Bezoar



Je hebt in de wilde natuur heel wat vreemde ballen. Zo heb ik in mijn eigen rariteitenkabinet (zie frumingelo in uitvoering) een mooie braakbal van een koe. De bal bestaat uit onverteerde resten gras. Daarnaast bestaat er natuurlijk de alombekende haarbal, die bestaat uit ingeslikte delen haar. Een bal die daar dan weer op lijkt is een soort wier (Posidonia oceanica) , maar niets is zo bijzonder als een echte bezoar. Ik zeg met opzet "echte"omdat je zal lezen dat niets is wat het lijkt. Een bezoar, ook wel een maagsteen of darmsteen genoemd, ontstaat doordat er in maag of darm onverteerde resten samenklonteren. Het lichaam pakt het materiaal in met kalkverbindingen tot er een vaste, harde en vaak ronde bal ontstaat. 

In de late middeleeuwen werden er magische, heilzame en geneeskrachtige eigenschappen aan bezoarstenen toegekend. De steen werd beschouwd als een geneesmiddel tegen alle mogelijke kwalen. Helemaal onzin was de werking van de bezoar niet. Arcenicum, een klassiek gif, reageert namelijk met de kalkverbindingen uit de bezoarsteen. Het was dan ook niet raar dat er al snel een levendige handel in ontstond. Iedere vorst en regent wilde natuurlijk voorkomen dat hij door een of andere onverlaat werd vergiftigd.  Het kon niet gek of sjiek genoeg. De stenen werden als eerste klas statussymbolen in gouden hangers of doosjes gevat. Heel bijzondere stenen kwamen uit de magen van Chinese herkauwers, Javaanse stekelvarkens of  Peruviaanse berggeiten. Daar werden ze bewust gekweekt en bestonden veelal helemaal niet meer uit het onverteerbaar materiaal, maar uit vanallerlei dure ingredienten zoals zeldzame kruiden, hoorn en edelstenen. Door de populariteit en exclusiviteit werden er exorbitante prijzen gevraagd.

Aan alles komt ooit een eind. Dat begon in dit geval met een simpel experiment. In 1575 was de lijfarts van de Franse koning Karel IX het zat. Zijn paranoïde heer kocht zich arm aan bezoars. De arts stelde voor om de kok (die zilver bestek van de koning had gestolen) voor de keus te stellen; ophanging of een giftig brouwsel drinken met daarin een heilzame bezoar. De kok koos voor het laatste en stierf op gruwelijke wijze. Ondanks dat het bewijs nu wel geleverd was kreeg de bezoar de schuld. Het zou een valse steen zijn. Dat bracht een jacht op "valse" stenen teweeg. Bezoars bleven echter interessante objecten. Het duurde nog tot na de hoogtijdagen van de rariteitenkabinetten dat de populariteit van de maag-darmstenen afnam.



boerenbont




Het meest gebruikte servies van aardewerk is een lange tijd toch wel het boerenbont geweest. In de vorige eeuw was enkel ongedecoreerd aardewerk goedkoper. De bonte pracht en praal van het boerenbont was er niet enkel in het nu bekende motief, nee er waren ontzettend veel verschillende soorten boerenbont serviezen. Alleen al in Maastricht zijn meer dan 200 verschillende patronen in omloop geweest en het totale aantal verschillende patronen ligt ergens rond de zeshonderd. Het eerste Boerenbont uit Maastricht werd gemaakt rond 1845. Het bekende boerenbont nr 15 werd door o.a. Guill Serpenti ontworpen en stamt van na 1920.

Het boerenbont is waarschijnlijk in de 18de eeuw uit Engeland over komen waaien. De bakermat van deze decors zou in de graafschappen van Staffordshire of Yorkshire kunnen liggen, maar ook Schotland. Het gaudy Welsh pottery, oftewel bont Schots aardewerk, lijkt in zekere zin wel op het Nederlandse boerenbont.

