten lopen ("het ding verkeerd in slechte staat, heeft geen enkel nut en wordt toch niet hersteld" naar de bescheiden mening van een spoorwegfunctionaris) maar ternauwernood werd verijdeld.
Dit alles wil niet zeggen dat Pitt Rivers een fijne vent was. Nee, helaas stond hij te boek als een gierige en nare man. Zijn vrouw zal blij geweest zijn dat ze zich gewoon kon laten begraven toen hij eerder dan haar het tijdelijke voor het eeuwige verruilde.

Het Pitt Riversmuseum herbergt naast de collectie van Pitt Rivers (een kleine 50.000 artefacten)  in de tijd aangeworven collecties, met de meest bijzondere en exotische voorwerpen. Het is nog echt een museum met houten vitrines zoals je enkel in een oud museum kunt tegenkomen, maar op de website kun je ook een vituele tour nemen. Meer over het Pitt Rivers vind je op hun bijzonder uitgebreide website.

Lissa Nilsson; menselijke doorsnedes in papierkunst


Ik keek eens een fantasierijke film, waarin een levend paard nogal abrupt in dunne plakjes wordt gesplitst om vervolgens tussen glasplaten gewoon functionerend en al door de geschrokken hoofdrolspeler bezichtigd te worden (kijk hier maar eens). Ik moest weer denken aan dat bizarre stukje film toen ik de kunst van Lissa Nilsson tegen het lijf liep. Het verschil met de film is is dat dit plakje mensenhoofd niet leeft en ook geen vleselijk materiaal bevat. Het is namelijk een kunstwerk geheel opgetrokken uit opgerold papier. De verschillende dichtheden en kleuren geven de structuur van de weefsels en hardere delen goed weer en dat met enkel papier. Een heel knap staaltje vakvrouwschap.


onleesbaar: Voynichmanuscript





Wat hebben “groen fluim” en “mineurgolf” met elkaar te maken? Nou, het zijn beide anagrammen voor Frumingelo. Anagrammen werden in het verleden onder andere door wetenschappers gebruikt om hun ontdekkingen gecodeerd de wereld in te slingeren. Bij anagrammen worden de letters van een woord verhaspeld tot een andere woordcombinatie die niets of juist wel iets anders betekenen. Een van de meest bijzondere boeken dat waarschijnlijk geheel uit anagrammen bestaat is het Voynichmanuscript.

Dit manuscript stamt uit het begin van de vijftiende eeuw en is tot op heden onleesbaar. Dat werkt natuurlijk voor veel wetenschappers als een rode doek en vele hebben zich dan ook al de tanden op het boek stukgebeten (niet letterlijk natuurlijk). Het mysterieuze geschrift werd in 1912 ontdekt door de boekhandelaar Wilfred Voynich die het manuscript tussen allerlei oude documenten van Jezuïeten aantrof. Hij kocht het werk, maar kwam er al snel achter dat hij het ondanks de mooie tekeningen niet kon lezen. Hij schakelde meerdere geleerden in om de code te breken,maar het mocht niet baten. Het bijzondere boek gaf zijn geheimen niet prijs. Voynich stierf na achttien jaar onderzoek en was toen nog niets wijzer. De start van de wedloop om de code te breken was toen pas net begonnen. Een van de mogelijkheden is dat het gehele boek is opgebouwd uit Italliaanse anagrammen, tenminste dat denkt Edith Sherwood. Ze vertaalde inmiddels al hele stukken boek, maar of het ook klopt weet ik niet. Ik moet steeds denken aan het anagram dat Galilei ooit opschreef en door zijn tijdgenoten heel anders werd vertaald. Ergens hoop ik dat haar vertaling niet klopt en het mysterie van het geschrift intact zal blijven. Het boek hoeft wat mij betreft dus nog lang niet dicht.

geologie van vulkaan hellingen



Het is bizar, maar nergens is enige informatie te vinden over het in kaartbrengen van vulkaanhellingen. Toch zijn er facinerende geologische kaarten van vele vulkanen gemaakt. Ik schat in dat de bonte kleuren iets vertellen over de vele uitbarstingen en de mineralen die met de lava afgezet zijn in het gebied. Zeker weten doe ik het niet, maar het lijkt me nogal een gevaarlijke klus om bij veelal actieve vulkanen grondboringen te verrichten om de samenstelling te achterhalen. Net zoiets als met een scherpe naald in een ballon prikken en dan hopen dat de lucht er in blijft zitten. Ondanks dat mijn missie om meer te weten te komen over de geologische expedities naar vulkaanhellingen jammerlijk gefaald heeft ben ik wel zeer voldaan met de mooi gekleurde platen die heel goed de grilligheid van vulkanen weerspiegelen. Dat is toch zeker iets om warm van te worden.



kaalfactor


Vroeg of laat gebeurt het.
Helaas treft Alopecia androgenetica, oftewel kaalheid, vele mensen. Vooral mannen hebben last van het fenomeen (vrouwen krijgen vaak eerst nog een snor). Boosdoener bij kaalheid is het hormoon dihydrotestosteron dat zich aan de haarzakjes hecht. Het stofje dat gevormd wordt uit het mannelijke hormoon testosteron zorgt er vervolgens voor dat het haarzakje waar de haar uit groeit z’n werk niet meer goed kan doen. Daardoor sterft de haar uiteindelijk af. Een normale haar gaat ongeveer 6 jaar mee en ieder haarzakje kan ongeveer twintig maal een haar aanmaken. Door dihydrotestosteron wordt dit twintig keer vier maanden. Dat scheelt dus niet bepaald één haar.

