Posts tonen met het label Vogels. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Vogels. Alle posts tonen

kanarie in de kolenmijn





Kanaries en kolenmijnen zijn een bijzondere combinatie. In vroeger tijden namen de mijnwerkers kanaries mee om te waarschuwen voor brandbaar mijngas (methaangas) en giftig koolstofmonoxide gas. De kanaries gingen namelijk al bij kleine concentraties van het gas van hun stokje. Omdat mijngas lichter is dan lucht hingen ze het kooitje van de kanarie aan het plafond van de galerij waar ze aan het werk waren. Kwam het dodelijke gas vrij tijdens de winning van de kolen dan stierf de kanarie, maar hadden de mijnwerkers nog een korte tijd om zich uit de voeten te maken voordat de zaak ontplofte (In eerste instantie gebruikten ze lampen met een onbedekte vlam), dan wel dat de koolstofmonoxide hen verstikte. Zonder de kanaries zouden er in de mijnen veel meer slachtoffers zijn gevallen. Dit laatste en het feit dat een zingende kanarie ook een prettig gezelschap zal zijn geweest in de verder pikdonkere mijn, maakte dat zelfs de geharde steenhouwers zich konden hechten aan 'hun' kanarie. Een aandoenlijk  bewijs is deze kanarie, genaamd Little Joe, die maar liefst drie jaar lang zijn bijzondere werk voor de de kolen kappende arbeiders uitvoerde. Op 3 november 1875 liet hij het leven, tot groot verdriet van die keiharde werkers. Hoe grof en onbehouwen ze ook ooit afgeschilderd worden, ze hadden een groot hart voor een klein vogeltje.

Een keur aan eieren


Eieren zijn bijzondere producten van de natuur. Ze bevatten in potentie nieuw vogelleven en in het geval van een kwartel- of kippenei de belofte van een lekkernij in de dop. Wat mij altijd gefacineerd heeft zijn de vele verschijningsvormen van de eieren. Nu kun je natuurlijk niet van een winterkoninkje verwachten dat deze een ganzenei produceert, maar dan nog. Er zijn zoveel verschillende eieren. De een met een ingenieus stippen patroon, de ander weer fel van kleur. Van Bijna rond ovaal tot sterk conisch toelopend, ze bestaan allemaal. Het grootste ei is van een struisvogel, het kleinste van een kolibri, het meest ronde ei wordt geproduceerd door schildpadden (het zijn net pinpongballen), Het vreemdste dier dat eieren legt is uiteraard het vogelbekdier (plakkerige leerachtige eieren). Als het over vreemde eieren gaat winnen de vissen, maar laat ik het voor nu even bij de dieren met poten en stevige eieren houden die voor hun eieren iets van een nest bouwen. Al kun je dat laatste voor de niet-vogels met een korrel zout nemen. Of  in het geval van de schildpad en de krokodil met een korrel zand. Deze dieren begraven hun kroost voor de geboorte onder de grond. Gelukkig zijn wij een beschaafde soort en doen we dergelijke dingen enkel met onze doden. Maar ja, al die veelvormigheid van ei tot nestplaats heeft uiteindelijk tot doel om zoveel mogelijk kans te geven aan nieuw leven. Al met al is dat zeker geen eitje.

vleermuisparkiet





Buiten een erg leuke naam heeft de vleermuisparkiet wel erg veel van een doodgewone parkiet. Het vogeltje heeft nou niet iets vleermuisachtigs waaraan je meteen kunt zien dat het een vleermuisparkiet is. Waarom heet het groendonzige beestje dan in godesnaam vleermuisparkiet? Nou deze parkiet heeft de bijzondere gewoonte om ondersteboven te slapen!


Net zoals een vleermuis dus.....

Diana Beltran herrera papieren vogels






Je zal maar vogeltjes maken van papier. Eerder schreef ik al eens iets over vogels van crêpepapier, maar Diana Beltran herrera maakt vogels van doodgewoon gekleurd papier. Haar creaties zijn echter allesbehalve doodgewoon en o zo herkenbaar. Neem maar van mij aan dat het een enorm karwei is om een vogeltje te vouwen en te knippen. Om het ergens op te laten lijken is al knap, maar met het vogeltje waar mijn oog op viel was nog iets anders aan de hand. De kunstenares heeft het diertje (dat zich waarschijnlijk tegen het raam heeft doodgevlogen) opengewerkt zodat het interne orgaanstelsel zichtbaar is. 