Het boerenbont is een decoratie waarbij de handgeschilderde en/of met een harde spons gestempelde patronen bestaan uit een herhaling of een aaneenschakeling van gestileerde bloemmotieven. De patronen waren opgebouwd uit een beperkt aantal motiefjes en kleuren. Meestal werd het schilderwerk door dames gedaan. Ze gebruikte voor het decoratiewerk verschillende soorten en maten penselen, afhankelijk van het te schilderen patroon. Eenvoudige en veel voorkomende motieven werden gestempeld. Hun werk is nog terug te vinden in menig servieskast.

kijk eens naar het vogeltje






Een foto maken was in de beginjaren van de fotografie  niet echt een dynamische bezigheid. De fotograaf gebruikte nog grote glasplaten met niet al te lichtgevoelige stoffen  als opnamemedium. Er werd niet gewerkt met kunstverlichting, maar met daglicht. Een minste verstoring van het te fotograferen beeld kon de foto onscherp maken. Een minuut lang stil zitten vanwege de belichtingstijd zonder te bewegen was een hele opgave. Er werd dus van alles bedacht om de te portretteren personen stil te laten zitten. Er werden soms zelfs klemmen gebruikt die het hoofd en de armen, aan de achterzijde (dus buiten beeld) ondersteunden om zeker geen bewogen beelden te hebben. Het bekendste voorbeeld is echter de uitdrukking "Kijk eens naar het vogeltje!" De fotograaf had dikwijls een opgezet vogeltje op zijn hand of op de lens van het toestel zitten en de kinderen moesten "naar het vogeltje kijken en mooi stil zitten zodat het niet weg zou vliegen.
Israël David Kiek uit Groningen (1811-1899) gebruikte in ieder geval geen vogeltje. Hij was een was een Nederlands fotopionier zonder pretenties en fotografeerde vaak studenten of andere vrolijke gezelschappen. Hij had veelal lak aan het bevriezen van zijn foto-objecten. Zijn naam werd synoniem met uit de losse pols geschoten foto’s: het kiekje.





loden boeken






De belangrijkste ontdekking van de christelijke geschiedenis worden ze genoemd. "Ze" zijn een 70-tal codexen met een religieuze inhoud en gemaakt van lood en koper. Ze zijn gevonden in Jordanië. De vondst is omstreden omdat al snel duidelijk werd dat in ieder geval een deel van de boeken vervalsingen zijn.

Het verhaal gaat dat Jordaanse bedoeïen de boeken samen met andere voorwerpen aantroffen in een grot ergens rond 2006. In 2010 doken ze weer op. De boeken bestaan uit metalen bladen (sommige niet groter dan pinpasformaat) en zijn met metalen ringen gebonden. Het vreemde is dat er ook "boeken" zijn die helemaal rondom dichtgemaakt zijn. De codexen bestaan uit vijf tot vijftien bladen. In de boeken en op de "kaft" staan verschillende zeer vroeg christelijke symbolen en tekens waarvan gezegd wordt dat ze geschreven zijn in archaïsch Hebreeuws. Daarmee zouden de boeken zomaar eens heel erg oud kunnen zijn. De schatting na eerste onderzoeken is dat de echte loden boeken minimaal 1800 jaar oud zijn. Ieder stuk zal echter onderzocht moeten worden op z’n authenticiteit. Waarom het oude materiaal uit de 1e eeuw na Christus vermengd is met vervalsingen is niet duidelijk, maar hoogstwaarschijnlijk heeft een handelaar er een extra slaatje uit willen slaan.

Voor dit kleine stukje tekst heb ik veel websites doorgelezen over dit onderwerp. Uiteindelijk heb ik Margaret Barker, een van de onderzoekers, meerdere vragen gesteld over dit onderwerp. Ik wil haar bedanken voor haar oprechte beantwoording van mijn vragen over deze bijzondere boeken. Op basis van haar informatie geloof ik niet dat het hele verhaal verzonnen kan zijn. Waarschijnlijk komt de Jordaanse overheid nog voor eind 2011 met een formele bekendmaking van de leeftijd, herkomst en mogelijk ook inhoud van deze rariteiten pur sang.




gehoornde viool


Een Stroh viool (ook wel Stro viola da gamba, violinophone of hoornviool  genoemd) is een bijzondere verschijning. Het ding heeft geen klankkast, maar wel een aan de zijkant uitstekende hoorn.  Maar waarom is dat? De Duitser Johannes Matthias Augustus Stroh bedacht de strohviool in de beginjaren van de geluidsopnames met de fonograaf, zo rond 1899. De fonograaf (bedacht door Thomas Edison) heeft een klein toetertje dat het geluid registreert. Dat betekent dat een gespeeld muziekstuk heel gericht geluid moet bevatten anders word het niet door de fonograaf waargenomen.  Met een blaasinstrument kun je gericht spelen, maar bij een viool gaat het geluid meerdere kanten op. Om dit op te lossen bedacht Stroh een instrument, met een membraan en een metalen hoorn in plaats van een klankkast. Door zijn volume en de mogelijkheid om de klank te richten was dit instrument zeer geschikt voor fonograaf-opnames. Toen de opnamestudio's elektrische microfoons gingen gebruiken verloor de strohviool aan populariteit. De strohviool zou niet zo mooi als een houten viool klinken en moeilijker te bespelen zijn. Tegenwoordig zijn er nog steeds een aantal muzikanten die de strohviool gebruiken in hun muziek. Je hebt kans om dit bijzondere instrument aan te treffen in  landen als Roemenië en Argentinië waar ze in de volksmuziek en bij straatmuziekanten een vaste plaats heeft.



