uilen ogen






Een uil ziet van dichtbij niet erg scherp. Dat is niet zo erg omdat hij des temeer ziet op een afstandje. Anders dan bij zijn medevogels staan de ogen van de uil aan de voorkant van zijn kop. Daardoor kan de uil goed diepte zien en inschatten wat de afstand naar de prooi is. Met ogen werkt het zo dat er pas diepte te zien is als er met twee ogen tegelijk naar iets gekeken wordt. Omdat de ogen van een uil erg groot zijn heeft de uil geen ruimte over in zijn schedel voor oogspieren. Daarom kunnen de ogen van de uil niet bewegen. Hij kijkt altijd star recht vooruit. Om toch de wereld kunnen bekijken heeft de uil een super soepele nek. De wervels in de nek laten de kop ronddraaien, ondersteboven en achterstevoren keren. De uil kan zijn kop ongeveer 180° draaien.
Uilen hebben veel minder licht nodig om goed te kunnen zien, dat komt omdat ze een reflecterende laag achter hun netvlies hebben. Als er dan licht op het gevoelige netvlies van de uil komt stuurt de reflecterende laag het licht terug en daardoor kan hij dan in de nacht vele malen beter zien. Door het reflecteren geven de ogen van een uil een beetje licht. Niet alle uilen hebben dezelfde ogen. Er zijn er met zwartbruine, oranje en gele iris. Er is in het verleden gesuggereerd dat Hoe donkerder het oog hoe later de uil zou jagen. Dit blijkt in de praktijk toch niet helemaal te kloppen. De ogen van een uil worden beschermd door een derde ooglid , het knipvlies. Als hij dit knipvlies dicht doet schuift het vlies horizontaal over het oog en worden stofdeeltjes en vuil van het oog verwijderd. Ook bevochtigd het derde ooglid het oog tijdens de vlucht. Om het oog overdag tegen het felle zonlicht te kunnen beschermen is het knipvlies ook een beetje troebel zodat het licht gefilterd wordt. Zo kan de uil rustig een uiltje knappen.


Albino






Albino's kunnen in een rariteitencabinet natuurlijk niet ontbreken. Vandaar dit verhaal. Nu wilde ik meer over albinisme weten, maar nadat ik de wikipedia-pagina had gelezen was ik daarvan al snel genezen. Ik hou me dus maar op de vlakte omdat niemand wil lezen over oculocutaan albinisme, actinische keratosen of plaveiselcelcarcinomen. Wel mooie woorden voor het spelletje galgje overigens. Albinisme staat gelijk aan het verminderd aanwezig zijn of zelfs afwezig zijn van het pigment melanine. Dit is het meest duidelijk in huid, ogen en haar (of als het over vogels gaat veren). Die zijn namelijk wit. De celwanden zijn ongekleurd en ogen als matglas. Die vergelijking gaat bij de ogen nog wat verder. Hierbij is door de ongekleurde cellen het netvlies met bloedvaten te zien, waardoor het oog rood oogt.







Appelrassen






Schilder maar eens een appel. Nee, laten we anders beginnen. Schilder maar eens alle bekende appels van Amerika. Een schie onmogelijke klus, die toch echt ooit uitgevoerd werd. Deborah Griscom Passmore (1840-1911) was negentien jaar kunstenaar voor het Amerikaanse ministerie van Landbouw (USDA). In een tijd dat foto’s nog duurder waren dan handwerk schilderde ze daar allerhande fruit. In totaal zijn er  meer dan 1500 werken van haar hand bekend. Van appels, peren tot kersen en aardbeien, ze schilderde ze allemaal. De aquarellen hebben een fotografische verfijning. De werken werden in bulletins  van het Amerikaanse ministerie van Landbouw gepubliceerd onder andere onder de noemer “Promising New Fruits”. Ze zijn zo mooi dat het water je bijna in de mond loopt van enkel het kijken.

Even terug naar de appeltjes. Er zijn op dit moment bij benadering 7.000 verschillende appelrassen. Het rare is dat we met z’n allen Jonagold, Granny Smith en Golden Delicious en nog een paar soorten appels eten en de rest van de soorten nooit in de winkel te zien krijgen. Da’s raar, maar waar. Maar waar een wil, is, is een weg. Dus zijn er gelukkig ook mensen die aandacht besteden aan lekkere oude appelrassen die zo vol van smaak kunnen zijn dat de supermarkt-appeltjes er maar bleekjes bij afsteken. Niks zoetsappige eenheidsappeltjes. Appeltjes met pit!
Zin gekregen in een appeltje? Koop dan een eigen fruitboom en kies daarbij voor een soort die vroeger ook bij jou in de buurt geteeld werd. Dan heb je straks een heleboel eigen appeltjes te schillen.

http://www.heyheyhey.nl/





Soms kom je dingen tegen... Tja, gewoonweg geniaal! Zo ook het filmpje van 'Mevin and the machine' van Hey hey hey. Geniet met volle teugen.



