Pitt Rivers Museum





Het Pitt Rivers museum is een buitengewoon mooi museum in de victoriaanse traditie van verzamelingen. Het is genoemd naar een van de eerste "echte" archeologen, Pitt Rivers. Deze man, waarover ik las dat hij er op stond dat zijn vrouw zich zou laten cremeren ("verdomme nog an toe vrouw, branden zul je") legde de basis voor gedegen archelogisch onderzoek. Zo was hij niet enkel op zoek naar schatten uit het verleden (zoals veel van zijn oudheidkundige tijdgenoten), maar had hij ook oog voor dagelijkse voorwerpen en zelfs scherven. Wat hij opgroef etiketeerde hij ook, waarbij hij uiterst precies te werk ging. Kortom, hij deed wat we nu nog steeds netjes doen als er iets ouds naar boven wordt gebracht en dat in een tijd waar een plan om een spoorlijn over Stonehenge te laten lopen ("het ding verkeerd in slechte staat, heeft geen enkel nut en wordt toch niet hersteld" naar de bescheiden mening van een spoorwegfunctionaris) maar ternauwernood werd verijdeld.
Dit alles wil niet zeggen dat Pitt Rivers een fijne vent was. Nee, helaas stond hij te boek als een gierige en nare man. Zijn vrouw zal blij geweest zijn dat ze zich gewoon kon laten begraven toen hij eerder dan haar het tijdelijke voor het eeuwige verruilde.

Het Pitt Riversmuseum herbergt naast de collectie van Pitt Rivers (een kleine 50.000 artefacten)  in de tijd aangeworven collecties, met de meest bijzondere en exotische voorwerpen. Het is nog echt een museum met houten vitrines zoals je enkel in een oud museum kunt tegenkomen, maar op de website kun je ook een vituele tour nemen. Meer over het Pitt Rivers vind je op hun bijzonder uitgebreide website.

Luisterrijke teloorgang





Al eerder schreef ik over oude gevechtstorens en een gevangenis in verval. Beide zijn mooie voorbeelden van luisterrijke teloorgang van een gebouw. Bijzonder is dat niet enkel "lelijke" plekken zoals fabrieken en verouderde ziekenhuizen leeg staan. Ook bijzonder mooie landhuizen en kastelen ondergaan dit lot. Waarom is mij een raadsel, maar het levert wel bijzonder schone plekken op.

Door het verval en de lege ruimtes worden de elementen van het gebouw die achter zijn gebleven versterkt. Het is als een puzzel waarvan je nog net kan zien wat het geweest zou moeten zijn, maar waarbij je zelf de ontbrekende stukjes mag invullen. Zelfs de meest lelijke fabrieksruimte krijgt door leegstand en verval een lading die ruimte biedt voor  een eigen invulling. Wat is hier gebeurt, Wie deed als laatste de deur dicht, waarom is men weggegaan, waarom staat het gebouw er nog? Allemaal vragen, waar ruimte is voor sterke verhalen.

Het is een speciale hobby om leegstaande panden te spotten en te bezoeken. De mooiste plekjes zijn met veel mystiek omgeven en worden door de urban explorers zo goed mogelijk geheim gehouden. Een mooie Nederlandse site (in het Engels) met een heleboel objecten is Urbex. Urban exploring heeft een grote hang naar wat eeuwen geleden de ontdekkingsreizigers dreef tot het in kaart brengen van de complete wereld. En het mooie is; De ontdekkingsreizigers van weleer hadden ongelijk. Niet alles is bekend. Er is nog veel schoonheidte ontdekken en het staat vaak net onder onze neus te gebeuren....Dus ontdek!

houdt de adem in




Voor mijn werk ben ik op dit moment bezig met een bevloeiingsproject. Ik vroeg me af hoe sommige planten een tijdlang onder water kunnen staan zonder dood te gaan. Het antwoord heeft alles te maken met de energievoorziening van de plant. Bij zuurstoftekort (ja, een plant heeft ook zuurstof nodig) kan de plant overschakelen naar een alternatieve energievoorziening en houdt de plant als ware tijdelijk zijn adem in. Als de plant onder water komt produceert de plant een speciaal eiwit dat alcoholproductie binnen de plant op gang brengt. De alcohol vormt daarbij de energie die de plant nodig heeft om te overleven. Als het water weer zakt en er dus weer zuurstof voorhanden is komt de normale “ademende” energievoorziening weer op gang. Schijnbaar is teveel alcohol ook voor planten niet best. Afhankelijk van de hoeveelheid van het speciale eiwit zijn planten beter of juist slechter in staat te overleven bij een overstroming. De planten zonder het speciale eiwit sterven al snel. Geheel onthouders is in dit geval dus niet een langer leven beschoren. Een scheutje alcohol op zijn tijd heeft menigeen verblijd. Zo, en dan nu weer rustig doorademen…

