Ik krijg er een beetje karmijnzuur gevoel bij dat rood. Gelukkig is er ook E124, de synthetische versie van E120.
E120
Ik krijg er een beetje karmijnzuur gevoel bij dat rood. Gelukkig is er ook E124, de synthetische versie van E120.
cameleon
Met name als een kameleon opgewonden is of stress ondervindt kan de kleur binnen korte tijd dramatisch veranderen. Een zieke, angstige of boze kameleon kleurt zeer donker tot bijna zwart, soms met felgekleurde vlekjes om vijanden of soortgenoten af te schrikken. Kameleons met de meest opvallende sociale signalen veranderen vaker van kleur dan de kameleons die in een hele afwisselende omgeving leven. De felle sociale signalen zijn maar enkele seconden zichtbaar. Dit is net lang genoeg om te worden opgepikt door soortgenoten, maar voor roofdieren vaak te kort om op te vallen. Zo heeft de kameleon én het voordeel van opvallende sociale signalen én het voordeel van een schutkleur. Tijdens de paartijd wordt het vermogen om drastisch van kleur te veranderen door de verliefde mannetjes gebruikt om de vrouwtjes verleiden. Maar vooral de kleuren van zwangere vrouwtjes die dienen om de verliefde mannetjes op afstand houden zijn spectaculair, zo komen heldere gele, blauwe of roze kleuren voor.Tsaar Peter "tandentrekker" de Grote
Frederik Ruysch leerde de tsaar tanden trekken. Dit beviel de heerser dusdanig goed dat hij er z’n hobby van maakte. Gewapend met het benodigde materiaal keerde hij huiswaarts. Als zelfbenoemde tandentrekker trok hij persoonlijk bij vele onderdanen en vijanden al dan niet vrijwillig een klein ivoren aandenken uit de mond. De tanden hiernaast zijn werkelijk tanden die hij getrokken heeft. In zijn werkzame leven zaten ze in een zakje, wat hij vaak bij zich droeg als proeve van zijn “kunde”. Hij was geobsedeerd door het tandartsen vak en voerde dan ook regelmatig en schijnbaar zeer ad random “gebitscontroles” uit bij de medewerkers van zijn hofhouding en onder de manschappen van zijn leger. Werd er een verdachte tand gesignaleerd dan was Peter niet te groot om de tand er eigenhandig uit te rukken. Hij schijnt daarbij vaak zijn eigen kracht niet goed ingeschat te hebben waardoor er bij de “medische zorg” ook delen van tandvlees en kaak verloren gingen. Niemand durfde echter Peter de grote de gratis gebitsbehandeling te weigeren. Je zal het maar voor de kiezen krijgen.
creatief met meccano en draad
De ontwerper Chico Bicalho was als kind gefacineerd door dieren en kurkobjecten. Terwijl andere nog lekker aan het tekenen en kleien waren spoot de ondernemende Chico twee dode ratten zilver, voor de lol en omdat hij het zo mooi vond. Hij ging studeren aan de Rhode Island School of Design en vond zo z’n kunstenaars en designroeping. In 1992 begon hij met het ontwikkelen van opwindwezens met een hoog design gehalte; de critters.
De eerste Critter maakte hij met wat hulp van een Japanse bouwtechniekkit van een dumpwinkel voor overtollige producten en wat stevig ijzerdraad. Het creatieve proces is daarna steeds op een andere manier gelopen. Eerst werkte hij nog met bestaande bouwmaterialen uit de categorie “meccano” en stevig draad voor de poten en antennes. Later kwam de computer er aan te pas. Orthochromatische rad
Max Ernst (1891-1976) maakte deel uit van de Zwitserse Dadabeweging die zich afzette tegen oude methodes zoals het schilderij, artistieke orginaliteit, en de uniekheid van een kunstwerk. Waarom zou je je beperken tot grofweg kwast en beitel als er nog zoveel te ontdekken viel buiten deze gebaande paden? Nou, beperken gebeurde bij de Dadabeweging in ieder geval niet. Kunst bestaande uit gebruiksvoorwerpen, poëzie-kunst, experimenteel toneel. Alles mocht als het maar vernieuwend en totaal “anders” was dan wat al eerder gemaakt was.