rariteitenkabinetten


Kunstkamers, rariteitenkabinetten, verzamelingen van de bijzondere buitenwereld in het klein. De gegoede burgers van de 16e, 17e en 18e eeuw schiepen met hun verzamelingen orde in het buitenissige wat de wereld te bieden had. In deze verzamelingen, die in latere tijden herschikt en opgesplitst zouden worden naar de aard van de voorwerpen, was nog geen onderscheid of scheiding tussen curiosa, devotionalia, naturalia en artificialia. Nieuwsgierigheid en verwondering voerden de boventoon, waarbij het kennisaspect enkel statusverhogend werkte.

De onderwerpen waren legio. Zo was het gebruikelijk om in ieder geval van de drie rijken der natuur een of meerdere voorwerpen te hebben. Rijk één was wat we nu geografie zouden noemen. Dit onderdeel van de verzameling bestond uit stenen met bijzondere herkomst, mineralen en fossielen. Rijk twee noemen we nu botanie en omvat alles wat met planten, oftewel flora, te maken heeft. Naast gedroogde (exotische) planten en stukken koraal werden er ook levende plantenverzamelingen aangelegd. Daarmee waren de Hortussen geboren. Verzamelingen met enkel bomen werden arboreta genoemd. Het derde rijk omvatte het gehele dierenrijk. Er was nog geen echte systematiek, dus een narwalhoorn kon gewoon gebroederlijk naast een opgezette stekelvis hangen in een verzameling. Naast gedroogde of opgezette dieren en skeletten bevatte het dierendeel van een rariteitenkabinet ook vaak fauna op sterk water in potten met opschrift. Een mythisch wezen kon zomaar in een van de potten z’n onderkomen hebben. De verzamelaars die het echt groots aanpakten verzamelden ook levende dieren, wat later uitmondde in de alom bekende dierentuinen.

En dat was dan nog enkel het onderdeeltje natuur. Onder het onderdeel artificialia viel alles wat met mensen te maken had, schilderkunst, kunstvoorwerpen, gebruiksvoorwerpen van vaak exotische volkeren, historische boeken, prenten, beeldhouwwerk, sieraden, vuurwapens, devotionalia en nog een hele (niet nader te noemen) waslijst. Er zaten natuurlijk ook dingen tussen die we tegenwoordig curiosa zouden noemen. Feit is wel dat ook de artificialia later uiteen werden gehaald. De kunst in een apart museum, bijzondere volken naar het volkenkundig museum en historie naar de bibliotheek of in een oudheidkundig museum naar onderwerp. Alles netjes in een hokje.

Allesomvattende verzamelingen waren ook onderhevig aan de mode. Vanaf de 18e eeuw was het ordenen naar de laatste wetenschappelijke inzichten de mode. Specialisatie was het toverwoord. Alles wat niet paste binnen de verzameling werd verkocht aan anderen. De goed gefinancierde verzamelingen kregen uiteindelijk eigen musea. Verzamelen van het mooiste, bijzonderste en meest exclusief exotische was geen goedkope hobby. De gedreven verzamelaars verzamelde soms meer rariteiten dan hun fortuin aan kon. En hun nazaten zaten er dan mee. Veel van de meest bizarre verzamelingen, die zeker niet in een hokje te plaatsen vielen, vielen daarom dan ook uiteen door erfeniskwesties, financieel wanbeheer en onkunde.

wezenkastje





Wezenkastjes waren kastjes waar weesjongens vroeger hun persoonlijke bezittingen en gereedschap in bewaarden. Niet heel bijzonder. Meer bijzonder was een weeskist. Dat klinkt bijna het zelfde, maar was toch duidelijk iets anders. De weeskist bestond uit een met ijzer beslagen houten kist met vele genummerde laden met meer dan één slot, zodat er meerdere personen nodig waren om de kist te openen. In een dergelijke weeskist werden persoonlijke bezittingen van de overleden ouders zoals geld of persoonlijke erfstukken opgeborgen. De kist was zolang de wees minderjarig (of nog niet getrouwd) was in bewaring bij de weesmeesters van het weeshuis. Als het zover was mocht de wees zijn of haar deel op komen halen bij de weeskamer van de weesmeesters. Er werd dan een "Staat en bewijs van goederen" overlegd en het bewuste erfdeel werd overgedragen. Overleed de wees dan verviel de erfenis aan het weeshuis. Dat laatste was natuurlijk niet een erg goede motivatie om goed voor de wezen te zorgen. Wat dan ook niet altijd het geval was...

