Schilder, graficus, architect en ecoloog. Het komt eigenlijk nooit voor dat iemand dit in zich verenigd. Toch was deze combinatie juist hetgeen Friedrich Stowasser, beter bekend als Hundertwasser ("sto" betekent in slavische talen 100) zo uniek maakte. Deze gedreven man verzon vele concepten die tegenwoordig omarmd worden bij duurzaam en Cradle to Cradle bouwen. Door als een moderne Gaudí keramiek en weelderige plantengroei te combineren maakte hij wonderlijke, fantasierijke gebouwen, vaak bekroond met een uivormig torentje, dat zijn handelsmerk was. Hij was verder bekend om zijn organische vormen die zich afzetten tegen de hokjes mentaliteit van de gevestigde architectuur. Niets dat krom kon zijn werd recht aangelegd en alles moest en zou ook kleurig zijn. Wat dat betreft maakte hij geen onderscheid tussen schildersdoek of bouwmateriaal. Dit alles moest zorgen voor een gebouw dat als een jas om de bewoners heen zou passen. Om dit nog te versterken gooide hij er ook nog wat filosofie tegenaan. Zo bedacht hij een concept dat huurders het recht hadden om dat deel van de gevel naar eigen smaak te veranderen dat ze uit het raam leunend bereiken kunnen. Toen ecologie een steeds grotere rol ging spelen in zijn ontwerpen kwam hij op de proppen met de boomhuurder ( iedereen zijn eigen zuurstof en schaduw op het balkon), de hangende waterzuivering met waterplanten en de oogsnede (til het landschap op en schuif er een gebouw onder in de vorm van een oog). Allemaal concepten op basis van buitengewoon krachtige ideeën. Het bleef gelukkig niet bij ideeën. Veel van zijn ontwerpen zijn daadwerkelijk uitgevoerd. Hiermee droeg Hunderdwasser op zijn geheel eigen wijze bij aan een kleurige leefomgeving waar het goed toeven is.
puzzelen met organen
Dissectie was lange tijd een vast onderdeel van de biologieles. Nog veel mensen zullen zich het ontleden van een koeienoog of kikker nog levendig voor de geest kunnen halen. Onder de noemer "destructie komt voor constructie" is er al een heleboel dierlijk weefsel aan kleine stukjes gesneden. Dissectie heeft tot doel door eigen waarneming de ordening en onderdelen van een organisme te achterhalen. Door die ontrafelende werkwijze zijn velen geboeid geraakt door de wonderlijke veelvormigheid van de natuur. Helaas zijn er even zoveel mensen die een acute afkeer opliepen. Daarbij komt nog dat het opensnijden van een dier veel meer etische bezwaren oproept dan het halveren van bijvoorbeeld een meloen. Nu is er natuurlijk wel een verschil. Met die meloen voelen we veel minder verwantschap. Op een of andere manier leeft iets wat een vaste standplaats heeft en plant genoemd wordt minder. Nee, een organisme zonder wortels en met ogen, een bek en poten, die leeft pas echt. Nee dus. Het etische bezwaar zit dieper in onze beleefwereld.Iets dood maken voor educatieve doeleinden is tegenwoordig not done. En dat terwijl een van de founding fathers van de natuurbescherming , Jac P. Thijsse, juist het in alle facetten beleven van de natuur en haar vele kanten centraal zette in zijn boeken. De rauwe realiteit is dat we tegenwoordig niet meer al onze zintuigen inzetten bij het waarnemen van onze omgeving. Kijken is leuk, voelen onhygienisch en ruiken vaak vies. We doen het dus ook maar niet meer. Dissectie komt nog uit de tijd dat het een aanvulling was op hetgeen de kinderen zelf al ontdekten. het rijtje kennen, kennis en kunde houdt nu al op vóór het kennen. Met die kennis op zak is er nog een flinke sprong te maken voordat je een kikker opensnijd. Tijd om naar buiten te gaan dus.
vogelnestjes soep
Eerst maar het traditionele beeld. De zwaluwen nestelen o.a. in de grotten van Niah en in de grotten van Koh Phi Phi Ley en gebruiken hun speeksel als cement voor hun van plantenmateriaal gemaakte nest. Het speeksel komt uit speekselklieren onder de tong. De nesten worden met de nodige waaghalzerij geoogst door ze van het plafond van de grotten af te steken. Maar dat is het waard. De plantaardige delen van het nest worden daarna voorzichtig verwijderd. Het spul dat overschiet wordt gekookt in bouillon en deze zachte, smakeloze spuugslierten worden vervolgens voor veel geld in dure restaurants geserveerd als lustopwekkend middel. De vogelnestjes hebben de naam de mannelijke seksuele appetijt op te drijven, je vermagert ervan, het versterkt de immuniteit en het is een verjongingsmiddel. Vogelnestjessoep om van te smullen dus! O ja, er gaan ruim 100 nesten in één kilo vogelnestspuug. Onthoud dat even.
Maar ja daar bleef het dus niet bij. De klipzwaluw heeft na eeuwen de mens ontdekt. Toen in 1997 een aantal zwaluwen zich vestigden in een duistere bovenverdieping van een huisje in Pak Phanang begon het begin van een vreemd verschijnsel. De zwaluwen bleven omdat het van insecten vergeven mangrovebos zo veel dichter in de buurt was. Toen mensen lucht van kregen van de vestiging van de zwaluwen was een lucratieve handel geboren en werden er in het dorp overal voorzieningen getroffen. Vijfhonderd mensen verhuisden en er werden zelfs speciale vogelappartementen uit de grond gestampt voor een fiks bedrag. Donker, vochtig, hoog, koel en somber moet het er zijn. Net zoals in een grot. Met vogelgeluiden worden de “gasten” gelokt. Deze gasten moeten echter wel om de zoveel tijd hun eigen, bijeen gekweelde, nest afstaan om te mogen blijven. De oogst kan oplopen tot 20 kilo per maand. Dat zijn dus 24.000 nesten per jaar uit één gebouw met vogelappartementen en er staan er meer dan driehonderd. Als die berekening echt klopt dan lijkt me dat meer dan voldoende om de lusteloosheid van een hele natie te bestrijden.
