Bombus lapidarius: Steenhommel
kasteel het Haar Haarzuilens
Bloemenkinderen
Bekijk hier een selectie uit het werk van Hans Silvester. En hier nog meer...
Geplette lentebodes
Nadat alles bijeen gezocht is kun je de velden in en de lanen op. Begin met planten die je al van naam kent en noteer van elke vondst de naam, de vindplaats en de datum. De vindplaats is natuurlijk de plek van de vondst, maar omvat ook zijn omgeving. Standplaatsfactoren als beschaduwing, bodemgesteldheid en hoe de plant groeit (in plakaten of alleen) zijn daarbij van belang. Planten zijn vaak afhankelijk van soortgenoten. Verzamel daarom alleen planten als er meerdere van dezelfde soort bij elkaar staan. De af te snijden planten moeten voor een goed herbarium compleet zijn op de wortels na. Die laat je in ieder geval zitten zodat de plant weer uit kan schieten. Je kunt ze er ook bij tekenen of schilderen zoals de maker van het herbarium hiernaast heeft gedaan. Bij de meeste planten kun je volstaan door een bloeiwijze, een deel van de stengel, een zaaddoos en een blad mee te nemen. Die eikenboom past natuurlijk niet helemaal op dat velletje van je herbarium en teveel bladeren gaan alleen maar dubbel zitten.
Lees hier verder om meer te weten te komen over het droog- en sorteer proces, de documentatie en meer de beste bewaarmethode.
Hornboek
Versierd Prieel
Quentin Blake
Geef niet op en probeer het dus nog maar eens.
Boeddha bel
Burma bell, Kung Zee, King Zee, Ken zi, Kiyisi, Kiy tsi of Kyizi, ik weet het niet meer. Maar maakt het uit? Het is de vorm en de klank die aanspreken, niet de naam. Deze soort van plaatgongen in de vorm van een gestileerde boeddha zijn in het verre oosten in gebruik als tempelbel. Nu is het exemplaar dat hier afgebeeld is een middelmaatje. Een Burma bell varieert in grootte van 5 cm tot wel 2 meter in hoogte. Dat maakt natuurlijk wel wat uit voor de uiteindelijke klank en reikwijdte van het geluid.
De Kyizi wordt rondgedraaid tot het ophangtouw geheel is opgedraaid. Dan wordt de bel aangeslagen en los gelaten. Het geluid wordt door de ronddraaiende beweging alsware naar buiten geworpen zodat er een resonerende, lang naklinkende galm onstaat. Fantastisch.
Insectenbehang
Mensen krijgen vaak een beetje de kriebels van wat grotere insecten. Als het zo groot is als een vlinder maar geen vlinder, gaan hordes mensen op de loop. Het is tijd voor rehabilitatie van grote insecten. Naast nuttig zijn ze vaak ook erg mooi. Jennifer Agnus is een kunstenares die iets zeer bijzonders doet met insecten. Ze bekleed gehele muren met geometische figuren opgebouwd uit echte insecten. Het insectenbehang ziet er bijna uit als kantwerk zo precies zijn de insecten opgespeld. Ze zitten goed vast en zijn dood, dus nu hoeft geen levende ziel meer bang te zijn. Van dichtbij zijn insecten gewoon kunststukjes. De kleuren, het gladde van het schild, de in elkaar scharnierende pootdelen. Uit alles spreekt een inteligent design. Jennifer Agnus maakt dit met haar wonderschone creaties inzichtelijk.
Er is niets om bang voor te zijn.
Versteend woud
In Griekeland "staat" het versteende woud van Lesbos , in Namibië het versteende woud van Khorixas, op Java het versteende bos van Krakatau, in Hongarije het moerascipressenbos van Bukkabrany en in Arizona het Petrified Forest National Park. En dat is dan nog maar een greep uit het totale stenenbos-aanbod. Het lijkt wel alsof de wereld vol staat met versteende bomen, zo niet bossen. Nou nee dus, maar de overgebleven fossielen van de tropische wouden van de prehistorie komen wel op meer plaatsen voor dan ik ooit gedacht had.Art nouveaux
Hartverwonderend
De creaties van de française Lyndie Dourthe zijn een smeltkroes van verschillende stijlen. Aan de ene kant is er de vintage stijl, met de oude voorstellingen, de labels en de glazen stolpen en verzameldoosjes waar ieder rariteitenkabinet zich mee tooit.
Alles bij elkaar maakt het de creaties van Lyndie Dourthe delicaat en sterk tegelijk. Daarmee verbeeldt ze met grote precisie de essentie van haar creaties. Het is in één woord; Hartverwonderend.
