Philipp Franz Balthasar von Siebold was een Duitse ontdekkingsreiziger en arts in Nederlandse dienst in Japan in een tijd dat het buitenlandse beleid van Japan er een van Sakoku ( “land in ketenen”) was. De 120e keizer van Japan , Ninko, had niet veel in te brengen en het land werd geregeerd door de 11e Shogun, Tokugawa Ienari, die op grond van de Sakoku er voor zorgde dat geen enkele vreemdeling of Japanner het land zonder toestemming kon binnenkomen of verlaten op straffe van de dood. Een uitzondering op deze regel betrof Nederlanders en Chinezen. Omdat Von Siebold in dienst was bij de Nederlanders werd hij gedoogd, maar hij mocht niet zomaar het binnenland in. Dat was juist wat hij wel wilde. Philipp verzamelde namelijk planten en was een kundig arts. Die kennis bleef niet onopgemerkt en al snel bouwde hij een botanische tuin op en gaf aan Japanse studenten les. Deze laatsten zorgden ervoor dat hij toch z’n zin kreeg. Langzaamaan vulde zijn botanische tuin in de Nederlandse handelspost zich met exemplaren van allerlei planten die uit de binnenlanden van Japan kwamen. Hieronder waren de eerste exemplaren van verschillende hosta’s, azalea’s en hortensia’s. exemplaren van verschillende planten stuurde hij naar Leiden, Gent, Brussel en Antwerpen. Van 1822 tot 1830 bouwde Von Siebold met wisselend succes aan zijn plantencollectie. Uiteindelijk werd hij door de Japanse bestuurders het land uitgezet. Hij had namelijk een nogal gedetailleerde kaart van Japan en dat was voor de heren reden om aan te nemen dat hij dan wel een spion moest zijn. Samen met 2.000 soorten planten, de eerste botanische collectie van Japanse planten in Europa, keerde hij terug naar Nederland. Vandaag de dag is deze belangrijke plantenverzamelaar van weleer vergeten, maar zijn naam leeft voort in vele planten waar we dagelijks van kunnen genieten. Hosta hortensia azalea's
Philipp Franz Balthasar von Siebold was een Duitse ontdekkingsreiziger en arts in Nederlandse dienst in Japan in een tijd dat het buitenlandse beleid van Japan er een van Sakoku ( “land in ketenen”) was. De 120e keizer van Japan , Ninko, had niet veel in te brengen en het land werd geregeerd door de 11e Shogun, Tokugawa Ienari, die op grond van de Sakoku er voor zorgde dat geen enkele vreemdeling of Japanner het land zonder toestemming kon binnenkomen of verlaten op straffe van de dood. Een uitzondering op deze regel betrof Nederlanders en Chinezen. Omdat Von Siebold in dienst was bij de Nederlanders werd hij gedoogd, maar hij mocht niet zomaar het binnenland in. Dat was juist wat hij wel wilde. Philipp verzamelde namelijk planten en was een kundig arts. Die kennis bleef niet onopgemerkt en al snel bouwde hij een botanische tuin op en gaf aan Japanse studenten les. Deze laatsten zorgden ervoor dat hij toch z’n zin kreeg. Langzaamaan vulde zijn botanische tuin in de Nederlandse handelspost zich met exemplaren van allerlei planten die uit de binnenlanden van Japan kwamen. Hieronder waren de eerste exemplaren van verschillende hosta’s, azalea’s en hortensia’s. exemplaren van verschillende planten stuurde hij naar Leiden, Gent, Brussel en Antwerpen. Van 1822 tot 1830 bouwde Von Siebold met wisselend succes aan zijn plantencollectie. Uiteindelijk werd hij door de Japanse bestuurders het land uitgezet. Hij had namelijk een nogal gedetailleerde kaart van Japan en dat was voor de heren reden om aan te nemen dat hij dan wel een spion moest zijn. Samen met 2.000 soorten planten, de eerste botanische collectie van Japanse planten in Europa, keerde hij terug naar Nederland. Vandaag de dag is deze belangrijke plantenverzamelaar van weleer vergeten, maar zijn naam leeft voort in vele planten waar we dagelijks van kunnen genieten. Gothic works
Je ziet het goed dit is een betonmolen. Maar dan wel een van gelazerd staal. Nou vind ik gotische gebouwen en voorwerpen vaak net iets teveel van het goede qua pracht en praal, maar dit is zo over de top dat het weer heel erg mooi wordt. Bovendien is de gekozen vorm zo afwijkend en niet-kerkelijk dat je er juist weer heel anders tegenaan kan kijken. In dezelfde iconische serie verschenen ook een shovel, een graafmachine, een cementtruck en een dieplader. Allemaal levensgroot uitgesneden uit dik metaal met een precicie en een snelheid waarvan de beeldhouwers van de gotische kathedralen enkel konden dromen. Ik weet trouwens niet hoelang de gebeeldhouwde truck uit hout kostte om te maken. Dat staat nergens vermeld. Kijk hier verder... in de wereld van Wim Delvoye, de maker van dit verheven schoons.Engeland is geen eiland

Doggerland. Het heeft echt bestaan, of beter gezegd; het bestaat nog steeds. Het is een van de verdronken delen van Europa. Doggerland ligt tussen Engeland en het Europese vaste land. In iedere periode met een lage zeespiegel , de laatste keer was zo’n 11.000 jaar geleden, stond het land van de zuidelijke Noordzee droog. Dat kon ook, want een groot deel van het water was teruggetrokken op de polen , waar het als een enorme ijsmassa op het land aanwezig was en het continent in de laatste ijstijd tot nu toe gevangen hield.