In één woord: Geniaal Vakvrouwschap


(oeps, toch twee woorden)
Bekijk meer werk van Diana Beltran herrera

uilen ogen






Een uil ziet van dichtbij niet erg scherp. Dat is niet zo erg omdat hij des temeer ziet op een afstandje. Anders dan bij zijn medevogels staan de ogen van de uil aan de voorkant van zijn kop. Daardoor kan de uil goed diepte zien en inschatten wat de afstand naar de prooi is. Met ogen werkt het zo dat er pas diepte te zien is als er met twee ogen tegelijk naar iets gekeken wordt. Omdat de ogen van een uil erg groot zijn heeft de uil geen ruimte over in zijn schedel voor oogspieren. Daarom kunnen de ogen van de uil niet bewegen. Hij kijkt altijd star recht vooruit. Om toch de wereld kunnen bekijken heeft de uil een super soepele nek. De wervels in de nek laten de kop ronddraaien, ondersteboven en achterstevoren keren. De uil kan zijn kop ongeveer 180° draaien.
Uilen hebben veel minder licht nodig om goed te kunnen zien, dat komt omdat ze een reflecterende laag achter hun netvlies hebben. Als er dan licht op het gevoelige netvlies van de uil komt stuurt de reflecterende laag het licht terug en daardoor kan hij dan in de nacht vele malen beter zien. Door het reflecteren geven de ogen van een uil een beetje licht. Niet alle uilen hebben dezelfde ogen. Er zijn er met zwartbruine, oranje en gele iris. Er is in het verleden gesuggereerd dat Hoe donkerder het oog hoe later de uil zou jagen. Dit blijkt in de praktijk toch niet helemaal te kloppen. De ogen van een uil worden beschermd door een derde ooglid , het knipvlies. Als hij dit knipvlies dicht doet schuift het vlies horizontaal over het oog en worden stofdeeltjes en vuil van het oog verwijderd. Ook bevochtigd het derde ooglid het oog tijdens de vlucht. Om het oog overdag tegen het felle zonlicht te kunnen beschermen is het knipvlies ook een beetje troebel zodat het licht gefilterd wordt. Zo kan de uil rustig een uiltje knappen.


kiwi





De Snipstruis of zoals we deze loopvogel beter kennen de kiwi komt enkel voor in Nieuw-Zeeland. Net zoals de ortolaan schijnt de kiwi ook erg goed te smaken, maar aangezien ze sinds de 19e eeuw met uitsterven bedreigd zijn (er zijn er nog maar minder dan 60.000) worden ze niet meer gegeten.
Kiwi’s zijn volgens de Maori’s gecreëerd uit kalebassen door de god Tane en zijn ongeveer even groot als een kip. Daarmee zijn ze de kleinste loopvogels ter wereld. Kiwi, dat is niet enkel de naam van deze bijzondere vogel, maar ook z’n paarkreet. Daarmee hoort deze vogel in het rijtje van de koekoek, tjiftjaf, wielewaal en de oehoe.De kiwi is een schuwe nachtvogel met stevige, drie-tenige poten, scherpe nagels en een zeer goed reukvermogen en dat laatste is hoogst ongebruikelijk voor een vogel. De neusgaten van de kiwi zitten aan het uiteinde van zijn lange, scherpe snavel. Het verenpak van de kiwi lijkt op haar, maar het zijn toch echt veren. De kiwi is daarnaast vrijwel blind. Hij voedt zich door zijn snavel in de grond te steken om wormen, insecten en andere beestjes te vinden. Toch is de kiwi niet vies van andere dingen zoals fruit, kreeft of kikkers.



Crêpepapieren vogels






Heeft u een verfijnd gevoel voor decoratie, een vaste hand, veel geduld en ook veel vrije tijd? Maak dan nu uw eigen vogel van Crêpepapier! Aimee Baldwin ging u voor.


Het lijf
Maak van piepschuim een vorm die overeenkomt met de groote en het postuur van de vogel die je wil gaan maken (inclusief nek en kop). Dit kun je met een scherp mesje doen, maar een gloeidraadje werkt ook. Een heel precieze gladde vorm is natuurlijk beter dan een ruwe, maar veel is nog te maskeren door de dubbelzijdige tape die strak om het lijfje wordt geplakt.