Ernst was een kunstenaar die graag collages maakte. De inhoud was daarbij belangrijker dan de vorm. Max Ernst gebruikte een bijzondere techniek die ook wel ‘Frottage” (afgeleid van het Franse werkwoord voor wrijven) wordt genoemd. Hierbij wordt een vel papier (of doek) op een ondergrond met een bepaalde structuur gelegd. Door met potlood of krijt over het vel te wrijven ontstaat een soort schaduwafdruk van de structuur. Max gebruikte de techniek door onder andere drukkersmateriaal en radertjes als basis voor zijn Frottages te gebruiken. De vormen werden later door hem ingevuld met waterverf. Ook beschilderde hij doeken en krabde daarna met een soort omgekeerde frotagetechniek de onderliggende structuur weer van het doek. Het resultaat was bijzonder surealistisch te noemen. Daarmee was hij dan ook meteen een van de eerste kunstenaars van het surealisme. Het kunstwerk hiernaast, Het grote Orthochromatische wiel uit 1919, lijkt nog het meest op letters, maar eigenlijk wordt je gewoon door je hersenen op het verkeerde been gezet. Er staan namelijk geen letters, of toch wel?Harsmannetje
Het rupseltje heeft ongeveer twee jaar nodig voordat ze zich verpopt tot dat onooglijke motje. Ondertussen weet de rups zich veilig in z'n behuizing die op de eigen groei uitgebreid wordt. De rups leeft van de sappen van de den. In het eerste jaar valt het harsmannetje nauwelijks op. Het huisje van hars groeit namelijk niet zo hard. Na twee jaar is het harsmannetje drie á vier centimeter groot en zo'n grote harsklont begint toch echt op te vallen. Er zal echter geen insectenetende vogel naar kraaien. De rups zit helemaal goed beschermd in z'n kleverige woning en is geeneens smakelijk vanwege z'n hars-dieet. Verpopte rupsen worden, volwassen harsbuilmotjes en vliegen uit rond mei -juni. De onopvallende, grijsbruine vlindertjes leggen hun eitjes op jonge zijtakjes van grove dennen en zo begint de cyclus weer van voor af aan.
Harsmannetjes zijn de aanmaakblokjes van de natuur. Pyromaantjes in de dop gingen vroeger dan ook fanatiek op zoek naar deze harsproppen als ze van plan waren om een knapperend kampvuur te maken. Zolang de oude proppen worden gebuikt blijft de stroom aanmaakblokjes zichzelf vernieuwen en kunnen we blijven genieten van een knetterend vuurtje met zo nu en dan een ontploffend harshuisje.
Joods begraven
Darwin
voorzichtig doorzichtig
Mechanische insecten
Geheugenstok
Luigi Serafini
stekeligheden
Gesnuif
Snuifflesjes werden gebruikt door de chinezen gedurende de Qing Dynastie (16e eeuw). De snuif, gemalen tabak met aroma, werd gezien als een medicijn voor verkoudheid, hoofdpijn, buikpijn en andere vormen van algeheel misnoegen. Het gebruik van de flesjes met snuif kwam in zwang bij het hof en de gegoede bovenlaag van de bevolking, maar verspreidde zich later in de 17e en 18e eeuw over de gehele bevolking. Het werd een van de sociale tradities om snuif te gebruiken. Gewoonlijk werd een snuifje aangeboden als verwelkoming, net zoals nu in hert westen een kopje koffie hiervoor dienst doet. De traditie verdween met de installatie van de republiek China.

Oude snuifflesjes zijn zeer waardevol. De duurste flesjes brengen gemakkelijk 50.000 dollar op. Er is zelfs een International Chinese Snuff Bottle Society. De prijzen maken namaak erg aantrekkelijk. Dat snuifflesje op de Chinese bazaar mag dan wel oud lijken, laat je niet voor de gek houden. Dat is uiteraard geen reden om deze bijzonder objecten niet te gaan verzamelen. Een mooie gedachte is dat je verzameling na een levenslange verzamelwoede nog steeds in een schoenendoos zal passen. Dat doen alleen de filatelisten je na. En zeg nu zelf wat is nu mooier…?Snuif & Pica Nasi

Dr Auzoux papier-maché kunstenaar
Dat een tekort aan organen van alle tijden is blijkt wel uit het verhaal van de Franse arts Louis Thomas Jerôme Auzoux. Tijdens zijn studie merkte hij op dat er eigenlijk onvoldoende echt studiemateriaal aanwezig was om uitgebreid te onderzoeken voordat het begint te rotten. Wasmodellen, gemaakt door anatomen en kunstenaars, waren wat dat betreft beter, maar daarnaast ook heel teer en duur. Dat maakte ze niet echt geschikt voor veelvuldig gebruik door leergierige studenten. Gedreven door dit feit zocht Auzoux naar een minder kwetsbaar materiaal dat de mogelijkheid bood de modellen in serie en bovendien in onderdelen uitneembaar te produceren. Een poppenfabrikant bracht hem uiteindelijk op het idee om papier-maché te gebruiken. Dat bleek een schot in de roos. Omstreeks 1825 richtte Dr Auzoux een fabriek op in Parijs die zich geheel toelegde op de productie van anatomische modellen in papier-maché. De modellen waren stevig en goedkoop, vooral wanneer het geheime papier-maché mengsel dat Auzoux had ontwikkeld. Het mengsel bevatte kurk, klei, papier en lijm. De invoering van papier-maché als een modelleringsmateriaal was een radicale verandering in de anatomische modellenwereld. 'Dr Auzoux's modellen waren bedoeld om uit elkaar worden genomen en weer in elkaar gezet. Het “uiteenpluizen” van de modellen gaf een soortgelijke ervaring als het onderzoek op echte menselijke lichamen of dieren. Dat er goed over de kennisoverdracht en het systeem nagedacht was blijkt wel uit de vele gekriebelde labels met benamingen van de onderdelen en de handwijzingen om het geheel weer als een ingewikkeld Ikea meubel in elkaar te zetten. 
pek en teer
Nu is pek in hete toestand vloeibaar en plakkerig, bij kamertemperatuur lijkt het een vaste stof. Lijkt, want een professor uit Australië beweerde anders en kreeg uiteindelijk ook nog gelijk ook. In feite zijn teer en pek bij kamertemperatuur zeer dik vloeibaar ( of zeer visceus met een mooi woord) en vormen uiteindelijk druppels.