accupuntctuur

Acupunctuur is een traditioneel onderdeel in de Chinese geneeskunst waarvan iedereen weet dat er naalden bij gebruikt worden (acu = naald, en puncture= doorboren). De methode heeft een mythische oorsprong die terug gaat naar de regeerperiode van de legendarische gele keizer Huang di die als een van de oerkeizers regeert zou hebben van 2698 tot 2599 voor Christus.  De gele keizer liet meerdere werken na waaronder een van de oudste boekwerken over acupunctuur waarin het gebruik van stenen naalden, bamboe- en botsplinters wordt beschreven. Uit opgravingen zijn ook beeldjes bekend met lijnen die duiden op acupunctuur meridianen. Maar ik loop op de zaken vooruit.
Chinese geneeskunst gaat uit van een geheel eigen model dat de werkelijkheid beschrijft. Zo word er uitgegaan van levensenergie die circuleert door 14 kanalen (meridianen) die zich vertakken naar alle organen en lichaamsfuncties. Ten tweede wordt uitgegaan van het in evenwicht zijn van Ying en Yang de vrouwelijke en mannelijke kwaliteiten in de mens. Alles, dus ook het lichaam van de mens, is geordend naar vijf elementen: water, hout, vuur, aarde en metaal. Op basis van deze drie uitgangspunten verklaart de Chinese geneeskunde  de oorzaak van een ziekte en kan tevens een remedie bedacht worden om alles weer in evenwicht te brengen. Acupunctuur is hier een van de mogelijkheden voor en wordt veelal gebruikt in combinatie met andere methoden.

Traditionele acupunctuur bestaat uit het inbrengen van naalden in verschillende delen van het lichaam. Afhankelijk van de interpretatie worden er naalden gestoken bij de plaats van de ziektehaard of juist op plaatsen die corresponderen met de symptomen. Meestal wordt een combinatie van punten gebruikt.                                            De oudste publicatie waarin acupunctuurpunten en meridianen in Europa door een westerse arts werden bekend gemaakt dateert van 1683 en is geschreven door de Nederlandse scheepsarts Willem ten Rhijne (1649-1700). Hij beschrijft acupunctuur als een goed pijnloos alternatief voor het toentertijd gebruikelijke aderlaten en purgeren (wat natuurlijk niet echt een pretje was om te ondergaan). Ondanks zijn goede bedoelingen kreeg acupunctuur nooit vaste voet aan de grond in de westerse geneeskunde. Acupunctuur was afhankelijk van de tijdgeest populair of juist weer niet en dat zal altijd wel zo blijven. Als die kleine prikjes een mens kunnen helpen bij zijn of haar ziekte dan is dat mooi meegenomen. Het zou toch te gek voor woorden zijn als iets dat al zo lang zijn waarde heeft bewezen niet zou werken. Dat klinkt bijna als naalden op laag water zoeken. Of prikt de o zo geleerde wetenschap een van de oudste zeepbellen van de geneeskunde nog ooit stuk?




magnetisme

Al ver voor onze jaartelling ontdekte men dat magnetietkristallen elkaar aantrekken of afstoten. Dit verschijnsel wordt magnetisme genoemd. Verantwoordelijk voor het magnetisme van magnetiet is het ijzer dat er in zit. Veel ijzerlegeringen vertonen magnetisme. Naast ijzer vertonen ook nikkel, kobalt en gadolinium magnetische eigenschappen. Als het magnetische effect groot is spreek je van een magneet. Alle magneten hebben twee polen die de noordpool en de zuidpool worden genoemd. Gelijke polen stoten elkaar af en ongelijke trekken elkaar aan.
Magneten worden gemaakt door een bak vloeibaar metaal (vaak een legering van ijzer, nikkel en kobalt)  in het midden van een zware stroomspoel te plaatsen. Die spoel wordt onder een enorme stroomsterkte gezet waardoor een zeer sterk magnetisch veld ontstaat. Daardoor wordt het in de bak aanwezige vloeibare metaal ook magnetisch. Het vloeibare metaal wordt zeer snel afgekoeld en blijft dan permanent magnetisch. Omdat het een legering met ijzer is roest het niet door zoals gewoon ijzer wel doet.
Zeer sterke magneten worden gemaakt met exotische elementen zoals Samarium en Neodymium. Deze magneten zijn zo sterk dat je ze niet meer van een plaat ijzer kunt verwijderen als ze eenmaal vastzitten. Door hun grote magnetische veld zijn ze in staat om harde schijven van computers of de chip uit je pinpas te vernietigen. Ze zijn echter ook heel bros. Wanneer er twee op elkaar botsen vergruizen ze elkaar.

