Posts tonen met het label mineralia. Alle posts tonen
Posts tonen met het label mineralia. Alle posts tonen

Druipsteen





Grondwater bevat opgeloste kooldioxide. Het grondwater sijpelt door scheuren in (kalkrijk)gesteente . Het kooldioxide zorgt er daarbij voor dat een deel van de kalkverbindingen in het gesteente, bijvoorbeeld calciet of gips, oplost. De hoeveelheid die oplost is afhankelijk van de hoeveelheid kooldioxide (in Spa rood lost bijvoorbeeld meer kalk op dan in spa blauw), de bodemtemperatuur en nog enkele andere factoren. Maar dit verhaal gaat niet over de hardheid van het water uit de kraan of in een fles mineraalwater. In dit verhaal draait alles om druipsteen.

Druipsteen begint op het moment dat het kalkrijke water in aanraking komt met lucht, bijvoorbeeld in een onderaardse grot. De kalk kan op dat moment weer een vaste vorm aannemen. Eerst ontstaat er een randje met kristallen, daarna een hol buisje en nog later een echte druipsteen die aangroeit door het grondwater wat er langs stroomt. Het ontstaan van een flinke druisteenkegel kan erg lang duren, maar met veel kalk en water kan het proces wel sneller verlopen dan de tientallen duizenden jaren die vaak genoemd worden. Zo zijn in bunkers uit de tweede wereld oorlog en op sommige stations ook( kleine) druipstenen aanwezig.

 Als er gesproken wordt over druipstenen, dan worden meestal Stalactieten (hangend) en stalagmieten (staand) genoemd, maar er zijn nog vele andere vormen
die ontstaan. De manier waarop het grondwater in contact komt het de lucht en het afzettingsgesteente levert bijzondere vormen op. Druipstenen kunnen verschillende vormen aannemen, afhankelijk van of het water druppelt, sijpelt, condenseert, stroomt, of in vijvers drupt. Veel druipstenen zijn genoemd naar hun gelijkenis met door de mens gemaakte en natuurlijke objecten. Zo ontstaan er druipsteenvormen die (met een gezonde dosis fantasie) lijken op gordijnen, kroonluchters, krulfrieten, gebakken eieren, pilaren, popcorn, koraal en bezems. Tezamen vormen deze druipstenen een wonderlijke wereld waarin je je enkel nietig kan voelen.





rariteitenkabinetten


Kunstkamers, rariteitenkabinetten, verzamelingen van de bijzondere buitenwereld in het klein. De gegoede burgers van de 16e, 17e en 18e eeuw schiepen met hun verzamelingen orde in het buitenissige wat de wereld te bieden had. In deze verzamelingen, die in latere tijden herschikt en opgesplitst zouden worden naar de aard van de voorwerpen, was nog geen onderscheid of scheiding tussen curiosa, devotionalia, naturalia en artificialia. Nieuwsgierigheid en verwondering voerden de boventoon, waarbij het kennisaspect enkel statusverhogend werkte.

De onderwerpen waren legio. Zo was het gebruikelijk om in ieder geval van de drie rijken der natuur een of meerdere voorwerpen te hebben. Rijk één was wat we nu geografie zouden noemen. Dit onderdeel van de verzameling bestond uit stenen met bijzondere herkomst, mineralen en fossielen. Rijk twee noemen we nu botanie en omvat alles wat met planten, oftewel flora, te maken heeft. Naast gedroogde (exotische) planten en stukken koraal werden er ook levende plantenverzamelingen aangelegd. Daarmee waren de Hortussen geboren. Verzamelingen met enkel bomen werden arboreta genoemd. Het derde rijk omvatte het gehele dierenrijk. Er was nog geen echte systematiek, dus een narwalhoorn kon gewoon gebroederlijk naast een opgezette stekelvis hangen in een verzameling. Naast gedroogde of opgezette dieren en skeletten bevatte het dierendeel van een rariteitenkabinet ook vaak fauna op sterk water in potten met opschrift. Een mythisch wezen kon zomaar in een van de potten z’n onderkomen hebben. De verzamelaars die het echt groots aanpakten verzamelden ook levende dieren, wat later uitmondde in de alom bekende dierentuinen.