Giant
Het is een reuze leuk gezicht, zo'n bizar grote, in kalklijnen uitgezette reuzenfiguur op een heuvel bij Cerne in Engeland. Maar wie kwam op het idee om deze figuur zo buitenproportioneel groot uit de heuvel te graven? Uiteraard is er een legende die verhaalt over een heuse reus. Deze Deense bruut zou in het dorpje een heuvel hebben uitgezocht om de nacht door te brengen waarna de bewoners hem onthoofden. Leuk, maar de afbeelding van de reus is niet zó oud. De meest logische verklaring van het ontstaan van de reus is de Heracles-variant. Het verhaal gaat dat het een levensgrootte uitdaging, oftewel een reuze lange neus was aan het adres van Oliver Cromwell, ook wel de "Heracles van Engeland" genoemd. Deze beruchte staatsman was na de Engelse burgeroorlog enige tijd (1653-1658) aleenheerser over Engeland en Schotland. Denzil Holles, landeigenaar van onder andere het dorpje Cerne, was zijn meest fervente tegenstander. Hij was dan waarschijnlijk ook degene die zijn manschappen opdracht gaf voor de reuzecreatie. Oliver Cromwell was overigens zo "geliefd " bij zijn onderdanen dat hij in 1661 nog postuum werd geëxecuteerd voor z'n misdaden. De reus werd er niet warm of koud van. Nou, ja hij zag er altijd al een beetje opgewonden uit, maar het schijnt dat bij herstelwerkzaamheden z'n fallus nog groter gemaakt is dan ie al was. Datzelfde symbool stond uiteraard aan de wieg van vele kinderen in Cerne, wat uiteraard deel is van de vorming van de vele verhalen rond de reus. Meerdere stelletjes zouden een gigantisch leuke tijd hebben gehad daarboven op de heuvel. Het hoe of wat de reus nu echt hiermee te maken heeft blijft in dit geval in het midden.het temmen van het Ros Beijaard
Ic weet u een paert ende hiet Beiaert, dat heeft die cracht van ix orssen ende staet in een starcke toren, dair en darf niemant biden orsse comen overmits sijn quaetheit: dese Volbeiert is van een dromedrarius gecomen, het is so snel van lopen, al wairt dat een sparwer eerst wt zijnre muten quame ende so neder vloge dat die geen de op Beyaert sate hem reiken mochte, hi soude die sparwer sijn vederen corten al vliegende.’ Doe Reinout sijn vader dus hoirde prisen seide hi al lachende: ‘Vader, dat waer wel mijn paert.’ Doe sprac de edele grave Aymyn tot sijn soen: ‘Reinout, doet u wapen an u lichaem, dat rade ic u voirwair, want het is soe vreselic, ten laet hem niemant genaken. ende hevet een vreselic gebijt want het bijt stenen ghelic ander orssen hoy biten.’ Doe sprac Reinout de onvervairde: ‘Sal ic mi wapenen tegen een paert, het waer scande, wiet hoerde of sage, heren of ioncfrouwen.’ Doe sprac Aymijn: ‘Sone ic rade u dat gi u wapent want tors is groot fel ende starc.’ Als Reinout die woerden hoirde van sijn vader wapende hi hem in zijn volle hernas of hi ten stride gaen soude. Ende nam in sijn hant een stoc van een vame lanc ende ginc daer tors was; hem volgede veel ridders. ende ioncfrouwen om taensien hoet mit Reinout vergaen soude, sijn vader ende moeder volgeden mede, somwijlen lagen de ridders ende ioncfrouwen op ten muer. want si grote begeerte hadden te sien wat aventuere datter geschien sal. Doe hiet Aymijn datmen de stal ontslote ende seide tot Reinout: ‘Soen, dwinct dat orsse, ic salt di noch geven.’ Mit dien dat Aymijn de woerden tot Reynout sprac trat hi in die stal; als hi in was, sloet men de doere toe. Doe sach Reinout dat ors voer hem staen; dat ors sloech Reynout met een voet, daer hi stont, voer sijn hoeft dat hi al verdoeft viel ter aerden ende lach lange eer hi bequam. Vrou Aye dit siende, riep met groter haesten ende wranc haer handen seggende: ‘Eylacen, mijn kint is doot.’ Doe sprac de edele grave Amyn: ‘Soene, dwinct het ors, ic gevet di want icx niemant bet en gan dan u.’ Die edele vrou Aye riep seer iammerlic: ‘Aylacen, hi is doot: siet wair hi leit.’ Aymijn sprac: ‘Swijcht vrou, is hi van minen bloede ende heb ic hem gewonnen, gi en dort niet twifelen hi en sals wel genesen.’ Onderdes bequam Reynout ende scaemde hem dat hi daer lach; hi hevet sinen stoc verheven ende meende Beyaert dair mede ter neder te slaen, des hem Beyaert benam ende nam Reinout in sinen mont bi den halsberch de hi scoirde ende werp Reynout voer hem inder crebben. Reinout sloech weder op Beyaert ende Beiaert werp Reinout op de aerde: had Reynout van scanden mogen doen, hi hadde wten stalle gelopen. Doe nam Reinout Beyaert bi den hals ende hieltet manlic ende sloeget ros mit vuysten. Aldus wrastelende vocht hi lange tegen Beyaert, als nu boven als nu onder vechtende, creech hi hem den breidel inden mont ende sprancker op mit twe scarpe sporen, doe deed men de staldore wide open. Ende elc de vloech op hoechten om te sien den loep ende sprongen van Volbeyert. Als Reinout met Beiaert quam optrume, gaf hi hem die sporen ende den toem ende satter op of hijer wt gewassen hadde geweest. Beiert was groet, starc ende snel ende droech Reinout over twe wide graften mit een spronc: elc graft was wel xl voet wijt. Aldus reet Reinout een lange stont wech ende weder dat hi mode was ende dat ros Beiert was seer besweet ende bloede vanden spoerslagen die hem Reynout gegeven had: doe bete Reynout die degen vanden orsse ende dwoecht vanden bloede. Die vrouwen ende ioncfrouwen quamen vander muer om Beiert te sien, doe sprac de coene wigant: ‘Dit ors en gave ic om geen goet.’ Beiaert stont voir hem ende beefde ende leide zyn voeten te samen ende neech Reinout toe ende hi wennede dat ors datter een kint mocht om gaen spelen sonder misdoen. Het was pickswart, manen ende al datter aen was, voren wast wide ende seer breet over de hoepen. Reynout deder toe maken een costelic gereide, als toem, voerbuych ende couvertuerde ende een costelick sadel met vier siden daregaerden die seer ghenoechlijc waren om sien.E120