In 1927 begon Professor Thomas Parnell van de University of Queensland in Brisbane een expiriment. Hij goot een hoeveelheid verwarmde pek in een trechter en liet het eerst drie jaar tot rust komen en trok toen de stop onder uit de trechter. Er vormden zich over een periode van ongeveer 10 jaar maar enkele druppels die vervolgens naar beneden vielen. De 8e druppel viel op 28 november 2000 en daarmee konden de natuurkundigen uit Queensland berekenen dat de viscositeit van dit pek ongeveer 100 miljard maal hoger was dan die van water. Het pekdruppel-experiment is opgenomen in het Guinness Book of Records als het langstlopende experiment ter wereld. Er is genoeg pek in de trechter aanwezig om het experiment nog zeker 100 jaar te laten duren!
Doornige duivel
Monsterlijk
Zeemonsters bestaan. We noemen ze vandaag de dag alleen wat anders. Maar toch. De verhalen over hele schepen die aangevallen worden door wezens met reusachtige tentakels zijn iets te wijd verspreid om helemaal te negeren. Zou de grote Kraak ergens in de wereldzeeën voor kunnen komen?

Even een tweetal monsters op een rijtje voor diegene die enkel geloven wat echt door de wetenschap is gezien.
Zo is er de Architeuthis dux. Dit is een reuzeninktvis met een geschatte maximale lichaamslengte
kandidaat nummer twee is de zeekrokodil (Crocodylus porosus). Deze wordt wel
Nee, dat kan beter. Die middeleeuwers wisten het zeker en wijdden er hele geschriften aan. Zeemonsters en monsterlijke mens-creaturen waren net zo gewoon als een duif op een tak. bekijk hier een selectie uit hun monsterlijke waarnemingen.
Dodo
De Dodo (Raphus cucullatus) was een loopvogel die leefde in de bossen op het eiland Mauritius. Het dier was ongeveer een meter hoog, woog 20 kilo en kon venijnig van zich afbijten met zijn grote snavel. Verder was het schijnbaar een vrij hulpeloos geval dat niet kon vliegen. Zijn voedsel bestond uit zaden en vruchten. De eerste vermelding van de dodo kwam in 1507 van Portugese zeelieden. Het eiland (nu Mauritius) was toen nog onbewoond en werd enkel aangedaan om vers water en voedsel te zoeken.
De Dodo werd echter (op een enkel kookexperiment na) niet als voedsel gezien. Het taaie vlees gaf ze zelfs de bijnaam walgvogel. Hoe de vogel uiteindelijk toch aan de naam Dodo kwam is onbekend, maar er zijn meerdere verklaringen. Kies zelf de meest mooie zou ik willen zeggen. Zo werden de vogels ook wel Dodaars genoemd (vanwege het dotje veren op z’n kont). Portugezen zouden de naam “Doeda” voor de vogel gebruikt hebben, wat “belachelijk” betekent en de laatste (en tevens wazigste) verklaring is dat het gekoer van deze megaduif overeenkwam met iets wat klonk als “dodo”. Dat lijkt me nu echt iets voor een editie van Petersons vogelgids van uitgestorven vogelsoorten. Van de Dodo zijn tekeningen, beschrijvingen en schilderingen. Ook zijn in meerdere musea botten, poten, schedels en zelfs een ei verspreid. Wat echter ontbreekt is een compleet opgezet exemplaar. Dat was er zeker wel, maar in de zeventiende eeuw was er weinig bekend over het opzetten van dieren. Meestal werden de beesten gewoon volgepropt met stro. Zo moest het Ashmolean Museum te Oxford op 8 januari 1755 een complete opgezette Mauritius-dodo, die al vanaf 1656 in de collectie opgenomen was, vernietigen omdat er de mot en rot in zat. Enkel de kop en een poot werden gered. Ook in de collectie van keizer Rudolf de tweede in Praag is een opgezette dodo aanwezig geweest. Waarschijnlijk zijn er ook in Nederland opgezette dodo’s geweest. Het eiland was immers van de Nederlanders. Het is niet bekend waar deze overblijfselen van de dodo zijn gebleven. Grote kans dat ook deze weggerot zijn. De houdbaarheidsdatum van de vogel was natuurlijk ook al een tijd verstreken…





