Doggersland lag dus droog en koud, maar zeker niet leeg tussen het hogere Engeland en Europese continent. Saai was het er niet. Er leefden onder andere wolharige mammoeten, steppewisenten, muskusossen, rendieren, grottenberen en grottenhyena’s. Nog niet zo lang geleden visten vissers de onderkaak van een grottenleeuw op; de grootste kat die ooit in Europa heeft geleefd. Het gebied van de landbrug bestond uit heuvelachtig laagland met hier en daar een rivier stromend door een parkachtig landschap.
Al in 1913 schreef de Britse paleobotanicus Clement Reid (1853-1916) dat de Noordzeebodem archeologische voorwerpen moest bevatten waaronder oude menselijke resten en oerbossen. Ondanks de sceptische reacties kreeg hij gelijk. Alles werd gevonden, de botten van de oerdieren, de boomstammen en zelfs de oude rivierbeddingen van tot dan toe onbekende rivieren. En toen was daar in 2008 de vondst waar je natuurlijk op kon gaan zitten te wachten. Jan Meulmeester, een fervent fossielenzoeker, haalde uit een partij opgezogen grind en modder tientallen vuurstenen vuistbijlen. Menselijke woonsporen, dus. Maar het werd nog mooier. In 2009 kwam het nieuws naar buiten dat een Belgische fossielenverzamelaar al in 2001 een schedelfragment van een Neanderthaler had gevonden. Er kan dus geen vergissing meer over bestaan; ook “wij” waren vroeger bewoners van Doggerland.
op
zondag, mei 15, 2011
Labels:
eiland,
Engeland,
Geografica,
geschiedenis,
landschap,
opgegraven,
uitgestorven,
Zee,
Zoogdieren
mechanische leeuw
Onder automaten verstaat men, in het algemeen, allerhande kunstige figuren, welke door middel van verborgen raderen, gewichten, veren zich kunnen bewegen, vliegen, spreken, zingen, en andere uiteenlopende verrichtingen. De uitvinding schijnt al zeer oud te zijn, al reeds lang vóór het begin van onze jaartelling. Tenminste dat vermeld het stuk uit Vaderlandsche Letteroefeningen van Lucas Oling uit 1802. Uit dat zelfde stuk komt ook het onderstaande fragment dat handelt over de mechanische leeuw die Leonardo da Vinci ooit voor de koning van Frankrijk heeft gebouwd.
"Ook de beroemde Wiskonstenaar, leonard da vinci, stelde lodewyk de XII, by deszelfs Intrede te Milaan, een konstryke Automaat voor; namentlyk een Leeuw, welke eenige treden voor den Koning ging, daarop stil stond, de kaaken opsperde, en in deezen het wapen van Frankryk vertoonde."
Bekijk hier de gehele tekst en verbaas je over de vele bijzonder kunstige automaten die in het verleden gemaakt zijn. Of ze echt allemaal bestonden of zijn ontsproten aan de fantasierijke geest van de bedenkers is aan de lezer.
dendrochronologie
Leuk zo’n opgegraven boot, maar hoe oud is het ding eigenlijk? Die vraag heeft, in meerdere varianten, wetenschappers bezig gehouden, of het nu ging om een boot, een viool of een omstreden schilderij.
Theophrastus, een student van Aristoteles (370 -285 voor Christus) schreef al op dat bomen ieder jaar een groeiring produceren. Per jaar lijken het er twee, maar feitelijk is het één ring met grote cellen in het groeiseizoen (lente-zomer) en kleine cellen tegen het einde van het groeiseizoen (herfst). Leonardo da Vinci (1452 - 1519) voegde daar aan toe dat er een relatie bestaat tussen de breedte van de ring en de hoeveelheid regen die valt in een bepaald jaar. Hij gebruikte het om het weer uit vroegere jaren te reconstrueren. Dat opende de mogelijkheden om iets te zeggen over lang vervlogen tijden. In 1837 voorspelde Charles Babbage (de uitvinder van de eerste echte computer) dat je door de patronen van brede en smalle jaarringen van verschillende oude woudreuzen te vergelijken je een hele kaart zou kunnen maken van het verleden. Die voorspelling resulteerde uiteindelijk in de wetenschappelijke stroming dendrochronologie.
