De vijf smaken van de tong


De tong kan meerdere smaaksensaties waarnemen namelijk; zuur, bitter, zoet en zout. Nu werd vroeger aangenomen dat er mooi afgebakende gebieden waren waar dan ook de receptoren voor de verschillende smaken zaten. Dat blijkt maar ten dele waar. Zoet en zout proef je weliswaar beter voor op je tong, maar je kunt ze ook waarnemen met het achterste gedeelte. De smaken zitten dus veel meer verspreid dan aangenomen. Zo kun je bitter dus niet enkel achteraan op je tong waarnemen en is zuur niet specifiek voor de zijkanten van je tong. Deze gebieden zijn wel meer gespecialiseerd omdat er meer smaakspecifieke smaakreceptoren bij elkaar zitten. Smaak is voor een deel ook niet beperkt tot de tong. Ook bijvoorbeeld in de keelholte zitten smaakreceptoren. De "smaaksensatie" van hete, brandende pepers is overigens helemaal geen smaak, maar een irriterende reactie op de huid. Het schijnt heel vervelend te zijn om tabasco op gevoelige huid te krijgen.....

Om het nog moeilijker te maken: er is nog een vijfde relatief onbekende smaaksensatie. Dat is Umami. Deze smaak werd in 1908 door Kikunae Ikeda, Professor aan de Tokyo Imperial University Ontdekt. Het schijnt dat deze smaak zich het beste laat omschrijven als “hartig” en dat dit ook de smaak is waardoor je het water in de mond loopt. Dit alles door het stofje glutamaat, een aminozuur dat veel voorkomt in bijvoorbeeld rijpe tomaten, ketjap, groene thee, kaas en vis. De smaak Umami is ook verbonden aan moedermelk. Dus zonder het te weten is deze bijzondere smaak ons met de paplepel ingegoten.



op sterk glas gezet





Dieren op sterk water gezet in een mooie traditionele apothekersfles. Tenminste dat wil de Amerikaanse kunstenaar Steffen Dam ons doen laten geloven. De dieren zitten echter niet achter glas, maar zijn van glas. De kwal-achtige structuren met tentakels en al zijn op een kunstige manier in het glazen omhulsel gevangen. De kunstenaar gebruikt een speciaal procedé om zijn wonderlijke creaties te blazen en te gieten. Door de luchtbellen lijkt het wel alsof ze proberen te ontkomen aan hun sterke water. En dan is dit nog niet alles. De kunstenaar maakte nog veel meer moois, zoals coupes van allerlei plantaardige structuren.  Het is gewoonweg magnifiek! Wat mij betreft is dit rijp voor een nieuwe rage alá de gebroeders Blaschka. Het is sterk en breekbaar tegelijk. (en natuurlijk heel goed houdbaar)

russische chocolade


Ooit was Russische chocolade zo exclusief en duur dat het enkel bereikbaar was voor de Tzaren en Tzarina’s van het Russische imperium. Ik neem aan dat die chocola niet in een simpel doosje of reep werden afgeleverd, maar dat er wel een wat luxere verpakking aan te pas kwam.  Russische chocolade, zoals “Rode oktober”, wordt enkel samengesteld met de beste natuurlijke ingrediënten en heeft een zeer hoog cacaogehalte. Dat geeft de chocolade een bitterzoete volle smaak.
Na het Tzarentijdperk werd chocolade een meer bereikbaar product en betaalbaar. Op een zeker moment in de Sovjettijd aten de Russen wel 8 kilo chocolade per persoon. Ze hadden de chocolade duidelijk nodig om de moed er in te houden onder het communistische bewind en de chocoladefabrieken in Moscow en St. Petersburg draaiden dan ook volop.  
Tegenwoordig  is  de Russische chocolade ook buiten de Russische grenzen te krijgen. Maar wie weet waar deze tongstrelende retro-chocola in Nederland te verkrijgen is?

holi: maartfeest






In maart roert het weer z’n staart en laten de hindoestanen zich van hun meest kleurige kant zien. Het is namelijk Holi-feest. Het feest van een nieuw begin, van groei en het zegevieren van het goede op het kwade.
Holi is niet bepaald een tam nieuwjaarsfeest, maar een op en top lentefeest. Het is juist héél uitbundig. De mensen strooien poeder in allerlei knalkleuren in het rond en bekliederen elkaar met geurig water. Bij vrolijke muziek worden luidkeels dubbelzinnige liederen gezongen, er worden grappen uitgehaald en uiteraard enthousiast gedanst. De lol spat er vanaf en het elkaar inpeperen en ravotten wordt tot grote kunst verheven. Het poeder symboliseert dat iedereen gelijk is en dat het leven vergankelijk is. Gebruik van rood poeder symboliseert de overwinning en groen kleursel staat voor hoop en vertrouwen in de toekomst. Tijdens het Holifeest kent men geen onderscheid in rang, stand, arm of rijk. Iedereen is daadwerkelijk heel even gelijk zonder dat het een losgeslagen bende wordt. 
Holi is ondanks alle intense feestdrukte ook een tijd om tot bezinning te komen en aan de medemens te denken. Daarbij worden ook op persoonlijk vlak de jaloezie en haat uitgebannen om met een nieuwe lei  en samen met de omgeving aan een harmonieus nieuw jaar te beginnen.

