Posts tonen met het label Prenten. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Prenten. Alle posts tonen

Ruven Afanador bijzondere foto's


 
 


Een beetje vreemd, maar wel erg mooi. Zo laten de (mode-)foto's van Ruven Afanador zich het beste typeren. Het bijzondere is vind ik dat de beelden op een smaakvolle manier overdadig zijn.  Het zit 'm in de omgeving, maar ook in de kleur van het geheel. Het klopt gewoon. Daardoor nodigen ze uit om eens goed te bekijken. Niet enkel deze serie met schedels en wasmodellen is erg mooi. Ook andere settings zoals een Barok kasteel of een sixties-keuken zijn van een grote schoonheid.
Bekijk hier meer van Ruven Afanador.




Archetypa studiaque patris





In 1592 publiceert Jacob Hoefnagel, dan nog slechts negentien jaar oud, in Frankfurt een boek van tweeënvijftig gravures gebaseerd op schilderijen van zijn vader. De volledige titel van het werk is: 'Archetypa studiaque patris Georgii Hoefnagelii Jacobus F. Genio duce ab ipso scalpta omnibus philomusis amict D. ac perbenigne communicat' wat vrij vertaald betekent: Originele schilderingen/tekeningen door Joris Hoefnagel, gegraveerd in koper onder leiding van zijn genie, in vriendschap voor alle liefhebbers van de Muzen door zijn zoon Jacob. Heel hoogdravend dus.

Het boek bestaat uit vier delen, elk met een eigen titel-pagina en een dozijn gravures van verschillende soorten flora en fauna. De opbouw van de prenten maakt het boek zo speciaal. Er wordt niet gewerkt met een geclassificeerde opbouw, maar een opbouw naar een schijnbare* willekeur, waarbij de rangschikking van de planten en dieren (waaronder een opmerkelijke hoeveelheid insecten, slakken en ander "gespuis") belangrijker is dan een nauwkeurige weergave van de natuurlijke setting waarin ze voorkomen. Toch werden de dieren en planten in dit boek niet mooier voorgedaan dan ze waren. Dit was een belangrijke stap in de richting van de opname van flora en fauna in het juiste perspectief en zo een eerlijke weergave van de werkelijkheid. Het boek werd dan ook op grote schaal door kunstenaars in de 17e eeuw, waaronder Maria Sybilla Merian, als bron voor eigen werk gebruikt.

Het werk is als geheel te raadplegen op de website van de universiteit van Straatsburg

*Elk van de Archetypa 's gravures bevat een paar Latijns-motto's of aantekeningen. Deze combinatie van tekst en beeld verleent het werk een symbolische kwaliteit. De wijze waarop de afzonderlijke elementen op de prenten zijn georganiseerd is verbonden aan religieuze symboliek. De teksten zijn vaak vroom, godsdienstig, of waarschuwend van aard: velen zijn bijbelse of klassieke citaten, anderen zijn bedacht door (Joris) Hoefnagel zelf.

botanische beesten

In 1520 werd in Ausburg een excentriek kruidenboek geschreven. Het bevattte medicinale planten met bijzondere prenten. De maker zorgde ervoor dat de soort plant in één oogopslag duidelijk was. Voor ons is het moeilijk om iets te maken van een dergelijke gestileerde plant met duidelijke fantasiewortels, maar de middeleeuwers konden met hun kennis over alchemie, folklore en volksgeneeskunst goed thuisbrengen waar het over ging.  Grappig is dat het betreffende boek in de Renaissance opnieuw "geordend" werd. De indeling naar soorten en verwanten legt echter bloot dat de mensen toen nog niet heel veel meer kennis in huis hadden dan hun middeleeuwse voorouders.


Blader door de digitale versie van het boek in z'n orginele staat

rariteitenkabinetten


Kunstkamers, rariteitenkabinetten, verzamelingen van de bijzondere buitenwereld in het klein. De gegoede burgers van de 16e, 17e en 18e eeuw schiepen met hun verzamelingen orde in het buitenissige wat de wereld te bieden had. In deze verzamelingen, die in latere tijden herschikt en opgesplitst zouden worden naar de aard van de voorwerpen, was nog geen onderscheid of scheiding tussen curiosa, devotionalia, naturalia en artificialia. Nieuwsgierigheid en verwondering voerden de boventoon, waarbij het kennisaspect enkel statusverhogend werkte.