Dendrochronologie houdt zich bezig met het dateren van houten voorwerpen aan de hand van de in de voorwerpen herkenbare jaarringen. Zoals Da Vinci al opmerkte verschillen de jaarringen per jaar. In droge en natte jaren, of in koude en warme, zullen bomen ringen van een verschillende breedte vormen. Er ontstaat een patroon. Deze patronen kunnen worden vastgelegd door een doorsnee van het hout onder het microscoop te leggen en de breedte van iedere jaarring nauwkeurig op te meten. Bomen in dezelfde klimaatzone zijn met elkaar te vergelijken al dient er wel rekening gehouden worden met de standplaats van een boom. Hierdoor kunnen plaatselijk verschillen optreden. Een boom in het open veld groeit nu eenmaal anders dan een boom in het bos of het moeras. De eerste die het goed voor elkaar kreeg om archeologische resten te dateren was de Amerikaan Andrew E. Douglass. Door de gehele reeks van jaarringpatronen achter elkaar te leggen is het ook in Nederland gelukt om een unieke reeks te maken die bijna tot aan de vorige ijstijd (ongeveer tienduizend jaar geleden) loopt. Doordat Nederland een echt handelsland is kan het zo zijn dat het hout uit bijvoorbeeld Duitsland of Zweden afkomstig is. Daar zijn dan weer andere jaarringkalenders voor. Voor hout uit Nederland bestaan sinds 1995 de eerste standaardkalenders. Door jaarringpatronen uit een boot, een viool of uit een beschilderd paneel te vergelijken met de juiste jaarringreeks (ook wel standaardkalender genoemd) kan men de ouderdom bepalen. Tenminste als het stuk hout van een eik, es, iep beuk of grove den is en je weet waar het vandaan komt. Anders klopt er geen hout van.
opaal
Laat ik eens beginnen met te zeggen dat er 20 soorten opaal zijn. Van heel saai bruin tot heel exotisch komen ze voor. De meest gewaardeerde stenen zijn de glinsterende varianten met mooie kleurenwisselingen. Die schitterende kleuren ontstaan als het licht erop valt, maar het licht is maar een klein deel van de verklaring. Opaal is een zogeheten amorfe variëteit van kwarts, een gehydrateerd siliciumdioxide. Dat gehydrateerd mag je heel letterlijk nemen want soms bestaat het wonderlijke mineraal wel voor 20% uit water. Als het licht op het opaal valt dringt een gedeelte door tot minieme, regelmatig gerangschikte openingen binnen de microstructuur van het opaal. Daar wordt het teruggekaatst vanaf een soort fijne laagjes van kiezelzuur. Dit gebeurt op zo’n manier dat de lichtgolven elkaar beïnvloeden. Ze worden afgebogen, versterken elkaar of zorgen juist voor demping van een lichtgolf. Daardoor ontstaan verschillende kleuren en is het formidabele kleurenspel (ook wel opalescentie genoemd) een feit.
Antikytheramechanisme
Het was een grote klomp, door het zeewater gecorrodeerd, brons die in 1900 voor de kust van het Griekse eiland Antikythera door sponsduikers werd gevonden. De klomp was omhuld met hout, wat na blootstelling aan de lucht al snel uit elkaar viel. De klomp bleek een tandwiel en een soort zonnewiel te bevatten en dat was hoogst vreemd. Zover men tot dan toe wist kenden de Grieken in de tijd waaruit bijbehorende vondsten stamden helemaal geen metalen tandwielen. De klomp met het tandwiel belandde echter in het archief. De Britse natuurkundige Derek de Solla Price was de eerste die de klomp brons echt goed onderzocht. Hij bekeek het eerst heel lang van de buitenkant (in 1959). De echte doorbraak kwam toen hij in de jaren zeventig röntgenfoto’s van het voorwerp maakte. In de klomp brons bevonden zich allerlei tandwielen en wijzerplaten. Wel dertig in totaal. Er was dus duidelijksprake van een mechanisme: het Antikythera mechanisme. De onderdelen van het mechanisme waren echter in de loop van de tijd in elkaar gedrukt en ook verschoven, wat een analyse niet makkelijk maakte. Derek de Solla Price bewees met zijn onderzoek dat het ging om een astronomisch instrument met zowel een zon- als een maankalender.
In 2005 is het Antikythera mechanisme nogmaals onderzocht en dat leverde weer nieuwe dingen op. Zo zijn de structuur van het tandwielmechanisme en de teksten op de tandwielen nog beter zichtbaar gemaakt. Door de ontcijfering van de inscripties zijn de functies van de verschillende tandwielen duidelijker geworden. Zo werden de sterrenbeelden van de Griekse dierenriem en de Egyptische jaarkalender zichtbaar. Aan de hand van de schrijfstijl van de inscripties is afgeleid dat het mechanisme dateert uit de periode 150 – 100 voor Christus. Bijzonder is ook dat het hier duidelijk gaat om een mechanisme dat efficiënt werkte waarvoor het gemaakt was. Geen enkele van de dertig tandwielen was overbodig en ook zijn er geen correcties of aanpassingen gevonden. Dat doet vermoeden dat het niet het eerste astronomische mechanisme was dat in die tijd werd gemaakt. De geleerden zijn er echter niet achter gekomen wie dit vernuftige mechaniek ontworpen heeft. De namen die genoemd worden zijn Archimedes, Posidonius en Hipparchus, maar het zou zomaar een andere kundige slimmerik geweest kunnen zijn. Dat staat zelfs niet in de sterren geschreven.
yarn bomb
Aan de categorie guerilla-technieken is nog niet zo lang geleden een zeer bijzondere techniek toegevoegd: Wild-breien.