sandelhout





De Sandelhoutboom is een langzaam groeiende boom met een bruingrijze stam en licht paarse bloemen. Hij kan tot twaalf meter hoog worden. Geduld is echter vereist. De boom moet minstens dertig jaar oud zijn voordat er een druppel goede etherische olie uit kan worden gewonnen. Bomen van veertig tot tachtig jaar hebben de voorkeur, want hoe ouder de boom wordt hoe sterker de heerlijke sandelhout geur van het hout. Voornamelijk het kernhout en de wortels bevatten veel essentiële olie. Daarom worden de waardevolle bomen niet gerooid door ze om te zagen maar worden ze met wortel en al geoogst. De geur van Sandelhout (de chemische stof die je ruikt heet Santalol) wordt omschreven als een zoete rijke, subtiel troostende en warme geur die lang blijft hangen.
In 1618 had de Verenigde Oost-Indische Compagnie (VOC) op Timor de handel in Sandelhout (Santalum album) stevig in handen. Dat was belangrijk, want in Azië was het een van de belangrijke handelswaren. De Aziaten gebruikte (en nog steeds) het hout voor de bouw van tempels en andere religieuze toepassingen zoals wierookstokjes en kunstig houtsnijwerk. Etherische olie uit sandelhout werd daarnaast in parfum en geneesmiddelen (tegen geslachtsziektes) verwerkt. Ook werd het hout gebruikt om meubels van te maken, dit omdat het zo stevig en bestand tegen insecten was. Kortom, een handeltje in Santalum album was dus zeer lucratief. De Hollanders probeerden daarom vaste voet op Timor en Soemba te krijgen al lukte dat op Soemba niet al te best. De vorsten aldaar voerden aan dat de kap van sandelhout op basis van hun religieuze overtuigingen bezwaarlijk was. Maar ja, tegen geld is alles te koop en zo oogstte de opperhoutvester van de VOC, ene heer de Voogd, langzaamaan het hele eiland leeg. De nieuwe aanplant waar hij ook voor verantwoordelijk was werd nooit groot, zeker nadat de markt instortte door concurrentie van plantages uit andere landen zoals India. Uit dat land komt nu nog steeds het meeste en ook beste sandelhout. Maar helaas is de vraag naar sandelhout groter dan de bomen groot kunnen groeien. Omdat goed Sandelhout door te jong kappen en illegale kap schaars aan het worden is is het hout het afgelopen decennium ontzettend duur geworden. Wat dat betreft zouden er meer volkeren zoals de mensen op Soemba mogen opstaan die de Sandelboom als heilig beschouwen en de kap dus op basis van hun religieuze overtuiging niet toestaan. Bedenk voordat je weer iets met sandelhout koopt eert of er niet een verdacht luchtje aan zit.

bladspiegel

Hoogstwaarschijnlijk heb je het zelf ook wel eens gedaan; het knippen van een silhouet. Het silhouet was in de tijd voor de fotografie een goedkope manier om je te laten portreteren. Een geknipt silhouet kon fungeren als visitekaartje of als gift aan een geliefde. De duurdere maar tevens decoratievere vormen waren een geschilderd portret of een gebeeldhouwde torso. Die stop je ook niet zomaar in je portomonee, dus een silhouet vulde de leemte mooi in. Mooi natuurlijk, maar het woord silhouet heeft een wat negatieve ontstaansgeschiedenis. Het woord silhouet komt namelijk van Étienne de Silhouette (1709-1767) . Hij was een Franse controleur-generaal van Financiën onder Lodewijk XV en zeer ongeliefd vanwege zijn harde belastingsmaatregelen die als goedkope zakkenklopperij gezien werd door de adel. Omdat de adel natuurlijk wél genoeg geld had voor een mooi geschilderd portretje, werd de geknipte en goedkope versie spottend Silhouet genoemd.
Het silhouet hierboven is uit een klimopblad geknipt door Jenny Lee Fowler, een Amerikaanse kunstenares die aan de Hudson in de staat New York woont. 




kievitsbloem





Waarom hebben Kievitsbloemen een schaakbordpatroon? Niet echt een makkelijk te beantwoorden vraag zo bleek. Mijn eerste zoekrichting lag op het chemische vlak. Een hele reeks van kleurpigmenten zorgt voor de verschillende bloemkleuren.  Ze hebben namen  als  anthocyanen,  flavonen of carotenoïden. De pigmenten hebben allemaal een bepaalde voorkeur waar ze zich ophopen en mijn idee was dat het schaakbordpatroon wel zou kunnen ontstaan door de mathematische presicie die wel in meer planten voorkomt. Daarvoor zou het witte gedeelte toch ook anders gevormd moeten zijn dan het rode. Er zijn echter geen aanwijzingen dat in het witte gedeelte van een kievitsbloem andere onderdelen voorkomen dan in de rode delen. Ook een verhaal over slecht mengende kleurpigmenten bleek een mooi bedachte, maar niet kloppende verklaring. Dus die zoekrichting was einde verhaal.