In de nesten







Zonder de arts en botanicus Christopher Schmidel Casimir was het grote vogelnestenboek Sammlung von Nestern und Eyern” met maar liefst 100 gravures met vogelnesten er waarschijnlijk nooit geweest. Adam Ludwig Wirsing de samensteller, uitgever en graveur van het boek mocht namelijk uit zijn verzameling putten voor het maken van de gravures. Blijkbaar had Casimir een vogelnestenverzameling. Hij was wat je zou kunnen noemen “in de nesten”. Heel uniek en dat geldt ook voor het werk “Sammlung von Nestern und Eyern”. Dit Duitse boek uit 1777 is een echte rariteit onder de boeken. Gelukkig dat het werk door de digitalisatie van een van de laatste exemplaren nu voor heel de wereld te vinden is op internet. De verfijning in de platen is buitengewoon. Het lijkt soms wel alsof je de eitjes zo uit het nest zou kunnen pakken of dat je niet vreemd op zou moeten kijken als de vogel des nest zo weer neerstrijkt. Daarnaast is aan het materiaal van het nest veel aandacht besteed, eigenlijk net zoals de vogels dat zelf doen. De ets van het houtduifnest is een beetje grof met grote eieren en een slordig nest. Precies zoals de houtduif dat doet. Het nestje van het winterkoninkje daarentegen is heel priegelig met ieder veertje, mosje en takje op de juiste plek voor een prachtig zachte omgeving voor de frêle eitjes. En dat dan honderd maal. Adam Ludwig Wirsing genoot nog twintig jaar van zijn meesterwerk. De man die de beschrijvingen van de nesten verzorgde in het boek ging het minder goed af. Hij overleed in 1774 en maakte de vervolmaking van het standaardwerk voor Ornithologen niet meer mee.

kiwi





De Snipstruis of zoals we deze loopvogel beter kennen de kiwi komt enkel voor in Nieuw-Zeeland. Net zoals de ortolaan schijnt de kiwi ook erg goed te smaken, maar aangezien ze sinds de 19e eeuw met uitsterven bedreigd zijn (er zijn er nog maar minder dan 60.000) worden ze niet meer gegeten.
Kiwi’s zijn volgens de Maori’s gecreëerd uit kalebassen door de god Tane en zijn ongeveer even groot als een kip. Daarmee zijn ze de kleinste loopvogels ter wereld. Kiwi, dat is niet enkel de naam van deze bijzondere vogel, maar ook z’n paarkreet. Daarmee hoort deze vogel in het rijtje van de koekoek, tjiftjaf, wielewaal en de oehoe.De kiwi is een schuwe nachtvogel met stevige, drie-tenige poten, scherpe nagels en een zeer goed reukvermogen en dat laatste is hoogst ongebruikelijk voor een vogel. De neusgaten van de kiwi zitten aan het uiteinde van zijn lange, scherpe snavel. Het verenpak van de kiwi lijkt op haar, maar het zijn toch echt veren. De kiwi is daarnaast vrijwel blind. Hij voedt zich door zijn snavel in de grond te steken om wormen, insecten en andere beestjes te vinden. Toch is de kiwi niet vies van andere dingen zoals fruit, kreeft of kikkers.



werveling





Een mens heeft in zijn wervelkolom maar liefst 24 wervels om een beetje soepel te kunnen voort te kunnen. Er zijn drie soorten wervels. We hebben zeven halswervels, twaalf borstwervels (waar ook de ribben en het borstbeen aan vast zitten) en vijf lendenwervels. Daarnaast is er aan het uiteinde van de wervelkolom ook samengeklonterd door-geëvolueerd wervelmateriaal; een heilig been en een staartbeen. Het uiterste puntje daarvan wordt ook wel je stuitje genoemd en kan een erg pijnlijke plek zijn.



Maar even terug naar de functionele wervels. De wervels zijn stuk voor stuk uniek van vorm. Zonder zenuwen, tussenwervelschijven als schokdempers, banden en spieren die alles op z’n plek houden lijken ze bizar gevormd met die uitsteeksels aan de zijkant en een gat in het midden. Als verbonden geheel klopt het. Korte banden verbinden de wervels onderling, lange lopen langs de hele kolom. De spieren maken alle krommingen van je rug mogelijk of dat nu een verticale, horizontale of diagonale bewegingen zijn. O ja, de wervelkolom beschermt ook nog de hoofdbaan van je zenuwen naar je brein. Kortom het is een ongelofelijk samenspel waar je zuinig op mag zijn.

Crêpepapieren vogels






Heeft u een verfijnd gevoel voor decoratie, een vaste hand, veel geduld en ook veel vrije tijd? Maak dan nu uw eigen vogel van Crêpepapier! Aimee Baldwin ging u voor.


Het lijf
Maak van piepschuim een vorm die overeenkomt met de groote en het postuur van de vogel die je wil gaan maken (inclusief nek en kop). Dit kun je met een scherp mesje doen, maar een gloeidraadje werkt ook. Een heel precieze gladde vorm is natuurlijk beter dan een ruwe, maar veel is nog te maskeren door de dubbelzijdige tape die strak om het lijfje wordt geplakt.