Gonggg



Het geluid van een gong heeft het vermogen om met z'n uitdovende vibrerend geluid stilte en rust af te dwingen. Toch is de ene gong de andere niet. Zo is er om te beginnen geen sprake van één gong waar de andere van afgeleid zijn. De meerdere soorten hebben zo lang ze er zijn altijd langs elkaar bestaan. De gong is trouwens niet iets typisch Chinees of Japans. Het enige dat je eigenlijk er van kunt zeggen is dat het niet echt een noordelijke uitvinding is. Maar nu over naar de verschillende gongen. Zo is er de cimbaal, die we tegenwoordig vooral kennen van het drumstel, maar in europa als eerste gebruikt werd in middelgrote symfonieorkesten en bij de fanfare. Deze (hand)gong blijkt al bekend van 800 jaar voor die bekende man geboren werd. Oud dus. Een mooie gong vind ik die met een bolle knop in het midden. Deze soort gongen heeft vaak een mooie versiering en de gong is niet enkel hol geklopt, maar ook nog eens voorzien van een rand. Het geluid van dergelijke gongen is minder flitsend dan die van cimbalen en heeft afhankelijk van de dikte van de gong en de breedte van de rand een wat doffere, maar zeker niet minder mooie toon. Dan zijn ber ook nog gongen met meer rand en bolle knop dan gong oppervlak. Deze gongen worden vaak als set bij elkaar gehangen en zo ook bespeeld. Het geluid is minder ver dragend en ook wat dof, al ligt dat er ook maar net aan wat de kwaliteit is. Als laatste wil ik toch ook nog even mijn favoriete gong noemen. Dit is, zoals lezers van het eerste uur wellicht nog weten de Boeddhabel (Voor een uitgebreidde beschrijving klik je hier). Heerlijk hoe deze plaatgong zijn geluid de ether in slingert met een hele fijne Gonggg.....

Decoratief





Jones Owen was een van de eerste mensen die ornamentatie van verschillende beschavingen, tijden en werelddelen bijeenbracht in een boek over kleurenleer. Het boek The grammar of ornament is nog steeds een van dé boeken voor designers. Jones was het niet zo zeer te doen om het kopiëren van de decoraties ansig maar meer om de invloed van repeterende vormen en kleuren op het karakter van een voorwerp. Daarbij maakt het niet uit of dit een vaas of een gebouw is. Een willekeurige aardewerken vaas kan met de goede decoratie op Nederlands Delfsblauw lijken maar net zo goed op Grieks zwartfigurig aardewerk. Jones Owen zocht naar nieuwe patronen en kleurcombinaties die helemaal bij zijn tijd zouden passen. Dat hij daarbij een tijdloos meesterwerk achterliet geeft nog steeds vorm en kleur aan onze alledaagse dingen.


Crystal Palace



Cristal Palace was een uit de kluiten gegroeid kas-achtig bouwsel dat in 1851 het neusje van de industriële bouwkunst was. Het werd gebouwd voor de wereldtentoonstelling in Londen. Naast een enorme hoeveelheid van 84.000 m2 vlakglas was er ook flink wat gietijzer (en klinknagels) nodig om het "kristallen" gevaarte zijn stevigheid te geven. Het gegoten vlakke glas was een nieuwigheid en zorgde er voor dat er relatief goedkoop gebouwd kon worden. Wat mij zo facineert aan het gebouw is dat het "paleis" ondanks zijn glazen behuizing en metalen verbindingswerk niet kil of modern oogt. Het gebouw zat met oog voor detail in elkaar en heeft een warm karakter dat uitnodigd om er te zijn. Ik vraag me zelfs af of we niet weer terug zouden moeten naar meer van zulke mooie gebouwen in plaats van de onpersoonlijke en vaak schreeuwerige glazen torens die vandaag de dag de 'state of the art' moeten verkondigen.


Wat in 1851 begon als een licht kristallen sprookjespaleis eindigde in 1936 met een desastreuze brand in het opgelapte glazen complex. Daarmee viel de droom om ook toekomstige generaties te laten genieten van dit majestueuze bouwwerk in scherven uiteen.



Lissa Nilsson; menselijke doorsnedes in papierkunst


Ik keek eens een fantasierijke film, waarin een levend paard nogal abrupt in dunne plakjes wordt gesplitst om vervolgens tussen glasplaten gewoon functionerend en al door de geschrokken hoofdrolspeler bezichtigd te worden (kijk hier maar eens). Ik moest weer denken aan dat bizarre stukje film toen ik de kunst van Lissa Nilsson tegen het lijf liep. Het verschil met de film is is dat dit plakje mensenhoofd niet leeft en ook geen vleselijk materiaal bevat. Het is namelijk een kunstwerk geheel opgetrokken uit opgerold papier. De verschillende dichtheden en kleuren geven de structuur van de weefsels en hardere delen goed weer en dat met enkel papier. Een heel knap staaltje vakvrouwschap.


onleesbaar: Voynichmanuscript





Wat hebben “groen fluim” en “mineurgolf” met elkaar te maken? Nou, het zijn beide anagrammen voor Frumingelo. Anagrammen werden in het verleden onder andere door wetenschappers gebruikt om hun ontdekkingen gecodeerd de wereld in te slingeren. Bij anagrammen worden de letters van een woord verhaspeld tot een andere woordcombinatie die niets of juist wel iets anders betekenen. Een van de meest bijzondere boeken dat waarschijnlijk geheel uit anagrammen bestaat is het Voynichmanuscript.