De volgende zoekrichting was insectenverleiding, want daar zijn bloemen goed in.  Insecten zien kleuren die het menselijk oog alleen onder ultraviolet licht kunnen zien. Kleurpatronen leiden bestuivende insecten naar hun bestemming als de lichtjes naast de landingsbaan een vliegtuig naar de grond leidt. Nu blijkt dat kievitsbloemen bestuifd worden door vliegen. Vliegen schijnen te houden van vlekpatronen.  Dat heeft de Kievitsbloem goed doorgehad. In de wedloop naar de beste vorm van verleiding is het schaakbord er als beste uitgekomen. Dus daarom heeft dit familielid van de lelies een schaakbordpatroon. Maar toch; hoe het blokjespatroon onstaat weet ik nog steeds niet. Laat ik die verwondering maar gewoon houden en straks weer genieten van die buitengewoon mooie Kievitsbloemen die hun kunstige tere schaakbord-bloemen uitklappen. Soms is het ook gewoon mooi om wat aan de verbeelding over te houden.

Suzanna Scott, menselijk huis



Deze kunstwerken die het woord "poppenhuis" een geheel andere dimensie geven zijn van Suzanna Scott en dit is haar favoriete gedicht:

My Shadow

By Robert Louis Stevenson, (1850–1894)


I have a little shadow that goes in and out with me,
And what can be the use of him is more than I can see.
He is very, very like me from the heels up to the head;
And I see him jump before me, when I jump into my bed.



The funniest thing about him is the way he likes to grow—
Not at all like proper children, which is always very slow;
For he sometimes shoots up taller like an India-rubber ball,
And he sometimes gets so little that there’s none of him at all.



He hasn’t got a notion of how children ought to play,
And can only make a fool of me in every sort of way.
He stays so close beside me, he’s a coward you can see;
I’d think shame to stick to nursie as that shadow sticks to me!



One morning, very early, before the sun was up,
I rose and found the shining dew on every buttercup;
But my lazy little shadow, like an arrant sleepy-head,
Had stayed at home behind me and was fast asleep in bed.



Geïriseerd glas



Door het verblijf in de bodem kan glas aangetast raken. Dat klinkt alsof het vervelend of erg is, maar het tegengestelde is waar.  Het glasoppervlak verweerd en verkleurt door chemische reacties met de kiezelzuren in de grond. Soms vertoont het schilferende verweringslaagje op het glas alle kleuren van de regenboog, een verschijnsel dat daarom ook wel irisering wordt genoemd. Geïriseerd glas uit de bodem is pure natuur en pure magie. Door de vele jaren in de bodem wordt het patina veelal mooier. Bijna al het oude glaswerk wat opgegraven wordt heeft een iriserende weerschijn. Dat maakt deze bodemvondsten een kostbaar goed Gevoelig Handelswaar klasse C.

kandij





Zwarte kandijsuiker uit India en Iran werd door 17e eeuwse artsen zoals Herman Boerhaave als middel tegen keelpijn voorgeschreven. Nu vinden we het vooral lekker en loopt het water al in de mond bij de gedachte aan een grote klont kandij. Tijd om het zelf te maken dus.

Ingrediënten en benodigdheden:

300 gram suiker
steelpannetje
fornuis
houten lepel
100 ml  water
huishoudfolie
glazen kommetje of een glas met dikke 
wollen draad met een gewichtje (een flinke glazen kraal, een steen met een gat o.i.d.)
stokje dat langer is dan de diameter van het kommetje

Laten we beginnen. Als eerste doen we de suiker in het steelpannetje en zetten het op een laag vuur op het fornuis. Roer door met de houten lepel zodat de suiker op de bodem niet aanbrand maar wel smelt en bruin verkleurd.

Als de suiker naar jouw mening voldoende gecarameliseerd is haal je eerst de wollen draad  voor de helft door de caramel. De draad leg je op wat huishoudfolie in de koelkast of even in de vriezer zodat de caramel snel hard wordt.