Een ijzerlegering kan magnetisch gemaakt worden, maar er zijn ook omstandigheden waarbij de magnetische eigenschap afneemt of verdwijnt. Zo geeft iedere magneet een klein deel van z’n magnetische kracht af aan hetgeen er door aangetrokken wordt. Deze dingen worden ook een heel klein beetje magnetisch. Het magnetische veld van de magneet neemt echter een klein beetje af. Sneller gaat het bij verhitting. Boven een bepaalde temperatuur neemt de magnetische kracht sterk af en raakt een magneet gedemagnetiseerd. Ook schijnt het hard stoten van een magneet de magnetische kracht te kunnen breken. Daarmee stoot een magneet zich maar eenmaal aan dezelfde steen.

Paul Ekman: gezichtsexpressies





Emoties tonen we met ons lichaam en vooral met ons gezicht. Paul Ekman, een psycholoog, werd wereldberoemd doordat hij emoties koppelde aan gezichtsuitdrukkingen. In het boek "de verzamelde werken van T.S. Spivet" beschrijft de hoofdpersoon op een gegeven moment de gezichtsuitdrukkingen van zijn familieleden aan de hand van de door Ekman verzonnen gezichtscoderingssysteem. Met dat systeem zijn alle gezichtsuitdrukkingen en de bijbehorende emoties samen te stellen. Ekman onderscheid zes basis emoties, namelijk: boosheid, walging, angst, geluk, verdriet en verrassing. Later kwam hij nog met afgeleidde emoties zoals bijvoorbeeld tevredenheid, schuld, verlegenheid en opwinding. Ekman werkt nog steeds aan het ontrafelen van de wondelijke wereld van onze emoties.


Tumbleweed




De westernheld komt aan in een door alles en iedereen verlaten dorp. Hij kijkt links.... Zijn oog valt op de uitgebrande bank en de saloon waarvan een van de klapdeurtjes scheef hangt. Hij kijkt rechts.....Een uithangbord klappert. Zijn blik is ondoorgrondelijk en serieus. Een zweetdruppeltje valt van de held z'n gezicht en ploft op de grond. De wind waait en jaagt zand en bolvormig struikgewas door de stoffige straat. Zie daar; het Tumbleweed.

Tumbleweed is een onkruid dat eigenlijk niet in het wilde westen voorkwam, maar er als verstekeling terecht kwam. Het struikgewas groeit in eerste instantie gewoon met wortels in de grond. Als de plant groot is sterft ze af en breekt ze los van haar wortels. De zaden van het kruid worden al botsend en rollend verspreid. In sommige gebieden heeft de verspreiding van Tumbleweed een groteske vorm aangenomen en kun je met recht spreken van een rollenbolderende plaag. Kijk maar eens naar deze video.

voetschimmel




Schimmels groeien op de meest vreemde plaatsen. Als er wat warmte, vocht en voeding aanwezig zijn pakken ze hun kans. Zo ontstaat ook voetschimmel. De schimmels komen bij mensen voor (kalknagels) maar ook bijvoorbeeld bij paarden. Paarden in een modderige weide met hoeven waarvan het onderhoud achterstallig is hebben er over het algemeen meer last van dan paarden met netjes verzorgde hoeven in een droge stal. Toch kan ook zo'n paard de schimmelinfectie oplopen als bij het bekappen met besmet materiaal wordt gewerkt. De schimmels komen in drie geslachten voor en vormen samen de dermatofyten, wat vrij vertaald huidplanten betekent. De schimmel dringt door via scheurtjes, oude nagelgaten en brokkelige hoeven. De schimmel leeft als een parasiet op de hoef waardoor deze steeds een beetje verder verzwakt en uiteindelijk wit uitslaat. Daardoor kan er eerder letsel optreden en haalt het paard dus niet bepaald een wit voetje.






geld stinkt niet



Pecunia non olet of "geld stinkt niet" wisten de Oude Romeinen al te vertellen. Deze uitspraak wordt aan Keizer Vespasianus (9-79 na Christus) toegeschreven naar aanleiding van zijn nieuwe belasting op urine.