Pootjes
Voor de pootjes (of klauwen als je een roofvogel maakt) gebruik je verschillende diktes draad om de basis vorm van de poot te maken. Maak ze net iets langer zodat je de poten straks met een stukje in het lijf kan steken. De poten kun je daarna bekleden met crêpepapier. Als het dikke poten zijn kun je meer lagen aanbrengen of een soort van Fimo-klei gebruiken als opvulling. De nageltjes kun je hier ook van maken. Schilderen, buigen, klaar.


Verenpak
Knip, knip, Knip. Plak plak Plak. Van kop naar kont en van het midden steeds iets versprongen naar buiten. Een vogel heeft vele veren, maar voor een mooi resultaat hoef je ze gelukkig niet allemaal te knippen. Wederom gebruiken we crêpepapier. Het is erg lastig om crêpepapier in de goede kleurscharkeringen te krijgen, dus schilderen is het advies. Daar zit ’m meteen de botteleneck; crêpepapier is bijna niet fatsoenlijk te schilderen zonder een slappe, natte brij over te houden. Een delicaat proces dus. Advies is te zoeken naar verschillende kleuren crêpepapier of anders met airbrush of een streek acrylverf de zaak op kleur brengen.

Kop en snavel
Meerdere delen van een vogel, zoals de snavel zijn onbevederd en moet je dus nog los op het lijf aanbrengen. Hiervoor kun je fimo-klei gebruiken. Maak van de kop een goede studie, want als de kop niet klopt zingt het vogeltje niet zoals het gebekt is. de ogen kun je verwerken of later er in plaatsen. Glas geeft het mooiste resultaat en omdat je er toch al zoveel tijd aan kwijt bent om te maken lijkt het me dus een goede keus voor een glazen oogje te kiezen, tenzij de vogel slapend op een tak moet komen te zitten.

Biotoop
Een vogel in volle vlucht kan mooi zijn, maar de meeste tijd zit een vogel op een tak of paal. Kies maar wat je zelf mooi vindt. Een stolp kan je werkstuk behoeden voor vroegtijdige verstoffing of een aanval van hongerige insecten.


Geen tijd? Geen nood  Aimee Baldwin verkoopt ook vogels voor prijzen waar zelfs de mussen van hun stokje van gaan.

kate mccgwire veren kunstwerk






Kate Mccgwire bekijkt de wereld op een bijzondere manier. Ze laat mensen nadenken over de omgeving waar ze zich in bewegen door er een surrealistisch element aan toe te voegen. Dit doet ze op zo'n manier dat de ruimtes en objecten waar haar kunst uitvloeit of in opgesloten zit versterkt worden. Haar kunstwerken zijn veelal gemaakt van een enorme hoeveelheid veren in vele kleuren, maar nooit bont in scharkering. Het is alsof het echte levende dingen zijn die krullen, wervelen, stromen en kronkelen. Wat dat betreft lijkt de zwarte winding onder de glazen stolp wel een beetje op een trolleklopper (je weet wel zo'n nachtmerrie van de Grote Vriendelijke Reus). De veren laten je blik oover het object dwalen waardoor het gevoel van beweging nog sterker wordt. Ja, al met al steekt de kunst van Kate Mccgwire zeer vernuftig in elkaar. Genieten!


Ortholaan




Het lezen van dit verhaal kan je nekharen doen rijzen, maar wellicht (onbedoeld) ook je smaakpapillen prikkelen. Het hele gebeuren rond ortolanen is sowieso een excentriek gebeuren.