Maar even terug naar het ontstaan van de rode kleurstof die in ruim 50 verschillende goederen verwerkt word. Producten zoals lipstick en winegums krijgen een kek rood kleurtje door het luizenaftreksel. Voor een kilootje kleurstof nemen men ongeveer 150.000 vrouwtjesluizen en hun eitjes. Als verdediging tegen aanvallers maken de vrouwtjesluizen de kleurstof aan. Nou dat is in dit geval wel van toepassing. De krioelende insecten kan men op verschillende manieren over de kling jagen. Zo gebruikt men heet water, sterk licht, stoom of simpelweg een bakoven. Het rood wordt voor een kleurecht effect nog gebonden aan wat zwaardere metalen zoals tin.
Ik krijg er een beetje karmijnzuur gevoel bij dat rood. Gelukkig is er ook E124, de synthetische versie van E120.
cameleon
Een kameleon heeft een camouflagekleur waardoor hij niet opvalt in zijn leefgebied. In een andere omgeving zou hij echter echt wel opvallen. Zoals iedereen weet lijkt de basiskleur vaak op de omgeving. Boombewonende soorten zijn zo groen als de groene bladeren, terwijl bodembewonende soorten juist weer op verdorde bladeren lijken. De kleurverandering vindt plaats door de pigmentcellen in de huid te herverdelen, tot de gewenste kleur bereikt is. Hij heeft namelijk speciale pigmentcellen in zijn huid, ook wel chromatoforen genoemd. Deze cellen worden direct aangestuurd door signalen vanuit de hersenen. Daarom kunnen kameleons heel snel reageren op hun omgeving. De kleurverandering treedt bij een kameleon op binnen enkele (milli)seconden. De basiskleur hebben kameleons als ze zich op hun gemak voelen of slapen en als de weersomstandigheden ideaal zijn. Afwijkende weersomstandigheden in de lichtintensiteit, de luchtvochtigheid en de temperatuur hebben ook invloed op de kleur.
Met name als een kameleon opgewonden is of stress ondervindt kan de kleur binnen korte tijd dramatisch veranderen. Een zieke, angstige of boze kameleon kleurt zeer donker tot bijna zwart, soms met felgekleurde vlekjes om vijanden of soortgenoten af te schrikken. Kameleons met de meest opvallende sociale signalen veranderen vaker van kleur dan de kameleons die in een hele afwisselende omgeving leven. De felle sociale signalen zijn maar enkele seconden zichtbaar. Dit is net lang genoeg om te worden opgepikt door soortgenoten, maar voor roofdieren vaak te kort om op te vallen. Zo heeft de kameleon én het voordeel van opvallende sociale signalen én het voordeel van een schutkleur. Tijdens de paartijd wordt het vermogen om drastisch van kleur te veranderen door de verliefde mannetjes gebruikt om de vrouwtjes verleiden. Maar vooral de kleuren van zwangere vrouwtjes die dienen om de verliefde mannetjes op afstand houden zijn spectaculair, zo komen heldere gele, blauwe of roze kleuren voor.Tsaar Peter "tandentrekker" de Grote
Peter de grote was naast tsaar van Rusland ook een rasechte verzamelaar. Ten eerste verzamelde hij verzamelingen van anderen (dat scheelde waarschijnlijk tijd). Zo kocht hij de hele collectie van de anatoom en botanicus Frederik Ruysch met onder andere een groot aantal anatomische preparaten en delen van de verzameling van Albertus Seba. In die collectie zaten echte rariteiten, dieren op sterk water en allerlei opgespelde insecten. Maar daar bleef het niet bij. Peter de Grote verzamelde ook kennis. Niet enkel van het bouwen van schepen maar ook anatomie stond op het verlanglijstje van de tsaar.
Frederik Ruysch leerde de tsaar tanden trekken. Dit beviel de heerser dusdanig goed dat hij er z’n hobby van maakte. Gewapend met het benodigde materiaal keerde hij huiswaarts. Als zelfbenoemde tandentrekker trok hij persoonlijk bij vele onderdanen en vijanden al dan niet vrijwillig een klein ivoren aandenken uit de mond. De tanden hiernaast zijn werkelijk tanden die hij getrokken heeft. In zijn werkzame leven zaten ze in een zakje, wat hij vaak bij zich droeg als proeve van zijn “kunde”. Hij was geobsedeerd door het tandartsen vak en voerde dan ook regelmatig en schijnbaar zeer ad random “gebitscontroles” uit bij de medewerkers van zijn hofhouding en onder de manschappen van zijn leger. Werd er een verdachte tand gesignaleerd dan was Peter niet te groot om de tand er eigenhandig uit te rukken. Hij schijnt daarbij vaak zijn eigen kracht niet goed ingeschat te hebben waardoor er bij de “medische zorg” ook delen van tandvlees en kaak verloren gingen. Niemand durfde echter Peter de grote de gratis gebitsbehandeling te weigeren. Je zal het maar voor de kiezen krijgen.