En dat was dan nog enkel het onderdeeltje natuur. Onder het onderdeel artificialia viel alles wat met mensen te maken had, schilderkunst, kunstvoorwerpen, gebruiksvoorwerpen van vaak exotische volkeren, historische boeken, prenten, beeldhouwwerk, sieraden, vuurwapens, devotionalia en nog een hele (niet nader te noemen) waslijst. Er zaten natuurlijk ook dingen tussen die we tegenwoordig curiosa zouden noemen. Feit is wel dat ook de artificialia later uiteen werden gehaald. De kunst in een apart museum, bijzondere volken naar het volkenkundig museum en historie naar de bibliotheek of in een oudheidkundig museum naar onderwerp. Alles netjes in een hokje.

Allesomvattende verzamelingen waren ook onderhevig aan de mode. Vanaf de 18e eeuw was het ordenen naar de laatste wetenschappelijke inzichten de mode. Specialisatie was het toverwoord. Alles wat niet paste binnen de verzameling werd verkocht aan anderen. De goed gefinancierde verzamelingen kregen uiteindelijk eigen musea. Verzamelen van het mooiste, bijzonderste en meest exclusief exotische was geen goedkope hobby. De gedreven verzamelaars verzamelde soms meer rariteiten dan hun fortuin aan kon. En hun nazaten zaten er dan mee. Veel van de meest bizarre verzamelingen, die zeker niet in een hokje te plaatsen vielen, vielen daarom dan ook uiteen door erfeniskwesties, financieel wanbeheer en onkunde.

trollengoud

Het mineraal pyriet of ijzerkies is een mineraal dat vaak mooi gevormde kristallen vormt zoals kubussen. Het mineraal heeft een goudachtige metaalglans. Die glans verandert echter als het glansvlak kantelt, terwijl het bij goud dezelfde goudglans behoud. Ook is pyriet hoekig, met scherpe randjes en hard, terwijl echt goud rond en zacht is.Wanneer pyriet in contact komt met zuurstof en water verandert het van kleur, omdat er dan sulfaat en roest vrij komt.
Pyriet is een mineraal dat op vele verschillende manieren kan ontstaan.Op plaatsen in de grond waar veel ijzer en zwavel maar geen zuurstof aanwezig is wordt vanzelf pyriet gevormd. Het zwavel is afkomstig van organisch materiaal. Doordat pyriet in de dode cellen wordt gevormd, blijft de vorm behouden en ontstaan er fossiellen van pyriet. Meestal ontstaat pyriet in diepe spleten onder de grond, waar heet water doorheen stroomt en waarin ijzer en zwavel opgelost zijn. Wanneer het water dichterbij het aardoppervlak komt en afkoelt, verbinden het ijzer en zwavel zich tot pyriet. In magmakamers kunnen nog grotere kristallen ontstaan. Als dit magma langzaam afkoelt doordat het dichter bij het aardoppervlak komt te liggen begint de kristalgroei.

De naam pyriet is al zeer oud, afgeleid van het oude Indo-Europese woord pyr wat vuur betekent.  Pyriet werd dan ook gebruikt om vuur te maken door pyriet tegen vuursteen of ijzer aan te slaan. Doden kregen pyriet mee in hun graf om ook in het leven na de dood vuur te kunnen maken. Maar de glans van Pyriet maakte ook de gek in de mens los. Het wordt ook wel trollen- of gekkengoud genoemd omdat het soms voor goud aangezien werd. Pyriet is echter nepoud met een grote rijkdom maar zonder waarde.

Related Posts with Thumbnails