Urine werd gebruikt als ontvettend middel door leerlooiers. Urine bevat ammoniak, een stof die ondanks de nare geur wel heel goed schoonmaakt. Overal in Rome werden openbare urinoirs ingericht. Aan herbergen en op straathoeken stonden grote voorraadpotten waarin men vrijelijk kon plassen. Arme drommels konden een beetje geld maken door hun eigen urine te verkopen. Door de stijgende vraag ontstond al gauw een lucratief maar stinkend handeltje.


Het verhaal gaat dat Vespasianus" zoon Titus kritiek had geuit op het feit dat zijn vader een nieuwe belasting had ingevoerd op de openbare urinoirs. Daarop pakte de keizer het geheven belastinggeld, duwde het zijn zoon onder de neus en vroeg of het geld stonk. Nee, zei die. Toch komt het van de urinoirs, zei de keizer.



 

The Hair Museum in Avanos



Galip Körükçü uit Avanos maakt en bakt potten en zijn vrouw weeft tapijten net zoals meerdere mensen uit hun omgeving, maar Galip heeft iets bijzonders wat de andere pottenbakkers niet hebben: een haarverzameling. Sterker nog deze man heeft maar lieft 16.000 verschillende haarlokken van verschillende vrouwen inclusief hun herkomst. Galip heeft er een hele grot mee behangen en dat geeft een zeer speciaal vervreemdend effect.

gemuteerde groente





Van Europa mocht het lang niet, maar er bestaan natuurlijk niet alleen rariteiten in het dierenrijk. Het plantenrijk kan er ook duidelijk wat van. Vergroeiingen, uitstulpingen, een andere kleur, ineens met bobbels of juist glad; fruit en groente houden zich niet altijd aan hetgeen we er van verwachten. Dat levert erg mooie plaatjes op. Vroeger werd zo'n rariteit juist gekoesterd en ontstonden nieuwe variëteiten van een ras of helemaal iets nieuws. Nu gebeurt dat niet meer. Komkommers moeten recht zijn, rode paprika's rood en citroenen ovaal. Europa heeft echter ook wel door dat hierdoor veel goede groente in de prullebak beland. Toch word een wortel met twee uitlopers nog steeds aangemerkt als b-keus. Onzin natuurlijk. Er bestaan ook geen b-keus mensen. Het is gewoon tijd voor viervingerige aubergine, krulkomkommer en bolletjestomaat.

Bekijk meer gemuteerde schoonheden in de mutatocollectie

vrijheidsbeeld

Gustave Eiffel is het beroemdst geworden doordat hij de eifeltoren bouwde. Hij ontwierp dat ranke bouwwerk niet zelf, dat deden twee van zijn medewerkers. Een van hen, Maurice Koechlin, werkte samen met Eiffel aan de constructie van het vrijheidsbeeld. Dit beeld zou eigenlijk helemaal niet in Amerika  komen te staan, maar aan het Suezkanaal als vuurtoren. Eiffel ontwierp de staalconstructie die de basis van van het beeld vormen. Het overige geraamte en de bevestigingsmethode van de vele koperen platen waar het beeld uit bestaat werden ontworpen door Maurice Koechlin, een medewerker van Gustave Eiffel. Vreemd genoeg is er maar weinig bekend over deze medewerker van Eiffel, die later het bedrijf van Gustave Eiffel overnam.

tulpenmania



Het kostte een vermogen even groot als 2 karrenvrachten tarwe, 4 karrenvrachten rogge, 4 vette ossen, 8 vette varkens, 12 vette schapen, 2 vaten wijn, 4 vaten bier, 2 tonnen boter, 1000 pond kaas, een bed, een zilveren kelk, een aantal kledingstukken plus een schip om dit allemaal te vervoeren en het paste in een hand. Rara?; een tulpenbol.
Rond  1635 vond er een levendige handel plaats in tulpen die er voor het grootste deel helemaal niet waren. Verzamelaars werden lekker gemaakt door ze grote rijkdom te voorspellen door te beleggen in tulpenbollen. De verkoop van de bollen vond plaats tijdens de bloeiperiode in april en mei, wanneer de kopers de bloemen konden bekijken.  In de nazomer, als de bollen gerooid werden, veranderden zij daadwerkelijk van eigenaar. Dat was duidelijk, maar er werden ook bollen gekocht en verhandeld die nog niet in bloei waren gezien. Om de bloei toch te laten zien werden er catalogi met de meest prachtige tulpen vervaardigd. De bollen verruilde van eigenaar via deze zogenaamde windhandel, maar ja wat kocht de koper eigenlijk?  Nou, soms gewoonweg rommel. Ook heel bijzondere tulpen waren in zekere zin niet altijd gezonde producten. Zo was er bijvoorbeeld een groot aantal tulpen met heldere kleuren en met strepen en vlammen op de bloembladen. Hartstikke zeldzaam en dus heel duur. De verzamelaars wisten echter  niet dat dit het gevolg was van een niet overdraagbare virusinfectie bij de tulpen.
Dat het allemaal lucht was viel pas op z’n plek toen een handelaar op 3 februari 1637 z’n waardeloze bollen niet verkocht en de handelaars in paniek raakten.  Eind februari  1637 was heel  de tulpenhandel failliet. Daarmee was Nederland een illusie armer en een icoon rijker.

