De Monodon monoceros oftewel Narwal is zomaar een zonderling zeeschepsel. De Kelleluak kakortok zoals ie in Groenland wordt genoemd, behoort tot de orde van de walvissen en komt voor in de koude wateren met pakijs (subpolaire gebied) rond de noordpool. Canada, Groenland, IJsland, Noorwegen en Rusland zijn plaatsen waar vaker groepen worden gesignaleerd. De naam ‘Narwal’ stamt uit het Oud-Noors en betekent ‘lijk-walvis’, waarschijnlijk omdat een wat oudere (bijna witte) Narwal, lijkt op een drijvend verdronken menselijk lichaam.
Wat ik mooi vind aan de Narwal is zijn bolle kop, met stompe snuit, maar ook vooral zijn mooie stippels die de donkergekleurde rug en witte buik bedekken. Waar je uiteraard niet omheen kan is de lange slagtand. Het zal niemand verbazen dat de Narwal ooit model heeft gestaan voor voor de eenhoorn zoals wij die uit de mythologie kennen. De slagtand, die in een spiraal loopt, is een typische eigenschap van de mannetjes. Vrouwtjes ontwikkelen zelden een soortgelijke slagtand, terwijl sommige mannetjes er wel twee hebben. De Narwal heeft slechts twee tanden, beide in de bovenkaak, waarvan de slagtand meestal de linkertand is. De slagtanden worden waarschijnlijk door mannetjes gebruikt om rivalen te bevechten. Uit onderzoek is gebleken dat een narwaltand wel 10 miljoen zenuwen telt. Hiermee kunnen verschillen in watertemperatuur, druk en zoutgehalte waargenomen worden. Schijnbaar komt het de Naral erg nauw, anders zou het zeezoogdier niet zo’n verfijnd meetinstrument ontwikkelen. Het lijkt er erg op dat deze verfijnde leefgewoonten de Narwal de “nek” gaan kosten (figuurlijk dan). Door de opwarming van de aarde zal naar alle waarschijnlijkheid niet de ijsbeer maar de Narwal als eerste uitsterven.
Het aantal narwals wordt geschat op maximaal 45.000 dieren. Dat lijkt veel, maar het is niet meer dan het aantal inwoners van Leamington Spa in Engeland of het aantal vierdaagse-herinneringsspeldjes dat voor de vroegtijdig afgelaste vierdaagse van Nijmegen van 2006 werd gemaakt. De narwals worden bedreigd door de jacht. Andere bedreigingen zijn verstoring door mensen en chemische verontreiniging van de natuurlijke leefomgeving van de narwals. Naast mensen wordt er ook op narwals gejaagd door Groenlandse haaien, zwaardwalvissen (orka’s), ijsberen en walrussen. Bovendien worden zij geplaagd door verscheidene soorten parasieten. Kortom; het wordt voor de Narwal echt weer tijd om eens aan land te komen.
Wat niemand weet is een kinderboek van Tonke Dragt. Het gaat over de vrije Eenhoorn die niet verdrinkt door de grote vloed, maar zinkt en verandert in een Zee-eenhoorn.