De ortolaan is beroemd vanwege zijn status als delicatesse. In vroegere tijden was het eten van deze vogel enkel voorbehouden aan Romeinse keizers en andere wereldleiders. De vogel wordt voornamelijk gewaardeerd om zijn delicate, sappig vette vlees, een lekkernij voor smulpapen.Veel vlees zit er overigens niet aan. De ortolaan weegt ongeveer 25 gram en is niet groter dan circa 15 centimeter.
De vangst van de ortolanen gebeurt tijdens de trek van augustus tot eind september, op kleine braaklandjes in de akkers en maïsvelden. Voor de vangst worden gevlochten vangnetjes van ijzerdraad gebruikt. De slagnetten met eronder graan staan op de grond. Lokvogels moeten de overvliegende ortolanen tot landen bewegen. Als een ortolaan onder het slagnet komt klapt deze naar beneden en wordt de vogel levend gevangen.
Om zoveel mogelijk ortolaan te kunnen eten worden ze eerst vet gemest in een verduisterde doos of kooi. De ortolaan is gewend in het schemer te foerageren en door het duister (soms nog met wat kaarslicht) blijven ze actief eten. Na enkele weken op witte gierst, druiven en vijgen hebben de ortolanen tot wel vier keer hun normale grootte bereikt. De techniek van het vetmesten is al erg oud en stamt hoogstwaarschijnlijk nog af van de decadente koks van het keizerlijke Rome.


De volgende stap is het doden van de ortolaan. Dat gaat op een andere manier als het doden van een kip. Met een steek van een stopnaald in het achterhoofd en een grote dosis van de sterke drank Armagnac wordt de vogel gedood. Daarna worden de veertjes van het lijf geplukt. Al het andere van de vogel blijft erin en aan zitten. Pootjes, snavel, botjes, organen, hartje, kraaloogjes; echt alles.
De bereiding van de vogel is eigenlijk heel simpel en kost niet meer dan een minuut of acht. Een oven wordt goed heet gestookt en de ortolaan wordt hierin geroosterd. Daarna wordt de vogel opgegeten volgens een uitgebreid en vaststaand ritueel. De ortolaan wordt opgediend op een ruim bord. Eerst moet de eter het hoofd bedekken met een gesteven traditioneel geborduurde linnen servet die zó gedrapeerd wordt dat bord en eter aan het zicht onttrokken worden. Het servet heeft meerdere doeleinden; het behoud en concentratie van de vrijkomende aroma’s, het onttrekken van het onsmakelijke gekauw en de bijbehorende rommel zoals gespat, betere concentratie op de exquise dis, het onttrekken van de illegale activiteit voor omstanders en als laatste het verbergen van de zondige vraatzucht van de gastronoom voor god. Het servet is dus een essentieel onderdeel.
Maar wat gebeurt er eigenlijk onder het servet? De ortolaan die uit de oven komt dient onmiddellijk te worden geserveerd. Het is de bedoeling dat de fijnproever de hete ortolaan in één keer helemaal in de mond te neemt. Enkel de kop moet uit de mond hangen. Deze wordt vervolgens afgebeten en terzijde geschoven. De onthoofde ortolaan blijft nu op de tong rusten totdat deze is afgekoeld. Dit dient te geschieden door snel door de mond in te ademen. Ondertussen lopen het vet en andere sappen vrijelijk bij de smulpaap in de keel naar binnen. Een smaaksensatie.
Wanneer de ortolaan voldoende is afgekoeld kan het langzame kauwen beginnen. Gedurende een kwartier wordt er met volle aandacht op de vogel gekauwd zonder grotere vaste onderdelen door te slikken. Hierbij schijnen de meest bijzondere smaken vrij te komen. Het vlees is blijkbaar sappig en vet, terwijl de ingewanden smeuïg zijn. De smaken worden omschreven als ware het eten van een ortolaan een uitgebreide wijnproeverij. Dat zal voor een deel ook wel komen door de vrijkomende Armagnac. Nadat de vogel geheel is uitgekauwd blijft er natuurlijk nog voldoende over dat zelfs na zolang kauwen niet klein te krijgen is. Dit wordt in het bord terug gespuugd. Daarmee is het eetritueel beëindigd.

Het vangen, vetmesten en eten van ortolanen is niet echt diervriendelijk te noemen*. Bovendien is dit exquise hapje illegaal. De ortolaan is namelijk een zeldzame vogel en daarom zwaar beschermd. Ondanks dat wordt de ortolaan nog steeds in sommige delen van Frankrijk gegeten. Daar wordt het eten van ortolanen nog bedekt met het servet der schaamte.


*Al moet ik daarbij opmerken dat het opfokken van vleeskippen inclusief de bijbehorende industriële slacht ook niet echt een pretje te noemen is.


plastic archipel; de gevolgen





Dat plastic archipel toch. Het vult de magen van hongerige vogels net zo lang tot al het onafbreekbare, maar o zo interessante kunststof zich dusdanig opgehoopt heeft dat de vogel door z'n volle maag geen hongergevoel meer krijgt. De vogel sterft, spoelt aan en vergaat tot op het bot. De maaginhoud van het dier blijft echter geheel intact. Ten minste als het uit plastic voorwerpen bestaat.... 