Pootjes
Voor de pootjes (of klauwen als je een roofvogel maakt) gebruik je verschillende diktes draad om de basis vorm van de poot te maken. Maak ze net iets langer zodat je de poten straks met een stukje in het lijf kan steken. De poten kun je daarna bekleden met crêpepapier. Als het dikke poten zijn kun je meer lagen aanbrengen of een soort van Fimo-klei gebruiken als opvulling. De nageltjes kun je hier ook van maken. Schilderen, buigen, klaar.


Verenpak
Knip, knip, Knip. Plak plak Plak. Van kop naar kont en van het midden steeds iets versprongen naar buiten. Een vogel heeft vele veren, maar voor een mooi resultaat hoef je ze gelukkig niet allemaal te knippen. Wederom gebruiken we crêpepapier. Het is erg lastig om crêpepapier in de goede kleurscharkeringen te krijgen, dus schilderen is het advies. Daar zit ’m meteen de botteleneck; crêpepapier is bijna niet fatsoenlijk te schilderen zonder een slappe, natte brij over te houden. Een delicaat proces dus. Advies is te zoeken naar verschillende kleuren crêpepapier of anders met airbrush of een streek acrylverf de zaak op kleur brengen.

Kop en snavel
Meerdere delen van een vogel, zoals de snavel zijn onbevederd en moet je dus nog los op het lijf aanbrengen. Hiervoor kun je fimo-klei gebruiken. Maak van de kop een goede studie, want als de kop niet klopt zingt het vogeltje niet zoals het gebekt is. de ogen kun je verwerken of later er in plaatsen. Glas geeft het mooiste resultaat en omdat je er toch al zoveel tijd aan kwijt bent om te maken lijkt het me dus een goede keus voor een glazen oogje te kiezen, tenzij de vogel slapend op een tak moet komen te zitten.

Biotoop
Een vogel in volle vlucht kan mooi zijn, maar de meeste tijd zit een vogel op een tak of paal. Kies maar wat je zelf mooi vindt. Een stolp kan je werkstuk behoeden voor vroegtijdige verstoffing of een aanval van hongerige insecten.


Geen tijd? Geen nood  Aimee Baldwin verkoopt ook vogels voor prijzen waar zelfs de mussen van hun stokje van gaan.

drijvende mieren





Dat mieren samenwerken is niet nieuw, maar wat als een overstroming het nest overvalt? Een beetje hypothetisch, maar dat is wel wat enkele wetenschappers van de universiteit van het Georgia Institute of Technology een tijdlang heeft bezig gehouden. Het leverde ook iets op, namelijk het bewijs dat de mier zelfs in de meest benarde situatie nog samenwerkt om tot een oplossing te komen.
De wetenschappers knikkerde groepjes levende mieren in het water en observeerden vervolgens wat er gebeurde. In enkele minuten vormde de mieren een soort van vlotachtige constructie door zich aan elkaar vast te klemmen en gebruik te maken van hun waterafstotende huid. Op deze manier bleken ze in staat om te blijven drijven! Nu zal je denken dat in een vlot met meerdere laagjes mieren de onderste mieren we zullen verzuipen, maar niets bleek minder waar. De hele constructie van het vlot was zo dat er een luchtbel onder het vlot ontstaat. Met deze luchtbel kunnen ook de mieren die aan de onderkant van het vlot liggen nog ademen. Geniaal!
Toch waren de onderzoekers nog niet helemaal tevreden. Ze wilde ook nog weten wat er zou gebeuren als ze de mieren wat op de proef zouden stellen. Dus verwijderden ze een paar mieren uit de zorgvuldig opgebouwde vlotconstructie. Maar geen paniek bij de mieren; enkele miertjes renden van de rand snel naar boven, om zo het vlot overal even dik te houden. Een vlot met een gat blijft immers niet drijven. Toen een van de onderzoekers met een stokje het mierenvlot onder water probeerde te drukken, boog het soepel door, en kwam het weer omhoog zodra het stokje werd teruggetrokken. kortom bekijk het filmje en verbaas je over zoveel dierlijk vernuft.





