Doornige duivel
Monsterlijk
Zeemonsters bestaan. We noemen ze vandaag de dag alleen wat anders. Maar toch. De verhalen over hele schepen die aangevallen worden door wezens met reusachtige tentakels zijn iets te wijd verspreid om helemaal te negeren. Zou de grote Kraak ergens in de wereldzeeën voor kunnen komen?

Even een tweetal monsters op een rijtje voor diegene die enkel geloven wat echt door de wetenschap is gezien.
Zo is er de Architeuthis dux. Dit is een reuzeninktvis met een geschatte maximale lichaamslengte
kandidaat nummer twee is de zeekrokodil (Crocodylus porosus). Deze wordt wel
Nee, dat kan beter. Die middeleeuwers wisten het zeker en wijdden er hele geschriften aan. Zeemonsters en monsterlijke mens-creaturen waren net zo gewoon als een duif op een tak. bekijk hier een selectie uit hun monsterlijke waarnemingen.
Dodo
De Dodo (Raphus cucullatus) was een loopvogel die leefde in de bossen op het eiland Mauritius. Het dier was ongeveer een meter hoog, woog 20 kilo en kon venijnig van zich afbijten met zijn grote snavel. Verder was het schijnbaar een vrij hulpeloos geval dat niet kon vliegen. Zijn voedsel bestond uit zaden en vruchten. De eerste vermelding van de dodo kwam in 1507 van Portugese zeelieden. Het eiland (nu Mauritius) was toen nog onbewoond en werd enkel aangedaan om vers water en voedsel te zoeken.
De Dodo werd echter (op een enkel kookexperiment na) niet als voedsel gezien. Het taaie vlees gaf ze zelfs de bijnaam walgvogel. Hoe de vogel uiteindelijk toch aan de naam Dodo kwam is onbekend, maar er zijn meerdere verklaringen. Kies zelf de meest mooie zou ik willen zeggen. Zo werden de vogels ook wel Dodaars genoemd (vanwege het dotje veren op z’n kont). Portugezen zouden de naam “Doeda” voor de vogel gebruikt hebben, wat “belachelijk” betekent en de laatste (en tevens wazigste) verklaring is dat het gekoer van deze megaduif overeenkwam met iets wat klonk als “dodo”. Dat lijkt me nu echt iets voor een editie van Petersons vogelgids van uitgestorven vogelsoorten. Van de Dodo zijn tekeningen, beschrijvingen en schilderingen. Ook zijn in meerdere musea botten, poten, schedels en zelfs een ei verspreid. Wat echter ontbreekt is een compleet opgezet exemplaar. Dat was er zeker wel, maar in de zeventiende eeuw was er weinig bekend over het opzetten van dieren. Meestal werden de beesten gewoon volgepropt met stro. Zo moest het Ashmolean Museum te Oxford op 8 januari 1755 een complete opgezette Mauritius-dodo, die al vanaf 1656 in de collectie opgenomen was, vernietigen omdat er de mot en rot in zat. Enkel de kop en een poot werden gered. Ook in de collectie van keizer Rudolf de tweede in Praag is een opgezette dodo aanwezig geweest. Waarschijnlijk zijn er ook in Nederland opgezette dodo’s geweest. Het eiland was immers van de Nederlanders. Het is niet bekend waar deze overblijfselen van de dodo zijn gebleven. Grote kans dat ook deze weggerot zijn. De houdbaarheidsdatum van de vogel was natuurlijk ook al een tijd verstreken…
Over gapers, zaagjes en muiltjes
Veilig vuur
Pompeii
Maar toch weer wel. Na 1748 zag het eerste deel van Pompeii weer licht en heden ten dage mogen wij ons weer verwonderen over de schoonheid van dit verloren paradijs èn de kracht van de natuur.
Olbinski
o

Gevierd gehandicapt
Kleinnodenboek
Apollo -1; Verne maanmissie
De Apollo Prophecies geven, in een buitensporig lang fotopanorama, een denkbeeldige expeditie van Amerikaanse astronauten weer, die in 1960 landen op de maan. Daar treffen ze een onbekende ruimtemissie uit het Edwardiaanse tijdperk aan.
Jules Verne had gelijk. De reis naar de maan heeft dus daadwerkelijk plaatsgevonden. Kahn en Selesnick, de kunstenaars van dit meesterwerk, creëren met foto’s van maanlocaties, vreemd ruimte-instrumentarium en portretten van astronauten een levensechte vastlegging van de missie. Amoeboid
Hastá la pastá: ontstaansgeschiedenis tandpasta
Geschreven bronnen over tandverzorging zijn bekend van drie tot vijfhonderd jaar voor onze jaartelling. In China leefde ene Huang-Ti. Hij maakte studie van mondpijn en stelde acupunctuur met gouden en zilveren naalden voor om deze te verzachten. Of het daadwerkelijk hielp is nergens opgetekend.....Van de oude Egyptenaren stammen de eerste bronnen dat er daadwerkelijk tanden gepoetst werden. Met een mengsel fijngestampte as, gemalen runderhoeven, mirre en poeder van eierschalen en puimsteen werden de tanden schoongeborsteld. Een tandenborstel bestond nog niet. De Egyptenaren kauwden op een stokje om het poeder te verdelen of gebruikten hun vingers als tandenborstel. Zout werd ook wel gebruikt om tanden mee te poetsen. Ook de Grieken en Romeinen gebruikten tandpoeder; al veranderde de samenstelling in de jaren. De Romeinen waren de eerste die echt iets aan gebitsverzorging deden en versleten tanden door gouden exemplaren vervingen. Deze kennis werd ook in heel europa verspreid. Met de val van het Romeinse Rijk verdween ook de aandacht voor mondverzorging in europa. Bombus lapidarius: Steenhommel
kasteel het Haar Haarzuilens
Bloemenkinderen
Bekijk hier een selectie uit het werk van Hans Silvester. En hier nog meer...