De onderwerpen waren legio. Zo was het gebruikelijk om in ieder geval van de drie rijken der natuur een of meerdere voorwerpen te hebben. Rijk één was wat we nu geografie zouden noemen. Dit onderdeel van de verzameling bestond uit stenen met bijzondere herkomst, mineralen en fossielen. Rijk twee noemen we nu botanie en omvat alles wat met planten, oftewel flora, te maken heeft. Naast gedroogde (exotische) planten en stukken koraal werden er ook levende plantenverzamelingen aangelegd. Daarmee waren de Hortussen geboren. Verzamelingen met enkel bomen werden arboreta genoemd. Het derde rijk omvatte het gehele dierenrijk. Er was nog geen echte systematiek, dus een narwalhoorn kon gewoon gebroederlijk naast een opgezette stekelvis hangen in een verzameling. Naast gedroogde of opgezette dieren en skeletten bevatte het dierendeel van een rariteitenkabinet ook vaak fauna op sterk water in potten met opschrift. Een mythisch wezen kon zomaar in een van de potten z’n onderkomen hebben. De verzamelaars die het echt groots aanpakten verzamelden ook levende dieren, wat later uitmondde in de alom bekende dierentuinen.

En dat was dan nog enkel het onderdeeltje natuur. Onder het onderdeel artificialia viel alles wat met mensen te maken had, schilderkunst, kunstvoorwerpen, gebruiksvoorwerpen van vaak exotische volkeren, historische boeken, prenten, beeldhouwwerk, sieraden, vuurwapens, devotionalia en nog een hele (niet nader te noemen) waslijst. Er zaten natuurlijk ook dingen tussen die we tegenwoordig curiosa zouden noemen. Feit is wel dat ook de artificialia later uiteen werden gehaald. De kunst in een apart museum, bijzondere volken naar het volkenkundig museum en historie naar de bibliotheek of in een oudheidkundig museum naar onderwerp. Alles netjes in een hokje.

Allesomvattende verzamelingen waren ook onderhevig aan de mode. Vanaf de 18e eeuw was het ordenen naar de laatste wetenschappelijke inzichten de mode. Specialisatie was het toverwoord. Alles wat niet paste binnen de verzameling werd verkocht aan anderen. De goed gefinancierde verzamelingen kregen uiteindelijk eigen musea. Verzamelen van het mooiste, bijzonderste en meest exclusief exotische was geen goedkope hobby. De gedreven verzamelaars verzamelde soms meer rariteiten dan hun fortuin aan kon. En hun nazaten zaten er dan mee. Veel van de meest bizarre verzamelingen, die zeker niet in een hokje te plaatsen vielen, vielen daarom dan ook uiteen door erfeniskwesties, financieel wanbeheer en onkunde.

tulpenmania



Het kostte een vermogen even groot als 2 karrenvrachten tarwe, 4 karrenvrachten rogge, 4 vette ossen, 8 vette varkens, 12 vette schapen, 2 vaten wijn, 4 vaten bier, 2 tonnen boter, 1000 pond kaas, een bed, een zilveren kelk, een aantal kledingstukken plus een schip om dit allemaal te vervoeren en het paste in een hand. Rara?; een tulpenbol.
Rond  1635 vond er een levendige handel plaats in tulpen die er voor het grootste deel helemaal niet waren. Verzamelaars werden lekker gemaakt door ze grote rijkdom te voorspellen door te beleggen in tulpenbollen. De verkoop van de bollen vond plaats tijdens de bloeiperiode in april en mei, wanneer de kopers de bloemen konden bekijken.  In de nazomer, als de bollen gerooid werden, veranderden zij daadwerkelijk van eigenaar. Dat was duidelijk, maar er werden ook bollen gekocht en verhandeld die nog niet in bloei waren gezien. Om de bloei toch te laten zien werden er catalogi met de meest prachtige tulpen vervaardigd. De bollen verruilde van eigenaar via deze zogenaamde windhandel, maar ja wat kocht de koper eigenlijk?  Nou, soms gewoonweg rommel. Ook heel bijzondere tulpen waren in zekere zin niet altijd gezonde producten. Zo was er bijvoorbeeld een groot aantal tulpen met heldere kleuren en met strepen en vlammen op de bloembladen. Hartstikke zeldzaam en dus heel duur. De verzamelaars wisten echter  niet dat dit het gevolg was van een niet overdraagbare virusinfectie bij de tulpen.
Dat het allemaal lucht was viel pas op z’n plek toen een handelaar op 3 februari 1637 z’n waardeloze bollen niet verkocht en de handelaars in paniek raakten.  Eind februari  1637 was heel  de tulpenhandel failliet. Daarmee was Nederland een illusie armer en een icoon rijker.