Zeeëgels


Als je als Zeeboontje geboren wordt word je nooit een zeeappel.  Maar iedere zeeegel heeft zo zijn eigen schoonheid.  Ik vind vooral het uitwendige skelet van deze stekelige ongewervelde waterdieren bijzonder mooi van vorm.  Het  mooie vijfvingerige sterretje opgebouwd uit piepkleine gaatjes en het gaatje aan de achterzijde maken het witte en zeer breekbare overblijfsel van de zee-egel tot ware kunstwerkjes van de natuur.  Op dat witte skeletje zaten uiteraard stekeltjes, maar wat ik nog niet wist is dat er tussen de stekels ook een soort tentakeltjes , ook wel  pedicellariae genoemd, zitten. Deze pedicellariae zijn zeg maar multifunctioneel inzetbaar. De geleerden zijn er nog niet helemaal uit wat de functie nu precies is, maar de Kleine pincetachtige tangetjes op de huid van zee-egels kunnen kleine (parasitaire) dieren grijpen, doden en verwijderen. Daarnaast doen deze klauwachtige tentakels ook dienst als een soort stofzuigers die de stekels schoonhouden. Dat is wel zo fijn voor een wezen dat een groot deel van z’n bestaan in het zand doorbrengt.

De stekeltjes van een zee-egel zijn  trouwens  niet altijd klein. Er zijn zeegels met dikke grote stekels, soorten met fel gekleurde of gif uitstotende stekels en zeeegels die door hun dunne lange stekels er uitzien alsof je ze zou kunnen aaien. Dat is uiteraard mogelijk, maar het is niet aan te raden.

Batavia

 

Het trotse schip de Batavia verging in de gouden eeuw bij het huidige eiland Beacon voor de Australische kust. Het intigrerende verhaal van de "Ongeluckige Voyage van 't Schip Batavia nae den Oost-Indien" was de aanleiding voor een reconstructie van het schip.  Jarenlang werkten in Lelystad ambachtslieden aan een Batavia 2.0. Het schip werd nagebouwd aan de hand van veel onderzoek en met ambachtelijke technieken.  Het resulteerde in een prachtig zeewaardig schip. Het schip is niet alleen zeewaardig, het is ook een bijzonder stevig staaltje vakmanschap. De gebogen houten spanten, de gebeeldhouwde koppen en versieringen, het zit allemaal even buitengewoon mooi en praktisch in elkaar.

mooncake

 

Tijdens de nacht van de volste en helderste maan van het maanjaar, de Oogstmaan, wordt het Chinese Maanfeest gevierd. Dit Midherfstfeest valt op de vijftiende dag van de achtste maanmaand van de maankalender begin oktober. Dit feest behoort tot de oudste ter wereld en is duizenden jaren oud. Het is ook het vrolijkste Chinese jaarfeest en een echt familiefeest. Mensen nemen de dag vrij en brengen familiebezoeken en schenken elkaar maancake gevuld met lotuszaadpastei. s' Avonds mogen de kinderen laat opblijven en wandelen met hun ouders buiten met kleurige lantaarns, kijkend naar die mooie volle maan. Het zware werk op het land is voorbij en de oogst is bijna binnengehaald. Op deze dag wordt dankbaarheid getoond aan de maangodin en aarde voor alle zegeningen van het afgelopen jaar. De god van de aarde heeft die dag ook zijn geboortedag.