Breien?
Ja breien.
Op de meest vreemde plekken duiken breiwerkjes op. Ze versieren bomen, banken en kunstwerken. Zo kreeg de dame hiernaast een steunkous. Een rode draad is niet echt te ontdekken. Dat maakt het op een leuke manier ongrijpbaar. Gelukkig is de brei-guerilla niet kwaadwillend. Ze maakt het leven gewoon een stukje kleurrijker. Het is een GGA (Goede Geheime Actie) met een wollen randje. Nu is Yarn-bombing, zoals het officieel heet, natuurlijk terug te vinden in de "grote" stad, maar ook bijvoorbeeld bij het gemeentehuis van de gemeente Best*....(zelf gespot). Dus de volgende keer als je door de staat loopt hou je ogen goed open en beleef je omgeving op een geheel nieuwe manier!
* Ik was het niet. Ik kan namelijk helemaal niet breien. wel geniaal, tenminste als je weet wat het is....
zoutpilaren
Zoutpilaren zijn bizar vreemde geologische verschijningen waarover de wetenschap nog niet helemaal eens is hoe ze nu helemaal zijn ontstaan. De geleerden zijn er in ieder geval over eens dat Zoutpilaren bestaan uit de zouten Natriumchloride (ook wel keukenzout genoemd), calciumcarbonaat (ook wel kalk genoemd) en calciumsulfaat (ook wel gips genoemd). Voeg daar nog een snuifje dolomiet, anhydriet, kaliumchloride, carnalliet en kaliumsulfaat aan toe en je hebt werkelijk een heel bijzonder brouwsel, tenminste als je er ietwat water bij doet. De eerste theorie gaat voor de vorming van een zoutpilaar uit van verdamping. Hoe meer water verdampt hoe meer zout er zal neerslaan in de vorm van kristallen die zich het liefste ergens aan hechten en vanuit dat begin verder groeien. Bij verdere verdamping komt de zoutmassa boven water te staan en kun je spreken van en heuse zoutpilaar. Zo simpel is het. Maar daar denken anderen weer heel anders over (meestal zo met anderen).
De zoutafzettingen hebben een bijzondere eigenschap als ze in de aardkorst voorkomen. Het gedraagt zich een beetje als stroop die maar niet dikker wordt en dus ook niet zwaarder zoals andere gesteentes. Hierdoor is het zoutmengsel als snel lichter en gaat als het ware omhoogdrijven. Bij scheuren in de aardkorst welt het zout omhoog en vormt daar ondergrondse structuren (zoutpilaren) die later aan de oppervlakte komen. Dat hier vulkanische activiteit nog een handje in geholpen zou kunnen hebben zou best nog wel eens waar kunnen zijn. Dat er nog van allerlei onopgeloste vragen zijn en de theorieën beide met een korrelzout genomen kunnen worden versterkt het magische van deze bijzonder mooie natuurverschijnselen.
De vijf smaken van de tong
De tong kan meerdere smaaksensaties waarnemen namelijk; zuur, bitter, zoet en zout. Nu werd vroeger aangenomen dat er mooi afgebakende gebieden waren waar dan ook de receptoren voor de verschillende smaken zaten. Dat blijkt maar ten dele waar. Zoet en zout proef je weliswaar beter voor op je tong, maar je kunt ze ook waarnemen met het achterste gedeelte. De smaken zitten dus veel meer verspreid dan aangenomen. Zo kun je bitter dus niet enkel achteraan op je tong waarnemen en is zuur niet specifiek voor de zijkanten van je tong. Deze gebieden zijn wel meer gespecialiseerd omdat er meer smaakspecifieke smaakreceptoren bij elkaar zitten. Smaak is voor een deel ook niet beperkt tot de tong. Ook bijvoorbeeld in de keelholte zitten smaakreceptoren. De "smaaksensatie" van hete, brandende pepers is overigens helemaal geen smaak, maar een irriterende reactie op de huid. Het schijnt heel vervelend te zijn om tabasco op gevoelige huid te krijgen.....
Om het nog moeilijker te maken: er is nog een vijfde relatief onbekende smaaksensatie. Dat is Umami. Deze smaak werd in 1908 door Kikunae Ikeda, Professor aan de Tokyo Imperial University Ontdekt. Het schijnt dat deze smaak zich het beste laat omschrijven als “hartig” en dat dit ook de smaak is waardoor je het water in de mond loopt. Dit alles door het stofje glutamaat, een aminozuur dat veel voorkomt in bijvoorbeeld rijpe tomaten, ketjap, groene thee, kaas en vis. De smaak Umami is ook verbonden aan moedermelk. Dus zonder het te weten is deze bijzondere smaak ons met de paplepel ingegoten.