Dit manuscript stamt uit het begin van de vijftiende eeuw en is tot op heden onleesbaar. Dat werkt natuurlijk voor veel wetenschappers als een rode doek en vele hebben zich dan ook al de tanden op het boek stukgebeten (niet letterlijk natuurlijk). Het mysterieuze geschrift werd in 1912 ontdekt door de boekhandelaar Wilfred Voynich die het manuscript tussen allerlei oude documenten van Jezuïeten aantrof. Hij kocht het werk, maar kwam er al snel achter dat hij het ondanks de mooie tekeningen niet kon lezen. Hij schakelde meerdere geleerden in om de code te breken,maar het mocht niet baten. Het bijzondere boek gaf zijn geheimen niet prijs. Voynich stierf na achttien jaar onderzoek en was toen nog niets wijzer. De start van de wedloop om de code te breken was toen pas net begonnen. Een van de mogelijkheden is dat het gehele boek is opgebouwd uit Italliaanse anagrammen, tenminste dat denkt Edith Sherwood. Ze vertaalde inmiddels al hele stukken boek, maar of het ook klopt weet ik niet. Ik moet steeds denken aan het anagram dat Galilei ooit opschreef en door zijn tijdgenoten heel anders werd vertaald. Ergens hoop ik dat haar vertaling niet klopt en het mysterie van het geschrift intact zal blijven. Het boek hoeft wat mij betreft dus nog lang niet dicht.

geologie van vulkaan hellingen



Het is bizar, maar nergens is enige informatie te vinden over het in kaartbrengen van vulkaanhellingen. Toch zijn er facinerende geologische kaarten van vele vulkanen gemaakt. Ik schat in dat de bonte kleuren iets vertellen over de vele uitbarstingen en de mineralen die met de lava afgezet zijn in het gebied. Zeker weten doe ik het niet, maar het lijkt me nogal een gevaarlijke klus om bij veelal actieve vulkanen grondboringen te verrichten om de samenstelling te achterhalen. Net zoiets als met een scherpe naald in een ballon prikken en dan hopen dat de lucht er in blijft zitten. Ondanks dat mijn missie om meer te weten te komen over de geologische expedities naar vulkaanhellingen jammerlijk gefaald heeft ben ik wel zeer voldaan met de mooi gekleurde platen die heel goed de grilligheid van vulkanen weerspiegelen. Dat is toch zeker iets om warm van te worden.



Beerdiertje

 
 
 
 
Oorspronkelijk was het idee om iets over de velvetworm te schrijven, een bizar uitziende worm met beweegbare uitstulpingen die dit dier als pootjes gebruikt. Bij mijn zoektocht kwam ik echter een microscopisch familielid tegen die me nog meer kon boeien; het beerdiertje.

Het beerdiertje is een erg klein beestje (0,5- 1,5 mm) dat in 1773 door een Duitse pastor werd ontdekt. Goeze (zo heette de man) beschreef het diertje als bol met een koddig lijfje en vier paar pootjes. Inmiddels weten we dat beerdiertjes al meer dan 92 miljoen op de aarde leven en hun voorvaderen zelfs al 550 miljoen jaar. Na de ontdekking van Goeze zijn er nog vele beerdiertjes ontdekt. In totaal zijn tegenwoordig meer dan 1000 verschillende soorten bekend.
Naast het koddige uiterlijk en de trage manier van leven is het vleesetende diertje een wereldwonder eerste klas. Een beerdiertje kan namelijk nogal extreme omstandigheden overleven. Door een soort van ultieme winterstand kan het wonderlijke wezen z’n leven verlengen van enkele maanden tot aan meerdere jaren. Het beerdiertje rolt zich op en laat zich tot een propje ineen schrompelen. Wat er dan in de tussentijd gebeurt schijnt niet erg uit te maken. Even een greep uit de onmogelijke omstandigheden: -270°C (in vloeibaar Helium), +100°C, vacuüm, 600 MPa (zeg maar gerust extreme druk) en radioactieve straling. Het prepareren van dit diertje met formalyde ,vaseline of 100% alcohol heeft overigens ook geen nut. Het beerdiertje blijft vrolijk leven. Op het moment dat de omstandigheden weer enigszins oké zijn komt het beerdiertje uit zijn verschrompelde toestand en leeft weer helemaal op. Wat dat betreft is deze bijzondere diersoort beresterk.






knipkoningin






Daar heb je er weer een. Zo'n artiest die met simpele middelen (papier, mesje en schaar) bijzondere kunstwerkjes maakt. Haar naam is Elsa Mora en haar bijzondere knipkunst maakt haar de knipkonigin van Los Angeles en omstreken. Hier in Nederland zijn er ook meerdere zeer getallenteerde knipkoniginnen, zoals Geertje Aalders, die ook voor o.a. de Flow mooie knipwerken maakte.