Aan de overgebleven caramel voeg je het water toe. Let op, het water mag niet gaan koken. Nu blijf je roeren totdat alle gecarameliseerde suiker opgelost is in het water. Dat kan even duren want het water moet echt helemaal verzadigd zijn met suiker om goed te werken. Als je denkt dat je nog meer suiker in je kandijsiroop in wording zou kunnen oplossen kun je nog wat extra suiker aan de oplossing toevoegen.

Nu kun je de kandijoplossing even laten afkoelen totdat die net wat warmer is dan handwarm (voor het geval je een thermometer hebt: laten afkoelen tot 50 graden celcius).

Maak in de tussentijd de wollen draad aan de ongecarameliseerde zijde vast aan het stokje dat langer is dan de diameter van het glazen kommetje. Bekleed het kommetje met huishoudfolie. Leg het stokje op de rand van het kommetje en laat de draad met het gewichtje er aan in het kommetje hangen. Zorg ervoor dat het gewichtje de bodem niet raakt (kort het touwtje desnoods een stuk je in).

Giet nu de kandijsiroop erbij en wacht. Of beter, ga vooral iets anders doen. Pas na twee weken hebben zich suikerkristallen met caramelsmaak aan de draad en de huishoudfolie gehecht.  En voilá, echte eigen gemaakte kandij!


Relieken

Relikwieën, ook wel relieken genoemd, zijn overblijfselen in de meest brede zin van het woord. Om het een beetje in te perken richt ik me op de overblijfselen met een religieuze verering binnen het christendom. Relieken binnen het  christendom zijn namelijk beperkt tot alles wat in aanraking is geweest met heiligen. Nou ja beperkt…. De indeling van de relieken lijkt een beetje op die van brandwonden: 1e graads voor alle lichaamsdelen van de betreffende heilige, 2e graads voor z’n kleding en 3e graads voor voorwerpen die ooit met de heilige in contact zijn geweest. Omdat de verering van al dat heiligs al in 993 uit de hand begon te lopen besloot de toenmalige paus dat hij voortaan het aleenrecht had op heiligverklaringen.

Als je je bedenkt dat er ongeveer 10.000 heiligen zijn (om over de zaligverklaarden nog maar niet te spreken), al deze heiligen meerdere kledingstukken hadden en het aantal botten in een gemiddeld mensenlichaam ongeveer 206 bedraagt, dan kun je je indenken dat het aantal relieken nogal kan oplopen. Daarnaast zijn er natuurlijk ook bloed, nagels, haren en huid. Dan hebben we het geeneens gehad over het aantal relieken dat je kunt maken van een gezegend middenhandsbeentje, een heilig geitenwollen gewaad of een houten kruis. Daarmee heb je dan een samenvatting van de 1e en 2e graads relieken. De derde graads relieken zijn wat schimmiger, want hoe bewijs je bijvoorbeeld dat er uit een beker ooit wijn gedronken werd door heilige x? En was dat dan die keer dat hij of zij heel erg dronken werd, of juist die keer dat er een wonder verricht werd? Tja, dat is een kwestie van geloof en daar is op zich niks mis mee. In de late Middeleeuwen was er echter een levendige handel in relikwieën. Veel van de toen verhandelde relikwieën zijn nogal omstreden. Zo zijn er meer botsplinters van Jesus Christus in omloop dan de beste man ooit in zijn goddelijke lichaam kan hebben gehad. De handel in relieken is vanaf 1600 wat beter geregeld. Alle relikwieën kregen vanaf toen een zegel en een certificaat en de heiligen kregen een eigen heiligendag. In 1962 is deze heiligenkalender nog “opgeschoond”.


Omdat een reliek nu eenmaal niet in een sigarenkistje bewaard kan worden werden er reliekhouders gemaakt voor de vaak onooglijke voorwerpen. Voor de heilige bewaarplaats werden de meest kostbare materialen gebruikt. Als relikwieën zichtbaar in een altaar geplaatst werden wordt er gesproken van een schrijn.  Dit toon je niet zo makkelijk aan het volk en daarom werden er handzame reliekhouders gemaakt die makkelijker getoond konden worden. Vaak hadden deze relikwieënkastjes de vorm van het deel waar het reliek vanaf kwam (zoals een voet of een hand) en een glazen kijkglas. Wat er ook van relieken gezegd kan worden, het doel heiligt de middelen zonder zelf een heilige koe te worden.

Parke Harrison







Parke Harrison maakt wat je noemt fine art fotografie die je op poëtische wijze laat nadenken over hoe wij als mensen omgaan met onze omgeving. Zelf zegt hij dat zijn foto's verhalen vertellen over verlies, menselijke strijd en persoonlijke reflectie in landschappen die de littekens dragen van technologie en overmatig gebruik. Hij streeft er naar om met zijn beelden de verhalen van onze vaak verwarrende, destructieve tijd vast te leggen en slaagt daar in zonder met een vermanend vingertje in de lucht te wijzen. Bij mij roept het het verlangen op om nieuwe wegen te verkennen door anders om te gaan met hetgeen we hebben. Het leven is een experiment, soms gaat het goed en soms fout. Dat is Levolutie.