Pieckfijn

Anton Pieck is echt het summum van een romantische schilder, al mogen z'n etsen en tekeningen er ook zeker zijn. Zelfs zijn meest donkere werken zijn nog doorspekt met een vleugje humor. De details zijn om van te smullen en in overdaad aanwezig. Je krijgt meteen weer zin in vroeger, met schuine huizen en iedereen met paard en wagen weer door de straat terwijl ik zelf het geschilderde vroeger helemaal nooit meegemaakt heb. Het ademt gewoon uit zijn werken! Zijn werk speelt nooit in het heden. Altijd waan je je in het verleden. De ene keer in het verre verre oosten, de andere keer in het vergeten Portugal of in pitoresk Engeland. Nederland wordt uiteraard ook niet overgeslagen. Wat dat betreft verloochend hij zijn wortels niet. Pieck is op zijn best in de drukte; in een speelgoedwinkel, op een tentoonstelling of bij een verhuizing. Hij vangt als ware net dat moment waarop het leven de moeite van het vastleggen waard was. Natuurlijk tekende Pieck ook voor de Efteling, iets wat ze daar hebben weten te koesteren. Daarom ademt ook dit pretpark sfeer uit, iets dat je niet veel tegen zal komen op een ander "pret-voor-een-dag-park". Met andere woorden; het is er Pieckfijn.

Over gapers, zaagjes en muiltjes

Zand tot aan de horizon, een klotsende zee en schelpen in alle vormen, kleuren en maten. Een strandjutter maakt zich meester van velen die aan zee een dagje doorbrengen. Het geeft voldoening om die ene schelp te vinden die je nog niet eerder aantrof op jouw stukje strand in de prettige waan dat je een bijzondere vondst hebt gedaan. Na het verzamelen komt de voldoening van het ordenen. Alles netjes in bakjes of zakjes en dan mee naar huis. Nu ben ik geen archivaris en blijft het daar dan vaak bij. Jammer eigenlijk, want de slakkenhuizen en schelpen hebben vaak bijzondere namen zoals Ongevlekt koffieboontje of Muiltje. (Die laatste lijkt ook echt op de lompe pantoffel van iemand met klompvoeten, maar dat terzijde). Bijzondere namen die een stel poëtische naamgevers doet vermoeden.
Een verwoed verzamelaar, Christoph Gottwald (1636-1700) maakte van zijn schelpen- en hoorntjesverzameling schetsen die hij later door iemand anders in prenten liet omzetten. Dit werk moest een boek worden, maar dat gebeurde uiteindelijk niet eerder dan 82 jaar na zijn dood. Zijn hele verzameling werd uiteindelijk opgekocht door tsaar Peter de Groote (een verzamelaar van rariteitenkabinetten) en een andere schelpenliefhebber, Johann Samuel Schröter publiceerde met een kleine eigen toevoeging alsnog de prenten. Deze vallen voornamelijk op door de mooie detailering. Dat het boek met de bijna antieke prenten er alsnog kwam komt door de tijdloze stijl van de prenten, die nog tot de dag van vandaag uitnodigen om zelf het strand op te gaan om je te verwonderen over de vormen- en kleurenpracht die de zee ons schenkt.
Bekijk een deel van de prenten of bekijk het boek in z'n geheel in het frans.

Kleinnodenboek

Het Kleinodienbuch van de Hertogin Anna van Beieren is niet bepaald een boek met zomaar een stel kleinnoden. Het is een sieradenboek. Een complete inventaris van een uitgebreide, overdadige sieradenverzameling. Het goud, parels, ivoor en edelstenen schiteren je tegemoet in zeer uiteenlopende ontwerpen. Het boek is rond 1552-1555 gemaakt door de kunstenaar Hans Mielich als cadeautje van de hertog Albrechts V van Bayern voor zijn vrouw. Een begrijpend lezer rekent natuurlijk uit dat Mielich wel drie jaar nodig had om alle stukken te schilderen en te voorzien van een ingenieuze frivole omkadering. Dat hij er zo lang over deed kwam niet omdat hij traag schilderde, maar omdat de verzameling zo enorm groot was. Het resultaat is er wel naar. Het is werkelijk een magnifiek boek van uitzonderlijk hoge kwaliteit. Iedere bladzijde is weer anders van kleur, de kaders zijn zo fijn als kantwerk en de sieraden levensecht. Maar wat zou de Hertogin van Beieren nu met zo'n boek doen?