Frederik Ruysch leerde de tsaar tanden trekken. Dit beviel de heerser dusdanig goed dat hij er z’n hobby van maakte. Gewapend met het benodigde materiaal keerde hij huiswaarts. Als zelfbenoemde tandentrekker trok hij persoonlijk bij vele onderdanen en vijanden al dan niet vrijwillig een klein ivoren aandenken uit de mond. De tanden hiernaast zijn werkelijk tanden die hij getrokken heeft. In zijn werkzame leven zaten ze in een zakje, wat hij vaak bij zich droeg als proeve van zijn “kunde”. Hij was geobsedeerd door het tandartsen vak en voerde dan ook regelmatig en schijnbaar zeer ad random “gebitscontroles” uit bij de medewerkers van zijn hofhouding en onder de manschappen van zijn leger. Werd er een verdachte tand gesignaleerd dan was Peter niet te groot om de tand er eigenhandig uit te rukken. Hij schijnt daarbij vaak zijn eigen kracht niet goed ingeschat te hebben waardoor er bij de “medische zorg” ook delen van tandvlees en kaak verloren gingen. Niemand durfde echter Peter de grote de gratis gebitsbehandeling te weigeren. Je zal het maar voor de kiezen krijgen.
creatief met meccano en draad
De ontwerper Chico Bicalho was als kind gefacineerd door dieren en kurkobjecten. Terwijl andere nog lekker aan het tekenen en kleien waren spoot de ondernemende Chico twee dode ratten zilver, voor de lol en omdat hij het zo mooi vond. Hij ging studeren aan de Rhode Island School of Design en vond zo z’n kunstenaars en designroeping. In 1992 begon hij met het ontwikkelen van opwindwezens met een hoog design gehalte; de critters.
De eerste Critter maakte hij met wat hulp van een Japanse bouwtechniekkit van een dumpwinkel voor overtollige producten en wat stevig ijzerdraad. Het creatieve proces is daarna steeds op een andere manier gelopen. Eerst werkte hij nog met bestaande bouwmaterialen uit de categorie “meccano” en stevig draad voor de poten en antennes. Later kwam de computer er aan te pas. De ontwerpen hebben veel weg van insecten. In totaal maakte Chico Bicalho ruim 4500 Critters met de hand. Er zijn dan ook meer dan 17 verschillende soorten, allen met een uniek, onvoorspelbaar eigen gedrag. Ze kruipen, dansen, trillen, klimmen en draaien. Hij heeft daarmee iets gemaakt waar je enthousiast en blij van wordt. Hoe absurd ook, hij heeft met veel liefde zijn wilde ideeën vertaald in voor iedereen toegankelijke wonderbaarlijke pronksjuweeltjes.
Orthochromatische rad
Max Ernst (1891-1976) maakte deel uit van de Zwitserse Dadabeweging die zich afzette tegen oude methodes zoals het schilderij, artistieke orginaliteit, en de uniekheid van een kunstwerk. Waarom zou je je beperken tot grofweg kwast en beitel als er nog zoveel te ontdekken viel buiten deze gebaande paden? Nou, beperken gebeurde bij de Dadabeweging in ieder geval niet. Kunst bestaande uit gebruiksvoorwerpen, poëzie-kunst, experimenteel toneel. Alles mocht als het maar vernieuwend en totaal “anders” was dan wat al eerder gemaakt was.
Ernst was een kunstenaar die graag collages maakte. De inhoud was daarbij belangrijker dan de vorm. Max Ernst gebruikte een bijzondere techniek die ook wel ‘Frottage” (afgeleid van het Franse werkwoord voor wrijven) wordt genoemd. Hierbij wordt een vel papier (of doek) op een ondergrond met een bepaalde structuur gelegd. Door met potlood of krijt over het vel te wrijven ontstaat een soort schaduwafdruk van de structuur. Max gebruikte de techniek door onder andere drukkersmateriaal en radertjes als basis voor zijn Frottages te gebruiken. De vormen werden later door hem ingevuld met waterverf. Ook beschilderde hij doeken en krabde daarna met een soort omgekeerde frotagetechniek de onderliggende structuur weer van het doek. Het resultaat was bijzonder surealistisch te noemen. Daarmee was hij dan ook meteen een van de eerste kunstenaars van het surealisme. Het kunstwerk hiernaast, Het grote Orthochromatische wiel uit 1919, lijkt nog het meest op letters, maar eigenlijk wordt je gewoon door je hersenen op het verkeerde been gezet. Er staan namelijk geen letters, of toch wel?Harsmannetje
Een van de onderwerpen waarover ik al vanaf de start van Frumingelo over wilde schrijven was het harsmannetje. Het kwam er steeds maar niet van. Maar het onderwerp bleef kleven. In het geval van harsmannetjes letterlijk.
Het rupseltje heeft ongeveer twee jaar nodig voordat ze zich verpopt tot dat onooglijke motje. Ondertussen weet de rups zich veilig in z'n behuizing die op de eigen groei uitgebreid wordt. De rups leeft van de sappen van de den. In het eerste jaar valt het harsmannetje nauwelijks op. Het huisje van hars groeit namelijk niet zo hard. Na twee jaar is het harsmannetje drie á vier centimeter groot en zo'n grote harsklont begint toch echt op te vallen. Er zal echter geen insectenetende vogel naar kraaien. De rups zit helemaal goed beschermd in z'n kleverige woning en is geeneens smakelijk vanwege z'n hars-dieet. Verpopte rupsen worden, volwassen harsbuilmotjes en vliegen uit rond mei -juni. De onopvallende, grijsbruine vlindertjes leggen hun eitjes op jonge zijtakjes van grove dennen en zo begint de cyclus weer van voor af aan.