Zoethoutertje




Zoethout voor een cent. Ach, dat is al lang niet meer. Tja, als je weet dat zoethout helemaal uit het zuiden van Europa komt dan is een hogere prijs al snel gerechtvaardigd. Zoethout zoals wij dat kennen is de wortel van de zoethoutstruik Glycyrrhiza glabra. De kleine struiken kunnen tot één meter hoog worden en komen uit het Middellandse zee-gebied. De zoethoutwortelstruiken worden na de zomer uit de grond gehaald. De wortels van de plant kunnen dan wel tot vier meter diep gegroeid zijn. Nadat de struik is uitgegraven, wordt een deel van de wortels afgeknipt. De struik zelf gaat terug de grond in om verder te groeien. De zoethoutoogst wordt in de zon gedroogd om schimmelgroei tegen te gaan. 
De lekkere, zoete smaak van de wortels van de zoethoutplant was al bekend bij de Egyptenaren. Zoethout bevat een zoetstof, glycyrrhizinezuur, die tot wel 50 keer zo sterk is als suiker, maar niet schadelijk is voor de tanden, maar wel voor je bloeddruk. Zoethout (ook wel, calischenhout, kalissenhout, kalissiehout of gewoon kalisse genoemd) werd aanvankelijk vooral als dorstlesser en als geneesmiddel gebruikt. Maagzweren, keelaandoeningen en ademhalingsproblemen werden behandeld met zoethout als remedie. De Romeinen maakte van de zoethoutwortel al dropjes door zoethoutpulp met water uit te koken tot een siroop en dit dan te vermengen met Arabische gom en eventueel wat salmiakzout. Wie drop uitvond is tot op de dag van vandaag niet bekend. De uitvinder hoefde door z'n vinding in ieder geval nooit meer op een houtje te bijten.

ivoren venus







In de Victoriaanse tijd hielden ze er een merkwaardige smaak voor morbide dingen op na. Anatomische modellen waren dan ook populaire onderwerpen voor openbare tentoonstellingen. Educatie, zinneprikkeling en een wijze les in deugdzaamheid gingen hand in hand. De modellen werden gemaakt van vleeskleurig papier maché, ivoor, hout en was. Het leverde fabelachtige, lugubere en levensechte modellen op over bijvoorbeeld een dissectie met zicht op de inwendige organen of een serie over geslachtsziektes. De mens werd in al z'n naakte schoonheid en lelijkheid verheerlijkt. Juist dat laatste zorgde voor een tegenreactie. Onder het mom van "verwerpelijke lijken verheerlijking" werden vele modellen vernietigd. De overgebleven modellen doorstonden de tand des tijds in duistere achterkamers en stoffige depots en zijn dan ook uiterst zeldzaam.


Een van de meest bijzondere vormen van anatomiemodellen is zogenaamde anatomische venus. Dit waren mooie, naakte dames waarvan de torso geopend kon worden en de inwendige organen bekeken. Meestal hebben deze modellen een baarmoeder in zwangere "staat". De zwangere vrouwen hebben mooie gezichten die lijken op de traditionele beelden van de Madonna. De wassen versies hebben zelfs echt (schaam)haar. Die levensgrote vrouwen zijn oorspronkelijk gemodeleerd voor privé-collecties, of een medisch-wetenschappelijk nut. De ivoren pocket venus (veelal vervaardigd uit een stuk ivoor), was te klein voor een echte representatie van alle organen en is wellicht gebruikt als voorlichtingsmateriaal voor de puberende elite. Werd het gesprek over bloemetjes en bijtjes tóch nog interessant.  

letterlijk bijzonder



Soms kom je van die dingen tegen die gewoon er om vragen om bekeken te worden. Zo ook het bijzonder mooie abc van Marin van Uhm. Gewoon genieten. Een bekende (inmiddels dode) modeontwerper zou gezegd hebben; "wat een mooie vormen en wat een kleuren! En hij zou groot gelijk hebben gehad. Nieuw? Nee, maar ook nog niet oud. Dit is gewoon tijdloos mooi met een hoofdletter Mmmm. Er staat uiteraard Frumingelo, de verhaspeling van het Antilliaanse frominga (wat mier betekent) met de toevoeging "lo". Tezamen vormt het een alternatieve schrijfwijze voor  mijn familienaam Van Mierlo: Frumingelo!

schoenen over de draad

Je hebt ze vast wel eens ooit gezien. Een paar schoenen, met de veters aan elkaar geknoopt en daarna over een draad gegooid. Hoe meer je er op let hoe vaker je dergelijke “schoen-gooi-plekken” zal zien. Heel bizar en zonder een duidelijk onderling verband zijn ze er "gewoon". De verklaring waarom laat zich niet eenduidig opschrijven. Dus wat je hieronder ook leest; het blijft een groot mysterie.