Geplette lentebodes
Nadat alles bijeen gezocht is kun je de velden in en de lanen op. Begin met planten die je al van naam kent en noteer van elke vondst de naam, de vindplaats en de datum. De vindplaats is natuurlijk de plek van de vondst, maar omvat ook zijn omgeving. Standplaatsfactoren als beschaduwing, bodemgesteldheid en hoe de plant groeit (in plakaten of alleen) zijn daarbij van belang. Planten zijn vaak afhankelijk van soortgenoten. Verzamel daarom alleen planten als er meerdere van dezelfde soort bij elkaar staan. De af te snijden planten moeten voor een goed herbarium compleet zijn op de wortels na. Die laat je in ieder geval zitten zodat de plant weer uit kan schieten. Je kunt ze er ook bij tekenen of schilderen zoals de maker van het herbarium hiernaast heeft gedaan. Bij de meeste planten kun je volstaan door een bloeiwijze, een deel van de stengel, een zaaddoos en een blad mee te nemen. Die eikenboom past natuurlijk niet helemaal op dat velletje van je herbarium en teveel bladeren gaan alleen maar dubbel zitten.
Lees hier verder om meer te weten te komen over het droog- en sorteer proces, de documentatie en meer de beste bewaarmethode.
Hornboek
Versierd Prieel
Quentin Blake
Geef niet op en probeer het dus nog maar eens.
Boeddha bel
Insectenbehang
Mensen krijgen vaak een beetje de kriebels van wat grotere insecten. Als het zo groot is als een vlinder maar geen vlinder, gaan hordes mensen op de loop. Het is tijd voor rehabilitatie van grote insecten. Naast nuttig zijn ze vaak ook erg mooi. Jennifer Agnus is een kunstenares die iets zeer bijzonders doet met insecten. Ze bekleed gehele muren met geometische figuren opgebouwd uit echte insecten. Het insectenbehang ziet er bijna uit als kantwerk zo precies zijn de insecten opgespeld. Ze zitten goed vast en zijn dood, dus nu hoeft geen levende ziel meer bang te zijn. Van dichtbij zijn insecten gewoon kunststukjes. De kleuren, het gladde van het schild, de in elkaar scharnierende pootdelen. Uit alles spreekt een inteligent design. Jennifer Agnus maakt dit met haar wonderschone creaties inzichtelijk.
Er is niets om bang voor te zijn.
Versteend woud
In Griekeland "staat" het versteende woud van Lesbos , in Namibië het versteende woud van Khorixas, op Java het versteende bos van Krakatau, in Hongarije het moerascipressenbos van Bukkabrany en in Arizona het Petrified Forest National Park. En dat is dan nog maar een greep uit het totale stenenbos-aanbod. Het lijkt wel alsof de wereld vol staat met versteende bomen, zo niet bossen. Nou nee dus, maar de overgebleven fossielen van de tropische wouden van de prehistorie komen wel op meer plaatsen voor dan ik ooit gedacht had.Art nouveaux
Hartverwonderend
De creaties van de française Lyndie Dourthe zijn een smeltkroes van verschillende stijlen. Aan de ene kant is er de vintage stijl, met de oude voorstellingen, de labels en de glazen stolpen en verzameldoosjes waar ieder rariteitenkabinet zich mee tooit.
Daarnaast is er de lieflijke kleurstelling met veelal pastelkleuren zoals zacht roze en groen. Toch wordt het geheel niet kitscherig. Dat komt door de toevoeging van een snufje folklore; randjes en kantjes in juist weer volle sprekende kleuren.
Alles bij elkaar maakt het de creaties van Lyndie Dourthe delicaat en sterk tegelijk. Daarmee verbeeldt ze met grote precisie de essentie van haar creaties. Het is in één woord; Hartverwonderend.
Kijk verder op de site van Lyndie Dourthe
Blaschka
(De gebruikte foto bij dit bericht is eigendom van het Universiteitsmuseum. Waarvoor dank.)