 

 

 

lichtig beton





Het is net zo grijs, hard en zwaar als gewoon beton. Toch is het magisch materiaal: lichtdoorlatend beton. Lichtdoorlatend beton laat, zoals de naam al doet vermoeden, licht door. Het is een bijzonder uitvinding. Het beton laat licht door via duizenden glasfiberdraden die van de ene naar de andere kant van het beton zijn gelegd. Maar hoe doen ze dat? Als je het beton heel secuur zou bekijken blijkt dat het bestaat uit heel veel laagjes. Een soort van spekkoek met in plaats van kleurige koeklaagjes, laagjes beton en glasvezel. Omdat het lichtdoorlatend beton net zo sterk moet blijven als regulier beton bestaat het uiteindelijk maar voor 4% uit glasvezel, maar dat is voldoende voor het doorlaten van voldoende licht. Loopt er iets of iemand aan de andere zijde voorbij dan wordt aan de andere zijde met de snelheid van het licht de schaduw geprojecteerd. Buitengewoon! Wat overigens ook buitengewoon is is het prijskaartje. Het kan nog wel eens een tijdje duren voordat betaalbaar lichtdoorlatend beton in de bouwmarkt om de hoek voorradig is.

de wereld van Plinus de oudere



 



De Romein Plinius de Oudere is vooral bekend vanwege zijn meesterwerk, de Naturalis Historia. Halverwege de 1e eeuw na Chr. schreef Plinius 37 lijvige boekwerken vol met alle hem bekende feiten en feitjes. Het werd alsware een van de eerste encyclopediën en was een geslaagde poging om een compleet beeld van de (toen bekende) wereld te geven. Net zoals in het visboek van Adriaen Coenenz waren de boekwerken niet wars van (opbouwende) kritiek op hetgeen aangetroffen werd.  Zo schreef Plinius in boek XVI over het volk in het boomloze land aan de Noordzee:
 
Wat is de natuur en karakteristieken van het leven van mensen die leven zonder bomen of struiken. We hebben besproken dat in het oosten, aan de kusten van de oceaan, een aantal rassen in zulke behoeftige condities verkeren; Maar ook in het noorden hebben wij zulke volkeren gezien, te weten de de Chauken, die men onderverdeelt in de Grote en Kleine Chauken.
Twee keer per etmaal komt de oceaan daar met geweldige watermassa's over een onmetelijke  vlakte, daarbij de eeuwenoude strijd door de natuur omstreden gebied waarvan het onduidelijk is of het bij het vasteland hoort of deel uitmaakt van de zee. Daar bewoont dit miserabele ras opgehoogde stukken grond of terpen, die ze met de hand hebben opgeworpen tot boven het niveau van het hoogst bekende getij. Levend in hutten gebouwd op de gekozen plekken, lijken zij op zeelieden in schepen als het water het omringende land bedekt, maar op schipbreukelingen als het getij zich heeft teruggetrokken. Rond hun hutten vangen ze vis die probeert te ontsnappen met het aflopende getij. Ze kunnen geen vee houden en zich zoals naburige volkeren met melk voeden en ze kunnen zelfs niet met wilde dieren vechten, omdat al het bosland ver weg ligt. Ze vlechten touwen van zegge en moerasbiezen uit de moerassen om daarmee netten te kunnen uitzetten om vis te vangen. Zij graven slijk op met hun handen en drogen het meer in de wind dan in de zon, en met aarde (turf) als brandstof verwarmen zij hun voedsel en hun eigen lichamen, verkleumd in de noordenwind. Hun enige drank komt van regenwater, dat ze in kuilen in het voorhof van hun huizen bewaren.
En dit zijn de rassen die, als ze nu overwonnen worden door de Romeinse natie, zeggen dat ze vervallen tot slavernij! Het is maar al te waar: Het lot spaart de mens bij wijze van straf.
 
Die laatste uitspraak was niet van toepassing op Plinius zelf. Hij stierf bij de uitbarsting van de Vesuvius op 24 augustus 79 na Chr. waar hij door verstikking om het leven kwam bij een poging om bewoners van Pompeji te redden.

Druipsteen





Grondwater bevat opgeloste kooldioxide. Het grondwater sijpelt door scheuren in (kalkrijk)gesteente . Het kooldioxide zorgt er daarbij voor dat een deel van de kalkverbindingen in het gesteente, bijvoorbeeld calciet of gips, oplost. De hoeveelheid die oplost is afhankelijk van de hoeveelheid kooldioxide (in Spa rood lost bijvoorbeeld meer kalk op dan in spa blauw), de bodemtemperatuur en nog enkele andere factoren. Maar dit verhaal gaat niet over de hardheid van het water uit de kraan of in een fles mineraalwater. In dit verhaal draait alles om druipsteen.

Druipsteen begint op het moment dat het kalkrijke water in aanraking komt met lucht, bijvoorbeeld in een onderaardse grot. De kalk kan op dat moment weer een vaste vorm aannemen. Eerst ontstaat er een randje met kristallen, daarna een hol buisje en nog later een echte druipsteen die aangroeit door het grondwater wat er langs stroomt. Het ontstaan van een flinke druisteenkegel kan erg lang duren, maar met veel kalk en water kan het proces wel sneller verlopen dan de tientallen duizenden jaren die vaak genoemd worden. Zo zijn in bunkers uit de tweede wereld oorlog en op sommige stations ook( kleine) druipstenen aanwezig.