Criminaliteit
Onder het kopje criminaliteit vallen drie verschillende verklaringen. De eerste zegt dat de opgeknoopte schoenen duiden op een plek waar een bendelid vermoord is. Een tweede verklaring rept over het feit dat de schoenen een plek aangeven waar verkoop van verslavende middelen plaatsvindt, zoals crack of heroïne. De laatste versie onder het kopje criminaliteit stelt dat het gestolen schoenen zijn van een boef met spijt.

Werk gerelateerd
Of beter gezegd als het (school)werk gedaan is gooit men de aan elkaar geknoopte schoenen over de draad. Tenminste; dit wordt gezegd van militairen na beëindiging van hun diensttijd en van scholieren na de afronding van school. Een andere werkgerelateerde oplossing van het schoenen-mysterie zou wanbetaling zijn. Alsof de arbeider in kwestie zou willen zeggen “ik verzet geen stap meer voordat ik geld krijg”.

Andere verklaringen
In relatie met een gewone plagerij, een dronkenmansgrap of als onderdeel van een ontgroening wordt het over de draad gooien van schoenen ook wel genoemd. Een ander heeft het over bescherming tegen spoken, of heel wat aardser, gewoon versiering van de omgeving.  Een mooie afsluiter tenslotte; maagdelijkheid. In Schotland gaat het verhaal dat het gooien van schoenen over een electriciteitsdraad onderdeel is van een overgangsrite. Wannneer een jonge man (veelal nog net vrijgezel) zijn maagdelijkheid verliest laat hij dat aan zijn omgeving weten door zijn schoenen over de draad te gooien. Wilgen waren hoogstwaarschijnlijk bij dit gebruik ook zeer populair.

geboorte van de kerstbal






Joel, Schreeuw, De geest is los, We jagen hem samen terug naar het bos! *

Germaanse Joelfeesten hadden als doel om boze geesten te verdrijven en zo de goede weg in te slaan naar langere,  lichtere en warmere dagen. In de Germaanse tijd was het al gebruikelijk om tijdens het joelfeest glimmende voorwerpen in een boom te hangen om het licht te weerkaatsen en te vermenigvuldigen. Dat werden onder invloed van het christendom vruchtbaarheidssymbolen zoals appeltjes, koek en noten.  Maar ja, wat doe je als je krap bij kas zit en dus geen geld hebt om het dure voedsel zomaar in de boom te hangen?


Dit overkwam ene Johann Simon Lindner in het Duitse dorpje Lauscha in Thüringen.  Lauscha was bekend om z'n glazen kralen en ook Johann was glasblazer. 1831 was een slecht "kralen-jaar" geweest en er was niet veel geld te spenderen aan het kerstfeest. Als vervanging van de natuurlijke versiering in zijn sparrenboom blies Johann Simon Lindner uit pure armoede glazen versies van het fruit en de noten. Eigenlijk waren het grote kralen met een laagje lood aan de binnenzijde. De glimmende glazen kerstbal was geboren en iedereen was er dol op! Alle natuurlijke versieringen werden voortaan in glas geblazen. Het lood werd vervangen door zilvernitraat en gekleurde lak, wat nog mooiere ballen opleverde. Onbedoeld werd een germaanse traditie weer in ere hersteld. Vanaf de glazen kerstbal is ieder kerstfeest een feest van licht en glans. 





* liedje dat we ooit met de Brabantse dag zongen

Pieckfijn

Anton Pieck is echt het summum van een romantische schilder, al mogen z'n etsen en tekeningen er ook zeker zijn. Zelfs zijn meest donkere werken zijn nog doorspekt met een vleugje humor. De details zijn om van te smullen en in overdaad aanwezig. Je krijgt meteen weer zin in vroeger, met schuine huizen en iedereen met paard en wagen weer door de straat terwijl ik zelf het geschilderde vroeger helemaal nooit meegemaakt heb. Het ademt gewoon uit zijn werken! Zijn werk speelt nooit in het heden. Altijd waan je je in het verleden. De ene keer in het verre verre oosten, de andere keer in het vergeten Portugal of in pitoresk Engeland. Nederland wordt uiteraard ook niet overgeslagen. Wat dat betreft verloochend hij zijn wortels niet. Pieck is op zijn best in de drukte; in een speelgoedwinkel, op een tentoonstelling of bij een verhuizing. Hij vangt als ware net dat moment waarop het leven de moeite van het vastleggen waard was. Natuurlijk tekende Pieck ook voor de Efteling, iets wat ze daar hebben weten te koesteren. Daarom ademt ook dit pretpark sfeer uit, iets dat je niet veel tegen zal komen op een ander "pret-voor-een-dag-park". Met andere woorden; het is er Pieckfijn.