Chris Jordan fotografeerde deze stille getuigen en legde daarmee de gevolgen van onze argeloze wegwerpmaatschapij bloot. De eendjes worden binnenkort verwacht in Engeland, maar ja dat was in 2003 en 2007 ook al zo. De wegen van de plastic eendjes op drift zijn wat dat betreft ondoorgrondelijk.

Lees meer over het plastic archipel  / meer over Chris Jordan en zijn foto's

En dan nog een hele mooie site over water

mechanische eend





Je hebt er vast ooit mee gespeeld. Een opwindbaar mechanisch eendje van blik. Een ding van niets ten opzichte van de "Canard Digérateur" oftewel de eend met spijsvertering. Dit wonder der techniek werd in 1739 door de Fransman Jacques de Vaucanson in elkaar geknutseld. De mechanische eend at graankorrels, slikte deze door en verteerde het hele zaakje tot uitwerpselen. Tenminste dat was wat er aan de buitenzijde van deze automaat te zien was. In werkelijkheid werden de graankorrels opgevangen en kwam de eendenpoep prefab uit het achterse van de eend. Ook knap. De maker was er echter van overtuigd dat er ooit een eend ontworpen zou worden die daadwerkelijk graankorrels tot uitwerpselen zou kunnen verteren. Waarom je dat zou willen is mij een raadsel en het is (zover ik weet) tot nu toe ook niet meer geprobeert dit doel te bereiken. Al moet ik wel zeggen dat ze in Frankrijk volop met levende ganzen experimenteren hoeveel graan deze via de strot naar binnen geduwd kunnen krijgen. Wat dat betreft is de productie van ganzenlever net zo doelloos. Het zijn soms rare jongens die Fransen.

Gevederde vrienden





Daar gaat ie dan. Hop de lucht in. Geen moment denkt een vogel na over hoe hij in de lucht moet blijven. Hij doet het gewoon. Nadenken over zulke onderwerpen is meer iets voor mensen. We hebben altijd al willen vliegen en nu we het kunnen blijkt uit onderzoek van hoogleraar evolutionaire mechanica John Videler uit Groningen dat de vliegtechniek van vogels veel complexer in elkaar steekt dan we ooit vermoed hebben. Tijd voor een uitleg van de nieuw verworven kennis in vogelvlucht.


Vogels kunnen bijzonder goed wenden en keren in de lucht. Ook de start of landing van een vogel is niet afhankelijk van een lange landingsbaan. Ze vliegen gewoon aan en gaan daarna net zo rustig weer op een tak zitten alsof het niks is (tenzij het een Houtduif betreft). Videler ontdekte samen met collega’s dat aan de randen van de vleugels kleine draaingen in de lucht ontstaan. Deze draaikolkjes zorgen voor extra opwaartse stuwing waardoor de vogel makkelijker in de lucht kan blijven. Zonder al deze luchtdraaingen zouden de meeste vogels uit de lucht moeten vallen na de eerste scherpe bocht. Tenminste als je de oude theorie van de aërodynamica er op na slaat.


Het uiteinde van een vogelvleugel heeft een scherpe kant waarmee ze de lucht alsware aansnijden en wervelingen creëren. De vogel word daardoor opgetild. Op het moment dat de vogel z’n vleugels echt spreidt ontstaan er weer andere wervelingen die rem- en bochtenwerk mogelijk maken evenals een beheerste landing. Ieder deel van de vogelvleugel heeft hierbij z’n eigen specifieke doel. Dynamische bewegingen zijn in vliegtuigvleugels nog niet mogelijk, maar er bestaan vliegtuigen met verstelbare vleugels. We beginnen er dus al wat meer van te snappen al tasten we voor een groot deel nog in het luchtledige.

vogelnestjes soep

  
Wim Sonneveld had ze moeten waarschuwen. Waar is toch die tijd gebleven waarin klipzwaluwen gewoon grotten uitkozen voor het maken van hun spuugnesten. Het hele plaatje valt uiteen als je weet dat ze wonen in betonnen dozen, vogelapartementen met het uiterlijk van een spookstad.