 Als er gesproken wordt over druipstenen, dan worden meestal Stalactieten (hangend) en stalagmieten (staand) genoemd, maar er zijn nog vele andere vormen
die ontstaan. De manier waarop het grondwater in contact komt het de lucht en het afzettingsgesteente levert bijzondere vormen op. Druipstenen kunnen verschillende vormen aannemen, afhankelijk van of het water druppelt, sijpelt, condenseert, stroomt, of in vijvers drupt. Veel druipstenen zijn genoemd naar hun gelijkenis met door de mens gemaakte en natuurlijke objecten. Zo ontstaan er druipsteenvormen die (met een gezonde dosis fantasie) lijken op gordijnen, kroonluchters, krulfrieten, gebakken eieren, pilaren, popcorn, koraal en bezems. Tezamen vormen deze druipstenen een wonderlijke wereld waarin je je enkel nietig kan voelen.





De kaardebol eet zich vol







De kaardebol is een mysterieuze plant. ‘Kaarde’ is weliswaar afgeleid van het Latijnse ‘Carduus’, wat distel betekent, maar toch is de plant geen distel. Desalnietemin doen de stekels van de kaardebol niet onder voor die van een distel, maar dat is niet wat ‘m speciaal maakt. Het speciale zijn de bladeren. Deze zijn zo met de stengel vergroeid dat er tussen twee bladeren een komvormig bakje ontstaat. In dat bakje staat vocht, maar niet zomaar regenwater. Ook als het droger is staat er vocht in. De plant zelf brengt het vocht in zijn komvormige bladoksels. Dat doet ie niet voor niets. De kom is steil en glad, waardoor insecten makkelijk in het water donderen. Het waterige sap bevat stofjes waarmee insecten opgelost worden. Wat er daarna mee gebeurt, daarbij laat de wetenschap ons in de steek. Onbekend, dus. Wetenschappers stellen dat het vocht met de verteerde insecten niet door de plant wordt opgenomen, maar ondertussen verdwijnt om de zoveel tijd wel het vocht uit de kommetjes. De plant gebruikt het kostelijke vocht niet? Het klinkt bijna als roken zonder te inhaleren. De kaardebol is in de literatuur enkel een vleesverterende plant. Wellicht zijn mierenzuur en fruitvliegjesbloed niet goed voor de plantaardige lijn.

Wat mij opvalt aan het hele verhaal is dat de mogelijkheid insectenbestrijding nergens genoemd wordt. Een plant die zo creatief is dat ze haar kwelgeesten weet te vangen voordat ze schade aan kunnen richten is evolutionair gezien goed bezig. Of de Kaardebol zich vervolgens vol eet aan het kostelijke vocht is vers twee. Het is gewoon Kaardebol versus insecten: 1 - 0


hoezo mischien?




Toon Tellegen is een geniaal schrijver! Hieronder een stukje van het bewijs:


Aan het feestmaal zaten ze bijeen. Ze wisten niet wat ze vierden, maar wel wat zij aten. De eekhoorn leunde op zijn ellebogen en slurpte dik beukennotensap naar binnen door een riet, langs de oever van de rivier gesneden, en naast hem zat de mier, die tussen zijn handen een reusachtige suikerklont hield waarop hij zoog en waarin hij soms ook beet. Dan zij hij: 'Hm', alsof hij gromde.
Iets verderop zat het hert, dat een groothoefblad op zijn bord had dat hij met mes en vork in fijne stukjes sneed die hij een voor een in zijn mond stak. Hij zat er zeer tevreden bij. Tegenover hem zat de bij die een kelk van een dovenetel vasthield en niets meer hoorde of zag en alleen maar dronk van de zoetste honing.
Bij, bij, bij! Riep soms het everzwijn naast hem, maar de bij hoorde hem niet. Het everzwijn at een bord met pap, en toen dat op was een emmer met in zure melk gedoopte hompen brood. Naast hem zat de bladluis, die zijn eigen eten had meegebracht, en daarnaast de kraai, die in een glimmende zwarte veter pikte, en daarnaast dreef de baars lui achterover in ee waterbed, waar zoete wieren in zweefden waar hij zo nu en dan aan sabbelde.........
uit: Mischien wisten zij alles van Toon Tellegen

Wat mij betreft verplichte leeskost voor iedereen (dus niet aleen kinderen) die verwondering hoog in het vaandel heeft staan.

kate mccgwire veren kunstwerk






Kate Mccgwire bekijkt de wereld op een bijzondere manier. Ze laat mensen nadenken over de omgeving waar ze zich in bewegen door er een surrealistisch element aan toe te voegen. Dit doet ze op zo'n manier dat de ruimtes en objecten waar haar kunst uitvloeit of in opgesloten zit versterkt worden. Haar kunstwerken zijn veelal gemaakt van een enorme hoeveelheid veren in vele kleuren, maar nooit bont in scharkering. Het is alsof het echte levende dingen zijn die krullen, wervelen, stromen en kronkelen. Wat dat betreft lijkt de zwarte winding onder de glazen stolp wel een beetje op een trolleklopper (je weet wel zo'n nachtmerrie van de Grote Vriendelijke Reus). De veren laten je blik oover het object dwalen waardoor het gevoel van beweging nog sterker wordt. Ja, al met al steekt de kunst van Kate Mccgwire zeer vernuftig in elkaar. Genieten!