Knipwerk is al erg oud. Zo werden er vroeger veel silouetten geknipt. Het fijnere werk werd zeer zeker op waarde geschat. Zo las ik ergens dat Keizer Leopold van Oostenrijk 4000,- gulden (dat is ongeveer  €1800,-) voor een fijn knipwerk van Johanna Koerten-Blok betaalde. Voor de 17e eeuw was dat een astronomisch bedrag (Rembrandt kreeg ongeveer de helft minder voor de Nachtwacht). Voorwaarde voor een hoge opbrengst was wel dat je een perfect werkstuk afleverde. Één misknipje en het was geen knip meer waard.















kaalfactor


Vroeg of laat gebeurt het.
Helaas treft Alopecia androgenetica, oftewel kaalheid, vele mensen. Vooral mannen hebben last van het fenomeen (vrouwen krijgen vaak eerst nog een snor). Boosdoener bij kaalheid is het hormoon dihydrotestosteron dat zich aan de haarzakjes hecht. Het stofje dat gevormd wordt uit het mannelijke hormoon testosteron zorgt er vervolgens voor dat het haarzakje waar de haar uit groeit z’n werk niet meer goed kan doen. Daardoor sterft de haar uiteindelijk af. Een normale haar gaat ongeveer 6 jaar mee en ieder haarzakje kan ongeveer twintig maal een haar aanmaken. Door dihydrotestosteron wordt dit twintig keer vier maanden. Dat scheelt dus niet bepaald één haar.

 
Omdat mensen graag dingen in hokjes stoppen en dingen met elkaar vergelijken is voor de verschillende fases van kaal worden een schaalverdeling bedacht: de Norwood-Hamiltonschaal. Met het scoresysteem van deze “kaal-schaal” kun je bepalen hoe erg het boven op het hoofd gesteld is. Als je in stadium I of II valt ben je nog niet kalende maar wellicht wel onderweg. Val je echter in stadium III (inhammen in richting achterhoofd die verder reiken dan de denkbeeldige verbindingslijn) dan is het verval naar stadium VII ingezet. Stadium VIII bestaat niet, maar daarbij ben je gewoon helemaal kaal. Kaalheid is vaak genetisch bepaald, dus ik ben zeer gezegend met een vader van boven de 80 met een mooie volle bos(wit) haar. Ik ben trouwens wel benieuwd of er ook een schaal bestaat voor de beharing op de vrouwelijke bovenlip. Zo niet dan claim ik bij deze alvast de frumingelo-schaal voor lipbeharing.

Ortholaan




Het lezen van dit verhaal kan je nekharen doen rijzen, maar wellicht (onbedoeld) ook je smaakpapillen prikkelen. Het hele gebeuren rond ortolanen is sowieso een excentriek gebeuren.

De ortolaan is beroemd vanwege zijn status als delicatesse. In vroegere tijden was het eten van deze vogel enkel voorbehouden aan Romeinse keizers en andere wereldleiders. De vogel wordt voornamelijk gewaardeerd om zijn delicate, sappig vette vlees, een lekkernij voor smulpapen.Veel vlees zit er overigens niet aan. De ortolaan weegt ongeveer 25 gram en is niet groter dan circa 15 centimeter.
De vangst van de ortolanen gebeurt tijdens de trek van augustus tot eind september, op kleine braaklandjes in de akkers en maïsvelden. Voor de vangst worden gevlochten vangnetjes van ijzerdraad gebruikt. De slagnetten met eronder graan staan op de grond. Lokvogels moeten de overvliegende ortolanen tot landen bewegen. Als een ortolaan onder het slagnet komt klapt deze naar beneden en wordt de vogel levend gevangen.
Om zoveel mogelijk ortolaan te kunnen eten worden ze eerst vet gemest in een verduisterde doos of kooi. De ortolaan is gewend in het schemer te foerageren en door het duister (soms nog met wat kaarslicht) blijven ze actief eten. Na enkele weken op witte gierst, druiven en vijgen hebben de ortolanen tot wel vier keer hun normale grootte bereikt. De techniek van het vetmesten is al erg oud en stamt hoogstwaarschijnlijk nog af van de decadente koks van het keizerlijke Rome.