Eerst maar het traditionele beeld. De zwaluwen nestelen o.a. in de grotten van Niah en in de grotten van Koh Phi Phi Ley en gebruiken hun speeksel als cement voor hun van plantenmateriaal gemaakte nest. Het speeksel komt uit speekselklieren onder de tong. De nesten worden met de nodige waaghalzerij geoogst door ze van het plafond van de grotten af te steken. Maar dat is het waard. De plantaardige delen van het nest worden daarna voorzichtig verwijderd. Het spul dat overschiet wordt gekookt in bouillon en deze zachte, smakeloze spuugslierten worden vervolgens voor veel geld in dure restaurants geserveerd als lustopwekkend middel. De vogelnestjes hebben de naam de mannelijke seksuele appetijt op te drijven, je vermagert ervan, het versterkt de immuniteit en het is een verjongingsmiddel. Vogelnestjessoep om van te smullen dus! O ja, er gaan ruim 100 nesten in één kilo vogelnestspuug. Onthoud dat even.


Maar ja daar bleef het dus niet bij. De klipzwaluw heeft na eeuwen de mens ontdekt. Toen in 1997 een aantal zwaluwen zich vestigden in een duistere bovenverdieping van een huisje in Pak Phanang begon het begin van een vreemd verschijnsel. De zwaluwen bleven omdat het van insecten vergeven mangrovebos zo veel dichter in de buurt was. Toen mensen lucht van kregen van de vestiging van de zwaluwen was een lucratieve handel geboren en werden er in het dorp overal voorzieningen getroffen. Vijfhonderd mensen verhuisden en er werden zelfs speciale vogelappartementen uit de grond gestampt voor een fiks bedrag. Donker, vochtig, hoog, koel en somber moet het er zijn. Net zoals in een grot. Met vogelgeluiden worden de “gasten” gelokt. Deze gasten moeten echter wel om de zoveel tijd hun eigen, bijeen gekweelde, nest afstaan om te mogen blijven. De oogst kan oplopen tot 20 kilo per maand. Dat zijn dus 24.000 nesten per jaar uit één gebouw met vogelappartementen en er staan er meer dan driehonderd. Als die berekening echt klopt dan lijkt me dat meer dan voldoende om de lusteloosheid van een hele natie te bestrijden.

Dodo

De Dodo (Raphus cucullatus) was een loopvogel die leefde in de bossen op het eiland Mauritius. Het dier was ongeveer een meter hoog, woog 20 kilo en kon venijnig van zich afbijten met zijn grote snavel. Verder was het schijnbaar een vrij hulpeloos geval dat niet kon vliegen. Zijn voedsel bestond uit zaden en vruchten. De eerste vermelding van de dodo kwam in 1507 van Portugese zeelieden. Het eiland (nu Mauritius) was toen nog onbewoond en werd enkel aangedaan om vers water en voedsel te zoeken.

De Dodo werd echter (op een enkel kookexperiment na) niet als voedsel gezien. Het taaie vlees gaf ze zelfs de bijnaam walgvogel. Hoe de vogel uiteindelijk toch aan de naam Dodo kwam is onbekend, maar er zijn meerdere verklaringen. Kies zelf de meest mooie zou ik willen zeggen. Zo werden de vogels ook wel Dodaars genoemd (vanwege het dotje veren op z’n kont). Portugezen zouden de naam “Doeda” voor de vogel gebruikt hebben, wat “belachelijk” betekent en de laatste (en tevens wazigste) verklaring is dat het gekoer van deze megaduif overeenkwam met iets wat klonk als “dodo”. Dat lijkt me nu echt iets voor een editie van Petersons vogelgids van uitgestorven vogelsoorten.
De VOC nam het eiland in 1638 in gebruik als handelspost en doopte het Mauritius. Ook de Hollanders zette de Dodo niet op het menu. Nee het waren uiteindelijk de ratten, varkens en andere uitheemse dieren die de Dodo de das omdeden. De laatste waarneming is wederom vaag, maar na 1700 was de Dodo toch echt uitgestorven. Nou ja, hij was toch niet lekker…..
Van de Dodo zijn tekeningen, beschrijvingen en schilderingen. Ook zijn in meerdere musea botten, poten, schedels en zelfs een ei verspreid. Wat echter ontbreekt is een compleet opgezet exemplaar. Dat was er zeker wel, maar in de zeventiende eeuw was er weinig bekend over het opzetten van dieren. Meestal werden de beesten gewoon volgepropt met stro. Zo moest het Ashmolean Museum te Oxford op 8 januari 1755 een complete opgezette Mauritius-dodo, die al vanaf 1656 in de collectie opgenomen was, vernietigen omdat er de mot en rot in zat. Enkel de kop en een poot werden gered. Ook in de collectie van keizer Rudolf de tweede in Praag is een opgezette dodo aanwezig geweest. Waarschijnlijk zijn er ook in Nederland opgezette dodo’s geweest. Het eiland was immers van de Nederlanders. Het is niet bekend waar deze overblijfselen van de dodo zijn gebleven. Grote kans dat ook deze weggerot zijn. De houdbaarheidsdatum van de vogel was natuurlijk ook al een tijd verstreken…