Pitt Rivers Museum





Het Pitt Rivers museum is een buitengewoon mooi museum in de victoriaanse traditie van verzamelingen. Het is genoemd naar een van de eerste "echte" archeologen, Pitt Rivers. Deze man, waarover ik las dat hij er op stond dat zijn vrouw zich zou laten cremeren ("verdomme nog an toe vrouw, branden zul je") legde de basis voor gedegen archelogisch onderzoek. Zo was hij niet enkel op zoek naar schatten uit het verleden (zoals veel van zijn oudheidkundige tijdgenoten), maar had hij ook oog voor dagelijkse voorwerpen en zelfs scherven. Wat hij opgroef etiketeerde hij ook, waarbij hij uiterst precies te werk ging. Kortom, hij deed wat we nu nog steeds netjes doen als er iets ouds naar boven wordt gebracht en dat in een tijd waar een plan om een spoorlijn over Stonehenge te laten lopen ("het ding verkeerd in slechte staat, heeft geen enkel nut en wordt toch niet hersteld" naar de bescheiden mening van een spoorwegfunctionaris) maar ternauwernood werd verijdeld.
Dit alles wil niet zeggen dat Pitt Rivers een fijne vent was. Nee, helaas stond hij te boek als een gierige en nare man. Zijn vrouw zal blij geweest zijn dat ze zich gewoon kon laten begraven toen hij eerder dan haar het tijdelijke voor het eeuwige verruilde.

Het Pitt Riversmuseum herbergt naast de collectie van Pitt Rivers (een kleine 50.000 artefacten)  in de tijd aangeworven collecties, met de meest bijzondere en exotische voorwerpen. Het is nog echt een museum met houten vitrines zoals je enkel in een oud museum kunt tegenkomen, maar op de website kun je ook een vituele tour nemen. Meer over het Pitt Rivers vind je op hun bijzonder uitgebreide website.

Luisterrijke teloorgang





Al eerder schreef ik over oude gevechtstorens en een gevangenis in verval. Beide zijn mooie voorbeelden van luisterrijke teloorgang van een gebouw. Bijzonder is dat niet enkel "lelijke" plekken zoals fabrieken en verouderde ziekenhuizen leeg staan. Ook bijzonder mooie landhuizen en kastelen ondergaan dit lot. Waarom is mij een raadsel, maar het levert wel bijzonder schone plekken op.

Door het verval en de lege ruimtes worden de elementen van het gebouw die achter zijn gebleven versterkt. Het is als een puzzel waarvan je nog net kan zien wat het geweest zou moeten zijn, maar waarbij je zelf de ontbrekende stukjes mag invullen. Zelfs de meest lelijke fabrieksruimte krijgt door leegstand en verval een lading die ruimte biedt voor  een eigen invulling. Wat is hier gebeurt, Wie deed als laatste de deur dicht, waarom is men weggegaan, waarom staat het gebouw er nog? Allemaal vragen, waar ruimte is voor sterke verhalen.

Het is een speciale hobby om leegstaande panden te spotten en te bezoeken. De mooiste plekjes zijn met veel mystiek omgeven en worden door de urban explorers zo goed mogelijk geheim gehouden. Een mooie Nederlandse site (in het Engels) met een heleboel objecten is Urbex. Urban exploring heeft een grote hang naar wat eeuwen geleden de ontdekkingsreizigers dreef tot het in kaart brengen van de complete wereld. En het mooie is; De ontdekkingsreizigers van weleer hadden ongelijk. Niet alles is bekend. Er is nog veel schoonheidte ontdekken en het staat vaak net onder onze neus te gebeuren....Dus ontdek!

houdt de adem in




Voor mijn werk ben ik op dit moment bezig met een bevloeiingsproject. Ik vroeg me af hoe sommige planten een tijdlang onder water kunnen staan zonder dood te gaan. Het antwoord heeft alles te maken met de energievoorziening van de plant. Bij zuurstoftekort (ja, een plant heeft ook zuurstof nodig) kan de plant overschakelen naar een alternatieve energievoorziening en houdt de plant als ware tijdelijk zijn adem in. Als de plant onder water komt produceert de plant een speciaal eiwit dat alcoholproductie binnen de plant op gang brengt. De alcohol vormt daarbij de energie die de plant nodig heeft om te overleven. Als het water weer zakt en er dus weer zuurstof voorhanden is komt de normale “ademende” energievoorziening weer op gang. Schijnbaar is teveel alcohol ook voor planten niet best. Afhankelijk van de hoeveelheid van het speciale eiwit zijn planten beter of juist slechter in staat te overleven bij een overstroming. De planten zonder het speciale eiwit sterven al snel. Geheel onthouders is in dit geval dus niet een langer leven beschoren. Een scheutje alcohol op zijn tijd heeft menigeen verblijd. Zo, en dan nu weer rustig doorademen…