De volgende stap is het doden van de ortolaan. Dat gaat op een andere manier als het doden van een kip. Met een steek van een stopnaald in het achterhoofd en een grote dosis van de sterke drank Armagnac wordt de vogel gedood. Daarna worden de veertjes van het lijf geplukt. Al het andere van de vogel blijft erin en aan zitten. Pootjes, snavel, botjes, organen, hartje, kraaloogjes; echt alles.
De bereiding van de vogel is eigenlijk heel simpel en kost niet meer dan een minuut of acht. Een oven wordt goed heet gestookt en de ortolaan wordt hierin geroosterd. Daarna wordt de vogel opgegeten volgens een uitgebreid en vaststaand ritueel. De ortolaan wordt opgediend op een ruim bord. Eerst moet de eter het hoofd bedekken met een gesteven traditioneel geborduurde linnen servet die zó gedrapeerd wordt dat bord en eter aan het zicht onttrokken worden. Het servet heeft meerdere doeleinden; het behoud en concentratie van de vrijkomende aroma’s, het onttrekken van het onsmakelijke gekauw en de bijbehorende rommel zoals gespat, betere concentratie op de exquise dis, het onttrekken van de illegale activiteit voor omstanders en als laatste het verbergen van de zondige vraatzucht van de gastronoom voor god. Het servet is dus een essentieel onderdeel.
Maar wat gebeurt er eigenlijk onder het servet? De ortolaan die uit de oven komt dient onmiddellijk te worden geserveerd. Het is de bedoeling dat de fijnproever de hete ortolaan in één keer helemaal in de mond te neemt. Enkel de kop moet uit de mond hangen. Deze wordt vervolgens afgebeten en terzijde geschoven. De onthoofde ortolaan blijft nu op de tong rusten totdat deze is afgekoeld. Dit dient te geschieden door snel door de mond in te ademen. Ondertussen lopen het vet en andere sappen vrijelijk bij de smulpaap in de keel naar binnen. Een smaaksensatie.
Wanneer de ortolaan voldoende is afgekoeld kan het langzame kauwen beginnen. Gedurende een kwartier wordt er met volle aandacht op de vogel gekauwd zonder grotere vaste onderdelen door te slikken. Hierbij schijnen de meest bijzondere smaken vrij te komen. Het vlees is blijkbaar sappig en vet, terwijl de ingewanden smeuïg zijn. De smaken worden omschreven als ware het eten van een ortolaan een uitgebreide wijnproeverij. Dat zal voor een deel ook wel komen door de vrijkomende Armagnac. Nadat de vogel geheel is uitgekauwd blijft er natuurlijk nog voldoende over dat zelfs na zolang kauwen niet klein te krijgen is. Dit wordt in het bord terug gespuugd. Daarmee is het eetritueel beëindigd.

Het vangen, vetmesten en eten van ortolanen is niet echt diervriendelijk te noemen*. Bovendien is dit exquise hapje illegaal. De ortolaan is namelijk een zeldzame vogel en daarom zwaar beschermd. Ondanks dat wordt de ortolaan nog steeds in sommige delen van Frankrijk gegeten. Daar wordt het eten van ortolanen nog bedekt met het servet der schaamte.


*Al moet ik daarbij opmerken dat het opfokken van vleeskippen inclusief de bijbehorende industriële slacht ook niet echt een pretje te noemen is.


Tesla



Waarom zou iedereen Edison kennen en Tesla niet? Eigenlijk heel vreemd als je je bedenkt hoeveel deze afwijkend denkende uitvinder ons allemaal gebracht heeft. Ik noem er een paar: wisselstroom, radio, het idee voor kosmische straling en draadloze telefonie. Waarom is die man, die toch ook wel een van de grootste ingenieurs en uitvinders aller tijden wordt genoemd, ons eigenlijk geheel onbekend? Het blijft voor mij een mysterie want het zijn niet de minste uitvindingen die hij deed en die nog iedere dag ons leven veraangenamen. Wellicht heeft het iets te maken met zijn opvattingen en levenshouding die hem niet door iedereen in dank werden afgenomen of het feit dat hij nogal failliet was toen hij stierf. We zullen het fijne er niet van weten. Hij blijft ondanks zijn prestaties voor altijd een beetje in de schaduw van zijn tijdgenoten (net zoals op de foto in het lijstje).

Bijzonder saillant detail is dat zijn nalatenschap in beslag werd genomen door de Amerikaanse overheid en tot geheim werd verheven. Er gaan dan ook geruchten dat Tesla in zijn experimenten gestuit was op electrische krachten waarmee je heel goed een superwapen kon ontwikkelen. Ik zou bijna zeggen waar rook is is vuur, maar dat zal Tesla waarschijnlijk ten stelligste ontkent hebben. Ik maak er dan ook maar van "Waar lading is komt welicht ook nog ooit ontlading".

Lees meer over deze bijzondere uitvinder.

boodschappenlijstjesverzameling



Boodschappenlijstjes zijn cool, hip en happening. Nou ja, als je er iets leuks mee doet dan. En dat gebeurde dan ook. In meerdere landen zijn er booschappenlijstjesverzamelaars. Naast een heel mooi woord voor Scrable is het bijzonder leuk om de verschillende sites met booschappenlijstjes door te bladeren en de verhalen erbij te lezen. De verzamelaars maken er namelijk een sport van om aan de hand van het lijstje een profiel van de voormalige eigenaar te geven. Je krijgt te maken met belangrijke levensvragen als "Waarom kocht deze oude man snert in de zomer"?
Ik heb ooit een boodschappelijstje gehad waarop ik samen met mijn vrouw (toen nog enkel vriendin) een liedje had gemaakt. Vraag me niet waarom, maar het ging als volgt (op het wijsje van "Sur le pont d'Avignon"):

melk
vla,
witlof
sla,
--*
--*
suiker
Brinta.
koffiemelk,
vleeswaren:
1 ons rookvlees
gekookte ham

Mooi hè? Wij zingen het boodschappenlied nog regelmatig (al is mijn vrouw inmiddels vegetariër). Dus...dat wordt diepnadenken voordat je je volgende boodschappenlijstje opstelt.