St Bernard







Een sint bernardshond met een vaatje drank om z'n nek is zoals Sinterklaas met een staf en mijter. Zonder zijn ze geen iconen, maar zomaar gewoon gewoon (kijk voor het gebruik van deze dubbele woordkeus ook even naar hetgeen Paulien Cornelisse er over zegt).


De kanunniken van het hospies van Sint- Bernard in Zwitserland kregen in de achttiende eeuw een hond cadeau van een rijke Britse gast. De honden werden tot halfweg de twintigste eeuw door de kanunniken gebruikt als reddershond. In de sneeuw lieten ze een lekker duidelijk spoor achter en ook bleken ze een erg goede neus te hebben voor het opsporen van vermiste klimmers in de verradelijke bergen.  


Dat vaatje kwam pas later en is een verhaal op zich.  Een van de sint bernard honden heette Barry. Barry I was een echte beroemdheid. Hij redde maar liefst veertig mensenlevens! Dat was voldoende om na zijn overlijden de lobbes op te zetten en een plekje te geven in het museum van Martigny. Dat was al in 1815. Maar ach, Roem is vergankelijk en zo belandde Barry op een gegeven moment in het depot in de kelder van het museum. Nu was op die plek ook een soort van personeelskantine. Schijnbaar heeft op een onbewaakt ogenblik een van de tijdelijke Italiaanse medewerkers zijn mobiele wijnvaatje op de nek van de mensenredder gehangen. Reden?; Hij vond dat de hond wel iets van een halsband moest hebben. Hij had duidelijk te diep in het vaatje gekeken. Bij de rehabilitatie van Barry I in 1923 vonden ze het vaatje wel een grappig detail en lieten het voor wat het was. 
Nu is er ook een andere ontstaansverklaring mogelijk. Ene Edwin Landseer schilderde in 1820 een schilderij met de zacht zoete titel "Alpine Mastiffs Reanimating a Distressed Traveller". Een van de honden heeft duidelijk een vaatje drank om zijn nek. Één plus één is wat dat betreft twee en het tot de verbeelding sprekende idee van de drank serverende hond was geboren. 

Gvozdariki




Gvozdariki, oftewel Vladimir Gvozdev, is de kunstenaar die deze realistische collages van gemechaniseerde organismen maakt. De radertjes, tandwielen, kleine verzamelingetjes, aandrijfmechanismen tezamen met de natuurlijke vormen van vissen, slakken en andere wezens maken ze tot ware wondertjes van kunstenaarsvernuft.

Het is alsof Jules Verne met Darwin en Walmor Correa een ontwerpsessie hebben gehouden en de bouwtekening hebben voorzien van commentaar en technische berekeningen. Het valt bij deze kunstenaar allemaal precies in elkaar.

luchtig fenomeen




Een fenomeen. Pak een lekker kopje hete thee en doe er een lepeltje in. Tik op de bodem en luister: het geluid van de tik wordt steeds hoger!

Dat komt omdat er steeds meer miniscule luchtbelletjes ontsnappen en knappen door het tikken. Geluidsgolven reizen een stuk langzamer door lucht dan door vloeistof. Eerst verlaagt de warme vloeistof de frequentie van de geluidsgolven in het kopje. Het geluid wordt door het roeren ietswat vervormd. Gaandeweg het tikken, als de belletjes verdwijnen en de demping afneemt, wordt de toon hoger. Als je weer gaat roeren, daalt de toon weer. 


Mooi hè, hoe de wondertjes in de kleine dingen zitten.

nonsens gedichten






Wat een heerlijke nonsensgedichten heeft de dichter Cees Buddingh toch geschreven. De Blauwbilgorgel is uiteraard het meest bekend, al mogen de vijfvooreenhoorn, de slurfparkiet, de hoplakever en de knork er ook zijn. Stuk voor stuk gorgelrijmen met een bijzondere woordsmaak, cadans en gekruid met een bijzondere mate van kolderie. Ach, weet je, de Blauwbilgorgel kun je nog wel ergens anders lezen. Laat ik hier eens de ballade van de pantippel laten klinken (wel hardop voorlezen anders hoor je nog niets).


Ballade van de pantippel


De pantippel werd geboren
op een mooie dag in mei,
met een arendsneus van voren
en een ezelsoor opzij.


Toen hij nauwelijks dertien jaar was
Zond zijn moeder hem naar zee,
En omdat hij nog niet goed gaar was
Ging zijn vader met hem mee.


Op 'De wijlen Christoph Wieland'
Monsterden zij  monter aan
Doch het schip is reeds voor Vlieland
In een noorderstorm vergaan.