Gonggg



Het geluid van een gong heeft het vermogen om met z'n uitdovende vibrerend geluid stilte en rust af te dwingen. Toch is de ene gong de andere niet. Zo is er om te beginnen geen sprake van één gong waar de andere van afgeleid zijn. De meerdere soorten hebben zo lang ze er zijn altijd langs elkaar bestaan. De gong is trouwens niet iets typisch Chinees of Japans. Het enige dat je eigenlijk er van kunt zeggen is dat het niet echt een noordelijke uitvinding is. Maar nu over naar de verschillende gongen. Zo is er de cimbaal, die we tegenwoordig vooral kennen van het drumstel, maar in europa als eerste gebruikt werd in middelgrote symfonieorkesten en bij de fanfare. Deze (hand)gong blijkt al bekend van 800 jaar voor die bekende man geboren werd. Oud dus. Een mooie gong vind ik die met een bolle knop in het midden. Deze soort gongen heeft vaak een mooie versiering en de gong is niet enkel hol geklopt, maar ook nog eens voorzien van een rand. Het geluid van dergelijke gongen is minder flitsend dan die van cimbalen en heeft afhankelijk van de dikte van de gong en de breedte van de rand een wat doffere, maar zeker niet minder mooie toon. Dan zijn ber ook nog gongen met meer rand en bolle knop dan gong oppervlak. Deze gongen worden vaak als set bij elkaar gehangen en zo ook bespeeld. Het geluid is minder ver dragend en ook wat dof, al ligt dat er ook maar net aan wat de kwaliteit is. Als laatste wil ik toch ook nog even mijn favoriete gong noemen. Dit is, zoals lezers van het eerste uur wellicht nog weten de Boeddhabel (Voor een uitgebreidde beschrijving klik je hier). Heerlijk hoe deze plaatgong zijn geluid de ether in slingert met een hele fijne Gonggg.....

Decoratief





Jones Owen was een van de eerste mensen die ornamentatie van verschillende beschavingen, tijden en werelddelen bijeenbracht in een boek over kleurenleer. Het boek The grammar of ornament is nog steeds een van dé boeken voor designers. Jones was het niet zo zeer te doen om het kopiëren van de decoraties ansig maar meer om de invloed van repeterende vormen en kleuren op het karakter van een voorwerp. Daarbij maakt het niet uit of dit een vaas of een gebouw is. Een willekeurige aardewerken vaas kan met de goede decoratie op Nederlands Delfsblauw lijken maar net zo goed op Grieks zwartfigurig aardewerk. Jones Owen zocht naar nieuwe patronen en kleurcombinaties die helemaal bij zijn tijd zouden passen. Dat hij daarbij een tijdloos meesterwerk achterliet geeft nog steeds vorm en kleur aan onze alledaagse dingen.


Crystal Palace



Cristal Palace was een uit de kluiten gegroeid kas-achtig bouwsel dat in 1851 het neusje van de industriële bouwkunst was. Het werd gebouwd voor de wereldtentoonstelling in Londen. Naast een enorme hoeveelheid van 84.000 m2 vlakglas was er ook flink wat gietijzer (en klinknagels) nodig om het "kristallen" gevaarte zijn stevigheid te geven. Het gegoten vlakke glas was een nieuwigheid en zorgde er voor dat er relatief goedkoop gebouwd kon worden. Wat mij zo facineert aan het gebouw is dat het "paleis" ondanks zijn glazen behuizing en metalen verbindingswerk niet kil of modern oogt. Het gebouw zat met oog voor detail in elkaar en heeft een warm karakter dat uitnodigd om er te zijn. Ik vraag me zelfs af of we niet weer terug zouden moeten naar meer van zulke mooie gebouwen in plaats van de onpersoonlijke en vaak schreeuwerige glazen torens die vandaag de dag de 'state of the art' moeten verkondigen.


Wat in 1851 begon als een licht kristallen sprookjespaleis eindigde in 1936 met een desastreuze brand in het opgelapte glazen complex. Daarmee viel de droom om ook toekomstige generaties te laten genieten van dit majestueuze bouwwerk in scherven uiteen.



Lissa Nilsson; menselijke doorsnedes in papierkunst


Ik keek eens een fantasierijke film, waarin een levend paard nogal abrupt in dunne plakjes wordt gesplitst om vervolgens tussen glasplaten gewoon functionerend en al door de geschrokken hoofdrolspeler bezichtigd te worden (kijk hier maar eens). Ik moest weer denken aan dat bizarre stukje film toen ik de kunst van Lissa Nilsson tegen het lijf liep. Het verschil met de film is is dat dit plakje mensenhoofd niet leeft en ook geen vleselijk materiaal bevat. Het is namelijk een kunstwerk geheel opgetrokken uit opgerold papier. De verschillende dichtheden en kleuren geven de structuur van de weefsels en hardere delen goed weer en dat met enkel papier. Een heel knap staaltje vakvrouwschap.


onleesbaar: Voynichmanuscript





Wat hebben “groen fluim” en “mineurgolf” met elkaar te maken? Nou, het zijn beide anagrammen voor Frumingelo. Anagrammen werden in het verleden onder andere door wetenschappers gebruikt om hun ontdekkingen gecodeerd de wereld in te slingeren. Bij anagrammen worden de letters van een woord verhaspeld tot een andere woordcombinatie die niets of juist wel iets anders betekenen. Een van de meest bijzondere boeken dat waarschijnlijk geheel uit anagrammen bestaat is het Voynichmanuscript.