* ik heb geen idee meer wat hier stond

Doe hier of hier alvast je inspiratie op:

mary blair; artist tekeningen Peter Pan e.a.





Het leuke van de kunst van Mary Blair is dat ze zo ontzettend herkenbaar is. Dat komt natuurlijk ook wel omdat iedereen Alice in wonderland en Peter Pan van haar hand kent. Of anders Assepoester of Dombo. Disneyverhalen dus. Maar daar wil ik het eigenlijk niet overhebben. Het eindresultaat is namelijk niet boeiender dan alle schetstekeningen die Mary als voorbereiding op de films maakte. Het is bijzonder om te zien hoe er gedacht werd over de verschillende personages en hun omgeving. Het kasteel met de voortjagende pompoenkoets in vele varianten, het rovershol van Kapitein Haak of de fantasierijk gedekte tafel van de Hoedenmaker (die helemaal niet jarig was).
Soms vind ik het erg jammer dat een bepaald beeld het niet tot aan de film gered heeft of is juist de ruwheid van het beeld zoveel mooier, meer puur dan de uiteindelijk gepolijste filmversie. Daarin is de hand van de kunstenares minder goed zichtbaar. Je ziet aan de schetsen gewoon de opwellende fantasie van de maakster. Gelukkig illustreerde Mary Blair ook meerdere gouden boekjes met haar vrolijke en kleurrijke kunst. Je wordt er bijna zelf weer kind van, of in iedergeval wel zo blij.

oerglansrijk



Nooit geweten, maar er zijn ook gekleurde fossielen. Dan bedoel ik werkelijk kleurig van zichzelf en niet vanwege het materiaal wat de plek van het oorspronkelijke wezen heeft ingenomen, zoals bijvoorbeeld met opaal of pyriet wel het geval is. Het bijzondere van de kleurrijke insectenfosielen, (want daar heb ik het over) is het feit dat de structuur waar deze insecten hun kleur aan te danken hebben bewaard is gebleven. Eerder legde ik al uit dat de structuur van bijvoorbeeld vlindervleugels bepalend is voor de kleuren die ze reflecteren. Dat kunststukje blijkt dus al heel oud. De kevers waar het om gaat zijn meer dan 20 milioen jaar oud en het enige dat veranderd is is dat de structuur een beetje gedeukt is. Daardoor kleuren deze oudjes net wat roder dan ze waarschijnlijk ooit geweest zijn. Ik vind het een gezonde blos voor zo'n oude beestjes. Zo komen fossielen in een wat minder bruin-grijs daglicht te staan.

Ruven Afanador bijzondere foto's


 
 


Een beetje vreemd, maar wel erg mooi. Zo laten de (mode-)foto's van Ruven Afanador zich het beste typeren. Het bijzondere is vind ik dat de beelden op een smaakvolle manier overdadig zijn.  Het zit 'm in de omgeving, maar ook in de kleur van het geheel. Het klopt gewoon. Daardoor nodigen ze uit om eens goed te bekijken. Niet enkel deze serie met schedels en wasmodellen is erg mooi. Ook andere settings zoals een Barok kasteel of een sixties-keuken zijn van een grote schoonheid.
Bekijk hier meer van Ruven Afanador.




gesneden hoorn





Toen ik begon met het schrijven van dit verhaal was ik in de veronderstelling dat hoorn, gewei en ivoor een en het zelfde materiaal betrof. Mooi niet dus. Hoorn en gewei is nooit ivoor, want ivoor komt enkel uit (slag)tanden voort. Behalve de narwal dan dacht ik, want die heeft een hoorn van ivoor. Weer mis. De "hoorn" van een Narwal is wél van ivoor want het is een ver uitgegroeide slagtand (meestal de linkse), geen hoorn dus. Hoorns van ivoor komen enkel in de mythologie voor. Bij eenhoorns.
Ivoor bestaat uit dentine, ofwel tandbeen. Hoorn bestaat uit keratine. Uit dat materiaal is de hoorn van de neushoorn opgebouwd, maar ook je nagels. Dus hou op met neushoorns afslachten en ga nagels bijten. Gewei ligt in dezelfde lijn als ivoor en hoorn, maar bestaat voornamelijk uit collageen, iets wat in de plastische chirurgie weer veel gebruikt wordt om slap vel mee op te vullen.