Kijk verder op de site van Lyndie Dourthe
Blaschka
(De gebruikte foto bij dit bericht is eigendom van het Universiteitsmuseum. Waarvoor dank.)
Goddelijke verhouding
Divina proportione, oftewel "De Goddelijke verhouding" is een boek van Luca Pacioli. Deze middeleeuwer schreef dit boek om een ode te brengen aan de bijzondere geometrische vormen van de natuur. Het boek gaat in op de afmetingen en andere eigenschappen van vlakke en ruimtelijke figuren. Naast de bol en de piramide zijn er ook zeer exotische figuren in het boek opgenomen waaronder de tetraëder, de dodecaëder en de octaëder. Aleen de namen maken al indruk. Daarnaast behandelt het boek de theorie over de gulden snede. Nu had Luca Pacioli een goede vriend genaamd Leonardo Da Vinci. Da Vinci, zo wat bij eenieder bekend door zijn schilderij van een glimlachende dame, maakte voor het boek van Luca Pacioli de prenten met de verschillende geometrische vormen. Nu zou Da Vinci niet Da Vinci zijn als hij deze taaie kost niet op een geheel eigen wijze tot leven laat komen in zijn prenten. Zo zijn veel van de figuren in perspectief opengewerkt alsof ze zo van het papier af kunnen rollen. Daarnaast is het gebruik van kleur niet geschuwd. Dat alles maakt dit boek wonderschoon van inhoud en uiterlijk. Luca Pacioli vatte het allemaal nog een keer goed samen, want hij was namelijk niet de eerste die een boek schreef over dit onderwerp.Op de verkeerde poot gezet
Bizar, vervreemdend en misplaatst. Het zijn maar enkele assciociaties die je kunt hebben bij opgezette dieren. De dode beesten, opgezet in hun originele vel, met glazen ogen en volgestopt met lichaamsvreemd vulsel. De een kan er de schoonheid niet van inzien, de ander roemt juist de veelzijdigheid van het dierenrijk wat opgezet zo goed te bewonderen is. Vervallen gevang
Kijk eens rond of bekijk een mooie fotosessie van het gebouw.
Navigatie
Zeg nou zelf, is het navigatie-instrument hiernaast niet vele malen mooier dan die grijze Tom Tom die in vele auto's tegenwoordig de weg wijst? Niet dat ik iemand wil aanraden om een zonnewijzer met kompas voor in de auto aan te schaffen, maar een mooi ding blijft het. Het glimmende brons, de zwierige letters en de ondoorgrondelijke aanduidingen en tierelantijnen maken oude navigatie-instrumenten tot een feest om naar te kijken. Wie wil er nou niet een kompas ingelegd met walrustandivoor of een ingwikkeld navigatie-instrument dat totaal nutteloos is op de ene breedtegraad, maar bij een andere graad heel nauwkeurig werkt? Ik kan er in al mijn onkunde enkel met grote verwondering kennis van nemen, maar dat er zeelui mee gewerkt hebben, ja zelfs van afhankelijk waren, dat is iets wat zeker is. Navigatie op zon en sterren was (zeker op wat langere reizen) van levensbelang. Een handelsreiziger moest z'n specerijen nu eenmaal in India gaan halen en niet op het atol Hitadou in de buurt of (helemaal uit koers) in het altijd mooie Tasmanië. Dan heb ik het nog niet over allerlei onprettigheden zoals water- en voedselgebrek of de altijd vervelende ziektes scheurbuik en buikloop die de zeelui de kop kon kosten als ze verkeerd zouden varen.De T van tegel
Thee is niet iets van de Engelsen. Lang voordat thee per schip naar Europa kwam, was er al theehandel tussen aziatische landen, Rusland en Turkije. De thee werd sinds de Tangperiode (618 - 906 voor het begin van onze jaartelling) vervoerd per kameel via verschillende karavaanroutes over land. Omdat de ruimte beperkt was werd de thee zo compact mogelijk verpakt. Het resultaat: De theetegel. Voor zo`n tegel werd bijna 2 kilo thee gestoomd, al dan niet fijngemalen en vervolgens geperst tussen twee stenen zodat een keihard plat blok ontstond. Door de dichtheid van de tegel kon de thee geen vocht opnemen, maar ook niet uitdrogen. Hierdoor was zo’n tegel erg lang houdbaar. Soms voegde men bindmiddelen aan de tegel toe, zoals bloed. De theetegel werd bij het persen aan beide kanten voorzien van een reliëf: aan de voorkant een mooie aziatische voorstelling, aan de achterkant een vlakverdeling. Deze vlakverdeling was handig tijdens de handel die onderweg plaatsvond. Thee had in die tijd dezelfde waarde als menig edelmetaal en de theetegels werden dan ook gebruikt als betaalmiddel in o.a. China, Tibet, Mongolië en Siberië. Tot in de jaren vijftig van de vorige eeuw is de theetegel een wettig betaalmiddel geweest in Tibet en in de uithoeken van het Chinese rijk.