 
Omdat mensen graag dingen in hokjes stoppen en dingen met elkaar vergelijken is voor de verschillende fases van kaal worden een schaalverdeling bedacht: de Norwood-Hamiltonschaal. Met het scoresysteem van deze “kaal-schaal” kun je bepalen hoe erg het boven op het hoofd gesteld is. Als je in stadium I of II valt ben je nog niet kalende maar wellicht wel onderweg. Val je echter in stadium III (inhammen in richting achterhoofd die verder reiken dan de denkbeeldige verbindingslijn) dan is het verval naar stadium VII ingezet. Stadium VIII bestaat niet, maar daarbij ben je gewoon helemaal kaal. Kaalheid is vaak genetisch bepaald, dus ik ben zeer gezegend met een vader van boven de 80 met een mooie volle bos(wit) haar. Ik ben trouwens wel benieuwd of er ook een schaal bestaat voor de beharing op de vrouwelijke bovenlip. Zo niet dan claim ik bij deze alvast de frumingelo-schaal voor lipbeharing.

richtingaanwijzer: navigatie instrumenten




Schreef ik al eerder over het nut van navigatie op zee, een van de navigatie-instrumenten bleef me op de een of andere manier bezighouden. Het betreft de navigatiering, een vernuftig stukje mechaniek. Zoals de naam al zegt is de navigatiering een ringvormig navigatie-instrument. Het bestaat uit twee in elkaar vallende ringen die onafhankelijk van elkaar te verdraaien zijn. Het ingenieuze staaltje navigatiewerk werkt als een zonnewijzer. Ten eerste stelt men de breedtegraad in. Als je een simpele versie hebt blijf je mooi op de breedtegraad waarvoor jouw navigatiering voor gemaakt is. Daarna kan door het verdraaien van de binnenste ring de datum en tijd geschat worden. Daarmee weet je ook meteen waar je bent. Het mooie en meteen ook het curieuze aan deze oude voorwerpen (de oudere exemplaren zijn van voor 1500, de afgebeelde is van 1696) is dat ze niet enkel voor navigatie op de zon gemaakt werden, maar ook voor navigatie met de sterren en op de maan. Uiteraard kwam een dergelijke navigatiering met een zomer- én een winterstand.

zwangerschap

In de oudheid werden er ook kinderen geboren. Gelukkig maar. Dat bevallingen niet altijd lopen zoals gepland was ook toen bekend. In de 2e eeuw na Christus was er een Griekse arts die zich intensief bezig hield met het bevallingsproces. Zijn naam was Soranus van Ephesus en hij was tot 1526 de enige die zich echt serieus bezig hield met het onderwerp bevallen. Soranus van Ephesus beschreef in zijn boek 'Gynaecia' wat te doen bij bevallen. Hij bundelde daarmee alle toenmalige kennis van de gynaecologie, de verloskunde en de kindergeneeskunde in de Grieks-Romeinse wereld. Het gaat een beetje ver om alle onderwerpen van de 'Gynaecia' te bespreken, maar enkele zijn wel interessant om te noemen. Zo geeft Soranus tips voor het aannemen van een andere positie of het keren van het dwarsliggende kind. Daarnaast besteedde hij als eerste aandacht aan het toetsen van de gezondheid van het pas geboren kind, zoals het laten schreeuwen door het op de grond te leggen en nagaan of de moeder tijdens de zwangerschap wel gezond was geweest. Daarmee was hij zijn tijd ver vooruit (in 1952 kwam er pas een vergelijkbare toets: de APGAR-score). Als een kind niet positief uit de toets kwam was het kind volgens Soranus niet de moeite waard om opgevoed te worden. Dat klinkt hard, maar de mogelijkheden om zwakkeren in leven te houden waren toen nog erg beperkt. Hoe dat “niet opvoeden” gebeuren moest wist overigens zelfs Soranus niet. 

koper erts





Wat hebben chalcopyriet, chalcoliet, chalkosien, antleriet, covelliet, azuriet, malachiet en borniet met elkaar gemeen? Nou, het is allemaal belangrijke kopererts die nodig is voor de productie van zuiver koper (Cu). Koper wordt maar heel weinig in pure vorm gevonden. Er wordt verondersteld dat onze voorouders ons daarbij voor geweest zijn. Koper wordt tegenwoordig over de gehele wereld verspreid gewonnen. Van Chili tot Zambia en van Kazachstan tot Indonesië en Polen. In gewichtsverhouding bevatten de stukken erts meestal niet meer dan één procent koper.