Dit manuscript stamt uit het begin van de vijftiende eeuw en is tot op heden onleesbaar. Dat werkt natuurlijk voor veel wetenschappers als een rode doek en vele hebben zich dan ook al de tanden op het boek stukgebeten (niet letterlijk natuurlijk). Het mysterieuze geschrift werd in 1912 ontdekt door de boekhandelaar Wilfred Voynich die het manuscript tussen allerlei oude documenten van Jezuïeten aantrof. Hij kocht het werk, maar kwam er al snel achter dat hij het ondanks de mooie tekeningen niet kon lezen. Hij schakelde meerdere geleerden in om de code te breken,maar het mocht niet baten. Het bijzondere boek gaf zijn geheimen niet prijs. Voynich stierf na achttien jaar onderzoek en was toen nog niets wijzer. De start van de wedloop om de code te breken was toen pas net begonnen. Een van de mogelijkheden is dat het gehele boek is opgebouwd uit Italliaanse anagrammen, tenminste dat denkt Edith Sherwood. Ze vertaalde inmiddels al hele stukken boek, maar of het ook klopt weet ik niet. Ik moet steeds denken aan het anagram dat Galilei ooit opschreef en door zijn tijdgenoten heel anders werd vertaald. Ergens hoop ik dat haar vertaling niet klopt en het mysterie van het geschrift intact zal blijven. Het boek hoeft wat mij betreft dus nog lang niet dicht.

geologie van vulkaan hellingen



Het is bizar, maar nergens is enige informatie te vinden over het in kaartbrengen van vulkaanhellingen. Toch zijn er facinerende geologische kaarten van vele vulkanen gemaakt. Ik schat in dat de bonte kleuren iets vertellen over de vele uitbarstingen en de mineralen die met de lava afgezet zijn in het gebied. Zeker weten doe ik het niet, maar het lijkt me nogal een gevaarlijke klus om bij veelal actieve vulkanen grondboringen te verrichten om de samenstelling te achterhalen. Net zoiets als met een scherpe naald in een ballon prikken en dan hopen dat de lucht er in blijft zitten. Ondanks dat mijn missie om meer te weten te komen over de geologische expedities naar vulkaanhellingen jammerlijk gefaald heeft ben ik wel zeer voldaan met de mooi gekleurde platen die heel goed de grilligheid van vulkanen weerspiegelen. Dat is toch zeker iets om warm van te worden.



Beerdiertje

 
 
 
 
Oorspronkelijk was het idee om iets over de velvetworm te schrijven, een bizar uitziende worm met beweegbare uitstulpingen die dit dier als pootjes gebruikt. Bij mijn zoektocht kwam ik echter een microscopisch familielid tegen die me nog meer kon boeien; het beerdiertje.

Het beerdiertje is een erg klein beestje (0,5- 1,5 mm) dat in 1773 door een Duitse pastor werd ontdekt. Goeze (zo heette de man) beschreef het diertje als bol met een koddig lijfje en vier paar pootjes. Inmiddels weten we dat beerdiertjes al meer dan 92 miljoen op de aarde leven en hun voorvaderen zelfs al 550 miljoen jaar. Na de ontdekking van Goeze zijn er nog vele beerdiertjes ontdekt. In totaal zijn tegenwoordig meer dan 1000 verschillende soorten bekend.
Naast het koddige uiterlijk en de trage manier van leven is het vleesetende diertje een wereldwonder eerste klas. Een beerdiertje kan namelijk nogal extreme omstandigheden overleven. Door een soort van ultieme winterstand kan het wonderlijke wezen z’n leven verlengen van enkele maanden tot aan meerdere jaren. Het beerdiertje rolt zich op en laat zich tot een propje ineen schrompelen. Wat er dan in de tussentijd gebeurt schijnt niet erg uit te maken. Even een greep uit de onmogelijke omstandigheden: -270°C (in vloeibaar Helium), +100°C, vacuüm, 600 MPa (zeg maar gerust extreme druk) en radioactieve straling. Het prepareren van dit diertje met formalyde ,vaseline of 100% alcohol heeft overigens ook geen nut. Het beerdiertje blijft vrolijk leven. Op het moment dat de omstandigheden weer enigszins oké zijn komt het beerdiertje uit zijn verschrompelde toestand en leeft weer helemaal op. Wat dat betreft is deze bijzondere diersoort beresterk.






Related Posts with Thumbnails