Er zijn verschillende legenden die verteld worden met dit feest. Eén ervan gaat over de maanfee die in een paleis van kristal woont en naar buiten komt om te dansen op de schaduwkant van de maan. Dit verhaal over de maandame is zeer oud en gaat terug naar een tijd toen er in één keer tien zonnen tegelijk opkwamen. De dag dat dit gebeurde werd het erg heet op de wereld. Omdat de aarde anders in vuur zou opgaan gaf de toen heersende keizer het bevel aan de beste boogschutter, generaal Hou yi, om de negen extra zonnen neer te halen.  De generaal schoot de negen zonnen neer. Als dank beloonde de Godin van de Westelijke Hemel de boogschutter met een medicijn dat hem onsterfelijk zou maken. Maar het ging mis. De vrouw van de generaal vond het medicijn en nam het in waarna ze begon te zweven. Haar man ging achter haar aan en probeerde haar weer tevergeefs naar beneden te halen maar kon haar niet meer redden. Toen ze in haar vlucht omhoog de maan had bereikt werd ze gedwongen daar te blijven. Helaas was de maan onbereikbaar. Hou yi maakte toen voor zijn grote liefde bij zijn huis een altaar met een offer voor de maan waar hij om haar kon rouwen. Zijn vrouw werd de dame op de maan, de maanfee. Volgens de legende was haar schoonheid op zijn mooist op de dag van het Maanfestival.

Griffioen




De grifis of griffioen (ook wel vogel grijp) is een zonderlinge en angstaanjagende vogel. Griffioenen zijn zo groot dat ze gewapende mannen kunnen doden. Hun klauwen zijn zo groot dat men er desnoods uit drinken kan, alsof het uit een hoorn was.
Deze vogels komen voor in Skythia, een gebied niet ver van India, waar ze op een ontoegankelijke plaats goud en edelstenen bewaken. Mensen dringen er zelden door, want zodra deze monstervogels een mens zien, storten ze zich op hem en doden ze hem, als waren zij door God geschapen tot bestraffing van de hebzucht en dat kan de waarheid ook wel zijn.
griffioenen zijn viervoetige vogels en hun kop en hun vleugels zijn die van de arend, maar zo veel groter dan arenden dat hun voorkomen elke beschrijving tart. Van achteren lijken ze op leeuwen. Het wezen heeft de oren van een paard en een hanenkam die lijkt gemaakt te zijn van vissenschubben. Ze haten het paard en de mens.

Bovenstaand fragment is een vrije vertaling van het beroemde boek: Der nature bloemen van Jacob van Maerlandt.

Soep robot




Iedereen kent de kunstwerken van Andy Warhol met gekleurde soepblikken van Cambells. Maar na de dood van Warhol begon dit soepblik een heel eigen leven te leiden. Zozeer zelfs dat het blikken verpakkingsmateriaal zelfs tot in game-land door drong. Met deze coole soeprobot als gevolg!

trollengoud

Het mineraal pyriet of ijzerkies is een mineraal dat vaak mooi gevormde kristallen vormt zoals kubussen. Het mineraal heeft een goudachtige metaalglans. Die glans verandert echter als het glansvlak kantelt, terwijl het bij goud dezelfde goudglans behoud. Ook is pyriet hoekig, met scherpe randjes en hard, terwijl echt goud rond en zacht is.Wanneer pyriet in contact komt met zuurstof en water verandert het van kleur, omdat er dan sulfaat en roest vrij komt.
Pyriet is een mineraal dat op vele verschillende manieren kan ontstaan.Op plaatsen in de grond waar veel ijzer en zwavel maar geen zuurstof aanwezig is wordt vanzelf pyriet gevormd. Het zwavel is afkomstig van organisch materiaal. Doordat pyriet in de dode cellen wordt gevormd, blijft de vorm behouden en ontstaan er fossiellen van pyriet. Meestal ontstaat pyriet in diepe spleten onder de grond, waar heet water doorheen stroomt en waarin ijzer en zwavel opgelost zijn. Wanneer het water dichterbij het aardoppervlak komt en afkoelt, verbinden het ijzer en zwavel zich tot pyriet. In magmakamers kunnen nog grotere kristallen ontstaan. Als dit magma langzaam afkoelt doordat het dichter bij het aardoppervlak komt te liggen begint de kristalgroei.

De naam pyriet is al zeer oud, afgeleid van het oude Indo-Europese woord pyr wat vuur betekent.  Pyriet werd dan ook gebruikt om vuur te maken door pyriet tegen vuursteen of ijzer aan te slaan. Doden kregen pyriet mee in hun graf om ook in het leven na de dood vuur te kunnen maken. Maar de glans van Pyriet maakte ook de gek in de mens los. Het wordt ook wel trollen- of gekkengoud genoemd omdat het soms voor goud aangezien werd. Pyriet is echter nepoud met een grote rijkdom maar zonder waarde.

Related Posts with Thumbnails