op sterk glas gezet
Dieren op sterk water gezet in een mooie traditionele apothekersfles. Tenminste dat wil de Amerikaanse kunstenaar Steffen Dam ons doen laten geloven. De dieren zitten echter niet achter glas, maar zijn van glas. De kwal-achtige structuren met tentakels en al zijn op een kunstige manier in het glazen omhulsel gevangen. De kunstenaar gebruikt een speciaal procedé om zijn wonderlijke creaties te blazen en te gieten. Door de luchtbellen lijkt het wel alsof ze proberen te ontkomen aan hun sterke water. En dan is dit nog niet alles. De kunstenaar maakte nog veel meer moois, zoals coupes van allerlei plantaardige structuren. Het is gewoonweg magnifiek! Wat mij betreft is dit rijp voor een nieuwe rage alá de gebroeders Blaschka. Het is sterk en breekbaar tegelijk. (en natuurlijk heel goed houdbaar)
russische chocolade
Ooit was Russische chocolade zo exclusief en duur dat het enkel bereikbaar was voor de Tzaren en Tzarina’s van het Russische imperium. Ik neem aan dat die chocola niet in een simpel doosje of reep werden afgeleverd, maar dat er wel een wat luxere verpakking aan te pas kwam. Russische chocolade, zoals “Rode oktober”, wordt enkel samengesteld met de beste natuurlijke ingrediënten en heeft een zeer hoog cacaogehalte. Dat geeft de chocolade een bitterzoete volle smaak.
Na het Tzarentijdperk werd chocolade een meer bereikbaar product en betaalbaar. Op een zeker moment in de Sovjettijd aten de Russen wel 8 kilo chocolade per persoon. Ze hadden de chocolade duidelijk nodig om de moed er in te houden onder het communistische bewind en de chocoladefabrieken in Moscow en St. Petersburg draaiden dan ook volop.
Tegenwoordig is de Russische chocolade ook buiten de Russische grenzen te krijgen. Maar wie weet waar deze tongstrelende retro-chocola in Nederland te verkrijgen is?
holi: maartfeest
In maart roert het weer z’n staart en laten de hindoestanen zich van hun meest kleurige kant zien. Het is namelijk Holi-feest. Het feest van een nieuw begin, van groei en het zegevieren van het goede op het kwade.
Holi is niet bepaald een tam nieuwjaarsfeest, maar een op en top lentefeest. Het is juist héél uitbundig. De mensen strooien poeder in allerlei knalkleuren in het rond en bekliederen elkaar met geurig water. Bij vrolijke muziek worden luidkeels dubbelzinnige liederen gezongen, er worden grappen uitgehaald en uiteraard enthousiast gedanst. De lol spat er vanaf en het elkaar inpeperen en ravotten wordt tot grote kunst verheven. Het poeder symboliseert dat iedereen gelijk is en dat het leven vergankelijk is. Gebruik van rood poeder symboliseert de overwinning en groen kleursel staat voor hoop en vertrouwen in de toekomst. Tijdens het Holifeest kent men geen onderscheid in rang, stand, arm of rijk. Iedereen is daadwerkelijk heel even gelijk zonder dat het een losgeslagen bende wordt.
Holi is ondanks alle intense feestdrukte ook een tijd om tot bezinning te komen en aan de medemens te denken. Daarbij worden ook op persoonlijk vlak de jaloezie en haat uitgebannen om met een nieuwe lei en samen met de omgeving aan een harmonieus nieuw jaar te beginnen.sandelhout
De Sandelhoutboom is een langzaam groeiende boom met een bruingrijze stam en licht paarse bloemen. Hij kan tot twaalf meter hoog worden. Geduld is echter vereist. De boom moet minstens dertig jaar oud zijn voordat er een druppel goede etherische olie uit kan worden gewonnen. Bomen van veertig tot tachtig jaar hebben de voorkeur, want hoe ouder de boom wordt hoe sterker de heerlijke sandelhout geur van het hout. Voornamelijk het kernhout en de wortels bevatten veel essentiële olie. Daarom worden de waardevolle bomen niet gerooid door ze om te zagen maar worden ze met wortel en al geoogst. De geur van Sandelhout (de chemische stof die je ruikt heet Santalol) wordt omschreven als een zoete rijke, subtiel troostende en warme geur die lang blijft hangen.