Ik zie het al helemaal voor me. Hertogin Anna wordt wakker, pakt haar 300 pagina's tellende boek van haar nachtkastje en na een half uur bladeren, wikken en wegen heeft ze uit haar grote verzameling kruizen, hangers en andere halssieraden een keus gemaakt. Haleluja! Nee, doe mij maar de kleinoden die mijn kinderen vinden. Grotere schatten kan ik me niet voorstellen.
Ga hier naar het Kleinodienbuch

Quentin Blake

Quentin Blake is de befaamde illustrator van de boeken van Roald Dahl. Enkel dat maakt 'm al tot mijn held. Roald Dahl schreef fantastische boeken, maar Quentin Blake bracht vele van zijn hoofdpersonen tot leven. De stijl van deze tekenaar is op mijlen afstand als de zijne herkenbaar. Bij mij roept het woorden op als humoristisch, chaotisch, gevat, subliem. Wat hij maakt is een genot om naar te kijken. Ik denk dan aan de griezels, de Grote Vriendelijke reus, Juffrouw Bulstronk en al die andere personages die nu in mijn hoofd opploppen. Het mooie is dat hij ook een boek heeft geschreven voor de onondekte kunstenaar. Daarin geeft hij middels een reeks opdrachten je artistieke vrijheid een ontplooïngskans. Zijn stelling is; "Als je voor iemand anders tekent, moet je maar ophouden. Als je voor je zelf tekent ben je veel gelukkiger en bovendien vindt je moeder het toch allemaal mooi". Daarmee onderstreept hij net de drempel voor vele artistiek gedemotiveerde kunstenaars in de dop. Die altijd "mislukkende" teken-probeersels zouden zomaar jouw eigen stijl kunnen zijn.
Geef niet op en probeer het dus nog maar eens.

Paddestoelen

Met paddestoelen kun je alle kanten uit, ook de verkeerde. Muurschilderingen uit Pompei laten zien dat de Romeinen eekhoorntjesbrood, cantharellen, champignons en truffels aten. De schimmelige vruchtlichamen werden nog niet gekweekt, maar geplukt in de vrije natuur. Dat mag tegenwoordig niet meer. Het kookboek van Apicius is geschreven door de Romein Apicius. Hij jaagde zijn gehele fortuin er doorheen om van allerlei recepten te verzamelen en uit te proberen. Zijn gastronomische boeken bevatten heel veel fantastische recepten, waaronder natuurlijk ook enkele recepten voor paddestoelen:
Elfenbankjes Fungi farnei
Dressing bij Elfenbankjes In fungis farneis
Eekhoorntjesbrood Boletos aliter Truffels Tubera
Dat de romeinen ook goed wisten welke paddestoelen dodelijk giftig waren ondervond Keizer Claudius aan den lijve; hij werd met paddestoelen in zijn eten vergiftigd.
Met paddestoelen kun je alle kanten uit. Paddestoelen doen dat zelf ook. Op deze manier ontstaan
de heksenkringen. Paddestoelen werden door de Germanen al als geheimzinnig beschouwd, omdat ze ogenschijnlijk 's nachts verschenen en geen voedsel nodig hadden. De mysterieuze cirkels waarin de paddestoelen soms groeiden werden gezien als plaatsen waar heksen hun rituelen uitvoerden. Ach, mischien waren we hier gewoon een beetje zwaar op de hand. Heksenkring krijgt vertaald naar het Engels een veel prettigere betekenis: fairy circle. Men geloofde dat de paddestoelen in de voetstappen van in een kring dansende feeën ontsproten. Ik zie het zo voor me.
Meer paddestoelprenten hier

Zeeprenten van Ernst Haeckel

Ernst Heinrich Philipp augustus Haeckel (1834 - 1919) was een vooraanstaande Duitse bioloog, natuurwetenschapper, filosoof, arts, professor in de vergelijkende anatomie en kunstenaar. Hij ontdekte duizenden nieuwe soorten, bracht een verfijning aan in de door Carl Linnaeus opgezette genealogische boom van alle levensvormen en bedacht daarnaast veel termen in de biologie, met inbegrip van veel gebruikte termen als Stam en ecologie. Naast zijn eigen werk bracht Haeckel het werk van Darwin in Duitsland onder de aandacht. In zijn werkzame leven behaalde Haeckel vele successen, maar enkele grote miskleumen bleven hem achtervolgen.