Narwhal
Brabantse dag
Het uiteind
elijke resultaat bestaat maar één dag en wordt (op enkele uitzonderingen na) daarna afgebroken. Hiernaast het ontwerp van de wagenbouwersgroep waar ik bij bouw. Dit verdronken land trekt op 31 augustus door de straten samen met al die andere groepen die qua stijl en aanpak allemaal een eigen invuling geven aan het door hen gekozen onderwerp. Er valt natuurlijk wat te winnen, maar wie wint is niet echt belangrijk. Wel moet wel gezegd worden dat sucesvolle vindingen in wagens en spel door andere groepen langzaamaan worden overgenomen. Het blijft dus zaak om te vernieuwen, want het publiek komt natuurlijk voor iets wat ze nog nooit heeft gezien. Het is aan ons om die uitdaging aan te gaan en ik moet zeggen dat het ons aardig lukt. Ik ben benieuwd wat jullie er van vinden, dus bij deze: jullie zijn uitgenodigd om het te komen beleven!Coleoptera difetto radiazioni
Dat het blootstaan aan een flinke dosis radioactieve straling ongezond is is alom bekend. Maar wat gebeurt er als er maar kleine hoeveelheden ergens voorkomen? Wat voor invloed heeft dat? Die vraag werkt Cornelia Hesse-Honegger al jaren uit in haar schilderingen van kleine kleurige insecten. Ze verzamelde deze insecten rond kerncentrales, kernafval-verwerkingsinstalaties en op oude atoombom-proeflocaties. Hierbij zocht ze contact met wetenschappers die haar zouden kunnen helpen bij de determinatie van de verschillende soorten. Vreemd genoeg was het animo om haar te helpen klein. Blijkbaar zijn er onderzoeken waar wetenschappers hun vingers niet aan willen branden. De zeer mooie schilderingen laten insecten zien die op het eerste oog niets mankeren. Maar toch, vervormde vleugels en gekrompen poten zijn geen alledaagse afwijkingen bij insecten. Er is dus duidelijk meer aan de hand. Tezamen vormen deze freaks on six legs een waar rariteitenkabinet van vervormde wezens. Dat geeft te denken over deze bron van "schone" energie die nu weer op veel verlanglijstjes van landen staat. Het geeft wellicht wel antwoord op de terughoudendheid van de wetenschap. De belangen zijn te groot. De door straling vervormde kever is wat dat betreft door ons soms letterlijk een poot uitgedraaid.
Barnstenen tranen
Dat barnsteen versteende dennenhars is weet nu zowat iedereen. Maar zoals wel vaker met mooie materialen zijn er ook mooie verhalen te vertellen. Het feit dat er veel insecten in barnsteen worden aangetroffen ontging ook de Romeinen niet. Zij verklaarden dit door aan te nemen dat barnsteen vloeibaar was toen het de insecten bedekte. Helemaal goed dus (slimme jongens die Romeinen). De Grieken hielden er echter een veel meer poëtische verklaring op na.
Zeeprenten van Ernst Haeckel
De prenten die van zijn werk gemaakt zijn zijn echter buitengewoon mooi. Zijn waterverfschilderingen en schetsen werden door Adolf Giltsch omgezet naar gravures zoals die hiernaast. In het boek "Kunstformen der Natur" werden van de ruim 1000 gravures er 100 hoogtepunten uitgekozen. Het boek laat de wereld vanuit Haeckels oogpunt zien. Alle platen hebben een hoge mate van symmetrie en een strakke ordening. Echt iets wat bij deze man paste. Deze stijl waarbij wetenschap en kunst elkaar versterkten was dermate uniek dat het verschillende Art Nouveau-pioniers beïnvloedde bij hun werk. Een concreet voorbeeld van een gebouw dat mede geïnspireerd door de prenten zijn vorm kreeg, is de beurs van Berlage. Ook de glasblazersfamilie Blaschka gebruikte de prenten voor hun bijzonder mooie glazen modellen.
Naar het prentenkabinet van Haeckel
Ernst Heinrich Philipp augustus Haeckel (1834 - 1919) was een vooraanstaande Duitse bioloog, natuurwetenschapper, filosoof, arts, professor in de vergelijkende anatomie en kunstenaar. Hij ontdekte duizenden nieuwe soorten, bracht een verfijning aan in de door Carl Linnaeus opgezette genealogische boom van alle levensvormen en bedacht daarnaast veel termen in de biologie, met inbegrip van veel gebruikte termen als Stam en ecologie. Naast zijn eigen werk bracht Haeckel het werk van Darwin in Duitsland onder de aandacht. In zijn werkzame leven behaalde Haeckel vele successen, maar enkele grote miskleumen bleven hem achtervolgen.
Suiseki
Een steen in je zak of een die lekker in de hand ligt is een groot goed. Daar denken ze over de hele wereld het zelfde over. In China hebben ze Suiseki, filosofenstenen.