Harsmannetjes zijn de aanmaakblokjes van de natuur. Pyromaantjes in de dop gingen vroeger dan ook fanatiek op zoek naar deze harsproppen als ze van plan waren om een knapperend kampvuur te maken. Zolang de oude proppen worden gebuikt blijft de stroom aanmaakblokjes zichzelf vernieuwen en kunnen we blijven genieten van een knetterend vuurtje met zo nu en dan een ontploffend harshuisje.
Joods begraven
Het sterven van iemand van de joodse gemeenschap is omgeven met bijzondere rituelen en gebruiken. Het is ontroerend te lezen hoe het joodse geloof aan kijkt tegen het menswaardig s
terven, de zorg voor de nabestaanden en vele andere dingen. Op een joodse begraafplaats geldt 'eeuwige grafrust'. Dit betekent dat de graven ongemoeid gelaten moeten worden en dus niet geruimd worden. Een bijzonder gebruik op de joodse begraafplaats is het leggen van steentjes op de grafstenen. Dit gebruik heeft niet een, maar meerdere lagen van betekenis. De eerste laag is die van aanwezigheid en is vergelijkbaar met de bloemen die andere religies gebruiken. De overledene wordt niet vergeten. De bezoeker stopt als het ware zichzelf in de sterke steen om altijd bij de overledene te zijn en hem niet te vergeten. Een tweede laag is als tastbaar symbool van de liefde voor de gestorven persoon. Een volgende laag is ter herinnering aan de goede daden van de overledene. Door aan de grafsteen een steentje toe te voegen, geeft de bezoeker aan dat hij daarop wil verder bouwen. Het verwijderen van steentjes van een joods graf is dan ook een zware schending.
Darwin
Wat jammer, het Darwinjaar is alweer voorbij. De Darwin vinken kunnen weer terug naar het archief en de nieuwe reis van het schip De Beagle is met succes voltooid. Darwin is dood, leve Darwin! Alles wat deze geniale man opgeschreven heeft is gepuliceerd en bediscusieerd. De publicatie "on the origin of species by means of natural selection, or the preservation of favoured races in the struggle for life" uit 1859 is natuurlijk het bekendst door de revolutionaire inzichten rondom onze evolutie. Wat is er nog te schrijven over deze kaalgemaaide vlakte voor mijn voeten? Misschien wat aandacht voor de wat onbekendere werken uit het euvre van Darwin. Enkele vielen me op; een boek over klimplanten, een boek over vleesetende planten en een boek over gezichtsuitdrukkingen en emoties. Na wat onderzoek was ik er uit; ook over deze onderwerpen is een boek verschenen. In het boek 'Darwin's Island. The Galapagos in the Garden of Engeland' van Steve Jones wordt een ode gebracht aan deze minder bekende studies. Zelfs het onderzoek naar de zeepok en bodemvorming door wormen wordt behandeld. Daarmee rest mij nog enkel de aanbeveling om dit boek te lezen. Iets wat ik in ieder geval zelf zal doen.
voorzichtig doorzichtig
Wat mooi. Er gaat een wereld voor je open. niets blijft ongezien. En zie je het niet dan kun je het zichtbaar maken door een vloeistof te injecteren. Het is wonderbaarlijk. Tot in de kleinste details zijn botten, nee hele skeletten te bestuderen zonder te doden. Ook tere vondsten zoals mummies of schilderijen worden blootgesteld aan ultra violet licht of x-ray. Het levert bijzondere nieuwe inzichten op zonder het voorwerp van onderzoek te beschadigen. Zo kwam er uit menig opgegraven roestblok een complete helm, munten of zwaarden. De kikker hiernaast is natuurlijk wel dood. Ik heb namelijk nog nooit van m'n leven een levende kikker met een labeltje door z'n kont gezien. De röntgenstraling gaat door zachte delen heen, maar wordt door vastere weefsels zoals botten tegengehouden.
Mechanische insecten
Insecten zijn met zoveel soorten op de wereld dat de wetenschap nog lang niet weet hoeveel varianten er zijn. Dat de verscheidenheid groot is en de uitingsvormen van bizar lelijk tot wonderschoon uiteen lopen heeft iedereen die zich een beetje verdiept in deze beestjeswereld wel in de gaten. De libel is een van de soorten die het al een tijdje uithoudt op deze planeet. De 280 miljoen jaren dat deze soortgroep al bestaat valt in het niet met de groentjes van mensen die pas (maximaal 5 tot 7 milioen jaar geleden) komen kijken. De soort laat zich grofweg opdelen in twee groepen; de juffers (Zygoptera) die hun vleugels in rust op de rug vouwen en de echte libellen (Anisoptera) waar de vleugels altijd naar de zijkant gespreid uitstaan. De echte reusachtige joekels zijn uitgestorven, maar met ongeveer 5700 soorten zijn libellen nog steeds erg goed vertegenwoordigd in het insectenrijk.
O, ja het zijn er inmiddels 5701. Het bovenstaande exemplaar is er een van de echte libellen, waarschijnlijk een van de familie glazenmakers (wie het precies weet mag het zeggen), met een kleine mechanische aanpassing. Mike Libby is de kunstenaar die deze,overigens dode, libel van zijn mechanisch sieraad voorzag. Hij nam ook kevers, vlinders, spinnen en sprinkhanen onderhanden. Het resultaat is bijzonder mooi te noemen.
Bekijk hier meer voorbeelden van mechanische insecten.