In 1618 had de Verenigde Oost-Indische Compagnie (VOC) op Timor de handel in Sandelhout (Santalum album) stevig in handen. Dat was belangrijk, want in Azië was het een van de belangrijke handelswaren. De Aziaten gebruikte (en nog steeds) het hout voor de bouw van tempels en andere religieuze toepassingen zoals wierookstokjes en kunstig houtsnijwerk. Etherische olie uit sandelhout werd daarnaast in parfum en geneesmiddelen (tegen geslachtsziektes) verwerkt. Ook werd het hout gebruikt om meubels van te maken, dit omdat het zo stevig en bestand tegen insecten was. Kortom, een handeltje in Santalum album was dus zeer lucratief. De Hollanders probeerden daarom vaste voet op Timor en Soemba te krijgen al lukte dat op Soemba niet al te best. De vorsten aldaar voerden aan dat de kap van sandelhout op basis van hun religieuze overtuigingen bezwaarlijk was. Maar ja, tegen geld is alles te koop en zo oogstte de opperhoutvester van de VOC, ene heer de Voogd, langzaamaan het hele eiland leeg. De nieuwe aanplant waar hij ook voor verantwoordelijk was werd nooit groot, zeker nadat de markt instortte door concurrentie van plantages uit andere landen zoals India. Uit dat land komt nu nog steeds het meeste en ook beste sandelhout. Maar helaas is de vraag naar sandelhout groter dan de bomen groot kunnen groeien. Omdat goed Sandelhout door te jong kappen en illegale kap schaars aan het worden is is het hout het afgelopen decennium ontzettend duur geworden. Wat dat betreft zouden er meer volkeren zoals de mensen op Soemba mogen opstaan die de Sandelboom als heilig beschouwen en de kap dus op basis van hun religieuze overtuiging niet toestaan. Bedenk voordat je weer iets met sandelhout koopt eert of er niet een verdacht luchtje aan zit.bladspiegel
Hoogstwaarschijnlijk heb je het zelf ook wel eens gedaan; het knippen van een silhouet. Het silhouet was in de tijd voor de fotografie een goedkope manier om je te laten portreteren. Een geknipt silhouet kon fungeren als visitekaartje of als gift aan een geliefde. De duurdere maar tevens decoratievere vormen waren een geschilderd portret of een gebeeldhouwde torso. Die stop je ook niet zomaar in je portomonee, dus een silhouet vulde de leemte mooi in. Mooi natuurlijk, maar het woord silhouet heeft een wat negatieve ontstaansgeschiedenis. Het woord silhouet komt namelijk van Étienne de Silhouette (1709-1767) . Hij was een Franse controleur-generaal van Financiën onder Lodewijk XV en zeer ongeliefd vanwege zijn harde belastingsmaatregelen die als goedkope zakkenklopperij gezien werd door de adel. Omdat de adel natuurlijk wél genoeg geld had voor een mooi geschilderd portretje, werd de geknipte en goedkope versie spottend Silhouet genoemd.Het silhouet hierboven is uit een klimopblad geknipt door Jenny Lee Fowler, een Amerikaanse kunstenares die aan de Hudson in de staat New York woont.
kievitsbloem
Waarom hebben Kievitsbloemen een schaakbordpatroon? Niet echt een makkelijk te beantwoorden vraag zo bleek. Mijn eerste zoekrichting lag op het chemische vlak. Een hele reeks van kleurpigmenten zorgt voor de verschillende bloemkleuren. Ze hebben namen als anthocyanen, flavonen of carotenoïden. De pigmenten hebben allemaal een bepaalde voorkeur waar ze zich ophopen en mijn idee was dat het schaakbordpatroon wel zou kunnen ontstaan door de mathematische presicie die wel in meer planten voorkomt. Daarvoor zou het witte gedeelte toch ook anders gevormd moeten zijn dan het rode. Er zijn echter geen aanwijzingen dat in het witte gedeelte van een kievitsbloem andere onderdelen voorkomen dan in de rode delen. Ook een verhaal over slecht mengende kleurpigmenten bleek een mooi bedachte, maar niet kloppende verklaring. Dus die zoekrichting was einde verhaal.De volgende zoekrichting was insectenverleiding, want daar zijn bloemen goed in. Insecten zien kleuren die het menselijk oog alleen onder ultraviolet licht kunnen zien. Kleurpatronen leiden bestuivende insecten naar hun bestemming als de lichtjes naast de landingsbaan een vliegtuig naar de grond leidt. Nu blijkt dat kievitsbloemen bestuifd worden door vliegen. Vliegen schijnen te houden van vlekpatronen. Dat heeft de Kievitsbloem goed doorgehad. In de wedloop naar de beste vorm van verleiding is het schaakbord er als beste uitgekomen. Dus daarom heeft dit familielid van de lelies een schaakbordpatroon. Maar toch; hoe het blokjespatroon onstaat weet ik nog steeds niet. Laat ik die verwondering maar gewoon houden en straks weer genieten van die buitengewoon mooie Kievitsbloemen die hun kunstige tere schaakbord-bloemen uitklappen. Soms is het ook gewoon mooi om wat aan de verbeelding over te houden.
Suzanna Scott, menselijk huis
Deze kunstwerken die het woord "poppenhuis" een geheel andere dimensie geven zijn van Suzanna Scott en dit is haar favoriete gedicht:
My Shadow
By Robert Louis Stevenson, (1850–1894)
I have a little shadow that goes in and out with me,
And what can be the use of him is more than I can see.
He is very, very like me from the heels up to the head;
And I see him jump before me, when I jump into my bed.
The funniest thing about him is the way he likes to grow—
Not at all like proper children, which is always very slow;
For he sometimes shoots up taller like an India-rubber ball,
And he sometimes gets so little that there’s none of him at all.
He hasn’t got a notion of how children ought to play,
And can only make a fool of me in every sort of way.
He stays so close beside me, he’s a coward you can see;
I’d think shame to stick to nursie as that shadow sticks to me!
One morning, very early, before the sun was up,
I rose and found the shining dew on every buttercup;
But my lazy little shadow, like an arrant sleepy-head,
Had stayed at home behind me and was fast asleep in bed.