De steen (of het stuk hout) symboliseert een miniatuur universum en het uitkiezen van een Suiseki was een hoogst persoonlijke zaak. Natuurlijke aspecten als vorm, kleur, textuur en materiaal speelden daarbij een cruciale rol, maar ook de expressie van de Suiseki was belangrijk om het individuele karakter voor de bezitter te versterken. Ze hebben vaak iets herkenbaars in zich, maar door de veelvormigheid van de stenen kun je er telkens iets anders in ontdekken. Geleerden en dichters gebruikten de filosofenstenen in beslotenheid als bron voor meditatie, inspiratie, als richtsnoer en als bron voor verlichting. Opmerkelijk is de sokkel waarop een Suiseki wordt geplaatst. Meestal zijn het elegant bewerkte houten plateautjes (zoals hierboven) maar een plateau waarbij de steen wordt vastgehouden door een ingewikkelde, gepolijste wortelstructuur behoort ook tot de opties. In ieder geval vormen de sokkels een scherp contrast met de ruwe steen die erop staat. Het benadrukt de pure natuur van de steen. Het is natuurlijk maar wat je er in ziet, maar het laat mij in ieder geval met andere ogen naar mijn stenenverzameling kijken. Eigenlijk is iedereen met een fijne kei steenrijk. Het Kröller-Müller Museum in Otterlo bezit elf Filosofenstenen.Boekbinding
De liefde voor boeken zit 'm vaak niet enkel in de inhoud. Ook "de verpakking" is belangrijk. Dat hadden ze in de middeleeuwen mischien wel beter door dan nu. De boeken werden toen voor de eeuwigheid gemaakt. Dat ze ook een fortuin kostten hielp daar natuurlijk aan mee. De boeken van nu zijn wellicht niet meer zo duur, maar ook niet zo duurzaam. Toch is de kennis van vroeger niet helemaal verdwenen. Er zijn nog steeds boekbinders. Mensen die de kunst van het maken van een boek nog verstaan.
De restauratie van het visboek
Site van de Princeton University Library over oude boekbindmethoden.
Mousse au Chocolate
Ingrediënten 1 blaadje gelatine ~ 60 gram witte chocolade ~ 1 eetlepel heet water ~ 2 eierdooiers ~ 25 gram suiker ~ 2 eiwitten ~ liefde
Bereiden Klop de eiwitten heel stijf. Klop de eierdooiers met de suiker tot een dikke witte crème. Hak de chocolade in stukjes. Leg de gelatine (ca 5 minuten) in koud water. Smelt de chocoladeblokjes, au bain marie, totdat er geen stukjes meer in zitten. Nu kan de gelatine uitgeknepen worden. Los de gelatine op in het hete water en roer dit door de gesmolten chocolade. Roer de chocoladesaus door de witte crème en laat deze afkoelen tot ze lauw is. Spatel dan de crème door de eiwitten. Finish het geheel met een snuifje liefde. Laat c.a. 2 uur opstijven in de koelkast.
Bestel maar alvast engeltjes met een zwakke blaas voor de nodige lofzang op deze luchtige tongstreler. Geniet, Bon appetit!
Gallen
Een insect prikt in een plantenstengel, blad of boom, legt eitjes en verdwijnt. De gestoken plant in kwestie spuugt de indringers niet uit. Dat is op zich al vreemd, maar wat nog vreemder is hetgeen de plant wel doet. Afhankelijk van het insect wordt er een kraamkamer rond het broedsel gebouwd. De gal. Een gal kan er uitzien als een rare verdikking in de stengel van een plant, maar ook als een pluizige bal zoals hiernaast. Dat een plant "weet" wat er gebouwd moet worden en dat daarna dan ook nog doet is een mooi kunstje natuurlijke verleiding. Hoe zo'n klein insect dat doet is fasinerende denkstof. Ik wil dan ook niet weten dat chemische stofjes die lijken op de groeihormonen van de plant zelf (zoals Aminozuren, adenine, cytokininen, auxine- en gibberelline) hierbij van belang zijn. Dat vergalt een stukje van de mystiek. Laat mij wat dat bereft maar lekker in het verwonderings-stadium.