Geheugenstok
Het spreekwoord "iets op je kerfstok hebben" heeft een geschiedenis in drievoud. De kerfstok, ook wel reutel of lat genoemd werd gebruikt voor eten en drinken op de pof, met andere woorden; men stak zich in de schulden. De schuld werd gekerfd in een stuk hout. Vooral de gewone man die niet lezen of schrijven kon gebruikte de kerfstok voor z'n schuld.
Bij het in bewaring geven van goederen werd ook een kerfstok gebruikt. De stok werd gekerfd en in twee gespleten. Het ene deel ging mee met de eigenaar, het tweede deel bleef achter bij diegene die de goederen in bewaring had. Om de goederen weer op te halen diende men het ene deel van de kerfstok weer te verenigen met het tweede deel. Als de "sleutel" paste dan konden de goederen weer meegenomen worden.
De kerfstok raakte op enig moment uit gebruik, maar de kerfstok van het geweten bleef bestaan. De narigheid die je daarop had verzameld, de schuld ten opzichte van de maatschappij leeft nu nog voort in het spreekwoord.
Een bijzondere variant is "een ijzeren kerfstok hebben" Dat wil zeggen dat de dingen die je doet je altijd vergeven worden. Iedereen kent wel iemand die zo'n kerfstok heeft. Zij komen overal mee weg.
Guido Ooms ontwikkelde de usbstok. Nu is het niet meer erg om wat op je stok te hebben en er mee op weg te gaan…..Nee, deze usb sticks van stukjes takhout zijn gewoon bijzonder mooi en functioneel.
Luigi Serafini
James Cameron schreef samen met een hele berg experts van de film Avatar een encyclopedie over de planeet Pandora (die van de doos). Hij was echter niet de eerste die dat deed. Eerder ging Luigi Serafini hem voor.
Een kunstenaar sluit zich 30 maanden op en stelt een codex samen over een wereld die niet bestaat. Dat is in vogelvlucht het verhaal van de Codex Seraphinianus. Een encyclopedie van ruim 350 pagina’s geschreven en geïllustreerd door kunstenaar, industrieel ontwerper en duizendpoot Luigi Serafini. Geschreven zinspeelt op leesbaar, maar niets is minder waar. Wat door moet gaan voor tekst is in een compleet onbekende linguïstische spelling opgeschreven. Bizar dat je dat volhoudt voor zo’n dikke pil van een boek.
De codex is verdeeld in elf hoofdstukken (het gekkengetal) en verdeelt over twee delen. Het eerste deel behandelt de natuurlijke flora en fauna, de elementen en de mechanica. Het tweede deel gaat (zover te achterhalen valt) over de verschillende volkeren, de historie, de spelling, etiketten, regels, sport/spel en uiteraard over architectuur. Leuk zou je zeggen, maar wat maakt dit boek nu zo bijzonder? Het zit ‘m in de enorme detaillering, de subtiele verwijzingen naar onze eigen wereld (veelal parodieën op bestaande dingen) en de heldere kleuren die dit boekwerk een vervreemdende en magische uitstraling geven. Zeker voor dingen die niet in onze wereld voorkomen is het echt heel knap in elkaar gestoken. De onleesbare teksten, bijschriften en aantekeningen maken het plaatje compleet en bijna geloofwaardig. Meerdere taalwetenschappers probeerde de code van de codex al te breken, zonder resultaat. De codex blijft tot op vandaag onleesbaar. Dat was precies ook de bedoeling van de maker. De lezer zou het boek moeten lezen zoals een kind dat doet. De verwondering over de groepjes letters zonder ze te begrijpen was het gevoel dat Luigi Serafini wilde oproepen. En de code? Enkel belangrijk als voetnoot.
stekeligheden
Erinaceus europaeus, oftewel egels zijn echte einzelgängers. Ze leven overdag alleen in hun nest van bladeren en enkel tijdens de voortplantingsperiode zoeken ze elkaar op voor hun bio-logische verplichting om zich voort te planten. Als ze elkaar dan ontmoeten gaat het er luidruch-tig, maar ook voorzichtig aan toe (vanwege de stekels). Ze produceren een snuivend blazend tot snurkend geluid. Hiermee geven ze aan dat ze zich gestoord maar niet bedreigd voelen. Ook puffen en blazen ze als een stoomtrein. Na het paren wordt het mannetje het nest uitgezet. Het vrouwtje zorgt in haar eentje voor de jongen die na 5 tot 6 weken alweer op eigen benen moeten staan. Op zoek naar een eigen plekje in de boze wereld vol ronkende auto’s en honge-rige dassen sneuvelt een groot deel van de jonge prikkelbollen. Een egel wordt in het wild dan ook niet veel ouder dan acht jaar. Een egel heeft een scherpe neus voor eten. Slakken, kevers, wormen, en rupsen zijn hierbij meestal de klos, maar ze vinden eieren het culinaire summum van hun menu.
Egels zijn echte prikkelbollen. Het aantal stekels van een egel hangt af van z’n leeftijd. Een volwassen egel heeft er al snel een stuk of 7000. Alle stekels (á 1,5 cm het stuk) zitten vast in een sterke spierlaag waarmee de egel zich tot een karakteristekelige bal kan rollen. Hun uiter-mate sterk ontwikkelde hoor- en reukvermogen maakt egels bijzonder alert voor gevaar. In te-genstelling tot wat algemeen gedacht wordt, rollen egels zich niet onmiddellijk op als ze zich bedreigd voelen. In een eerste reactie richt de egel zijn platliggende stekels op om er een on-doordringbare bolster mee te vormen. Als er geen tijd is om dekking te zoeken, drukt hij zich tegen de grond. De stekels komen rechtop te staan en de kwetsbare lichaamsdelen zoals ge-zicht en poten worden beschermd. Neemt het gevaar nog verder toe dan rolt de egel zich ook daadwerkelijk op. Als het moet kunnen egels urenlang opgerold blijven. Een egel die zich heeft opgerold, heeft 5 à 10 minuten nodig om zich weer te ontspannen. Als hij natuurlijk met rust gelaten wordt. Ik vraag me af of een egel wel eens kramp krijgt….