Genoeg over de verschillen. De overeenkomsten zijn evident. Van mamoetjager tot walvisvaarder en van eskimo tot afrikaan, allen wisten ze de bijzondere eigenschappen van de materialen te benutten om de meest fantastische kunststukjes van te snijden. Van ivoor tot gewei werden drinkbekers, beeldjes, hoorns om op te blazen, fluitjes, biljartballen en nog vele andere voorwerpen gemaakt. Het is vakmanschap ten top. Het mooist vind ik de gebruiksvoorwerpen met een ingekerfde tekening. Van een ongelooflijke schoonheid. Bijkomend voordeel is dat het materiaal zeer duurzaam is. Tenzij een knaagdier haar mineralenvooraad met je kunstwerk aanvult door het op te peuzelen natuurlijk....

richtingaanwijzer: navigatie instrumenten




Schreef ik al eerder over het nut van navigatie op zee, een van de navigatie-instrumenten bleef me op de een of andere manier bezighouden. Het betreft de navigatiering, een vernuftig stukje mechaniek. Zoals de naam al zegt is de navigatiering een ringvormig navigatie-instrument. Het bestaat uit twee in elkaar vallende ringen die onafhankelijk van elkaar te verdraaien zijn. Het ingenieuze staaltje navigatiewerk werkt als een zonnewijzer. Ten eerste stelt men de breedtegraad in. Als je een simpele versie hebt blijf je mooi op de breedtegraad waarvoor jouw navigatiering voor gemaakt is. Daarna kan door het verdraaien van de binnenste ring de datum en tijd geschat worden. Daarmee weet je ook meteen waar je bent. Het mooie en meteen ook het curieuze aan deze oude voorwerpen (de oudere exemplaren zijn van voor 1500, de afgebeelde is van 1696) is dat ze niet enkel voor navigatie op de zon gemaakt werden, maar ook voor navigatie met de sterren en op de maan. Uiteraard kwam een dergelijke navigatiering met een zomer- én een winterstand.

kauwgomkunstwerk





Het is kleurrijk en plakt aan de stoep. Rara? Kauwgomkunst. Ja, je leest het goed: kauwgomkunst. De Londense kunstenaar Ben wilson beschilderd kauwgom op de stoep. Waarom? Omdat de stoep er mooi van wordt en een ergelijke plakkauwgom een stukje vrolijke kunst. Ook is het een tegenreactie op de vele reclameuitingen die ons leven meer bepalen dan een mooi stukje kunst.

Mr. Wilson, zoals deze bijzondere kunstenaar ook wel heet, ligt dus veelal op de stoep om te werken aan zijn bijzondere project. Een outsider ziet de kunstenaar nog wel eens aan voor een man die onwel is geworden of een stadse zwerver, maar niets is minder waar. De kunstenaar tovert kleurrijke plekken op het grijze asfalt en de grauwe stoeptegels. Iedere beschildere kauwgom is een uniek kunststukje. Het is daadwerkelijk kunst van de straat. Zo letterlijk zelfs dat de kunstwerken zelf het verhaal vertellen van wat er in de buurt gebeurt. Dat kan een miniatuur van een gebeurtenis zijn of een verwijzing naar een bewoner. Mr. Wilson's kunst is dus van én voor de Londenaren.

zwangerschap

In de oudheid werden er ook kinderen geboren. Gelukkig maar. Dat bevallingen niet altijd lopen zoals gepland was ook toen bekend. In de 2e eeuw na Christus was er een Griekse arts die zich intensief bezig hield met het bevallingsproces. Zijn naam was Soranus van Ephesus en hij was tot 1526 de enige die zich echt serieus bezig hield met het onderwerp bevallen. Soranus van Ephesus beschreef in zijn boek 'Gynaecia' wat te doen bij bevallen. Hij bundelde daarmee alle toenmalige kennis van de gynaecologie, de verloskunde en de kindergeneeskunde in de Grieks-Romeinse wereld. Het gaat een beetje ver om alle onderwerpen van de 'Gynaecia' te bespreken, maar enkele zijn wel interessant om te noemen. Zo geeft Soranus tips voor het aannemen van een andere positie of het keren van het dwarsliggende kind. Daarnaast besteedde hij als eerste aandacht aan het toetsen van de gezondheid van het pas geboren kind, zoals het laten schreeuwen door het op de grond te leggen en nagaan of de moeder tijdens de zwangerschap wel gezond was geweest. Daarmee was hij zijn tijd ver vooruit (in 1952 kwam er pas een vergelijkbare toets: de APGAR-score). Als een kind niet positief uit de toets kwam was het kind volgens Soranus niet de moeite waard om opgevoed te worden. Dat klinkt hard, maar de mogelijkheden om zwakkeren in leven te houden waren toen nog erg beperkt. Hoe dat “niet opvoeden” gebeuren moest wist overigens zelfs Soranus niet. 

harige vis






Het lezen van dit verhaal kan u op het verkeerde been zetten, al kan dat van de vis in kwestie niet gezegd worden.
De bont dragende forel is een soort van vis die een dikke laag van bont bezit om zichzelf in de koude wateren waar het leeft warm te houden. Deze bontvissen worden hoofdzakelijk gevonden in de noordelijke gebieden van Noord-Amerika, maar in het bijzonder in Canada, Colorado, Wyoming, en Montana. De soort wordt ook Beverforel genoemd.