Dan het maken van de thee. Dat is niet het engelse bakje “slap-aftreksel-met-wolkje-melk-en-de-pink-in-de-lucht”, dus je bent gewaarschuwd. Een stuk van de theetegel wordt afgebroken en vermalen. Het poeder wordt 3 tot 4 minuten gekookt in water tot er een brouwsel ontstaat dat net zo sterk is als een straffe espresso. Da’s natuurlijk ondrinkbaar, dus wordt er logischerwijs meer kokend water, (yak)boter en (zuiverings)zout bij gedaan. Afhankelijk waar je bent worden er nog rijst, uien, gember of sinaasappelschil aan de thee toegevoegd. Dit geheel wordt geroerd tot de boter helemaal is opgenomen. Daarna giet men het zachtroze mengsel door een zeef. Het gefilterde brouwsel wordt geserveerd in een kom. Echt een geval van “appart” zou ik willen zeggen. Ondanks het, naar westerse maatstaven, discutabele brouwsel blijft de theetegel zelf een bijzonder en origineel product. Daarmee vergeleken is de engelse thee maar een slappe slok.
Pedalternorotandomovens
Eigenlijk was het de bedoeling om iets te schrijven over Maurits Cornelis Escher, de kunstenaar die voornamelijk bekend werd door zijn onmogelijke tekeningen waar alles lijkt te kloppen, maar dat tevens niet doet en door de bijzonder mooie vlakverdelingen waar het ene dier in het ander overgaat. Bijzonder, verwonderend en curieus, maar toch gaat dit verhaal over de Pedalternorotandomovens centroculatus articulosus van Escher. De Pedalternorotandomovens centroculatus articulosus, ook wel bekend onder de naam Wentelteefje, is een diertje dat zich rollend voortbeweegt. Volgens M.C. Escher zelf is het dier ooit vanzelf ontstaan uit onvrede over het afwezig zijn van levende wezens die zich rollend voort konden bewegen.
Met zijn ver uitstekende ogen kijkt het wezen nieuwsgierig de wereld in. De zes voeten zijn goed om trappen te lopen, maar als de grond maar even recht is rolt het ding zich op tot een stevig wiel en gaat er vandoor. Met zijn stevige snavelbek en hoornen geledingen lijkt ie wel tegen een stootje te kunnen. Het is eigenlijk jammer dat Escher zijn wentelteefje niet vaker heeft getekent of beschreven, al is dat wellicht meer voer voor een schrijver dan voor een tot groot kunstenaar uitgegroeide graficus.
Bekijk hier het werk van M.C. Escher
Impatiens glandulifera
Springbalsemien oftewel impatiens glandulifera, is echt een plant die ongeduldig wacht tot er iemand z'n zaden laat knallen. Als de rijpe vruchten worden aangeraakt, splijt de zaaddoos in vijf gelijke delen uiteen, raakt de hele boel binnen een fractie van een seconde aan de onderkant los en worden de zaden als bij een middeleeuwse katapult weggeslingerd.
Maar genoeg techniek. Springbalsemien is echt een verassingsplant. De lol van het aantikken van de bolle zaaddozen, waarbij het altijd een verassing is of ie helemaal uit elkaar knalt, of enkel opkrult, geeft een fantastisch kinderlijk schrikgevoel. Heerlijk. De zoete geur van de Springbalsemien "begeurt" je handen (zoals een gedicht op internet vermeld) en geeft ook de volwassenen weer heerlijk kinderlijke pretogen. Springbalsemien is voor mij dan ook de spring-in-het-veld onder de planten.
Bijproducten
Dat bijtjes in zwermen en rijtjes helemaal geen honing uit een kelk zuigen was een bij vele al bekend. Herman van Veen bedoelde natuurlijk nectar, maar dat is zo'n moeilijk woord en onbekend bij kinderen. De nectar en stuifmeel dat de bijen verzamelen zetten die vlijtige insecten om naar enkele producten die we allemaal (van groot tot klein) kennen. Bijenwas en natuurlijk honing. Echte Bij-producten.Dogtroep
Bekijk hier filmpjes van Dogtroep
