Goddelijke verhouding
Divina proportione, oftewel "De Goddelijke verhouding" is een boek van Luca Pacioli. Deze middeleeuwer schreef dit boek om een ode te brengen aan de bijzondere geometrische vormen van de natuur. Het boek gaat in op de afmetingen en andere eigenschappen van vlakke en ruimtelijke figuren. Naast de bol en de piramide zijn er ook zeer exotische figuren in het boek opgenomen waaronder de tetraëder, de dodecaëder en de octaëder. Aleen de namen maken al indruk. Daarnaast behandelt het boek de theorie over de gulden snede. Nu had Luca Pacioli een goede vriend genaamd Leonardo Da Vinci. Da Vinci, zo wat bij eenieder bekend door zijn schilderij van een glimlachende dame, maakte voor het boek van Luca Pacioli de prenten met de verschillende geometrische vormen. Nu zou Da Vinci niet Da Vinci zijn als hij deze taaie kost niet op een geheel eigen wijze tot leven laat komen in zijn prenten. Zo zijn veel van de figuren in perspectief opengewerkt alsof ze zo van het papier af kunnen rollen. Daarnaast is het gebruik van kleur niet geschuwd. Dat alles maakt dit boek wonderschoon van inhoud en uiterlijk. Luca Pacioli vatte het allemaal nog een keer goed samen, want hij was namelijk niet de eerste die een boek schreef over dit onderwerp.Op de verkeerde poot gezet
Vervallen gevang
Kijk eens rond of bekijk een mooie fotosessie van het gebouw.
Navigatie
Zeg nou zelf, is het navigatie-instrument hiernaast niet vele malen mooier dan die grijze Tom Tom die in vele auto's tegenwoordig de weg wijst? Niet dat ik iemand wil aanraden om een zonnewijzer met kompas voor in de auto aan te schaffen, maar een mooi ding blijft het. Het glimmende brons, de zwierige letters en de ondoorgrondelijke aanduidingen en tierelantijnen maken oude navigatie-instrumenten tot een feest om naar te kijken. Wie wil er nou niet een kompas ingelegd met walrustandivoor of een ingwikkeld navigatie-instrument dat totaal nutteloos is op de ene breedtegraad, maar bij een andere graad heel nauwkeurig werkt? Ik kan er in al mijn onkunde enkel met grote verwondering kennis van nemen, maar dat er zeelui mee gewerkt hebben, ja zelfs van afhankelijk waren, dat is iets wat zeker is. Navigatie op zon en sterren was (zeker op wat langere reizen) van levensbelang. Een handelsreiziger moest z'n specerijen nu eenmaal in India gaan halen en niet op het atol Hitadou in de buurt of (helemaal uit koers) in het altijd mooie Tasmanië. Dan heb ik het nog niet over allerlei onprettigheden zoals water- en voedselgebrek of de altijd vervelende ziektes scheurbuik en buikloop die de zeelui de kop kon kosten als ze verkeerd zouden varen.De T van tegel
Thee is niet iets van de Engelsen. Lang voordat thee per schip naar Europa kwam, was er al theehandel tussen aziatische landen, Rusland en Turkije. De thee werd sinds de Tangperiode (618 - 906 voor het begin van onze jaartelling) vervoerd per kameel via verschillende karavaanroutes over land. Omdat de ruimte beperkt was werd de thee zo compact mogelijk verpakt. Het resultaat: De theetegel. Voor zo`n tegel werd bijna 2 kilo thee gestoomd, al dan niet fijngemalen en vervolgens geperst tussen twee stenen zodat een keihard plat blok ontstond. Door de dichtheid van de tegel kon de thee geen vocht opnemen, maar ook niet uitdrogen. Hierdoor was zo’n tegel erg lang houdbaar. Soms voegde men bindmiddelen aan de tegel toe, zoals bloed. De theetegel werd bij het persen aan beide kanten voorzien van een reliëf: aan de voorkant een mooie aziatische voorstelling, aan de achterkant een vlakverdeling. Deze vlakverdeling was handig tijdens de handel die onderweg plaatsvond. Thee had in die tijd dezelfde waarde als menig edelmetaal en de theetegels werden dan ook gebruikt als betaalmiddel in o.a. China, Tibet, Mongolië en Siberië. Tot in de jaren vijftig van de vorige eeuw is de theetegel een wettig betaalmiddel geweest in Tibet en in de uithoeken van het Chinese rijk.
Dan het maken van de thee. Dat is niet het engelse bakje “slap-aftreksel-met-wolkje-melk-en-de-pink-in-de-lucht”, dus je bent gewaarschuwd. Een stuk van de theetegel wordt afgebroken en vermalen. Het poeder wordt 3 tot 4 minuten gekookt in water tot er een brouwsel ontstaat dat net zo sterk is als een straffe espresso. Da’s natuurlijk ondrinkbaar, dus wordt er logischerwijs meer kokend water, (yak)boter en (zuiverings)zout bij gedaan. Afhankelijk waar je bent worden er nog rijst, uien, gember of sinaasappelschil aan de thee toegevoegd. Dit geheel wordt geroerd tot de boter helemaal is opgenomen. Daarna giet men het zachtroze mengsel door een zeef. Het gefilterde brouwsel wordt geserveerd in een kom. Echt een geval van “appart” zou ik willen zeggen. Ondanks het, naar westerse maatstaven, discutabele brouwsel blijft de theetegel zelf een bijzonder en origineel product. Daarmee vergeleken is de engelse thee maar een slappe slok.













