Volgens legende, werd de bont-dragende forel voor het eerst gesignaleerd door toen Schotse kolonisten tijdens de zeventiende eeuw emigreerden naar Canada. Één van hen schreef naar huis over de overvloed aan harige dieren en vissen in het wilde land. Hij stuurde zelfs een exemplaar mee, al is dat later verloren gegaan. Bont-dragende forellen, opgezet als muurtrofeeën, kunnen nog steeds worden gevonden in het merengebied van Noord-Amerika en Canada.
Er zijn een aantal theorieën die de vachtgroei bij beverforellen verklaren, al vindt ik de haargroei-middeltheorie zelfs voor een hoax-verhaal te extravagant. De meest aannemelijke theorie richt zich op het zeer koude water waar de forel zich in ophoud. Door jaren van evolutie zou het dier zich aangepast hebben door een vacht te ontwikkelen tegen de extreme koude van de noordelijke wateren. Er zijn onderzoekers die stellen dat in de lente de bont dragende forel zich ontdoet van zijn dikke bontlaag en door het leven gaat als een normale beekforel. Dat gedrag kan verklaren waarom een met bont bedekte forel niet algemeen gevangen wordt tijdens het visseizoen.
Als dit sterke visverhaal werkelijk waar is eet ik de eerste beverforel die ik te pakken krijg met liefde en plezier met huid en haar op.

Napoleons haarlok



Je zal het maar hebben. Een tijdje terug schreef ik al iets over de ontvreemde vingers van Galileo, maar hij was niet de enige. Nadat Napoleon in 1821 op het eiland Sint-Helena overleed, werden zijn haarlokken afgeknipt. Die haarlokken werden verdeeld onder de belangstellende gevangenbewaarders als bizar aandenken aan de tijd dat ze op Napoleon "gepast" hadden. Een van de bewaarders was de Britse officier Denzil Ibbetson. Hij bracht Napoleon zes jaar voor zijn dood naar Sint-Helena, nadat hij bij Waterloo werd verslagen door een leger dat bestond uit Britten, Nederlanders en nog een heleboel huurlingen uit Hannover en Pruissen. Bij het heroverren van zijn eens uitgestrekte keizerrijk had Napoleon jammerlijk gefaald. Hij had zich de harenook wel zelf uit het hoofd kunnen trekken. De haarlok van de familie Ibbetson werd trouwens na vele jaren weer verkocht. De onbekende koper moet zich daadwerkelijk de keizer te rijk hebben gevoeld.




Archetypa studiaque patris





In 1592 publiceert Jacob Hoefnagel, dan nog slechts negentien jaar oud, in Frankfurt een boek van tweeënvijftig gravures gebaseerd op schilderijen van zijn vader. De volledige titel van het werk is: 'Archetypa studiaque patris Georgii Hoefnagelii Jacobus F. Genio duce ab ipso scalpta omnibus philomusis amict D. ac perbenigne communicat' wat vrij vertaald betekent: Originele schilderingen/tekeningen door Joris Hoefnagel, gegraveerd in koper onder leiding van zijn genie, in vriendschap voor alle liefhebbers van de Muzen door zijn zoon Jacob. Heel hoogdravend dus.

Het boek bestaat uit vier delen, elk met een eigen titel-pagina en een dozijn gravures van verschillende soorten flora en fauna. De opbouw van de prenten maakt het boek zo speciaal. Er wordt niet gewerkt met een geclassificeerde opbouw, maar een opbouw naar een schijnbare* willekeur, waarbij de rangschikking van de planten en dieren (waaronder een opmerkelijke hoeveelheid insecten, slakken en ander "gespuis") belangrijker is dan een nauwkeurige weergave van de natuurlijke setting waarin ze voorkomen. Toch werden de dieren en planten in dit boek niet mooier voorgedaan dan ze waren. Dit was een belangrijke stap in de richting van de opname van flora en fauna in het juiste perspectief en zo een eerlijke weergave van de werkelijkheid. Het boek werd dan ook op grote schaal door kunstenaars in de 17e eeuw, waaronder Maria Sybilla Merian, als bron voor eigen werk gebruikt.

Het werk is als geheel te raadplegen op de website van de universiteit van Straatsburg

*Elk van de Archetypa 's gravures bevat een paar Latijns-motto's of aantekeningen. Deze combinatie van tekst en beeld verleent het werk een symbolische kwaliteit. De wijze waarop de afzonderlijke elementen op de prenten zijn georganiseerd is verbonden aan religieuze symboliek. De teksten zijn vaak vroom, godsdienstig, of waarschuwend van aard: velen zijn bijbelse of klassieke citaten, anderen zijn bedacht door (Joris) Hoefnagel zelf.

Related Posts with Thumbnails