Versierd Prieel



Ooit zag ik een kunstenaar verkommeren. Zoals dat gaat: vol creatieve energie, maar miskend door de massa en veroordeeld tot gebrek aan middelen. Getreiterd door mensen die niet beter wisten. Die dachten dat hij zomaar een vogel was. In de dierentuin kwamen ze voorbij zijn kooi, met colaflesjes en blauwe rietjes, patatbakjes met blauwe vorkjes. Die vogel hing in het gaas – en wìlde iets van ze. Dus hij kreeg vingers voorgehouden. Stukjes brood, of een heet patatje. Hij werd gekroeld op een buik die niet op kroelen was gesteld. En hij maar kijken, met geel priemende ogen – dàt, dàt, dàt wil ik hebben. Hij bleef onbegrepen. Uiteindelijk vloog hij met een bitter kreetje weg. Ging op de grond in zijn kooi eindeloos één los, blauw veertje zitten herschikken. Verplaatsen. Kijken. Verplaatsen. Toen ben ik maar langs de afvalbakken gegaan. Fantastische materialen lagen er voor het oprapen. Die rietjes, de blauwe vorkjes. Het papier van een pakje Drum. Voor ik terug was hing de vogel al weer in het gaas. Zonder plichtplegingen greep hij het materiaal uit mijn handen, de ogen vol creatief vuur. In een hoek van de kooi, bij dat ene veertje, maakte hij zijn atelier. En ging hij aan de slag, gedreven dribbelend. De volgende dag was het werk af. Een compositie in strak blauw. Daar lagen de rietjes, losjes maar zorgvuldig uiteengewaaierd. Dat ene blauwe veertje lag er ook nog. Maar het pronkstuk was een centraal opgesteld, glanzend ijslepeltje. Blauw.
De satijnvogel houdt van monochromen. Bláuwe monochromen. Af en toe mag er iets geels bij, voor pakkend contrast. Maar blauw is, modern gezegd, zijn ding. Hij leeft in de wouden van Oost-Australië, als een van vele soorten prieelvogels met uitgesproken kleurvoorkeuren. De satijnvogelman bouwt met takjes twee parallelle wanden. Die omgeven een laantje. Aan de zorgvuldig vrijgehouden podia aan weerszijden daarvan stalt het mannetje blauwe voorwerpen uit die hij tot in de verre omgeving verzamelt. Iedere dag loopt hij zijn collectie na, verbleekte of verkleurde voorwerpen verwijderend. En als er een vrouwtje langskomt, vestigt hij de aandacht op zijn pronkstukken. Het is een wat eenzijdige belangstelling, die mensen toch aanspreekt. De Franse schilder Yves Klein kon jarenlang werken verkopen die alleen maar blauw waren. Af en toe schilderde hij ook een vrouw blauw. Daarvoor liep het dan storm in het Centre Pompidou. Laat kunstkenners dus niet zeggen dat de satijnvogel beperkt is. Satijnvogels schilderen trouwens óók. Ze werken met blauw vruchtensap of houtskool en een zelfgemaakt kwastje de kleur van takjes bij. Bovendien doen ze aan moderne kunst. Van oudsher verzamelen deze vogels, die iets hebben van diepblauwe kauwen, blauwe steentjes, bloemblaadjes en bessen. Die worden tegenwoordig bijgestaan door diepblauw glanzende batterijtjes, af en toe een blauwe knoop, en blauwe stukjes plastic. Blauwe buskaartjes doen het ook goed. Eén vogel had ooit stormachtig succes met een uit een plaatselijke wasserij gestolen zakje Reckitt Blauw.