De tekening van een mosgal op een hondsroos is deel van een verzameling tekeningen die zijn gemaakt door Agnes Jongmans (2-9-1881 / 8-7-1958). Samen met Dr. W.M.I.Borst Pauwels (de man waarmee ze later trouwde) maakte ze in totaal 104 tekeningen van verschillende gallen. De tekeningen zijn gemaakt in de omgeving van onder andere Poelgeest, Noordwijk, Katwijk, Drunen, Bloemendaal, Wassenaar, Winterswijk, en Overveen in de jaren 1907 en 1908. Het zijn zeer mooie acurate tekeningen die gemaakt zijn om hun bruikbaarheid. Daardoor hebben ze niet het gelikte van een floraprent die je in een boek kan verwachten (zie ook Zweedse prenten) maar dat maakt ze voor mij niet minder. Ik hou er wel van als je kan zien dat iets gebruikt is.
De rest van de gallen vindt je hier
treehouses
Boomhut, Treehouse, Baumhaus. Drie woorden voor een plek waar je als kind kan dromen over andere werelden, zelfs al ben je al lang geen kind meer.
Walmor Corrêa
Hiernaast een afbeelding uit de zogenaamde "Atlas van de mythologische figuren in de wetenschap". De levensgrote prenten zijn wetenschappelijk van opzet, alsof het echte wezens zouden zijn. De wetenschappelijk getekende ingewanden, organen, spieren en botten met begeleidende teksten en een reeks detailuitwerkingen maken het geheel zeer overtuigend.
Glazig
Ik houd van glas met bijzondere vormen, gecombineerd met een functie. Zoals deze glazen karaf welke gebaseerd is op een tak. Bloedvaten zouden trouwens ook goed kunnen. Laat de fantasie maar de vrije loop. De karaf is gemaakt door Etienne Meneau.
Daarnaast heb ik een zwak voor laboratoriumglas. Dat is vaak zo mooi gemaakt; het gebruiksglas heeft autentieke vormen en verbindingsmethoden zijn simpel en doeltreffend. Het maakt iets van de alchemist in mij wakker. Als het dan ook nog gecombineerd wordt met een dagelijkse gebruikfunctie en een organische vorm, zoals in onderstaande voorbeelden, dan kan het wat mij betreft zo op mijn verlanglijstje. Wat ik opmerkelijk vind is dat zowel Rosalie Bak als Katja Prins op hetzelfde idee zijn gekomen, maar beide de organen van glas een geheel eigen stijl weten te geven. Ik hoop dat ze bij anderen ook iets teweeg brengen en dat het niet enkel bij een glazige blik blijft.
Meer over de Aderkaraf: http://the-strange-decanter.blogspot.com/
Zweedse Flora
Boefjes
Bekijk de karakteristieke koppen van de boefjes hier
Visboek van Adriaen Coenensz
Is het een visboek? Is het een kunstwerk? Ja dat is het!
Nudibranchs
Dit wonderlijke wezen hiernaast is een soort zeeslak, een Nudibranch. Deze naaktslakken van de zee worden gevonden op zeer verschillen de plaatsen van warme, zandige ondiepe riffen tot op de koude, duistere zeebodem op bijna een kilometer diepte. Deze dieren zijn traag en schijnbaar onbeschermd, toch worden ze niet zomaar opgegeten. Deze zeeslakken zijn uitstekend uitgerust om zich te verdedigen. Giftige afscheidingen en stekend cellen zijn een handelsmerk van deze weke kunstwerken. Met opzichtige kleurstellingen geven ze ook nog eens een waarschuwing af voor het nare hapje wat ze zijn.
Borametz
De fabel van de Borametz of ook wel het lam van Tartarije is een merkwaardig verhaal van wetenschappelijke dwaling dat gebaseerd was op een poëtische beschrijving van iets heel anders. Op het plaatje hiernaast staat zo'n Borametz
De Borametz groeit uit zaad, zoals van een meloen, maar dan ronder. Eens geplant groeit het uit tot een hoogte van ruim een halve meter. De Borametz heeft een hoofd, ogen, oren, en alle delen van het lichaam van een pas geboren lam. Het is geworteld door een navel in het midden van de buik en verslind de omliggende planten en het gras. Wanneer dit op is sterft het dier. Het vlees van de Borametz smaakt naar vis en zijn bloed naar honing. Wanneer de Borametz vruchten ontwikkelt barsten deze open en onthullen kleine lammetjes. De spierwitte lammetjes eten van het gras tot dit op is. Daarna komen ze los en sterft de moederplant. De botten van de Borametz schenken de gave van helderziendheid.