Egels kunnen heel goed wennen aan mensen. Een egel die wat verzorging krijgt wordt na ver-loop van tijd tam. Toch zijn egels géén huisdieren. Een trend in Engeland waarbij fashionata’s en verwende rijke dames een egeltje als modeartikel in hun handtas vervoeren is dan ook te bizar voor woorden. Die dames zullen nog raar staan te kijken als ze geconfronteerd worden met een van de raarste gewoonte van de egel; self-anointing. Egels smeren zich graag in met sterk geurende stoffen, het liefst onaangenaam geurend. Voor ons dan. Wat de gewoonte moet bewerkstelligen is tot op heden niet bekend. Er is geopperd dat dit eigenaardige gedrag seksu-eel, communicatief, hygiënisch of beschermend van aard zou kunnen zijn, maar het laatste woord over dat zinnenprikkelende onderwerp is nog niet gezegd.
Gesnuif
Snuifflesjes werden gebruikt door de chinezen gedurende de Qing Dynastie (16e eeuw). De snuif, gemalen tabak met aroma, werd gezien als een medicijn voor verkoudheid, hoofdpijn, buikpijn en andere vormen van algeheel misnoegen. Het gebruik van de flesjes met snuif kwam in zwang bij het hof en de gegoede bovenlaag van de bevolking, maar verspreidde zich later in de 17e en 18e eeuw over de gehele bevolking. Het werd een van de sociale tradities om snuif te gebruiken. Gewoonlijk werd een snuifje aangeboden als verwelkoming, net zoals nu in hert westen een kopje koffie hiervoor dienst doet. De traditie verdween met de installatie van de republiek China.
Waar in Europa snuifdozen gewoon waren werden in Japan en China kleine, luchtdichte snuifflesjes gebruikt zodat de tabak door de luchtvochtigheid niet aangetast zou worden en het flesje in de mouw van de verder zakloze kleding weggestopt kon worden.
Door de lange traditie van gelijkende flesjes voor medicijnen en geurtjes, was het een kleine stap om de flesjes te voorzien van een piepklein lepeltje aan de stop van het flesje om de snuif ermee uit te lepelen. Heel praktisch, maar daar bleef het niet bij. De flesjes werden hét middel om een understatement te maken. Het werd een statussymbool dat de smaak en het karakter van de drager weerspiegelde.
De Chinese handwerklieden wedijverden met elkaar door hun kunde en artisticiteit ten toon te spreiden in miniatuurkunstwerkjes die hun weerga niet kenden en eigenlijk nu nog steeds niet geëvenaard zijn. Het was zoals de Chinezen zelf zeggen: "xiao zhong jian da" oftewel "Grootsheid bereiken door het kleine te doen". Waar westerse snuifdozen uit verschillende onderdelen bestonden, gingen de Chinese werklieden de uitdaging aan om complete halfedelstenen zoals Jade (maar ook bijvoorbeeld Calcedoon of Kwarts) uit te hollen tot er een flinterdun omhulsel voor de snuif overbleef. Hiertoe werd beetje bij beetje de binnenkant weggeschraapt, waarbij het afval via de kleine opening aan de bovenkant verwijderd werd. Het ziet er een beetje makkelijk uit zo'n mooie kei als flesje, maar de schoonheid zit 'm onder die stenen laag.
Er waren naast de stenen snuifflesjes meerdere varianten in omloop.
Zo waren er natuurlijk porseleinen flesjes. De Chinezen waren de uitvinders van het porselein en de handgevormde snuifflesjes van dit materiaal werden beschilderd met bijzonder verfijnde taferelen, geglazuurd of juist niet. Door de grootte van de flesjes waren ze erg moeilijk te maken. 

Glas is ook een voor de hand liggend materiaal. Dit goedkope materiaal heeft echter ook meteen de meest exclusieve flesjes voortgebracht. Dat zat zo. De meest exclusieve flesjes waren flesjes welke van binnenuit geschilderd waren. Dit vereist een bizarre omgekeerde werkwijze. Alles moet andersom. En dan ook echt alles. Eerst de pupillen van de ogen, dan de ogen, dan het gezicht en de achtergrondkleur als allerlaatste. Het schilderwerk werd nog eens extra bemoeilijkt door dat er maar een priegelig gebogen bamboepenseeltje door de smalle hals van het snuifflesje paste. Het is dan ook hoogst kunstzinnig dat de geschilderde illustraties enorm verfijnd en klein zijn. Over één exemplaar werd soms meer dan een maand gedaan.
Ook organisch materiaal werd gebruikt voor het maken van de snuifflesjes. Zo zijn er voorbeel-den van ivoor, bamboe, koraal, kokosnoot. hout, schildpad en Barnsteen. Een bijzondere vorm was de kalebas-snuiffles. Een kleine kalebas werd in een harde houten mal opgekweekt. De vrucht perste zich in de vorm en verkreeg zo de ingesneden motieven. Nadat de kalebas gedroogd was werd er een snuifflesje van gemaakt.
Oude snuifflesjes zijn zeer waardevol. De duurste flesjes brengen gemakkelijk 50.000 dollar op. Er is zelfs een International Chinese Snuff Bottle Society. De prijzen maken namaak erg aantrekkelijk. Dat snuifflesje op de Chinese bazaar mag dan wel oud lijken, laat je niet voor de gek houden. Dat is uiteraard geen reden om deze bijzonder objecten niet te gaan verzamelen. Een mooie gedachte is dat je verzameling na een levenslange verzamelwoede nog steeds in een schoenendoos zal passen. Dat doen alleen de filatelisten je na. En zeg nu zelf wat is nu mooier…?Bekijk hier de enorme collectie van het Victoria and Albert Museum. Die collectie past niet meer in een schoenendoos en zal je meenemen van de ene verwondering naar de andere.
op
maandag, januari 11, 2010
Labels:
Geografica,
geschiedenis,
glas,
kleur,
Kunst,
Mineralen,
stenen,
vakmanschap
Snuif & Pica Nasi
Tabak is voor het eerst gecultiveerd door indianen en door hun gebruikt als medicijn en vertier. Het roken, pruimen en snuiven van tabak was iets wat al snel via de Portugese handelaren over de wereld werd verspreid. Overal ontstonden zo eigen gebruiken, afhankelijk van de heersende tradities.