Zulk succes is bij satijnvogels makkelijk te meten: aan het aantal vrouwelijke bezoekers dat mannetjes met hun tentoonstelling weten te trekken. Het keurmerk voor een goed satijnvogelmannetje is het vaardig componeren met blauw. En dus ook: het vaardig verzamelen van blauwe voorwerpen, in het wild een kunst op zich. Zo maakt hij in twee opzichten een meesterwerk. Met zo’n mannetje willen de vrouwtjes wel paren. Die vrouwtjes bouwen vervolgens zelf ergens een nest en regelen alle andere praktische zaken. De man werkt alleen voor de verlokkingen van de kunst. Hij leeft voort via zijn werk. De vogel werkt niet aan zijn exposities om vrouwtjes te lokken. Dat is de gangbare verklaring. En die slaat, zoals dat hoort bij het ontleden van dieren en hun gedrag, een stap over. Hij maakt zijn prieel omdat hij het móói vindt. Omdat het beantwoordt aan zijn esthetische verlangens en eisen. En, oké, waarom vindt hij het mooi? Omdat hij er vrouwtjes mee lokt. Dat is geen verwaarloosbare tussenstap voor het bekijken van zijn motivatie. Vergelijk het met leeuwenwelpen die samen spelend lol trappen. Die werken op dat moment niet bloedserieus aan hun genetische toekomst, al denkt de evolutie daar graag anders over. Esthetiek? Jazeker. Prieelvogels hebben rotsvaste overtuigingen en een enorme gedrevenheid om kritisch het perfecte resultaat te bereiken. Naar eigen inzicht. De mannetjes zijn voortdurend bezig hun versierde prieel bij te stellen. Ze herschikken wat, nemen een paar stappen terug en bekijken het resultaat met een scheef hoofd. Soms herstellen ze dan toch weer de oude situatie, soms proberen ze nog een andere variatie uit.
Oefening baart hier kunst. Jonge prieelvogelmannetjes prutsen wat af, soms in clubjes, zonder dat er ook maar een vrouwtje komt kijken. Ook doen ze aan atelierbezoek bij oudere, succesvolle vakbroeders. Ze kijken de kunst af. Zo ontstaan plaatselijke culturen, met eigen stijlen en gimmicks. Niettemin ontwikkelen de vogels ook individueel een eigen smaak. Hun priëlen zijn in het detail van de aankleding uniek. But is it art? Vogelliefhebbers staan doorgaans wat onverschillig tegenover menselijke prestaties en cultuurnormen. En omgekeerd verdiepen kunstliefhebbers zich zelden in vogels. Dus het antwoord mag iedereen nog steeds zelf verzinnen. Laten we zeggen dat er een verwantschap is. Met daarin een duidelijke parallel: het werk is een doel op zich. De verdere doelen – indruk maken op soortgenoten, ‘goed’ gevonden worden – staan persoonlijke gedrevenheid niet in de weg. Een prieelvogel kan een geslaagde compositie nog eens van alle kanten bekijken. Hij lijkt tevreden. Een prettige eigenschap. Vooral voor die ene in de dierentuin. Hij zat alleen.
Deze tekst is geschreven door Frans van der Helm voor NRC CS en later gepubliceerd in een boek van beeldend kunstenaar Henriette van 't Hoog.

Vogelfanta

Vogels op papier kunnen er nog zo levensecht uitzien, maar vliegen doen ze niet. Voor de tentoonstelling over het duurste vogelboek van de wereld in het Teylers Museum werd een site gemaakt die heel creatief met dit gegeven omgaat. Je kunt er je eigen getekende vogel laten rondvliegen. Op de site vliegen wel honderden eigen getekende vogels rond. Je kunt ze roepen en dan komen ze op een paaltje zitten. Kijk uit want dat is uiteraard ook een fijne gelegenheid om iets anders te doen....

Ik zou iedereen willen aanbevelen om een vogeltje in te sturen en hoop dat de site nog lang "in de lucht" blijft...

Ga naar: http://www.vogelsvanformaat.nl/

Related Posts with Thumbnails