Dit bijzondere verhaal van het mythische lam prikkelde de verbeelding van mensen.
In de 16de en 17de eeuw, was de Borametz opnieuw onderwerp van onderzoek en gesprek onder de meest gevierde schrijvers, filosofen, en wetenschappelijke mannen van die tijd. Gedreven door de vele uitgebreide beschrijvingen werd er niet getwijfeld aan het bestaan van het plantaardige lam. Toch bleven tastbare exemplaren schaars. Daarom werden er meerdere expedities ondernomen, waar onder die van Engelbrecht Kaempfer. Hij ging naar Perzië in 1683 om te zoeken naar het lam ,maar kwam met lege handen terug. Zijn handschriften en collecties werden overgenomen door Sir Hans Sloane, een rijke Britse beschermheer, verzamelaar, en uiteindelijk stichter van het British Museum. Hij ontving in 1698 een exemplaar van dat wat geacht werd de mysterieuze Borametz of lam van Tartarije te zijn. Dat was tevens de doodsklap voor de legende. Sloane identificeerde de Borametz als een model dat geconstrueerd was van een gedeelte van een vertakte varen (Dicksonia borametz) dat op een slimme manier gemanipuleerd was zodat het er uitzag als een lam.
Maar als het verhaal van de Borametz niet klopte, wat werd er dan bedoelt met de beschrijving? Henry Lee gaf in 1887 uiteindelijk een logische verklaring. Hij concludeert dat deze prikkelende mythe ontstaan is uit poëtische beschrijvingen van de katoenplant. Lee verklaarde zich als volgt: Het ontstaan van dit verhaal van de lams-plant uit een gerucht van een merkwaardig feit in een gedetailleerde geschiedenis van een absurde fictie, laat er geen twijfel over bestaan dat het zijn oorsprong vind in de eerste beschrijvingen van de katoenplant en een relatie heeft met de invoering van katoen uit India in West-Azië en de aangrenzende delen van Oost-Europa.
Toch verdween de legende niet helemaal. Besproken door filosofen, gezocht door reizigers en ontdekkingsreizigers van deze tijd, beschreven in literatuur en poëzie blijft deze Borametz een sluimerend leven leiden.
Houtboek
The American Woods. Dat is de titel van een boek met maar liefst 354 houtstalen van Noord-Amerikaanse bomen. Het originele boek bevat van iedere houtsoort drie stalen. Een kopse, een schuine en een dwarsdoorsnede. Bij iedere soort is opgenomen hoe de boom in kwestie groeit, wat de houtkwaliteit is en waarvoor het geschikt is. Ook staat de toepassing van de vruchten, schors en wortels beschreven. Het levert een ongeëvenaard boek op. Zeker als je weet dat Romeyn Beck Hough het boek al in 1888 uitgaf en geen tekeningen of foto's, maar echt hout gebruikte. The American Woods is een boek voor iedereen die wil genieten van de schoonheid van hout .
Zeeforten
Tot dan rest mij een mooie serie foto's (van fotosite Flickr, gebruiker doctorboogie) over deze kolossen:http://www.flickr.com/photos/doctorboogie/sets/72057594124302151/show/
Vogelfanta
Vogels op papier kunnen er nog zo levensecht uitzien, maar vliegen doen ze niet. Voor de tentoonstelling over het duurste vogelboek van de wereld in het Teylers Museum werd een site gemaakt die heel creatief met dit gegeven omgaat. Je kunt er je eigen getekende vogel laten rondvliegen. Op de site vliegen wel honderden eigen getekende vogels rond. Je kunt ze roepen en dan komen ze op een paaltje zitten. Kijk uit want dat is uiteraard ook een fijne gelegenheid om iets anders te doen....