Geïriseerd glas
Door het verblijf in de bodem kan glas aangetast raken. Dat klinkt alsof het vervelend of erg is, maar het tegengestelde is waar. Het glasoppervlak verweerd en verkleurt door chemische reacties met de kiezelzuren in de grond. Soms vertoont het schilferende verweringslaagje op het glas alle kleuren van de regenboog, een verschijnsel dat daarom ook wel irisering wordt genoemd. Geïriseerd glas uit de bodem is pure natuur en pure magie. Door de vele jaren in de bodem wordt het patina veelal mooier. Bijna al het oude glaswerk wat opgegraven wordt heeft een iriserende weerschijn. Dat maakt deze bodemvondsten een kostbaar goed Gevoelig Handelswaar klasse C.
kandij
Zwarte kandijsuiker uit India en Iran werd door 17e eeuwse artsen zoals Herman Boerhaave als middel tegen keelpijn voorgeschreven. Nu vinden we het vooral lekker en loopt het water al in de mond bij de gedachte aan een grote klont kandij. Tijd om het zelf te maken dus.
Ingrediënten en benodigdheden:
300 gram suiker
steelpannetje
fornuis
houten lepel
100 ml water
huishoudfolie
glazen kommetje of een glas met dikke
wollen draad met een gewichtje (een flinke glazen kraal, een steen met een gat o.i.d.)
stokje dat langer is dan de diameter van het kommetje
Laten we beginnen. Als eerste doen we de suiker in het steelpannetje en zetten het op een laag vuur op het fornuis. Roer door met de houten lepel zodat de suiker op de bodem niet aanbrand maar wel smelt en bruin verkleurd. Als de suiker naar jouw mening voldoende gecarameliseerd is haal je eerst de wollen draad voor de helft door de caramel. De draad leg je op wat huishoudfolie in de koelkast of even in de vriezer zodat de caramel snel hard wordt.
Aan de overgebleven caramel voeg je het water toe. Let op, het water mag niet gaan koken. Nu blijf je roeren totdat alle gecarameliseerde suiker opgelost is in het water. Dat kan even duren want het water moet echt helemaal verzadigd zijn met suiker om goed te werken. Als je denkt dat je nog meer suiker in je kandijsiroop in wording zou kunnen oplossen kun je nog wat extra suiker aan de oplossing toevoegen.
Nu kun je de kandijoplossing even laten afkoelen totdat die net wat warmer is dan handwarm (voor het geval je een thermometer hebt: laten afkoelen tot 50 graden celcius).
Maak in de tussentijd de wollen draad aan de ongecarameliseerde zijde vast aan het stokje dat langer is dan de diameter van het glazen kommetje. Bekleed het kommetje met huishoudfolie. Leg het stokje op de rand van het kommetje en laat de draad met het gewichtje er aan in het kommetje hangen. Zorg ervoor dat het gewichtje de bodem niet raakt (kort het touwtje desnoods een stuk je in).
Giet nu de kandijsiroop erbij en wacht. Of beter, ga vooral iets anders doen. Pas na twee weken hebben zich suikerkristallen met caramelsmaak aan de draad en de huishoudfolie gehecht. En voilá, echte eigen gemaakte kandij!
Relieken
Relikwieën, ook wel relieken genoemd, zijn overblijfselen in de meest brede zin van het woord. Om het een beetje in te perken richt ik me op de overblijfselen met een religieuze verering binnen het christendom. Relieken binnen het christendom zijn namelijk beperkt tot alles wat in aanraking is geweest met heiligen. Nou ja beperkt…. De indeling van de relieken lijkt een beetje op die van brandwonden: 1e graads voor alle lichaamsdelen van de betreffende heilige, 2e graads voor z’n kleding en 3e graads voor voorwerpen die ooit met de heilige in contact zijn geweest. Omdat de verering van al dat heiligs al in 993 uit de hand begon te lopen besloot de toenmalige paus dat hij voortaan het aleenrecht had op heiligverklaringen.
Als je je bedenkt dat er ongeveer 10.000 heiligen zijn (om over de zaligverklaarden nog maar niet te spreken), al deze heiligen meerdere kledingstukken hadden en het aantal botten in een gemiddeld mensenlichaam ongeveer 206 bedraagt, dan kun je je indenken dat het aantal relieken nogal kan oplopen. Daarnaast zijn er natuurlijk ook bloed, nagels, haren en huid. Dan hebben we het geeneens gehad over het aantal relieken dat je kunt maken van een gezegend middenhandsbeentje, een heilig geitenwollen gewaad of een houten kruis. Daarmee heb je dan een samenvatting van de 1e en 2e graads relieken. De derde graads relieken zijn wat schimmiger, want hoe bewijs je bijvoorbeeld dat er uit een beker ooit wijn gedronken werd door heilige x? En was dat dan die keer dat hij of zij heel erg dronken werd, of juist die keer dat er een wonder verricht werd? Tja, dat is een kwestie van geloof en daar is op zich niks mis mee. In de late Middeleeuwen was er echter een levendige handel in relikwieën. Veel van de toen verhandelde relikwieën zijn nogal omstreden. Zo zijn er meer botsplinters van Jesus Christus in omloop dan de beste man ooit in zijn goddelijke lichaam kan hebben gehad. De handel in relieken is vanaf 1600 wat beter geregeld. Alle relikwieën kregen vanaf toen een zegel en een certificaat en de heiligen kregen een eigen heiligendag. In 1962 is deze heiligenkalender nog “opgeschoond”.Omdat een reliek nu eenmaal niet in een sigarenkistje bewaard kan worden werden er reliekhouders gemaakt voor de vaak onooglijke voorwerpen. Voor de heilige bewaarplaats werden de meest kostbare materialen gebruikt. Als relikwieën zichtbaar in een altaar geplaatst werden wordt er gesproken van een schrijn. Dit toon je niet zo makkelijk aan het volk en daarom werden er handzame reliekhouders gemaakt die makkelijker getoond konden worden. Vaak hadden deze relikwieënkastjes de vorm van het deel waar het reliek vanaf kwam (zoals een voet of een hand) en een glazen kijkglas. Wat er ook van relieken gezegd kan worden, het doel heiligt de middelen zonder zelf een heilige koe te worden.