De prenten die van zijn werk gemaakt zijn zijn echter buitengewoon mooi. Zijn waterverfschilderingen en schetsen werden door Adolf Giltsch omgezet naar gravures zoals die hiernaast. In het boek "Kunstformen der Natur" werden van de ruim 1000 gravures er 100 hoogtepunten uitgekozen. Het boek laat de wereld vanuit Haeckels oogpunt zien. Alle platen hebben een hoge mate van symmetrie en een strakke ordening. Echt iets wat bij deze man paste. Deze stijl waarbij wetenschap en kunst elkaar versterkten was dermate uniek dat het verschillende Art Nouveau-pioniers beïnvloedde bij hun werk. Een concreet voorbeeld van een gebouw dat mede geïnspireerd door de prenten zijn vorm kreeg, is de beurs van Berlage. Ook de glasblazersfamilie Blaschka gebruikte de prenten voor hun bijzonder mooie glazen modellen. Naar het prentenkabinet van Haeckel

Walmor Corrêa


Walmor Corrêa werd geboren in de stad Florianopolis (in Brazillië). Hij werd opgemerkt door een van zijn leraren die hem in contact bracht met de processen van de ontleding van dieren en de interne anatomie van dieren. Zijn precieze anatonomische tekeningen wekten veel lof en werden gaandeweg steeds kunstzinniger.
Hiernaast een afbeelding uit de zogenaamde "Atlas van de mythologische figuren in de wetenschap". De levensgrote prenten zijn wetenschappelijk van opzet, alsof het echte wezens zouden zijn. De wetenschappelijk getekende ingewanden, organen, spieren en botten met begeleidende teksten en een reeks detailuitwerkingen maken het geheel zeer overtuigend.
Naast de prenten heeft Walmor Corrêa ook muziekdozen gemaakt. Skeletten van vogels met subtiele poses creëren een gevoel van dans. Ik vind ze wonderschoon, poëtisch en breekbaar tegelijk. Zo omhuld met een glazen kooi verwijzen ze duidelijk naar oude verzamelkabinetten vol kunst en curiosa waar ik ook zo'n bewondering voor heb.
Walmor Corrêa schept met zijn kunst een wonderlijke wereld waar oude tijden lijken te herleven. Hij vermengd kunst, wetenschap en mythe en creëert daarmee een eigen en verontrustend herkenbare wereld.
De kunst van Walmor Corrêa is te bewonderen op: http://www.walmorcorrea.com.br/indexi.htm

Zweedse Flora

Carl Axel Magnus Lindman was een Zweedse botanist. Hij maakte in zijn werkzaame leven (1856-1928), meerdere boeken waaronder deze Flora met de naam "Bilder ur Nordens flora ". De vertaling van de titel is volgens mij zoiets als; "Beelden van de noorderlijke flora". De prenten zijn zeer gedetailleerd, met vaak ook nog doorsnedes van vruchten en zaaddozen. Echt kunststukjes op zich.
Het leuke aan deze flora is dat de Zweedse namen vaak grote gelijkenis vertonen met de Nederlandse. Zo wordt Beuk-Bok en Ridderspoor-Riddarsporre. De gebruikte afbeelding is (zoals je waarschijnlijk al gezien had) een Bosaarbei. En zoals het een echte Zweedse smulpaap beaamt noem je die geen aardbei maar Smultron!
Meer info over Carl Axel Magnus Lindman is te vinden op:
Meer van zijn werk is te vinden via:

Vogelfanta

Vogels op papier kunnen er nog zo levensecht uitzien, maar vliegen doen ze niet. Voor de tentoonstelling over het duurste vogelboek van de wereld in het Teylers Museum werd een site gemaakt die heel creatief met dit gegeven omgaat. Je kunt er je eigen getekende vogel laten rondvliegen. Op de site vliegen wel honderden eigen getekende vogels rond. Je kunt ze roepen en dan komen ze op een paaltje zitten. Kijk uit want dat is uiteraard ook een fijne gelegenheid om iets anders te doen....

Ik zou iedereen willen aanbevelen om een vogeltje in te sturen en hoop dat de site nog lang "in de lucht" blijft...

Ga naar: http://www.vogelsvanformaat.nl/

Related Posts with Thumbnails