Het ontstaan van snuiftabak ligt verscholen in het feit dat het oorspronkelijk werd genuttigd op plekken waar geen vuur voorhanden of wenselijk was. Niets zo creatief al de mens, dus naast roken ontstond ook snuiven. Snuiftabak is niet gewone gemalen tabak. Traditie en ervaring bepaalden het recept, het aroma van de snuif, dat over generaties heen gekoesterd en geheim gehouden werd. Tabaksbladeren en stelen werden verpulverd, gemengd met vluchtige oliën, bevochtigd zodat er een gisting proces opgang kwam. De bladeren werden dan gebaad in lavendel, rozenolie, menthol, muskaat, keukensiroop en andere smaakmakers. Toevoegingen als honing, suiker of scherpere stoffen zoals citroensap, azijn en tamarinde waren onderdelen van het recept. De gebruikte tabaksbladeren werden gesponnen en gevlochten tot zogenaamde karotten. Deze karotten werden meerdere jaren bewaard en daarna tot snuif vermalen. Dit alles voor een frisse, tintelende sensatie in de neusholten en een heerlijke nies toe.
Een weidverbreid misverstand dat door psycholoog Johann Heinrich Cohausen (1665–1750) de wereld werd in geholpen was de neusziekte Pica Nasi. Door overmatig gebruik en het mengen van de tabak met kleurstoffen, verkeerde kruiden of slechte soorten tabak zou de neusziekte de kop opsteken. Pica Nasi was echter (en zover ik het heb kunnen achterhalen enkel) een fabeltje.
Johann Heinrich Cohausen hield niet zo van die snuivende gewoonte van zijn medemensen. In zijn drift om het snuiven uit te bannen schreef hij meerdere moralistische werken over de ver-derfelijke effecten en gebruiken rondom snuiftabak. Hij schreef er zelfs een een semi-medische satire over. In het doldwaze verhaal geeft de god Apollo aan Mercurius de opdracht om de neuzen van de snuivers af te pakken. Als de snuivers dan later hun neuzen weer terugkrijgen van de satyrs grijpen de getroffenen in grote haast de verkeerde neus en zien er onherkenbaar uit. Dit verhaal heet Pica Nasi. Jawel, Johann Heinrich Cohausen nam iedereen bij de neus!

Dr Auzoux papier-maché kunstenaar
Dat een tekort aan organen van alle tijden is blijkt wel uit het verhaal van de Franse arts Louis Thomas Jerôme Auzoux. Tijdens zijn studie merkte hij op dat er eigenlijk onvoldoende echt studiemateriaal aanwezig was om uitgebreid te onderzoeken voordat het begint te rotten. Wasmodellen, gemaakt door anatomen en kunstenaars, waren wat dat betreft beter, maar daarnaast ook heel teer en duur. Dat maakte ze niet echt geschikt voor veelvuldig gebruik door leergierige studenten. Gedreven door dit feit zocht Auzoux naar een minder kwetsbaar materiaal dat de mogelijkheid bood de modellen in serie en bovendien in onderdelen uitneembaar te produceren. Een poppenfabrikant bracht hem uiteindelijk op het idee om papier-maché te gebruiken. Dat bleek een schot in de roos. Omstreeks 1825 richtte Dr Auzoux een fabriek op in Parijs die zich geheel toelegde op de productie van anatomische modellen in papier-maché. De modellen waren stevig en goedkoop, vooral wanneer het geheime papier-maché mengsel dat Auzoux had ontwikkeld. Het mengsel bevatte kurk, klei, papier en lijm. De invoering van papier-maché als een modelleringsmateriaal was een radicale verandering in de anatomische modellenwereld. 'Dr Auzoux's modellen waren bedoeld om uit elkaar worden genomen en weer in elkaar gezet. Het “uiteenpluizen” van de modellen gaf een soortgelijke ervaring als het onderzoek op echte menselijke lichamen of dieren. Dat er goed over de kennisoverdracht en het systeem nagedacht was blijkt wel uit de vele gekriebelde labels met benamingen van de onderdelen en de handwijzingen om het geheel weer als een ingewikkeld Ikea meubel in elkaar te zetten. 
Dr Auzoux maakte zijn modellen oorspronkelijk voor professionele medische opleidingen. Maar omdat ze zo nuttig waren voor het algemeen vormend onderwijs, werden ze op grote schaal gebruikt voor algemene onderwijsdoeleinden. In de 19e eeuw werden Auzoux modellen verkocht over de hele wereld. Auzoux werd een begrip. Na de dood van Dr Auzoux, tegen het einde van de 19e eeuw, kwam de concurrentie met vereenvoudigde modellen van gips en kunststof. Deze modellen hadden bijna geen labels, in tegenstelling tot veel van dichtbevolkte gelabelde modellen van Dr Auzoux. De makers beweerden dat een groot aantal details een onervaren student zouden verwarren. En zo verdwenen na de kunstige glaskunst-modellen van Blaska ook de verfijnde papiermodellen van Auzoux van het wereldtoneel. Plastic fantastic? Ik dacht van niet.
Abonneren op:
Posts (Atom)

