't Laatste wat de meeuwen zagen
Was een zachtgeel ezelsoor,
Flappend in de regenvlagen
Toen ging ook dat oor teloor.






Hoe magisch tragisch!!






zeepaardjes







Een mevrouw gaat naar de supermarkt in Kelapa Gading voor een kilo rundergehakt. De Indonesische mevrouw naast haar koopt twee grote zakken kippenklauwtjes. Kippenklauwtjes? Daar zit toch geen vlees aan? 'Gaat u die eten?' vraagt ze. De mevrouw begint hartelijk te lachen. 'Natuurlijk niet! Daar koken we soep van! Voor de baby. Zodat hij sneller gaat lopen.' O ja. Logisch natuurlijk. Soep van pootjes. Verderop in de winkel staan potten met gedroogde zeepaardjes. Lekker om op te peuzelen! Maar nee. 'Zeepaardjes moet je niet eten!' zegt de Chinese dame naast de mevrouw. 'Het is een medicijn. Je moet het laten weken in druivensap. En dan opdrinken.' Aha. Natuurlijk. Een medicijn. En dan snapt ze al waar het goed voor is. Om beter te leren zwemmen natuurlijk. Weer mis. Zeepaardjesthee is niet om sneller te zwemmen, maar om meer energie te krijgen.



Tot zover de praktijk in Kelapa Gading en vele andere oosterse steden, dorpen en gehuchten. Ieder jaar leggen ongeveer 20 miljoen zeepaardjes het loodje om de traditionele Chinese medicijn markt te bedienen. De medicinale werking van zeepaard is al 400 tot 500 jaar van generatie op generatie via folkloristische vertellingen overgeleverd. Voornamelijk Indonesië, India en de Philipijnen vangen en drogen veel van deze bijzondere vissoort. Omdat de vraag hoog is heeft er overbevissing plaats gevonden en zijn zelfs de meest voorkomende zeepaardjes niet meer zo algemeen of zelfs bedreigd. Maar waarvoor? Zeepaard wordt geacht te werken tegen astma, een te hoog cholesterol en (daar is ie weer) Impotentie. Ook handig voor bedplassende kinderen en nierproblemen in verschillende stadia.

Hadden we in Nederland ook maar van zulke zeepaardjes. Nou dat hebben we ook. In de Oosterschelde leven zelfs twee soorten zeepaardjes: het kortsnuit-zeepaardje ook wel Hippocampus hippocampus genoemd en het langsnuit-zeepaardje, ook wel Hippocampus guttulatus genoemd. Het verschil is natuurlijk de spitsere snuit bij de laatste. Beide hebben daarnaast witte stippen en zijn bruin. Nog een overeenkomst; Ze zijn zeer zeldzaam, net als de zeegrasvelden waar ze graag in vertoeven. Zeepaardjes eten plankton, kleine kreeftachtigen, aasgarnalen en vislarven. Ze slurpen ze op met hun snuit. Bijzonder is dat het zeepaardje een uitwendig pantser heeft. De zogenaamde beenplaatjes zitten aan de buitenkant en geven het wezen zijn unieke uitgemergelde uiterlijk. Of zouden het de zorgen zijn? In ieder geval, wat zeldzaam is moet in ieder geval zeldzaam blijven. Dus vangen voor medicijnen is een beetje het zeepaard achter de wagen spannen.

morsecodes





Samuel Morse werd geboren in 1791 in de VS. Hij was naast schilder ook uitvinder. Zijn vrouw Lucretia Pickering Walker, overleed kort na de geboorte van hun vierde kind terwijl Samuel op reis was. Het bericht van haar dood ontving hij middels een brief van zijn vader. Door de tijd die verstreek tussen haar dood en zijn terugkeer was het hem niet gegeven om fysiek afscheid te nemen van zijn vrouw. Ze was namelijk reeds begraven. Dat vond Morse zo vervelend dat hij begon na te denken over methodes om over lane afstanden snel te communiceren. Zijn denkwerk resulteerde in de telegraaf en het morsecode alfabet. Om beurse vingers te voorkomen werden er al snel afkortingen van hele zinnen bedacht die verdacht veel lijken op de huidige SMS-taal.

De Morse-code werd een internationale standaard en een aantal regeringen heeft Morse dan ook onderscheiden. Op de foto draagt Samuel Morse de Turkse Hoge Orde van de Eer, de Portugese Orde van de Toren en het Zwaard, de Deense Orde van de Dannebrog, de ster en het ridderkruis van de Orde van Isabella de Katholieke, de Franse Orde van het Legioen van Eer en de Orde van Sint-Mauritius en Sint-Lazarus van Savoye. Morse mocht ook het Keizerlijk-Koninklijk Oostenrijks-Hongaars Ereteken voor Kunst en Wetenschap dragen, maar dat paste niet meer op z’n jasje denk ik.


Related Posts with Thumbnails