Parke Harrison
Parke Harrison maakt wat je noemt fine art fotografie die je op poëtische wijze laat nadenken over hoe wij als mensen omgaan met onze omgeving. Zelf zegt hij dat zijn foto's verhalen vertellen over verlies, menselijke strijd en persoonlijke reflectie in landschappen die de littekens dragen van technologie en overmatig gebruik. Hij streeft er naar om met zijn beelden de verhalen van onze vaak verwarrende, destructieve tijd vast te leggen en slaagt daar in zonder met een vermanend vingertje in de lucht te wijzen. Bij mij roept het het verlangen op om nieuwe wegen te verkennen door anders om te gaan met hetgeen we hebben. Het leven is een experiment, soms gaat het goed en soms fout. Dat is Levolutie.
Zoethoutertje
Zoethout voor een cent. Ach, dat is al lang niet meer. Tja, als je weet dat zoethout helemaal uit het zuiden van Europa komt dan is een hogere prijs al snel gerechtvaardigd. Zoethout zoals wij dat kennen is de wortel van de zoethoutstruik Glycyrrhiza glabra. De kleine struiken kunnen tot één meter hoog worden en komen uit het Middellandse zee-gebied. De zoethoutwortelstruiken worden na de zomer uit de grond gehaald. De wortels van de plant kunnen dan wel tot vier meter diep gegroeid zijn. Nadat de struik is uitgegraven, wordt een deel van de wortels afgeknipt. De struik zelf gaat terug de grond in om verder te groeien. De zoethoutoogst wordt in de zon gedroogd om schimmelgroei tegen te gaan.
De lekkere, zoete smaak van de wortels van de zoethoutplant was al bekend bij de Egyptenaren. Zoethout bevat een zoetstof, glycyrrhizinezuur, die tot wel 50 keer zo sterk is als suiker, maar niet schadelijk is voor de tanden, maar wel voor je bloeddruk. Zoethout (ook wel, calischenhout, kalissenhout, kalissiehout of gewoon kalisse genoemd) werd aanvankelijk vooral als dorstlesser en als geneesmiddel gebruikt. Maagzweren, keelaandoeningen en ademhalingsproblemen werden behandeld met zoethout als remedie. De Romeinen maakte van de zoethoutwortel al dropjes door zoethoutpulp met water uit te koken tot een siroop en dit dan te vermengen met Arabische gom en eventueel wat salmiakzout. Wie drop uitvond is tot op de dag van vandaag niet bekend. De uitvinder hoefde door z'n vinding in ieder geval nooit meer op een houtje te bijten.ivoren venus

In de Victoriaanse tijd hielden ze er een merkwaardige smaak voor morbide dingen op na. Anatomische modellen waren dan ook populaire onderwerpen voor openbare tentoonstellingen. Educatie, zinneprikkeling en een wijze les in deugdzaamheid gingen hand in hand. De modellen werden gemaakt van vleeskleurig papier maché, ivoor, hout en was. Het leverde fabelachtige, lugubere en levensechte modellen op over bijvoorbeeld een dissectie met zicht op de inwendige organen of een serie over geslachtsziektes. De mens werd in al z'n naakte schoonheid en lelijkheid verheerlijkt. Juist dat laatste zorgde voor een tegenreactie. Onder het mom van "verwerpelijke lijken verheerlijking" werden vele modellen vernietigd. De overgebleven modellen doorstonden de tand des tijds in duistere achterkamers en stoffige depots en zijn dan ook uiterst zeldzaam.
Een van de meest bijzondere vormen van anatomiemodellen is zogenaamde anatomische venus. Dit waren mooie, naakte dames waarvan de torso geopend kon worden en de inwendige organen bekeken. Meestal hebben deze modellen een baarmoeder in zwangere "staat". De zwangere vrouwen hebben mooie gezichten die lijken op de traditionele beelden van de Madonna. De wassen versies hebben zelfs echt (schaam)haar. Die levensgrote vrouwen zijn oorspronkelijk gemodeleerd voor privé-collecties, of een medisch-wetenschappelijk nut. De ivoren pocket venus (veelal vervaardigd uit een stuk ivoor), was te klein voor een echte representatie van alle organen en is wellicht gebruikt als voorlichtingsmateriaal voor de puberende elite. Werd het gesprek over bloemetjes en bijtjes tóch nog interessant.
Abonneren op:
Posts (Atom)