Het eerste dat met het erts gedaan wordt is breken en pletten. Daarna wordt het tot poeder gemalen. Aan dat poeder wordt lucht, water en minerale olie gevoegd. Op wonderlijke wijze wordt op deze manier bijna 50% van het “nutteloze” materiaal gescheiden van het koper. Hierna gaat het overgebleven goedje naar een oven waar het aanwezige zwavel bovenop het vloeibare koper komt te liggen waarna het afgevoerd kan worden. Het gesmolten koper wordt vervolgens in een door de Britse ingenieur en uitvinder Henry Bessemer ontwikkelde bessemerpeer gegoten. De bessemerpeer is een soort ronddraaiende tank waar een luchtstroom door het koper gejaagd wordt. De meeste onzuiverheden worden verwijderd en niet geheel onbelangrijk; het productieproces wordt verkort van ongeveer een dag tot een klein half uur. Na dat halve uur bestaat het mengsel voor 98 % uit puur koper. Om het 100% zuiver te maken is er elektrolyse nodig. In een bad met een oplossing van verdunde zwavelzuur en kopersulfaat word het ruwe koper onder stroom gezet met behulp van electroden. Het wonderlijke is dus dat er koper nodig is om koper te maken.



de middelvinger van Galileo

Wie nu ook als eerste was, Hans Lipperhey, Zacharias Jansen  en Jacob Metius zijn de eerste verrekijker-makers van  Nederland (en wellicht ook wel europa) geweest. Hun kennis werd later door Galileo Galilei gebruikt voor het maken van de eerste echte telescoop.
Dat Galileo Galilei de telescoop maakte vond iedereen prachtig. Totdat de wetenschapper met diezelfde telescoop ontdekkingen deed die niet in het straatje paste van de paus. Hij ontdekte namelijk dat de aarde om de zon draaide en daarom niet het middelpunt van het heelal kon zijn. Het vaticaan vond alles best zolang Galileo zich maar ver hield van deze stelling. Hij kreeg van de paus en de inquisitie toestemming om een boek te schrijven over zijn bevindingen. De wetenschapper worstelde met de baanbrekende boodschap en goot zijn boek uiteindelijk in de vorm van een dialoog tussen drie mannen. De mannen hebben een dialoog over de materie van de planeten en de zon. De man die de kerkelijke visie er op na houdt heet in de dialogen Simplicus. De paus legde deze naam nogal verkeerd uit. Het leek wel alsof Galileo Galilei bedoelde dat iedereen die niet dacht dat de aarde om de zon draaide maar simpele zielen of dwazen waren en dat hij, de paus, een van hen was. Dat kon Urbanus VIII  natuurlijk niet over zijn kant laten gaan. Hij nam dan ook zijn maatregelen. Galileo kreeg in 1633 levenslange huisarrest. Uiteindelijk stierf hij negen jaar na zijn veroordeling.


Maar wat heeft die vinger er nu mee te maken?
Galileo Galilei werd in 1642 in de Basilica di Santa Croce begraven. Hij kreeg echter niet een mooi plekje, maar moest genoegen nemen met "een kleine kamer naast de novicenkapel aan het eind van een gang van het zuidelijke transept van de basilica naar de sacristie" (zoals Wikipedia het zo duidelijk omschrijft). In 1737 werd het lichaam van Galilei echter weer opgegraven. Er was in de kerk een mooie plek gemaakt waar Galileo Galilei herbegraven zou worden. Dat gebeurde ook, maar voordat het zover was werd eerst een kijkje genomen in de kist. Het bleek dat de "kleine kamer naast de novicenkapel aan het eind van een gang van het zuidelijke transept van de basilica naar de sacristie" een nogal droge begraafplek was geweest. Galilei's lijk was namelijk helemaal verdroogd en dus niet vergaan. De verhalen vertellen dat het lijk een dito medio all'insù (opgestoken middelvinger) liet zien aan de rechterhand. Ongehoord natuurlijk. Wat ook ongehoord was, was dat er na opening van de kist er van Galileo het een en ander verdween. Zo ontbrak bij de herbegraving de bewuste middelvinger, enkele wervels, nog twee vingers en een stel tanden. Later zou blijken dat de geroofde lichaamsdelen als relekwiën bewaard werden door de families van de lijkenpikkers. Het waren dus duidelijk fans. Voor Galileo Galilei  maakte het allemaal niet meer uit. Hij kreeg uiteindelijk gelijk en maakte met zijn middelvinger een groot statement richting diegene die hem niet wilde geloven.


Related Posts with Thumbnails