Ik zou iedereen willen aanbevelen om een vogeltje in te sturen en hoop dat de site nog lang "in de lucht" blijft...
Ga naar: http://www.vogelsvanformaat.nl/
Strandbeesten
Is het kunst of mechanica? Wat maakt het eigelijk uit. Echte beesten zijn het in ieder geval niet. Toch lopen ze zonder aandrijving over het strand en leven van de wind. De skeletsels van gele electriciteitsbuis en aanverwante artikelen, zoals flappen en zuigers, steken zeer ingenieus in elkaar. Theo Janssen een rasechte Nederlander maakte ze met als doel om ooit nog eens een zelfstandige populatie strandbeesten in het wild uit te kunnen zetten.
Dali
Dali, de bekende spaanse schilder met spitse snor, blijft mij boeien. Waarom?
Geplette lentebodes deel II
Ging het vorige stuk nog over het verzamelen, dit stuk gaat over het droog- en sorteerproces, de documentatie van je vondst en de beste bewaarmethode.
Thuis aangekomen begint het droog- en sorteerproces. Om de planten goed te kunnen bewaren moeten deze tussen kranten gelegd worden. Vloeipapier of koffiefilterpapier is trouwens ook goed. Het gaat er om dat het vocht uit de plant kan trekken. Let er bij het neerleggen wel op dat de plant netjes ligt. Eenmaal opgedroogd kun je niets meer aan de wijze waarop de plant ligt veranderen. Dus zorg ervoor dat alle onderdelen netjes liggen en niet overlappen. Overbodige bladeren knip je er gewoon af. Om de planten in de gewenste platte vorm te krijgen kun je een bloemenpers gebruiken, maar een stapeltje plantenvondsten tussen kranten, onder een ietwat groter stapeltje dikke boeken volstaat ook prima. Nu is het zorg dat de planten zo snel mogelijk drogen, want dan blijven de kleuren fris en fruitig. Dat doe je door de kranten de eerste dagen dagelijks en daarna regelmatig te verversen. Kost even wat werk, maar dan heb je ook wat. De wat drogere soorten, zoals grassen, behoeven wat minder werk dan bijvoorbeeld een waterplant, maar dat spreekt eigenlijk voor zich. Bloemen en dikkere onderdelen duren vaak het langste. Vergeet natuurlijk niet om het papiertje met alle gegevens iedere keer weer bij je vondst te stoppen. Het verversen van het papier wordt herhaald tot je aan de stijfheid van de plant voelt dat ie helemaal droog is. Als je trots bent op het gedroogde resultaat is het natuurlijk ook de moeite waard om van het herbarium iets moois te maken. Er zijn bijvoorbeeld boeken te koop met pagina’s van handgeschept papier en een leren kaft. Zo wordt je verzameling goed beschermd bewaard. Je kunt de vondstgegevens (wetenschappelijke en Nederlandse naam, plaats, datum, etc.) op een apart label schrijven dat je op iedere pagina plakt. Dat geeft het een ouderwets wetenschappelijk tintje. Schrijven met potlood wordt aangeraden, maar een mooie vloeiende tekst uit een kroontjespen vind ik eigenlijk veel mooier. O ja, het opplakken. Voor iedere plant reserveer je een bladzijde. De linkerbladzijde blijft, op een leuke anekdote of extra aantekening na, leeg. Maak voordat je het geheel opplakt een blad indeling. Voor het opplakken kun je lijm of smalle strookjes schildersplakband gebruiken. Kleine aantekeningen zoals een tekening van een doorsnede of het benoemen van enkele onderdelen maken het geheel af. Je kunt natuurlijk de pagina’s gewoon nummeren, maar wellicht is een Romeinse nummering ook wel eens leuk. De indeling kun je verhelderen door het toevoegen van een voorblad, en inhoudsopgave en kleine tabbladen, net naargelang de omvang van het boek en je eigen smaak. Is je herbarium klaar, berg ‘m dan op een droge stofvrije plek op. Maar niet te ver weg. Een nieuwe vondst is zo gedaan en dan begint het proces weer van voren af aan.










